Het slingerende pad

Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Het slingerende pad

zo okt 01, 2017 9:26 am

GEEN WEG NAAR BUITEN.
GEEN WEG NAAR BUITEN.
GEEN WEG NAAR BUITEN.
GEEN WEG NAAR BUITEN.
GEEN WEG NAAR BUITEN.

Vervloekt. Vervloekt! Ik zit opgesloten, hier in dit woud. Ik zit gevangen in een naamloos bos in een verlaten uithoek van de wereld, onbetekenend en vergeten door iedereen. Ik word vergezeld door enkel de afgestorven stammen van de dode bomen, het krakende gras onder mijn voeten, de raven in de lucht, de bleke maan in de hemel- en natuurlijk de schaduwen. Ja. De schaduwen. Ik voel hun aanwezigheid. Ze zijn overal om me heen, houden me in de gaten bij iedere stap die ik zet. Normale mensen zouden ze niet zien, maar ik heb de beste ogen aan mijn kant van de Arantische Oceaan. Ik weet wanneer er iets aan de hand is. Ik herken het kwaad als ik het zie. De schaduwen zijn mijn enige reisgenoten in dit woud, de enige metgezellen die bij me staan wanneer ik aan de tralies van mijn gevangenis rammel. Ze zijn er de hele tijd, daar in het struikgewas. Ze verbergen zich. Gestaltes die langs me heen schieten, gezichten die me aanstaren. Zodra ik me naar hen toe draai of te dicht nader, verdwijnen ze; maar ik weet dat ze er zijn. O ja.
 Noem me maar gestoord. Misschien ben ik dat ook wel. Eén ding weet ik echter zeker: het is dit woud. Terwijl ik doelloos over de heuvels en door de rivierdalen zwerf, niet langer wetend welke kant ik op ga, voel ik dat het een invloed uitoefent op mijn geest. Ik weet niet precies hoe het kan, maar ik ben er zeker van dat er hier krachten zijn die zelfs mijn begrip te boven gaan. Ik ben niet bang van het donker, of van de duisternis. Dat ben ik ook nooit geweest. Maar dit? Dit is volledig anders. De wouden doen iets met me. Ik weet het, net zoals ik weet dat mijn naam Tara is. Het ligt in de huilende wind, de krassende kraaien, de dode bomen, de donderende wolken, de eindeloos vallende regen. Ik zeg het niet graag, maar ik voel me allerminst op mijn gemak. Ik ben niet meer de vrouw die ik was bij mijn vertrek uit Kainere. Er is iets in mij veranderd, hoewel ik niet weet wat. Ik verafschuw het gevoel.
 Fluisteringen. Stemmen. Ze zijn overal. Vage woorden worden meegedragen op de wind, door de bladeren, over het water. Ik kan er niet aan ontsnappen. Ik hoor ze, in mijn hoofd. Ze spreken tegen me. Ze zijn niet altijd even duidelijk, maar over hun aanwezigheid mag geen twijfel bestaan. Ze gebieden me verder het woud in te gaan, richting mijn lot. Kom, Karasethe, zeggen ze dan. Jouw bestemming ligt in de duisternis. Omhels je lot, en je zal alles hebben. Het is moeilijk om de fluisteringen te negeren, zeker omdat ik ze constant hoor. Het aanbod dat ze doen, klinkt heel verleidelijk. Macht, liefde, avontuur, rijkdom, het eeuwige leven. Ik hoef er enkel maar mijn hand voor uit te steken… Maar nee. Ik zal niet breken. Ik heb het gezicht van verraad al vaak genoeg gezien, en ik denk me te herinneren dat het een spuuglelijk gezicht was. De stem van het kwaad mag dan wel honingzoet zijn, maar ik ben niet dom. Ik ben niet blind, hoewel ik daar niet altijd even zeker meer van ben. Ik zal me niet laten verleiden.
 Soms vraag ik me af waarom ik hier nu eigenlijk ben. De helft van de tijd kan ik me niet eens meer herinneren welke dwaasheid het was die me naar deze godsvervloekte plek heeft gevoerd. Maar dan denk ik weer aan het paniekerige gezicht van Seban, de rekruut die ik ontmoette in de door maanlicht verlichte straten van Kainere. Ik denk aan de doodsschreeuwen van de ridders in het koninklijk leger, massaal afgeslacht door de schaduwkrijgers op de vlaktes voorbij het dorp. Ik denk aan de gestoorde lach die zelfs in de herberg nog te horen was. En ik denk aan de manier waarop kapitein Jassil naar het slachtveld onder hem keek alsof de wereld voor zijn ogen ten einde was gekomen. Ik voelde dat er iets aan de hand was, zelfs in de straten van Kainere al. Het woud had mensen op opgeschrokt. Onschuldige mensen. Ik ben niet iemand die rustig aan het vuur zit terwijl de fundamenten van de aarde om me heen instorten en het kwaad vrij spel heeft in het koninkrijk van de sterfelijken. Ik móest iets doen. Ik moet blijven vechten; het is de enige manier om te voorkomen dat ik word zoals mijn dwaze ouders, die in plaats van zwaarden enkel pollepels vast kunnen houden en zich niet realiseren dat ook vrede is gesmeed in bloed. Ik zag het als een verplichting.
 Nu wens ik echter dat ik mijn trots en besef van eer voor één keer voor me had kunnen houden. Ik ben geen held. Ik ben geen Stormer. Ik ben zelfs geen huurling meer. Waarom zou ik de bewoners van dit zielige dorp helpen? Ik heb geen verplichtingen tegenover hen. Dit soort dingen gebeuren overal, elke dag, ieder moment. De Cirkelen zullen niet plotseling stoppen met draaien als ik me nu omkeer en mijn tocht naar het zuiden voortzet. Ik zou willen dat ik dit woud gewoon achter me zou kunnen laten en dit hele voorval kon vergeten. Maar iets houdt me hier. Hier, in dit doolhof van duisternis waar geen ontsnappen uit mogelijk is. Ik speel een schaakspel met de schaduw, ik dans een dans met de dood. Ik weet niet wat het is dat me hier houdt, maar ik zit gevangen. Dat staat in ieder geval vast. En voorlopig zie ik nog geen mogelijkheid om te ontkomen aan het onvermijdelijke kwaad dat me opwacht.
 Er is geen weg naar buiten. Er is geen weg, en er is ook geen buiten. Als je hier eenmaal bent, dan kom je er nooit meer uit. Althans, dat is mijn vermoeden. Die arme Leruan Atyr keerde wel terug naar het dorp, maar we weten allemaal in wat voor staat dat was. Naakt, gewond, het bleke gezicht van de dood verscholen in haar ogen. Ik vraag me af of mij hetzelfde lot staat te wachten. Bevrijding aan het einde van het pad, beloven de stemmen me. Die bevrijding, is dat de dood? Ik kan me moeilijk voorstellen dat de kwade kracht die hier huist me ooit nog zal laten gaan. Straks ben ik dood, en dan ligt mijn lichaam in een naamloos woud aan de rand van de wereld. Vergeten, verlaten. De naam Karasethe, eens gevreesd aan alle kanten van de oceaan, zal vervagen, en mijn erfenis zal niets zijn dan een spoor van bloed en lijken. Een onbevredigend lot voor een vrouw als ik, na alles wat ik heb gezien en gedaan.
 Maar nee. Dat mag ik niet zeggen. Ik kan de toekomst niet voorspellen; ik kan haar enkel beïnvloeden. Ik denk echter dat ik langzamerhand gek aan het worden ben. Gestoord, doorgedraaid. Gebroken, als je het zo wilt noemen. Ik zie visioenen, weet je dat? Ja. Visioenen van het woud. Ik zie een kampvuur. Acht personen staan om het vuur heen. Jonge vrouwen zitten naakt voor hun voeten, hun blik starend naar het oneindige. Een negende man torent boven de rest uit als een koning op zijn troon; en voor hem zit een vrouw met golvende zwarte haren, een met sproeten bedekt gezicht en gifgroene ogen. Ik weet wie het is. Ik weet wie ze zijn. Ik ren, en het slingerende pad voert me naar een kale heuvel. Op die heuvel staat een eik als een toren van een kasteel, zijn vormen grillig en zijn hout zwak en bleek van ouderdom. De eik fluistert tegen me. Kom, Karasethe. Omhels je lot. Het enige lot dat is, het enige lot dat kan zijn. Jouw bestemming ligt in de duisternis. Bevrijding aan het einde van het pad…
 Noem me maar gek. Je zou volledig gelijk hebben. Enkel een idioot zou de strijd op dit moment voortzetten. Maar toch vervolg ik mijn tocht. Mijn reis door de duisternis, door de schaduwen, door dit eindeloze doolhof. Het woud is een labyrint. De meeste wegen zijn verborgen of onzichtbaar, en de paden die ik wel zie, lijken me nooit naar mijn doel te leiden. Ik zwerf rond, zonder gevoel van richting. De wind blijft waaien. De raven blijven kraaien. De Cirkelen blijven draaien. En ik? Ik blijf maar lopen. Ik zoek iets waarvan ik weet dat het er toch niet is. Ik strek mijn hand uit naar een licht dat enkel schijnt in mijn fantasie. Ik zoek een weg naar buiten terwijl ik weet dat de poorten lang geleden gesloten zijn. En de maan, die glimlacht me constant toe en werpt haar bleke licht over mijn uitgeputte lichaam.
 Geen weg naar buiten. Er is geen weg naar buiten. Er is geen weg, en er is ook geen buiten. Als je hier eenmaal ben, is je ziel nooit meer te redden.
 Werkelijk. Ik geloof dat ik verloren ben.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 485
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Het slingerende pad

ma okt 02, 2017 8:56 am

Mooi verhaal heb je geschreven voor de wedstrijd JochemCommissaris, de spanning bouw je goed op met het eerste stuk.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Het slingerende pad

zo okt 08, 2017 11:16 am

Spannend verhaal, ook best wel een duistere. Wat ik leuk vind is dat het een totaal andere invalshoek heeft dan je zou verwachten. Bij een doolhof denk je toch al gauw aan eindeloze slingerende paden. Maar inderdaad je kunt ook dwalen in het midden van een woud.

In het begin zegt de ik-persoon 'zowaar mijn naam Tara is', maar later lijkt haar naam 'Karasethe' te zijn. Is de een, een soort koosnaam en de andere de naam van een Stormer? Je maakt me trouwens erg nieuwsgierig naar dat leven als Stormer, wat dat inhoud en wat ze daarvoor heeft gedaan.
Ik weet wie het is. Ik weet wie ze zijn.
Ik heb geen idee wie dit moeten zijn, haha. De dood wellicht?

Het allerlaatste zinnetje vond ik erg sterk, dat is een zeer goede afsluiting voor het einde. Je bouwt er goed naar toe, maar dat zinnetje onderstreept nog eens in wat voor hopeloze situatie ze zich bevindt. Goed geschreven!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Re: Het slingerende pad

zo okt 08, 2017 1:31 pm

Dankjewel voor je reactie!
Kun je je mijn verhaal "Naamloos" nog herinneren, @Maaike? Dit verhaal is namelijk een soort herschrijving van een stuk uit Naamloos! :lol:
Over Tara en Karasethe. De hoofdpersoon heet Tara. Karasethe is een bijnaam die ze heeft gekregen in de tijd dat ze nog een gevreesde huurmoordenares was. Ze was beroemd over de hele wereld, maar niemand kende haar werkelijke identiteit. Daarom gaven ze de mysterieuze sluipmoordenaar de naam "Karasethe", wat "Vloek der koningen" betekent (omdat ze enkele koningen ombracht).
De Stormers zijn een orde van elitestrijders die over de hele wereld jagen op monsters. Ze zouden in principe neutraal moeten zijn, maar veel Stormers bemoeien zich ook regelmatig met andere zaken dan puur het doden van monsters (vergelijk het met de Witchers als je die saga kent). Tara is nooit een Stormer geweest, en gebruikt de vergelijking om aan te geven dat er geen enkele reden was waarom ze de dorpelingen zou moeten helpen. Ik weet niet precies wat het is waardoor je denkt dat Tara een Stormer is, maar dat is ze dus niet. Hoewel haar beroep als huurmoordenares er wel redelijk dicht in de buurt kwam natuurlijk :D.
"Ik weet wie het is. Ik weet wie ze zijn." slaat op de personen rond het kampvuur. De grote slechteriken van het verhaal.

Als je wilt, kan ik heel Naamloos (het verhaal waarop dit is gebaseerd) wel plaatsen. Ik zat er sowieso al aan te denken om alles gewoon in één keer te plaatsen, natuurlijk wel in hoofdstukken. Er zullen dan echter wel nog wat foutjes in zitten, en de schrijfstijl is wat verouderd (in mijn optiek). Laat maar weten als je er interesse in hebt!
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Het slingerende pad

zo okt 08, 2017 6:40 pm

Ik kan me de titel nog herinneren en heel vaag stukjes. Is al best een tijdje geleden dat ik daar iets van heb gelezen. Altijd leuk om het hier ook te plaatsen en het helemaal te lezen. :D Had je het al af geschreven (als in van begin tot eind, niet zo zeer tot perfectisch niveau)?
Nu wens ik echter dat ik mijn trots en besef van eer voor één keer voor me had kunnen houden. Ik ben geen held. Ik ben geen Stormer. Ik ben zelfs geen huurling meer.
Hierdoor kwam het dat ik dacht dat ze ooit een Stormer was, doordat ze zegt "ik ben zelfs geen huurling meer". Voor mij leest dat ze eerder zichzelf als een held zag en ook een stormer was. Maar nu ze in het woud is, kan ze zichzelf het label huurling zelfs niet meer geven.

Dank je wel voor de uitleg!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!

Terug naar “Gesloten: Het doolhof”