Beschaving

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Beschaving

wo nov 22, 2017 1:27 pm

Waarde leden van de Vergadering. Ik heet u allen zeer welkom! Ik hoop ten zeerste dat u zich op uw gemak voelt in mijn nederige woning; ik weet dat u allen ver heeft moeten reizen om deze bijeenkomst bij te kunnen wonen. Maar niet gevreesd, geachte dames en heren! U heeft niet voor niets die afstand afgelegd. Want ik wil nu al aankondigen, voordat mijn toespraak zelfs maar is begonnen, dat vandaag een historische dag zal zijn. Een dag die voer honderd jaar- ja, ik zou zelfs durven te zeggen duizend jaar!- nog steeds met volle overtuiging gevierd zal worden in alle hoeken van de Republiek. Vanuit het diepste van mijn hart kan ik zeggen dat ik u feliciteer, want u had geen betere, meer winstgevende activiteit uit kunnen kiezen om uw ongetwijfeld kostbare tijd aan te besteden.
 Mannen en vrouwen van de Vergadering. Ik heet u allen zeer welkom!
 Ik hoop dat ik uw aandacht genoeg getrokken heb, want enkel met volledige aandacht van beide partijen zullen mijn woorden betekenis hebben. Ik ben, zoals u wellicht allemaal van mij weet, een man van het gesproken woord- en zo’n man, weet u misschien ook wel, functioneert enkel wanneer zijn woorden ook daadwerkelijk worden aangehoord. Dus luistert, geachte gasten. Ik vraag uw volle aandacht, en hoop met heel mijn hart dat ik mijn grenzen niet overschrijd door dit van u te verwachten. Indien u van mening bent dat ik dit wél heb gedaan, bied ik mijn welgemeende excuses aan. Eventuele klachten dienen verzonden te worden naar het Committee in Himlast, Publieke Weg nummer 27.
 Allereerst wil ik u attenderen op een punt dat beslist onze aandacht verdient, en dat is wel het volgende. Het is mij ter ore gekomen dat er op het moment een grote verandering plaatsvindt op het wereldtoneel. U zult zich wellicht verbazen over de grootsheid van mijn woorden, maar ik verzeker u: ik vertel u niets dan de waarheid. Zij die mij kennen, zullen van me weten dat ik een niet geringe afkeer heb tegenover leugens en onwaarheden. Ik zal deze hier dan ook niet verkondigen, ten behoeve van het voortbestaan van mijn imago. U kunt er dus van uitgaan, waarde leden van de Vergadering, dat ik niet overdrijf wanneer ik zeg dat er zich gebeurtenissen voltrekken van een ongekende omvang. Aan alle kanten van de Arantische Oceaan is er een ontwikkeling gaande die, excuseert u me mijn taalgebruik, de wereld weldra in vuur en vlam zal zetten. Ik doel hier op het volgende. In de grote rijken der wereld- Darlassia, Westkroon, de Federatie; ik noem er slechts enkele- is er steeds meer de roep om de uitbreiding van het grondgebied. Ik geloof dat de beweging afkomstig is uit Tevaria. Zelfs op dit moment, ja, terwijl u daar zit en ik hier sta, varen dappere mannen vanuit alle hoeken van de wereld uit naar verre landen. Hun doel? Welnu, waarde dames en heren. Hun doel is het verkennen van het onverkende. Het veroveren van het onveroverde. De staten der wereld kunnen zich niet eeuwig blijven uitbreiden op het land dat al het hunne is, dus zoeken ze het avontuur op voorbij de golven. De ontdekkingsreizigers stichten- en ik spreek enkel de waarheid wanneer ik u dit zeg- kolonies op de plekken waar ze aan land gaan. De kusten van de Verboden Landen, het schiereiland Telchora, de donkere jungles van Panthessea, en zelfs, kunt u het geloven, de Scherven in het zuiden! Het is een enorme onderneming, dat kan ik u vertellen. Werkelijk gigantisch.
 Geachte leden van de Vergadering. Zoals we allemaal weten- althans, dat neem ik aan- is verandering onvermijdelijk. Zowel de wetenschappers als de filosofen bevestigen dit, en wanneer die twee groepen het zo grondig met elkaar eens zijn, is het niet langer te ontkennen dat het gestelde een simpel feit is. We zijn een kleine staat. Ik weet dat sommigen dit slechts schoorvoetend toegeven, en dat anderen het ronduit ontkennen; maar het is cruciaal om de waarheid onder ogen te zien. Ons grondgebied is beperkt. Op dit aspect staan we sterk in contrast met onze vijanden, die vele malen meer land- en derhalve vele malen meer hulpmiddelen- ter beschikking hebben. Wij, de mannen van de Republiek, hebben vele jaren lang hard gewerkt om onze droom een waarheid te maken. Maar als we vandaag niet meegaan in de stroom door het avontuur aan te gaan, hoe onoverbrugbaar de obstakels op het eerste gezicht ook mogen lijken, is het onvermijdelijk dat al die macht en invloed die we zo zorgvuldig hebben opgebouwd, uiteindelijk jammerlijk verloren gaan. Ik noem mezelf graag een man met mensenkennis, en op dit moment denk ik in uw ogen te zien dat u geenszins van deze pessimistische toekomstvisie bent gediend. Geloof me, mijn waarde broeders: ik ben dat ook niet! Ook ik heb lang gestreden om de Republiek op de kaart te zetten als een macht om rekening mee te houden. Ik heb ervoor gevochten, ik heb ervoor geleden, ik heb ervoor gebloed- en wel aan uw zijde! Hopelijk herinnert u zich nog die talloze dingen die ik voor ons allen heb gedaan. Zonder mijn inspanningen zouden we hier vandaag wellicht niet eens zitten, dat kan ik u wel vertellen.
 Daarom vraag ik u nederig om uw vertrouwen in mij te plaatsen wanneer ik deze woorden spreek. Ik ben van mening dat we moeten uitgaan van de algemene wijsheid van onze collega’s in het buitenland. Wij zijn, als u me het gebruik van deze metafoor vergeeft, slechts druppels in een oceaan. En zoals een wijs man eens zei: als je een druppel bent, dan ga je met de stroom mee. De Republiek moet, mijn geachte metgezellen, de richting van zijn blik aanpassen wanneer de storm is gekomen; anders zal ze weggeblazen worden door de wind der verandering. Om deze redenen stel ik het volgende voor. De Himlastrepubliek moet direct beginnen met het koloniseren van de zuidelijke delen van de Verboden Landen. Er is, zo heb ik met grote vreugde mogen aanschouwen, geen gebrek aan grondstoffen of hulpmiddelen in onze prachtige staat. Een bepaald percentage van de vloot zal, uiteraard met de toestemming van de geachte leden van de Admiraliteit- onmiddellijk worden geherstructureerd, zodat de schepen en de kapiteins goed voorbereid zijn op alles wat de onbekende landen waar ze naartoe varen te bieden hebben. Op deze manier kunnen wij onze macht en invloed uitbreiden zelfs voorbij de golven; en van de rijkdom die onvermijdelijk zal volgen, zal ieder hardwerkend burger profiteren! Is dat niet de ultieme droom van iedere staatsman, welvaart voor iedereen? Voor mij is het dat in ieder geval wel, en ik weet dat velen van u die mening met mij delen. Ik beloof u het volgende: het stichten en onderhouden van overzeese gebieden zal ons niets dan voordelen brengen. Dat kan ik met zekerheid zeggen; ik zou de Republiek zelf verraden als ik hier nu leugens of onwaarheden verkondigde.
 Beste dames en heren. Ik merk dat er nog immer onduidelijkheid heerst over hetgeen dat ik voorstel. Het uitbreiden van onze macht naar verre gebieden die ons compleet onbekend zijn, lijkt een zeer risicovolle onderneming. Maar ik kan u het volgende vertellen- en dit weet ik uit ervaring-: het leven is waardeloos zonder risico’s. Ik vraag u nederig om zich een voorstelling te maken van een wereld zonder gevaren. Uiteraard kan ik niet precies weten wat u ziet als u uw ogen sluit; maar ik, dames en heren, ik zie een wereld die al haar levendigheid is verloren. Alle enthousiasme, alle passie is uit de mens gezogen zoals een vampier het bloed uit zijn slachtoffer zuigt wanneer de duisternis is gevallen. De aarde die de onze is, is een oninteressante, geenszins opwindende plek geworden waar zelfs de meest grandioze onderneming nauwelijks boven het alledaagse uitstijgt. Ik vraag u dit: zou u in zo’n wereld willen leven? Zoals ik zei, ik kan uw gedachten niet lezen- maar ik kan natuurlijk altijd nog een gokje wagen. Een leven zonder risico’s is, samengevat, slechts een half leven. Ik ben me volledig bewust van de gevaren die de tochten die ik voorstel met zich mee zullen brengen. Ik ben, dat weet u wellicht van me, een man die allereerst naar de praktische zaken kijkt- en in dit geval zie ik voornamelijk risico’s, zoals u al met recht aangeeft. Maar zonder verdriet kan er geen vreugde bestaan. Zonder opoffering geen verlossing. Zonder licht geen schaduw. Iedere overwinning komt met een nederlaag. Het is een feit, mijn vrienden. Een wet van de wereld die de onze is.
Laatst gewijzigd door JochemCommissaris op wo nov 22, 2017 1:31 pm, 1 keer totaal gewijzigd.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Beschaving

wo nov 22, 2017 1:28 pm

 U zou nu misschien kunnen denken dat mijn toespraak over deze kwestie ten einde is, dat ik niets meer te vertellen heb en klaar ben om u terug naar huis te sturen. Maar vrees niet, geliefden, want die tijd is nog niet gekomen! Ik wil namelijk het volgende nog behandelen voordat ik dit podium verlaat- en dit vraagstuk is geenszins onbelangrijk genoeg om er niet over te spreken. Het is mij, door loyale en strikt betrouwbare bronnen, ter ore gekomen dat er ook weerstand is tegen de overzeese expansie. Dit kan ik begrijpen- het ligt immers in de natuur van sommige mensen om zich te verzetten tegen verandering, ook al is die veranderlijk onvermijdelijk. Maar ik kan het niet accepteren! Absoluut niet. Laat ik u het volgende zeggen, waarde collega’s, voordat ik verder inga op de argumenten die onze tegenstanders aanvoeren. Ik keer mijn rug naar deze zwakte! Zoals ik u net al verteld heb, heb ik gezien dat het leven bestaat uit risico’s en gevaren. Jezelf met opzet onttrekken aan die zaken staat in mijn ogen gelijk aan lafheid, en lafheid is in de mens een karaktereigenschap die koste wat het kost vermeden dient te worden. Wanneer men zich zorgen gaat maken over de kleine dingen, verliest men het hogere doel uiteindelijk uit het oog. Ik heb, zoals u weet, enkel het beste met de Republiek voor; en daarom weiger ik haar over te laten aan een kwaad lot. Om stevig te staan in de naderende storm, om onszelf te verzekeren van een prominente plek op het wereldtoneel, moeten we sterk zijn. We moeten kracht tonen, en zeker nu. Dit is een tijd van avontuur, mijn vrienden. Een tijd van ontdekking en van verrijking. Ik weet dat het een hele opgave lijkt. Ik weet dat er wel erg veel nadelen aan lijken te kleven, nadelen die een schaduw werpen over de voordelen. Maar ik herhaal: we moeten sterk zijn! We mogen het niet toelaten dat twijfels ons pad naar grootsheid blokkeren. Daarom hoop ik- en als ik hoop, dan hoop ik met heel mijn hart- dat u de waarheid van mijn woorden ziet wanneer ik u het volgende vertel. wanneer ik u het volgende vertel.
 Dames en heren. De lafaards waar ik zojuist over sprak, de mensen die het avontuur met opzet uit de weg gaan uit angst voor tegenslag, die willen ons afleiden van ons doel. Ze zeggen dat het slecht- ja, dat hoort u goed: slecht, of misschien zelfs ronduit kwaadaardig- om kolonies te stichten aan onbekende kusten. Men wil u laten geloven dat het immoreel is om onze macht uit te breiden, zeker wanneer die uitbreiding ten koste gaat van anderen. Welnu, ik zeg u dit: ik keer mij ten zeerste tegen deze dwaasheid! Wat onze vijanden over het hoofd zien, is het feit dat we de inwoners van het onverkende gebied, de volkeren die we zogenaamd zouden benadelen, door onze uitbreiding juist een plezier doen. Ja, dat hoort u goed! De woorden die u uit mijn mond hoort komen, die zijn geen illusies of hersenspinsels! Door onze heerschappij uit te breiden, bewijzen we de inheemse volkeren van die verre landen een enorme gunst. Want zeg me eens, mijn waarde vrienden: is de gift der beschaving niet het grootste geschenk dat gegeven kan worden? Dienen we niet als helden gezien te worden wanneer we, enkel vanuit de goedheid van onze harten, de bewoners van die verre landen uit de donkere tijden slepen en hen het licht laten zien? Met de dingen die de rijken der wereld nu aan het doen zijn, word ik bijna gedwongen hen uit te roepen tot weldoeners! Want beschaving, dames en heren, beschaving is het hoogst begeerbare doel dat er is. Wij hebben dat doel lang geleden bereikt- althans, zo zie ik de zaken- dus aan onszelf hoeven we niet meer te werken. Maar dit betekent niet dat we simpelweg stil moeten zitten en voor de rest van ons leven onze stoel niet meer moeten verlaten. Neen! We moeten onze kennis en onze wijsheid verspreiden, want anders zal het jammerlijk verloren gaan en zullen we grote inspanningen moeten leveren om tot nieuwe wijsheden te komen. Wij zijn mannen en vrouwen  die de korte weg boven het slingerende pad verkiezen. Daarom moeten we ons nu lichtelijk inspannen, zodat we straks niet bezwijken onder het gewicht van onze lasten. Ik weet wat ervoor gedaan moet worden om onze grootsheid te behouden, en ik ben bereid om zowel mijn eigen leven als dat van anderen ervoor op te offeren! Dat kunt u wel van mij verwachten; u heeft mijn woord!
 Ik zal u het volgende zeggen, geachte leden van de Vergadering. De beschaafde volkeren hebben een plicht tegenover de barbaren. Dit is mijn overtuiging, en ik kan u met het volste vertrouwen vertellen dat mijn overtuigingen nagenoeg altijd juist zijn. Wij, de verlichte rassen van deze aarde, hebben een opdracht gekregen. We hebben, geloof het of niet, een verantwoordelijkheid tegenover de heidenen van de Verboden Landen. Ja, een verantwoordelijkheid, beste mensen! Het is onze taak, onze heilige- let wel: heilige!- plicht om het licht te laten schijnen daar waar haar stralen de koude aarde nog niet hebben verwarmd. God heeft ons kennis, wijsheid en rijkdom geschonken, en heeft gereedschappen achtergelaten waarmee we Zijn wil kunnen verspreiden over de hele wereld. Lang hebben we deze hulpmiddelen op tafel laten liggen, en ze zijn misschien wat stoffig geworden- maar voor ons zal dat geen probleem zijn! Wij zijn gezegend met kennis, en het is tijd dat we die gift doorgeven aan de genen die onder ons staan. We mogen de waarheid niet verbergen en voor onszelf houden. Dat zou arrogant en immoreel zijn, en derhalve vreselijk dwaas. Nee, mijn broeders en zusters, nee. De heidenen verdienen het om de glorie van het juiste pad te aanschouwen en rond te lopen in het licht, zelfs al denken ze dat ze dat niet willen. Ze zijn nu dan wel barbaars en onbeschaafd, maar wie zegt mij hoe ik hen daarvan de schuld kan geven? Je straft een blinde toch ook niet voor zijn blindheid? Als iemand in deze zaal wijsheid heeft te delen over de kwestie die ik hier op tafel leg, dan hoor ik het graag!
 Dames en heren. Wanneer u mij zegt: “De Verboden Landen zijn vervloekt, en daarnaast zijn ze verlaten door de Heer”,  dan zou ik u volledig gelijk moeten geven. Want het is nu eenmaal zo. Ik mag geen onwaarheden vertellen of leugens verkondigen, dus ik kan er niet omheen draaien. De heidenen waar ik zojuist over sprak, die leven in een wereld van leed en duisternis. Ze kruipen rond in de modder op de bodem van een put; en die put, die hebben ze zelf gegraven! Ze buigen het hoofd voor valse priesters, valse profeten en valse goden, duivelse gedrochten in de ogen van onze genadige Heer. En ik zal er, als u het mij toestaat, nog een schepje bovenop doen. Er zijn daar zelfs personen die- en het is enkel de waarheid die ik hier spreek- geen enkele god aanbidden! Ze denken dat het volstaat om simpelweg de heerschappij van de vorst te volgen en te aanvaarden, zelfs al heeft die vorst niet de zegen van de hemel. Ik zie de verschrikking in uw ogen, en ik zeg u dit: ik voelde dezelfde pijn in mijn hart toen ik dat vreselijke nieuws hoorde! Maar toch is het zo, vrienden. De bewoners van de nieuwe wereld kennen niet de glorie van de Gulden Weg; waar wij rondwandelen in het licht, daar zitten zij gevangen in de schaduwen. En dit, dames en heren, dit is werkelijk zonde! Een tragedie op ongekende schaal! Ze zijn daar verdwaald, beste mensen, en zonder hulp zullen ze het juiste pad nooit vinden. Kunt u zich het niet voorstellen hoe het daar moet zijn? Het is er hels, daar in de Verboden Landen, dat weet ik zeker! Hoort u niet de schreeuwen van de stervenden, de pijn van de gemartelden, het leed van de bestraften? Eeuwig huilen zij, want eeuwig duurt hun boetedoening. Wanneer ik mijn ogen sluit en me een voorstelling maak van de wereld zoals die aan de andere kant van de oceaan is, dan kan ik niets anders doen dan in elkaar te krimpen van pijn. Ik zie vreselijke dingen! Broeders die elkaar de kelen doorsnijden, vrouwen die mishandeld en misbruikt worden, zuigelingen die hun eerste jaar vaak niet eens overleven, kinderen die worden gedwongen in oorlogen die de hunne niet zijn! Ik zie een pasgeboren jongetje, naakt en hulpeloos, in een houten mandje achtergelaten in de diepe jungles omdat zijn moeder niet voor hem kon zorgen. Ik zie legers en strijdmachten het land plunderen en verbranden, en overal waar ze gaan een spoor van vernietiging achterlaten. Ja, beste mensen: het leven in de Verboden Landen moet werkelijk verschrikkelijk zijn! Maar hetgeen dat mij het meest emotioneert, dat bij mij zowel woede als groot verdriet oproept, is het pijnlijk zichtbare feit dat zij blind zijn voor hun leed. Ze zitten gevangen in de duisternis, maar zien niet eens hun tralies. Ze plaatsen hun vertrouwen in duivelse goden en leugenachtige profeten, maar  weten niet dat dat vertrouwen ongegrond is en enkel tot teleurstelling zal leiden. Ach, wat een grenzeloze tragedie!
 Dit is waarom wij hen moeten verlichten. Dit is waarom wij hun de waarheid moeten laten zien, waarom wij hen moeten moeten bevrijden van hun ketenen. Want zelfs al aanbidden zij valse godheden die in onze alwetende ogen afschuwelijk en afgrijselijk zijn, onze Heer is nog altijd een goed god! Hij houdt van al zijn onderdanen, dat moge duidelijk wezen. Hij wil niet dat de zondaars branden in de vuren van de Verdoemenis, maar wil juist dat men door middel van het geloof in Hem het eeuwige leven verkrijgt. Daarom heeft Hij, in alle grenzeloze wijsheid die stervelingen als ons compleet te boven gaat, de Republiek uitgekozen om de heidenen te redden van eeuwig lijden. Ziedaar de heilige plicht waarover ik spreek! Wij mogen dan wel klein van oppervlak zijn, maar God heeft ons grootse gereedschappen gegeven om Zijn wil mee uit te voeren. En Zijn wens is, waarde leden van de Vergadering, Zijn wens is dat alle volkeren der wereld bevrijd worden van de onderdrukkende ketenen van bijgeloof en zedeloosheid. Wanneer aan het einde der tijden de Hoorn Gods dan klinkt en Hij alle zielen oproept naar zijn poorten te komen, wil hij iedereen in Zijn Koninkrijk kunnen opnemen. Want u weet: onze Heer is een god wiens hart vervuld is van grenzeloze liefde! En die liefde, heb ik gemerkt, die geldt zelfs voor degenen die Zijn licht nog niet gezien hebben. Ik vond het ook moeilijk te geloven, zoals u dat klaarblijkelijk ook vindt. Maar ik herinner u eraan: wij zijn slechts mensen! Stervelingen! Wie zijn wij om tegen het goddelijke woord in te gaan? Ik vraag u dit. Zijn de lessen van de Heer niet het grootste goed op deze aarde? Is er iets dat boven de allesomvattende macht van God uitstijgt? Het antwoord dient duidelijk te zijn: nee! Niets is groter, sterker of belangrijker dan Zijn glorie. Dit is de reden dat ons deze taak is gegeven, deze grenzeloze verantwoordelijkheid. God weet dat het arrogant zo zijn, ronduit egoïstisch zelfs, om de dwalenden niet te behoeden van een eeuwigheid in de Verdoemenis. Want dat is wat hen te wachten staat wanneer wij geen stappen ondernemen om hun blik van richting te veranderen en hen op het juiste pad te zetten! Zou u dat op uw geweten willen hebben? Zou u willen leven met de kennis dat een medemens, een persoon wiens hart in feite onschuldig is aan elke vorm van zonde, brandt in de vuren van de hel, enkel omdat u niet heeft ingegrepen? Ik herhaal: we mogen de waarheid niet verbergen en voor onszelf houden. De Heer wil dat Zijn glorie wordt verspreid, dus dat zullen we doen! We zijn immers allemaal volgers van de Gulden Weg, het enige juiste geloof. Deze onderneming zal ons verlossing brengen, broeders en zusters. God zal tevreden met ons zijn wanneer hij ziet dat we de opdracht die Hij ons gaf met volledige overtuiging hebben uitgevoerd. Is dat niet de droom van ieder fatsoenlijk man, de goedkeuring van de hemel? Voor mij is het dat in ieder geval wel, en ik vermoed dat voor u hetzelfde zal gelden.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Beschaving

wo nov 22, 2017 1:30 pm

Geachte leden van de Vergadering. Ik wil nog één laatste kwestie aankaarten voordat ik mijn toespraak dan toch echt afrond. Dit vraagstuk is er een die in alle ernst behandeld dient te worden; daarom vraag ik u opnieuw om uw volledige aandacht. Wanneer we dan aankomen aan de kusten van de Nieuwe Wereld en daar de vlag van de Republiek in de grond planten, is het cruciaal om onze heerschappij onmiddellijk sterk te bevestigen. We moeten onszelf opstellen als soevereine heersers van het veroverde gebied, en mogen in de kolonies geen enkel ander leiderschap toestaan. Dit is een vereiste! Als onze heerschappij zwak is, dan zullen wij ook zwak lijken, en dan zal de bevolking razendsnel overgaan op verzet. Dames en heren: dat kunnen we niet laten gebeuren! Dit is onze heilige plicht, en zoals elke opdracht moeten we deze onderneming met kracht en standvastigheid aanpakken. Dat betekent dus, in meer praktische termen gesteld, dat we de bevolking- die nu onderdeel uitmaakt van de Republiek; een bemoedigende gedachte als je het mij vraagt!- spoedig aan het werk moeten zetten. Dit is een vereiste, mijn vrienden. Want zoals u weet: door arbeid komt men dichter tot God. Het is een lange trap die men moet beklimmen om bij de poorten van Zijn Koninkrijk aan te komen. Zwakke benen zullen de treden niet kunnen bedwingen. Door de ongelovigen aan het werk te zetten, worden die gedwongen om stappen te zetten in de juiste richting. Want, zoals u wellicht allemaal weet: de ziel heeft nu eenmaal behoefte aan arbeid. Wanneer een mens niet werkt, maar in plaats daarvan lui neerploft op zijn stoel, dan zal hij erachter komen dat zijn pad niet naar boven leidt, maar naar beneden! Naar de vuren van de Verdoemenis, in al zijn oneindige verschrikkelijkheid! Willen we onze medemens dat aandoen? Het lijkt me van niet. Daarom mogen wij hen de arbeid niet weigeren. Nee, integendeel: we moeten hen er zelfs in tegemoet komen! Zelfs hier op aarde kan men al een steentje bijdragen aan Gods Koninkrijk in de hemel. Wij zijn mannen en vrouwen van het verstand: wij werken van achter onze bureaus en vanuit de zaal van een kerk of de duisternis van een tempel. Maar de simpele mensen van deze wereld- en dat zijn er, daar kunnen we het denk ik allen over eens zijn, heel wat-, die moeten fysieke arbeid leveren om verlossing te bereiken.
   Het is mij ter ore gekomen dat onze collega’s in het buitenland- en dan voornamelijk Westkroon, heb ik me laten vertellen- gebruik maken van onbetaalde arbeid in hun kolonies. Tevens heb ik gehoord dat er verzet is tegen deze manier van aanpak, die velen de benaming slavernij geven. En deze weerstand, moet ik u met groot verdriet mededelen, lijkt voornamelijk afkomstig te zijn uit onze eigen Republiek! Ik zal het eerlijk zeggen: ik ben enigszins teleurgesteld. De denkwijze zal wel voor het grootste deel afkomstig zijn uit de zuidelijke lidstaten, waarvan we allemaal weten dat ze af en toe wat vreemde ideeën hebben. Maar toch. Laat mij u het volgende zeggen, voordat ik u allemaal de hand schud en u een goede nachtrust wens. Dat wat ze zeggen over de slavernij, dat noem ik dwaasheid. De ongelovigen mogen blij zijn dat wij ervoor kiezen om hen te laten werken in onze kolonies. We hadden ze ook simpelweg uit kunnen roeien en onze torens en kastelen bouwen naast de brandende assen van hun hutjes en tentjes; maar dat doen we niet, en dat is uit de goedheid van ons hart. De Heer zou zo’n grootschalige slachtpartij nooit toestaan. Door hen onder onze hoede te nemen, beschermen wij hen tegen kwade invloeden. Er zijn, zoals ik regelmatig heb ondervonden, allerlei krachten die ons van het juiste pad af proberen te duwen. Ons geloof is sterk, en zal niet instorten; maar het geloof van de slaven, dat is nog zwak en kan makkelijk gebroken worden. Het is onze taak om hen hiervan te beschermen. Iedereen heeft immers meesters nodig. God heeft ons superieur gemaakt ten opzichte van alle anderen, en daarom moeten wij op hen neerkijken en moeten zij naar tegen ons opkijken. Het is de wil van de Heer, en zoals u allen weet is het de heilige plicht van de Republiek om de wil van de Heer uit te voeren!
 Dames en heren. Vrienden, kameraden, metgezellen. Waarde, geachte leden van de Vergadering. Het is met pijn in mijn hart dat ik het volgende aankondig. Het einde van mijn toespraak nadert. Spoedig zal ik van dit podium afstappen, en zal ik een warm bed opzoeken om de woorden te overdenken die ik vandaag heb gesproken. Maar vrees niet, beste mensen! Ik zal u niet compleet verlaten. Als er iets is dat ik ben, dan is het in de eerste plaats wel betrouwbaar. Als Minister van Expansie heb ik de eer om alle overzeese activiteiten waar te nemen en te overzien. Indien u de hulp van het Ministerie nodig denkt te hebben wanneer u, gegrepen door de waarheid van mijn woorden, het avontuur aangaat, aarzel dan niet om te schrijven. Ik ben altijd beschikbaar, en werk hard!
 We staan aan de vooravond van iets groots, mijn vrinden. Een omwenteling die de wereld op z’n kop zal zetten- en dan overdrijf ik niet. Wij zullen, met een beetje moeite, aan kop lopen in de vooruitgang. Dit is, voor ons allemaal, een kans om onze stempel- de stempel van de Himlastrepubliek- op de geschiedenis te drukken. Ik weet dat het een grootse onderneming is. Daar ben ik me volledig van bewust. De woestenijen van de Verboden Landen en de duistere kusten van Panthessea zijn wild, mysterieus, onaangeraakt. De Nieuwe Wereld lijkt angstaanjagend, misschien zelfs verschrikkelijk genoeg om je je om te laten keren en terug te varen naar de veiligheid van de Republiek. Ik begrijp dat standpunt volledig, maar ik deel die mening niet. Ik zie het als een kans. Een kans om nog groter te worden dan dat we al zijn. Een kans om zo hoog te stijgen dat we de sterren kunnen aanraken. De gevaren zijn groot, waarde collega’s. Dat geef ik toe. Maar onthoud: zonder risico’s is het leven zinloos! We moeten sterk zijn in de storm die komen gaat. We moeten daadkracht en standvastigheid tonen, zowel tegenover onszelf als tegenover de rest van de wereld.
 Ik hoop met heel mijn hart dat mijn woorden u de moed hebben gegeven die nodig is. Ik verwacht veel van u, mannen en vrouwen van de Republiek. Laat dat duidelijk wezen. Als u nu huiswaarts keert, weet dan dat de toekomst in uw handen ligt. Als u terugkeert naar de veiligheid van uw eigen bed, onthoud dan dat u de wereld voor altijd kunt veranderen. En als u klaagt over hoe groot de inspanning lijkt, herinner je dan dat de beloning nog veel groter zal zijn.
 Waarde leden van de Vergadering. Ik heet u allen zeer welkom!
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 487
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Beschaving

di nov 28, 2017 3:13 pm

Weer een goed bedacht en geschreven verhaal van je JochemCommissaris.

Wel een lang voorwoord bij een vergadering, zal er in slaap van vallen hahaha.
Gebruikersavatar
Libelle
Kroontjespen
Beheer:
Berichten: 197
Lid geworden op: di okt 17, 2017 6:59 am

Re: Beschaving

do dec 07, 2017 1:17 pm

Wat een retotica, hoevelen zijn daar in het verleden niet ingetrapt en hoevelen zijn daar niet de dupe van geworden, Prachtig betoog, proficiat Jochem :D
Mijn verstand breng mij van A naar B, mijn verbeelding voert mij overal.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 719
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Beschaving

zo feb 03, 2019 6:48 pm

Mooi betoog. Ik had wel een beetje het gevoel dat de spreker steeds van zijn punt afdwaalt om daarna er weer op terug te komen. Dat werd versterkt doordat je in deze dialoog ook gelijk de wereld probeert te tonen. Wat logisch is, anders weet de lezer niet waar het overgaat. Maar voor mij was het iets te veel informatie binnen de dialoog.

Maar het is goed geschreven :) Vraag me af of hij/zij ze allemaal heeft weten te bereiken en ze hem zullen volgen.
It always seems impossible until it's done. Keep writing!

Terug naar “One-shots”