Vuurvaraan

Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Vuurvaraan

wo nov 16, 2016 7:58 pm

Ik hoop dat het herfstig genoeg is :/ . Het was eigenlijk de bedoeling dat het eerste deeltje even lang of langer zou worden dan het tweede, maar dat is dus een beetje de mist in gegaan. Misschien maken de laatste paar zinnen dat weer goed - met een iets andere interpretatie van "herfst" ;) .
Ps: Wie van degenen die "zand en hagedissen" hebben gelezen, kent de hagedisman nog xD ?




De reis die de verschillende handelaars van de graslanden maakten, had hen naar alle uithoeken van Inthasin gebracht. In Grenspost hadden de zeven families zich verzameld, om dan in een lange karavaan van karren, trekdieren en mensen de Oostas te volgen, tot in Funta. Van de versterkte handelsstad trokken zij dan naar Lutasin, en van Lutasin ging het naar Thaëng, waar ze alles in grote schepen laadden om naar hun volgende halte te gaan. Na een tocht van vele maanden, die gestart was bij het smelten van de sneeuw, streken ze neer in een klein dorpje aan de rand van de elfenwouden. Hoewel Limur strikt genomen nog aan de mensen toebehoorde, zag je hier door de ligging van het dorp ook veel elfen.
Yágato had bij hun aankomst zijn ogen uitgekeken, niet alleen omdat hij nog nooit een elf had gezien, maar ook omdat het woud een ongekende kleurenpracht had tentoongespreid. De herfst onttrok het groen aan de bladeren van de bomen en liet bruine, rode, gele, zelfs paarse tinten achter. Op de grasvlakten kenden de Temlysru enkel een droog en een nat seizoen, waarbij het gras afwisselend verdorde en groen en mals werd. Ondanks het nomadenbestaan dat de ze leidden, kwamen ze nooit in de buurt van de wouden die aan de vlakten grensden. De Temlysru respecteerden de elfen enorm en eerbiedigden hun wens niet te veel door mensen gestoord te worden.
Yágato, die de weidse vlakten van zijn thuisland gewoon was, had zich bij hun eerste kennismaking met een echt woud allesbehalve op zijn gemak gevoeld. Nu had het kleurenpallet van het bos, met een beetje hulp van een vriendelijke elf , hem echter overgehaald het onbekende te verkennen, en hij had van zijn vader toestemming gekregen een dag of drie weg te blijven.
De eerste paar uren was hij - tot groot jolijt van zijn reisgenoot - bij het minste geluidje ineen gedoken, in de overtuiging dat de onzichtbare lawaaimaker een gevaar was. Meestal bleek het dan om een konijn te gaan, of om één van de grappige, roestkleurige wezentjes met pluimstaarten en rechtstaande plukjes vacht op hun oren.
Zodra hij zich wat meer op zijn gemak had gevoeld, had Ferovil elke gelegenheid aangegrepen hem te laten proeven van het woud. Na twee dagen had hij van alles gegeten, gaande van bitterzoete kastanjes tot glanzend rijpe bramen en zelfs een stukje van een eetbare paddenstoel.
Met een ongeruste blik op de wild bewegende takken liep hij achter Ferovil aan. Een paar uur geleden hadden donkere wolken zich dreigend samengepakt en was een storm losgebroken. Het woud was van het ene op het andere moment donker geworden en de wind raasde om hen heen. Overal kraakte en schuurde het, de bladeren ruisten onophoudelijk en werden door de ziedende luchtstroom afgerukt en rondgeslingerd. Yágato’s mantel was doorweekt van de grote, ijskoude druppels, die soms bijna horizontaal door de lucht werden voortgejaagd. Bliksemflitsen verlichtten met korte tussenpozen de bomen en de jongen sprong geschrokken op toen een oorverdovende knal het luchtruim vulde en al het andere kabaal overstemde. De donder verzwakte en hield aan tot een volgende slag alles op zijn grondvesten deed daveren.
Ferovil tikte op Yágato’s schouder om zijn aandacht te trekken en boog zich naar hem toe. ‘We zijn bijna bij een grot.’ Hij moest schreeuwen om boven de wind uit te komen.
De jongeling knikte, sprong over een omgewaaide boomstam en keek verbaasd naar de elf, die abrupt was blijven staan en naar een dikke, afgebroken tak liep. Met een ernstige blik hurkte Ferovil neer en wreef enkele losse bladeren opzij.
Nieuwsgierig bestudeerde Yágato het gevleugelde reptiel dat ineengedoken op de grond lag. Zijn spitse kop bewoog een beetje en vuurrode ogen hielden de twee goed in de gaten. In plaats van twee gaten had het dier katachtige oren, die onrustig heen en weer bewogen. Zijn magere, geschubde lijfje was van snuit tot staartpunt nog geen schrede lang en hij had een matte, zwartgrijze kleur. Aan zijn voorpoten en zij waren dunne vliezen bevestigd.
Bezorgd zag Yágato dat de zware tak op een vleugel was gevallen en de hagedis tegen de grond klemde.
‘Wat doe je?!’
Ferovil had na een lichte aarzeling zijn dolk genomen, hield met één hand de kop van het dier vast en drukte het mes tegen de kwetsbare keel. Blazend als een kat probeerde de verzwakte hagedis zich los te wurmen.
De elf keek Yágato ernstig aan. ‘Dit is geen gewoon dier, Yágato. Het is een demon die ondanks zijn geringe afmeting veel schade kan aanrichten.’
‘Maar…’ fluisterde de jongen en hij wierp een machteloze blik op het wezen. Het lag nu heel stil op de grond, met zijn ogen half gesloten en zijn oren plat in zijn nek.
‘Als we hem hier laten, zal hij nog een hele tijd lijden voor hij sterft. Vuurvaranen kunnen niet tegen water. Hem meenemen is veel te gevaarlijk, ook al zou hij tam kunnen worden.’
Yágato veerde overeind. ‘Kan je demonen temmen?’
Flauw glimlachend schudde de elf zijn hoofd. ‘Déze soort valt heel soms te temmen. Helaas zijn ze intelligent genoeg om te doen alsof ze tam zijn, om dan uiteindelijk te verdwijnen – meestal nadat ze iedereen in de omgeving hebben gedood.’
‘Maar het ís mogelijk?’ Hoop klonk in Yágato’s stem door en hij raakte de rug van de hagedis zacht aan.
Met een vermoeide zucht stak Ferovil zijn dolk weg en hij wreef even over zijn slapen. ‘Je zorgt ervoor dat hij nooit in de buurt van anderen kan komen, ja?’ Hij zocht in zijn zakken, haalde een stevig leren touw tevoorschijn en bond de bek van de vuurvaraan dicht. ‘Haal hem er vanonder,’ zei hij terwijl hij de zware tak een aantal centimeter omhoog hief.
Snel greep Yágato het reptiel vast, trok het naar zich toe en nam het voorzichtig in zijn armen. De vleugel die had klemgezeten, was gebroken en hing slap naar beneden. De kleine demon rilde over zijn hele lichaam en voor hij zijn felrode ogen sloot, keek hij de jongen een moment lang recht aan.

Hijgend en bevend liet Yágato zich op de grond vallen en legde de hagedis behoedzaam naast zich neer. Het dier had zich niet meer bewogen sinds ze aan die tak hadden gestaan en vandaar naar de grot waren gerend. Buiten woedde de storm in alle hevigheid verder. Het watergordijn was nu zo dicht dat de struiken en bomen buiten hun schuilplaats niet meer dan wazige vlekken op een donkere achtergrond waren.
Ferovil gooide zijn natte mantel over een steen, haalde brandhout uit een hoek van de grot en begon koortsachtig een vuur aan te leggen.
‘Achteraan staat een kist waar nog wat reservekledij in zit. Kun je daar even twee sets uit nemen?’
De jongen knikte, legde zijn eigen mantel ook aan de kant en zocht de kist, die achter enkele rotsen verborgen was. ‘Wordt deze plaats vaker gebruikt, misschien?’
‘Jagers en reizigers gebruiken hem dikwijls als slaapplaats of voorraadpunt. Regel is wel dat je af en toe ook eens iets achterlaat en niet alleen maar meeneemt,’ antwoordde de elf met een glimlach.
Yágato keerde terug met droge broeken, truien en sokken en ze kleedden zich snel om. De vlammen van het kampvuur laaiden nu hoog op en Ferovil gebaarde naar de demon. ‘Leg hem in het vuur, maar zorg ervoor dat het touw rond zijn snuit niet doorbrand. Ze beschikken over een krachtig gif, dus ik wil niet dat hij iemand bijt.’
Met grote ogen keek Yágato de elf aan. ‘In het vuur?’
Ferovil grinnikte en liet het kampvuur opzettelijk hoog opvlammen. ‘Ze heten niet voor niets vuurvaranen, Yágato. Vuur is hun voeding, hun energiebron; en net als vuur worden ze door water gedoofd. Vandaar dat deze hagedis er zo slecht aan toe is.’
‘En zijn vleugel?’ Voorzichtig liet de jongen zijn handen over de gladde schubben glijden en schoof zijn vingers tussen de grond en de buik van de hagedis.
‘Eerst zorgen dat hij niet sterft door het regenwater. Straks zal ik het bot zetten, de rest zal vanzelf helen zodra hij over voldoende energie beschikt.’ De elf wierp een nadenkende blik op het wezen, dat slap in Yágato’s armen hing, en grinnikte toen hij de onregelmatige, witte lijn op de keel en borstkast van de vuurvaraan zag. ‘Yágato? Ik geloof dat hij een zij is.’

Gele en rode bladeren cirkelden om hem heen en belemmerden zijn zicht. Als betoverd staarde hij naar de cocon van felle herfstkleuren die steeds sneller bewogen, totdat enkel een waas overgebleven was. Afzonderlijke bladeren waren niet meer waarneembaar, maar hij hoorde het geritsel ervan, dus waren ze er wel. Nieuwsgierig spitste hij zijn oren en luisterde naar het ruisen. Er was nog een ander geluid op de achtergrond, een laag zoemen gecombineerd met een hoge fluittoon.
Plots ontvlamden de bladeren en ze kropen tegen hem aan. De hitte verbrandde zijn borst en buik en paniekerig probeerde hij de sintels uit te slaan. Het zoemen zwol aan tot een gebulder en overstemde de hitte van het vuur, werd steeds luider en eindigde in een oorverdovende klap.
Yágato schrok wakker en voelde de grond nog natrillen van de donderslag die had geklonken. Het hoge gieren van de wind overstemde het ruisen van de bladeren bijna en een bliksemflits verlichtte het woud kortstondig. Geeuwend wreef hij in zijn ogen en bleef sluimerend op zijn rug liggen, genietend van de warmte in de grot.
Er zat iets bovenop hem. Klaarwakker kwam hij half overeind en staarde recht in de doordringende ogen van de vuurvaraan. De schubben van de hagedis hadden een roodzwarte kleur gekregen, en hoewel ze haar ene voorpoot optrok, sprong ze vrolijk van de jongen af en ze drukte haar neusje tegen Yágato’s hand.
Een roodgekleurd blad met paarse nerven dwarrelde hun schuilplaats binnen, cirkelde aarzelend in de hete luchtstroom boven het vuur, gleed verder en landde uiteindelijk op de kop van de kleine vuurvaraan.
Yágato lachte toen het dier verrast ineenkromp en wantrouwig aan het rode herfstblad snuffelde.
‘Zeg, Ferovil,’ begon de jongen, terwijl hij dromerig over de rug van de hagedis aaide. De elf, die de demon de hele tijd nauwlettend in het oog had gehouden, richtte zijn blik vragend op Yágato.
‘Wat is “herfst” in het Elfs?’
‘Va’till.’
De vuurvaraan krabde geërgerd aan het touw rond haar bek en kroop dicht tegen de jongen aan.
‘Va’till,’ herhaalde Yágato fluisterend. Het kleine, geschubde dier keek hem met recht overeind staande oren aandachtig aan.
‘Kleine Va’till, kleine Herfst.’
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Vuurvaraan

do nov 17, 2016 3:13 pm

Uuuuuh, ik heb het net nog eens herlezen en het onderwerp... =-= Wel, ik heb er geen probleem mee als je me omwille van die reden niet meetelt tijdens het stemmen.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Vuurvaraan

zo nov 27, 2016 12:54 pm

Waarom zou ik het niet meetellen? Het is herfst :D En de vuurvaraan wordt ook nog eens kleine herfst genoemd! Dus dat zit wel goed ;)
Ik was laatst in de dierentuin en daar was een watervaraan - als ik het me goed herinner. Hij was zwart, met groengele "spikkels" en natuurlijk geschubd. Hij had geen vleugels, maar was wel duidelijk een hagedissoort. Ik vond dat beestje ontzettend fascinerend, lijkt de vuurvaraan daarop?

Ik vind je verhaal leuk! Al die verschillende onaardse namen geven gelijk die heerlijke fantasiesetting en ik zag alle herfsttaferelen voor me, met de bladeren die rond dwarrelen en de kleuren. Vooral het detail van de paarse nerven, vond ik scherp opgemerkt. Ik vond het ook leuk om te lezen dat Yágato nog nooit een herfst heeft meegemaakt, hoe overdonderd hij door alles is.

Je laat me nieuwsgierig achter of het beestje inderdaad tembaar is. Kleine Va'till oogt of ze hem wel mag, maar misschien is dat schijn en tijdelijk omdat ze is gered door Yágato.

Goed geschreven!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Vuurvaraan

zo nov 27, 2016 3:34 pm

Hahaha dankje :) !

Ik was gewoon niet zeker omdat de herfst niet echt centraal staat, vandaar :p .
Ehhhh watervaraan, zou ik even moeten opzoeken om te weten hoe dat beestje eruit ziet xD . Ik stelde me de vuurvaraan voor als een soort miniatuurdraakje. Ik bedoel met dat soort kop enzo. Ik heb nog geen hagedis gezien die de typische smalle maar stevige kop van de doorsnee draak heeft :D . En natuurlijk is Va'till gladgeschubt, zonder alle kammen en hoorns en andere uitsteeksels die draken soms hebben. En hij is lichtvoetiger dan de meeste grotere hagedissen zijn ;) .

Ik weet niet of je je nog (plaats)namen kunt herinneren uit Schimmenjager en Zand en hagedissen, maar dit verhaal speelt zich af in Inthasin, met verwijzingen naar het buurland. Tarun, uit "zand en hagedissen" (van de vorige wedstrijd), was ook van de Temlysru. En een hint ivb met het wel of niet tembaar zijn van de vuurvaraan: Yágato wordt uiteindelijk de hagedisman - vraag me alleen niet hoe ;) .
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 485
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Vuurvaraan

zo dec 04, 2016 10:33 am

Leuk verhaal, goed geschreven en zie het verhaal voor mij afspelen, en het heeft wel iets herfstachtig :)

Terug naar “Gesloten: Herfstwedstrijd”