Winterleed

MoensKatrien
Balpen
Beheer:
Berichten: 56
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 10:49 am

Winterleed

vr jan 27, 2017 2:14 pm

De winter heeft de kuststreek al geruime tijd in zijn greep en laat duidelijk voelen wie er aan de macht is. Het koude jaargetijde werd onverwachts ingeluid toen zware onweersbuien van boven de zee het gebied binnen drongen. Imposante wolken domineerden wekenlang de hemel. Ze ruimden alleen plaats voor krachtige niets ontziende windstoten die vergezeld waren van hagel en ontzagwekkende blikseminslagen. Ondanks het feit dat de dorpsbewoners vertrouwd zijn met de grillen van de natuur ontstond er paniek. De noodklok werd meermaals geluid en zelfs de meest onbevreesde inwoners smeekten de lang vergeten weergoden om genade. Werden ze gestraft omdat ze de opperwezens hadden gegriefd?
Iedereen prevelde gebeden, behalve Corneel. Stoutmoedig trok hij naar het strand. Met ontbloot bovenlijf en op blote voeten rende hij heen en weer op het natte zand, wild zwaaiend met zijn verroeste zwaard naar de bliksemflitsen die de pikdonkere omgeving sporadisch oplichtte. Was hij gek geworden? Tartte hij de goden?
De gebeden van de bewoners werden verhoord. De hemel trok open en iedereen haalden opgelucht adem. Uitgezonderd Corneel, razend keerde hij terug naar huis. Zijn gevloek werd mijlenver door de wind meegedragen.

De verademing was van korte duur. Een krachtige noordwestenwind joeg over het dorp en de temperatuur daalde tot onder het vriespunt. De zompige bodem bevroor onmiddellijk. Het kwik zakte steeds dieper en dieper. Stenen vroren uit de grond en waterplassen werden schaatsbanen. Ijswallen vormden zich langs de kust en uiteindelijk bevroor ook een groot gedeelte van het zeewater. Haar golfslag was niet meer te horen. Krakend onderging ze het natuurgeweld.
Sneeuwbuien terroriseerden het kustgebied. Metersdikke sneeuwtapijten van maagdelijk wit bedekten de grauwe straten en zijn gebouwen. Over het marktplein, bekend om zijn waterfontein vol mythische waterfiguren, viel een witte ondoordringbare sluier. De precieze positie van het pronkstuk werd verraden door het lieftallig hoofdje van de zeemeermin dat net boven de sneeuw uitstak.

Het pittoresk vissersdorp dat maanden afgesloten van de buitenwereld leefde, herstelt langzaam van haar beproeving. Het kwik flirt met het vriespunt. Een schrale wind jaagt tussen de huizen en tilt spelend duizenden ijskristallen op om ze enkele meters verder te laten neerdwarrelen. De dorpelingen laten zich niet langer afschrikken door de bitterkoude. Nu de sneeuwstormen voorbij zijn voelt iedereen zich bevrijd. Nieuwsgierig komt iedereen naar buiten. Men ploetert zich hijgend een weg door de diepe sneeuw om dierbaren op te zoeken.
Heeft iedereen deze zware kwelling overleefd?
Helaas heeft de langdurige ontbering haar tol geëist. Onder de slachtoffers zijn voornamelijk jonge kinderen en ouderen te betreuren. Vissers, landbouwers, arbeiders, handelaars, geen enkele bevolkingsgroep, geen enkele familie wordt gespaard van verdriet. Dagenlang trekken rouwende mensen in stoet naar de begraafplaatsen. Jammerende kreten van ouders die definitief afscheid nemen van hun kind snijden door merg een been.

Zwaarmoedig richt Corneel zich op uit zijn zetel. Elke krachtinspanning vergt veel van zijn oude lichaam. Mompelend strompelt hij naar het raam. Wat hem daartoe drijft weet hij niet.
Misschien het gejoel van de kinderen die buiten schaatsen op de dichtgevroren vijver?
Onmiddellijk heeft hij spijt van zijn beslissing. Verwijderd van de knusse warmte van het knetterend vuur voelt hij dat de bittere koude is doorgedrongen tot in zijn woonkamer. Was hij niet beter voor de open haard blijven zitten in het gezelschap van zijn trouwe kameraad “eenzaamheid” genoemd? Urenlang hebben de twee vrienden samen geïntrigeerd gekeken naar de kleuren van het vlammenspel. Waarom wordt het overheersende oranje soms vermengd met blauwe, gele of groene vlammen? Een antwoord heeft zijn beste vriend hem nooit gegeven. Soms tracht Corneel de stilte te doorbreken maar zijn zwijgzame metgezel laat zich nooit tot een gesprek verleiden.
Corneel zucht diep. Hij verlangt naar de dood. “Sterven kan toch zo moeilijk niet zijn. Tot nu toe is iedereen erin geslaagd” daagt in zijn gedachten op. Deze tekst had hij ooit gelezen op een keramisch tegeltje bij een uitverkoop. Destijds had hij er hartelijk om gelachen, nu echter roept het sombere gedachten op.
“Als iedereen het kan, waarom slaag ik er dan niet in?” denkt hij terneergeslagen.
Toen de winter zijn bizarre intrede deed was hij naar het strand gelopen in de hoop geveld te worden door een blikseminslag. Hoewel hij niet in tovenarij gelooft had hij de vloek der doods meermaals uitgeschreeuwd maar de goden waren hem niet gunstig gezind geweest.
Het enige dat hij eraan had overgehouden was een stevige verkoudheid.
Zijn hongerstaking tijdens de sneeuwstormen was mislukt. Zijn knagende maagpijn had zich laten verleiden door het aanwezige voedsel. De karige voedingswaarde ervan had hem wel zeer verzwakt. Ten slotte had de bijtende koude hem overhaald de haard aan te steken.
Zijn overlevingsinstinct was sterker geweest dan zijn verlangen naar de dood.
Tijdens de lange dagen en nachten die hij piekerend voor de haard had doorgebracht was het besef gegroeid dat de eenzaamheid diep in zijn hart snijdt. Er zijn geen mensen voor wie hij nog iets betekent. Zijn leven heeft jaren geleden zijn glans verloren. Hij is een eenzame geworden in een dorp dat bruist van het leven.
Even had hij gedacht dat iedereen het dorp had verlaten om de winterstormen te ontvluchten. Toen hij enkele dagen geleden hoorde dat de bedrijvigheid in zijn gemeenschap was teruggekeerd was hij opgelucht. Met pijn in het hart had hij vastgesteld dat niemand de moeite nam om naar hem te komen kijken.
Nochtans verraadt zijn rokende schoorsteen dat hij leeft.
Maar waarom zou hij klagen? Had hij recht om te mopperen over zijn lot?
Na het overlijden van zijn geliefde is hij de nabijheid van mensen ontvlucht. Elk contact werd onmiddellijk verbroken en elke toenadering werd door hem met een vijandige houding afgeweerd. Hij klampte zich liever vast aan het bekende van alleen zijn, dan het onbekende te omarmen. Hij heeft deze situatie zelf gecreëerd en nu heeft hij geen kracht meer om zijn eenzaamheid te ontvluchten. De moed om iets te veranderen ontbreekt hem.
Verlangend sluit hij zijn ogen. Zijn doodsgedachten voeren hem naar dat ene sterretje aan de hemel dat naar hem glimlacht en geduldig wacht totdat hij erin slaagt de oneindige verre afstand tussen hen te overbruggen.

In het dorp gonst het van de geruchten. Een dergelijke strenge winter, die het hoogste aantal doden veroorzaakt heeft sinds mensenheugenis, is nooit eerder voorgevallen.
Alles startte met een stille veronderstelling die meer een meer bijval kreeg. Steeds luider sprak men de woorden uit totdat iedere dorpeling achter de boodschap stond.
“Iemand heeft dit onheil over het dorp afgeroepen!”
Het duurt niet lang voordat Corneel als schuldige wordt aangeduid. Zijn optreden op het strand was niet onopgemerkt gebleven en de toverwoorden die hij krijste waren tot in het dorp hoorbaar geweest.
Het was overduidelijk. Deze mysterieuze wereldvreemde man is een tovenaar.
Onverklaarbare gebeurtenissen uit het verleden worden opgerakeld en toegeschreven aan zijn toverkunsten. Plotseling kent iedereen een verhaal die zijn tovenarij bevestigt.
Een respectabel dorpslid, ontroostbaar door het overlijden van zijn drie kinderen, meent zich te herinneren dat de betovergrootmoeder van Corneel een heks was die destijds door de dorpelingen op de brandstapel werd gezet. Hoe en waar hij deze informatie vandaan haalt wordt niet in vraag gesteld. Een zoektocht in de archieven brengt geen duidelijke bewijzen, maar dat doet niet ter zake.
Bovendien wordt hun vermoeden bevestigd door het feit dat de oude tovenaar erin geslaagd is de strenge winter helemaal alleen te overleven? Andere alleenstaande oudjes hebben niet zoveel geluk gehad. Hij moet gebruik gemaakt hebben van tovenarij.
Geen twijfel mogelijk. Hij is schuldig en zal gestraft worden.

Corneel wordt opgeschrikt door kabaal op het marktplein. Nu hij toch bij zijn venster staat kan hij net zo goed een blik op de buitenwereld werpen. Sneeuwkristallen geschilderd op het raam belemmeren zijn zicht. Toch kan hij de contouren van de dorpsbewoners die zich vlak voor zijn huisje hebben verzameld waarnemen. Met zijn warme adem verjaagt Corneel de kristallen zodat hij een ongehinderd kijk krijgt op het gebeuren.
De dorpsbewoners hebben de fontein met zijn mythische waterwezen waaraan goddelijke krachten worden toegeschreven sneeuwvrij gemaakt.
Na de recentste rampspoed leek het hen verstandig de goden hiermee tevreden te stellen.
Corneel zijn hart maakt vreugdesprongetjes. Twee bijna levenloze ogen vlammen op. De inwoners zijn hem niet vergeten!
Een pak sneeuw in zijn voortuintje is de enige hindernis die hem en zijn dorpsgenoten van elkaar scheidt. Met een ongeziene ijver scheppen sterke mannen de sneeuw weg. Niets kan hen tegenhouden. Corneel is hoopvol. Nog enkele meters en zijn redding is een feit!
De zeegod Neptunes en zijn zeemeermin houden vanuit de fontein goedkeurend alle werkzaamheden in het oog. In hun nabijheid worden houtblokken en takken op een stapel geworpen. Straks zal een groot vuur worden ontstoken en de schuldige zal branden.
Corneel heeft geen vermoeden van het feit dat de zeegod zijn smeekbede op het strand heeft verhoord.

Goden zijn dan wel verheven, ze blijven ongeëvenaard gemeen.
Laatst gewijzigd door MoensKatrien op di jan 31, 2017 7:35 am, 3 keer totaal gewijzigd.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Winterleed

za jan 28, 2017 8:19 am

Mooi geschreven verhaal en kan het pittoresk vissersdorp en Corneel met ontberingen en blijheid in mijn gedachte zien en voelen.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Winterleed

za feb 11, 2017 4:21 pm

Soms tracht Corneel de stilte te doorbreken maar zijn zwijgzame metgezel laat zich nooit tot een gesprek verleiden.
Mooie zin.
Het enige dat hij eraan had overgehouden was een stevige verkoudheid.
Ik weet niet of het grappig bedoeld is, maar ik moest er even om gniffelen.
“Iemand heeft dit onheil over het dorp afgeroepen!”
In welke tijd speelt het verhaal zich af? Ik had het idee, in het nu. Maar dit klinkt eerder van wat lanegr geleden.
De inwoners zijn hem niet vergeten!
Nee, maar hij moest eens weten! o.O
Straks zal een groot vuur worden ontstoken en de schuldige zal branden.
Arme man, ik geloof niet dat dat nou helemaal de manier was waarop hij wilde sterven. Al was door de bliksem geraakt worden, natuurlijk ook geen pretje geweest :P

Goed geschreven!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Winterleed

do feb 16, 2017 7:01 pm

O... Oh my god xD . Het hele verhaal door zat ik ergens tussen lachen en met grote ogen "oh nee" mompelen in :lol: . En die tegenstelling tussen wat de dorpelingen met Corneel willen en wat Corneel van de dorpelingen voor zin deur denkt... Fantastisch.
Ook dat begin, waar je hem met dat zwaard op de kustlijn laat lopen. Vanaf de "“Als iedereen het kan, waarom slaag ik er dan niet in?” denkt hij terneergeslagen." had ik plots door waaróm hij dat deed. Daarvoor dacht ik gewoon dat er een paar schroeven los zaten xD .
Ze ruimden alleen plaats voor krachtige niets ontziende windstoten die vergezeld waren van hagel en ontzagwekkende blikseminslagen.
Komma tussen twee bijvoeglijke naamwoorden, dus "krachtige, niets ontziende..."
Ondanks het feit dat de dorpsbewoners vertrouwd zijn met de grillen van de natuur ontstond er paniek.
Deze ben ik niet zeker - schiet me niet neer als het niet klopt ;) - maar ik denk dat er een komma tussen "natuur" en "ontstond" moet staan.
De dorpelingen laten zich niet langer afschrikken door de bitterkoude.
De bittere kou(de) of vrieskou zou hier denk ik vlotter lezen.
Jammerende kreten van ouders die definitief afscheid nemen van hun kind snijden door merg een been.
Je kunt door merg geen been snijden :P . "Door merg en been" ;) .
Deze mysterieuze wereldvreemde man is een tovenaar.
Zelfde als bij het eerste, een komma tussen "mysterieuze" en "wereldvreemde".

Het enige dat ik een beetje jammer vond, was dat je het deeltje waarin het dorp besluit Corneel tot tovenaar uit te roepen een beetje te veel omschrijft (naar mijn gevoel toch). Het zou veel leuker lezen als je bij wijze van spreken tussen die mensen gaat staan en dan bijvoorbeeld een luide discussie tussen enkele aangeslagen, kwade dorpelingen volgt.
Zoals het er nu staat is zeker niet slecht geschreven! Het is vlot, met goede zinnen :) .

Eerlijk, ik heb zelden voortdurend zitten gniffelen om een verhaal zoals nu :lol: .
A reader lives a thousand lives before he dies.

Terug naar “Gesloten: Winterwedstrijd”