Illusie

Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Illusie

di mei 30, 2017 6:06 pm

Het is afgeraakt, lol. Er waren een aantal stukken waar ik serieus heb moeten schuiven met zinnen, want niets leek aan elkaar te hangen :P . 2352 woorden.



De sparren bogen verontrustend ver door, hun toppen zwiepten heen en weer in de stormwind en lieten Mirken meer dan eens in elkaar duiken.
Hij wierp een blik op de kar schuin achter hem, getrokken door twee stevige paarden. De wagenmenner had zijn handen vol aan het in toom houden van de dieren, die bij elke windvlaag opnieuw dreigden op hol te slaan.
Mirken klopte zacht op de hals van zijn eigen ros. De oren van het dier lagen plat, maar verder liet het zich niet van de wijs brengen. Het had al voor hetere vuren gestaan en had telkens bewezen dat Mirken er met hem een loyale strijdmakker bijhad.
Een oorverdovende donderslag liet de taiga op zijn grondvesten daveren en één van de trekpaarden begon wild te hinniken. Een bewaker stapte af en ging naast het paniekerige dier lopen, het kalmerend door over neus en hals te aaien.
Mirken schudde zijn hoofd. Zijn oren tuitten na die donderslag en het hoge gieren van de wind maakte zijn gehoor er niet beter op. Praten was in dit weer uitgesloten, de woorden vervlogen zodra ze werden uitgesproken, maar hij en zijn mannen werkten al langer samen. Ieder had zijn eigen taak, allen waren ze op elkaar ingespeeld. Woorden waren in crisissituaties allang niet meer nodig.
Hij draaide zich half om in het zadel en liet zijn blik bedenkelijk over een tweede huifkar en een bijhorende groep soldaten gaan. Ze waren met een dozijn, dik het dubbele van Mirkens mannen, en zagen eruit alsof ze na rekrutering in een gracht in slaap waren gevallen, om er pas net voor vertrek weer te worden uitgevist.
Hij zuchtte. Zó erg was het nu ook niet, maar het was duidelijk dat de meesten gras achter de oren hadden. Ze hadden nog nooit een Storm hoeven trotseren, misschien was dit inderdaad hun eerste missie. Een aantal soldaten had de riemen van hun uitrusting verkeerd bevestigd of onvoldoende aangespannen, waardoor er spleten tussen de onderdelen ontstonden. De punt van een pijl, dolk of klauw zou die zwakke plekken snel benutten.
Wie deze groep ook had gehuurd, hij was een idioot als hij dacht dat hij nu veilig was. Een rijke idioot.
Mirken wierp een blik op de huifkar die hij en zijn mannen moesten bewaken en speurde daarna waakzaam het sparrenbos af. Rovers zouden hen nu niet meer lastigvallen, maar de Stormen brachten andere problemen met zich mee. De rondrazende magische kracht wierp overal illusies op, weer en landschap veranderend.
Een bliksemflits sloeg in op een boom in de buurt en Mirken kromp met een vloek in elkaar. De brand die ontstond, werd gelukkig snel door de stortregen geblust.
Nerveus likte de man langs zijn lippen. Een bosbrand konden ze nu echt niet gebruiken. Mocht er ergens een boom vlam vatten en niet ogenblikkelijk gedoofd worden, veranderde de karavaan in door het vuur opgejaagd wild.
Hij vloekte nogmaals, wendde zijn blik af van de nasmeulende spar en richtte zijn aandacht weer op het woud naast de weg.
Het probleem met deze Stormen was dat de illusies geen illusies waren. Ze waren écht, echt zolang de Storm boven het gebied hing. Zodra de magie verdween, zou op de plaats van de neergebliksemde spar weer een gezonde, ongehavende naaldboom staan. Dat nam niet weg dat het de dood betekende voor eenieder die onder een omvallende boomstam terechtkwam. Enkel dingen die zich niet voortbewegen of die geen leven bevatten, werden in hun oorspronkelijke staat herstelt.
Gekrijs dat boven het kabaal van de storm uitkwam, deed Mirken met een ruk opkijken. Wantrouwig hield hij zijn omgeving in de gaten. Ook zijn kameraden hadden het janken gehoord en ze zaten kaarsrecht in het zadel, hand op zwaardgreep of boog. Achter hem verkeerden de soldaten in opperste verwarring, de commandant van de groep schreeuwde onverstaanbare bevelen en ieder liep een andere kant uit. Na een moment van absolute verwarring wisten ze een beschermende formatie rond de koets op te bouwen. Ze waren duidelijk ongerust en keken onafgebroken naar het omringende woud.
Een nieuwe kreet klonk, veel dichterbij dan de vorige, en grimmig trok Mirken zijn zwaard.
De Stormen brachten naast de soms dodelijk illusies nog een ander gevaar met zich mee.
Stormdemonen. Kaynumí.


Nuri schoof ongemakkelijk heen en weer op haar stoel. Hoelang zou deze Storm boven de herberg blijven hangen? Ze werd nerveus van het onophoudelijke gerommel en daarbij wilde ze zo snel mogelijk weer op weg.
Rusteloos wierp ze een blik door het raam. Rondom de herberg was het sparrenbos omgehakt en met gladde, platte stenen had men een soort pleintje aangelegd, waar wagens konden staan zonder in modder weg te zakken. Links van het hoofdgebouw bevonden zich een stal en een eenvoudige smidse.
Ondanks de stortregen en gierende wind was het betrekkelijk rustig in de herberg. De druppels en de ijzige adem bereikten de gebouwen niet en ook de twee wagens die op het plein stonden, bleven droog. Een cirkel van donkere basalt die rond het volledige terrein liep, trok een schild op tegen de Storm en vernietigde alle illusies die er voorbij probeerden te raken. Enkel tegen Stormdemonen bood het geen bescherming. Nuri dook in elkaar toen er in de verte een bliksemflits insloeg en een spar bijna in lichterlaaie zette.
‘Nuri, ben je oké?’ Kaluns stem klonk bezorgd.
Flauw glimlachend keek ze haar broer aan. ‘Gaat wel. De Storm werkt op mijn zenuwen.’
Een donderslag overstemde alle lawaai en Kalun wachtte even voor hij opnieuw sprak. ‘Je went er wel aan. In de herberg zijn we sowieso veilig, de illusies worden door het schild tegengehouden.
‘Dat weet ik wel,’ mompelde Nuri, en ze speurde benauwd de bosrand af, ‘maar wat als er demonen opduiken?’
Kalun haalde grijnzend zijn schouders op. ‘Dan zijn ze achterlijk. Er zijn kruisbogen en schietgaten op het verdiep hierboven en ik ben er zeker van dat de waard en zijn hulpjes allemaal met die kruisbogen overweg kunnen. Daarbij heb ik nog nooit gehoord van Kaynumí die dikke stenen muren opblazen en ook die deur krijgen ze niet zomaar open.’ De deur in kwestie was een zwaar, eikenhouten geval dat met ijzeren banden was versterkt en met drie grendels op slot kon worden gedaan. Kalun tikte zacht tegen de schede van zijn zwaard. ‘En ik ben hier niet de enige die een zwaard kan hanteren.’


Onder de andere gasten in de herberg leek er inderdaad een groepje te zijn dat uit geoefende zwaardvechters bestond. Hun wapens stonden tegen de tafel geleund en ze wierpen waakzame blikken naar buiten.
‘Denk je dat we hier lang vastzitten?’
Kalun krabde nadenkend op zijn hoofd. ‘Wanneer is het echt begonnen - vanmiddag? We zitten hier sowieso vannacht en morgenochtend nog. Waarschijnlijk kunnen we tegen de middag dan vertrekken.’
Ze trok een gezicht. ‘Nog zo lang!’ Ze kreunde en sloeg haar handen voor haar gezicht. ‘We hadden er eigenlijk nu al moeten zijn! Me’ka Lisiana gaat op mijn eerste dag al kwaad zijn.’
Kalun lachte en haalde zijn hand door het haar van zijn zus. ‘Een Storm is een goed excuus, Nuri. Ze kan je niets verwijten, wees gerust.’
‘Ik ga de eerste les missen,’ mompelde ze.
‘Zusje toch.’ Hij schudde meewarig het hoofd. ‘Sommige mensen zijn blij met elke les die ze niét hoeven volgen, weet je.’
‘En sommige mensen willen nu eenmaal wél iets leren,’ protesteerde ze grinnikend.
Gekrijs dat boven al het andere lawaai uitkwam, liet de gesprekken in de herberg verstommen. Iedereen had zijn blik op het woud gericht en wachtte gespannen af.
Een tweede kreet reet de stilte in het gebouw uiteen.
Lijkbleek zakte Nuri onderuit in haar stoel, alsof ze zo onder tafel zou glijden en zich daar zou schuilhouden.
Een man uit de groep krijgers legde zijn hand op het gevest van zijn zwaard.
‘Kaynumí.’


Mirken haalde vloekend uit met zijn zwaard en hakte de kop van het dichtstbijzijnde wezen af. Ook zijn kameraden maakten korte metten met de demonen, ervoor zorgend dat die nooit in de buurt van de huifkar kwamen.
Achter hem had de groep soldaten meer last met de Kaynumí, niet in het minst omdat de trekpaarden van de koets in paniek waren geslagen en naar alles en iedereen trapten. Een soldaat had de teugels vastgegrepen en probeerde uit alle macht de dieren rustig te krijgen, maar werd beloond met een harde duw die hem recht voor de klauwen van een demon wierp. De jongeman had zijn zwaard laten vallen en kon alleen maar toekijken hoe vlijmscherpe tanden op hem afschoten.
Mirkens dolk suisde door de lucht en trof het wezen in de schouder. Jankend sprong het weg van zijn prooi, in blinde woede om zich heen happend. Een pijl, afgeschoten door een lid van Mirkens groep, maakte een eind aan zijn leven.
Van het ene op het andere moment was de rust weergekeerd. Met een snelle blik overzag Mirken de situatie. Vijf Stormdemonen hadden zijn groep aangevallen, twaalf de soldaten. Hij fronste zijn wenkbrauwen. Dat aantal kwam exact overeen met het aantal bewakers, de koetsiers en de mensen die zich in de wagens hadden schuilgehouden niet meerekenend.
Doden waren er niet gevallen, al zag hij dat een soldaat een gemene snee in zijn arm had opgelopen. De rest was er met hoogstens wat blutsen en deuken vanaf gekomen.
De man die door Mirkens dolk was gered, kwam moeizaam overeind en drukte met een vertrokken gezicht een hand tegen zijn zij. Voorzichtig maakte hij een lichte buiging naar Mirken en de boogschutter.
Blijkbaar moest Mirken er nog een paar gebroken ribben bij tellen.
Hij stuurde zijn paard naar voren en spoorde de koetsier tot grotere snelheid aan. Hoe eerder ze een herberg bereikten, hoe beter, voor de illusies of de Kaynumí gemenere streken met hen gingen uithalen.
Een halve zandloper lang draafden ze door, een halve zandloper waarbij de bliksem hun pad verlichtte en de wind hen soms van hun paarden dreigde te rukken.
Mirkens boogschutter kneep zijn ogen tot spleetjes, reed een eind voor de groep uit, hield halt en wees naar een punt in de verte. Met zijn handen maakte hij een kort, welgekend gebaar. Herberg.
Nog geen twintig zandkorrels later kwam het gebouw in zicht. Opgelucht reed de kleine karavaan naar de beschermde plaats toe. Ze zouden eindelijk aan de klauwen van de Storm kunnen ontsnappen. Zelfs een bosbrand zou hen daar niet bereiken. Hun kledij zou drogen zodra ze de cirkel van basalt voorbij waren en het haardvuur zou de kou uit hun lichaam verdrijven.
Er klopte iets niet. Mirken hield in en keek bevreemd naar de herberg. Het uithangbord hing scheef, de zware deur stond op een kier. De meeste luiken waren gesloten en waar hij de ramen wel kon zien, ontbrak de gloed van het licht dat binnen zou moeten branden.
Het gebouw oogde verlaten. Al een hele tijd verlaten.
Mirken slikte. Was de cirkel van basalt gebroken? Ze naderden tot ze zich op slechts een tiental schreden van de cirkel bevonden en hielden halt, niet goed wetend wat nu te doen. Als het gebouw werkelijk al lang leeg stond, was het best mogelijk dat een demon er zijn intrek had genomen. Niemand wilde in zo een krappe ruimte met een beest vechten.
Met opgestoken hand maakte Mirken duidelijk dat de groep moest wachten en langzaam reed hij naar de dikke lijn basalt.
En toen vloog de eerste pijl door de lucht.


Een tweede salvo werd afgevuurd. Nuri drukte zich tegen haar broer aan en keek half angstig, half gefascineerd naar het groepje Kaynumí aan de rand van het woud. De ene demon die de basaltcirkel het dichtst was genaderd, had snel dekking gezocht achter een rots, de andere pijlen ploften onschadelijk op de grond, door de stormwind voorbij de cirkel uit hun baan gerukt.
‘Wat gaan ze doen?’ fluisterde Nuri.
Kalun sloeg geruststellend een arm om haar heen. ‘Als ze slim zijn, druipen ze af. En anders zullen de schutters hen omleggen voor ze dit gebouw kunnen bereiken.’
Nieuwe pijlen werden op de kruisbogen gelegd, maar men wachtte nog met schieten. Zolang het groepje demonen niet dichterbij kwam, waren ze moeilijk te raken.
Met samengeknepen ogen telde Nuri het aantal Kaynumí. Eén achter de rots, vier aan de boomgrens en nog een stuk of twaalf daarachter.


Mirken leunde verdwaasd met zijn rug tegen de koude steen. Een pijl had zijn arm geschampt en was in zijn uitrusting vast komen te zitten. Hij trok het projectiel los en bestudeerde het. Een sparrenhouten schacht en roodgeverfde veren, een standaard kruisboogpijl, het soort dat in elke herberg te vinden was.
Voorzichtig gluurde hij over de rand van het rotsblok heen. Was de herberg dan tóch niet verlaten?
Hij stak zijn hand in zijn zak en haalde er een gladde, eivormige steen uit. Als er wel mensen in die herberg aanwezig waren, dan keek Mirkens groep waarschijnlijk tegen een illusie aan. Hij legde de pijl naast zich op de grond en wierp nog een blik op het gebouw. Omgekeerd zagen de mensen daarbinnen enkel Stormdemonen aan de rand van de cirkel. Hij moest hen ervan overtuigen dat dat níét het geval was.
Met zijn dolk werkte hij het symbool in de steen af, een fijne lijn kervend. De kei begon met een blauw licht te schijnen en Mirken hield het ding hoog in de lucht, zodat de mensen in de herberg het zeker konden zien. De steen scheen steeds feller, totdat hij zijn gezicht moest afwenden om niet verblind te worden, en doofde al na enkele seconden. Van de kei bleef niets dan een hoopje stof over.
Langzaam kwam hij overeind.


Met grote ogen keek Nuri naar het helderblauwe lichtpunt dat boven de rots verscheen. Dat was het licht van een rune!
‘Het zijn mensen!’ gilde ze door de herberg. ‘Niet schieten, het zijn mensen!’


Hij verliet de veiligheid van de rots en stapte naar de basaltcirkel toe. Als de schutters nu vuurden, zou de stormwind hem niet meer redden.
De pijlenregen waar hij rekening mee had gehouden, bleef uit, en hij stapte over de band van donker basalt heen. Licht kwam hem tegemoet, de deur van de herberg werd opengezwaaid en een jonge vrouw rende het pleintje op.
Laatst gewijzigd door Nayalina Nashan op wo mei 31, 2017 5:46 pm, 1 keer totaal gewijzigd.
A reader lives a thousand lives before he dies.
MoensKatrien
Balpen
Beheer:
Berichten: 56
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 10:49 am

Re: Illusie

wo mei 31, 2017 9:07 am

Prachtig ! Echt mooi.
Ik vind het leuk hoe de twee aparte verhaallijnen op het einde in elkaar vloeien.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Illusie

wo mei 31, 2017 6:15 pm

Dankjewel Katrien!
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Re: Illusie

za jun 03, 2017 2:04 pm

Ik ben het helemaal met Katrien eens. De manier waarop je twee verschillende perspectieven introduceert (dat van Mirken en dat van Nuri) is erg goed.
De Storm waar je het over hebt, is niet een gewone storm. Zo'n storm gaat gepaard met het verschijnen van monsters en illusies, en dat geeft het verhaal een goede dosis originaliteit. Ook de onthulling dat het uiteindelijk gewoon mensen bleken te zijn, was verrassend en goed gevonden.
Ik weet niet of ik er misschien gewoon overheen heb gelezen, maar kan het kloppen dat er nergens echt een beschrijving staat van die Kaynumí? Wat meer informatie over hoe ze eruit zien was wel fijn geweest. Het hoeft geen ellenlange beschrijving te zijn met allerlei details, maar het is goed om een beeld te hebben van de antagonisten van het verhaal.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Illusie

za jun 03, 2017 3:47 pm

Dankjewel voor de reactie Jochem! En er is idd geen beschrijving van de Kaynumí, ik was een beetje lui :lol: .
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 485
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Illusie

di jun 06, 2017 7:38 pm

Prachtig en goed geschreven
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Illusie

za jun 10, 2017 3:28 pm

Dankjewel Nurias! :)
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Kattenmeisje3045
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 345
Lid geworden op: za nov 19, 2016 11:25 am

Re: Illusie

di jun 13, 2017 7:16 am

erg gaaf geschreven. Ik moet eerlijk bekennen dat je mijn aandacht pas echt had, bij de demonen. Toen zat ik pas lekker in het verhaal en vond ik het jammer dat het afgelopen was.
Zet je dromen op papier.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Illusie

di jun 13, 2017 8:04 am

Dankje voor de feedback, Kattenmeisje! Ik zie wat je bedoelt, langs de andere kant denk ik niet dat het eerste stuk echt weg kan - kwestie van de situatie duidelijk maken voor ik iets laat gebeuren.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Illusie

ma jul 03, 2017 6:35 pm

Het probleem met deze Stormen was dat de illusies geen illusies waren. Ze waren écht, echt zolang de Storm boven het gebied hing. Zodra de magie verdween, zou op de plaats van de neergebliksemde spar weer een gezonde, ongehavende naaldboom staan.
Mooi bedacht :)
Lijkbleek zakte Nuri onderuit in haar stoel, alsof ze zo onder tafel zou glijden en zich daar zou schuilhouden.
Hoewel ik de gedachtegang over haar houding snap, is onderuitgezakt zitten meer iets wat je doet als je ontspannen bent in plaats van vol angst. Ik kan me eerder voorstellen dat ze rechtovereind zit, met haar handen aan het tafelblad geklamt en in elkaar duikend bij elk raar geluidje.
En toen vloog de eerste pijl door de lucht.
Oho, you better run while you can... Of nee wacht daar is het al te laat voor :')

Mooi einde!

Begrijp ik het goed dat die demonen met hun illusies beide kampen tegenelkaar opzetten zonder dat de mensen dat door hadden, tot het laatste moment?
It always seems impossible until it's done. Keep writing!

Terug naar “Gesloten: De storm”