Geheimen van Fenide

Beleef verhalen in een ver verleden!
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Geheimen van Fenide

ma okt 09, 2017 5:39 pm

Hij hoorde de voetstappen voor het eerst toen hij over een steentje struikelde, waarmee het pad bezaaid was. Hij hoorde het maar heel even, maar dat was genoeg voor hem om een keer achterom te kijken. Linden stond in zijn vriendenkring, voor zover hij die had, bekend als wantrouwig en laf. Nu hij hier alleen door het bos reisde, was hij nog achterdochtiger en banger dan anders.
Een paar uur geleden had hij de geldwisselaar aan de rand van de stad Fenide met een bezoekje vereerd. Niet dat hij van plan was iets te wisselen, overigens. Hij had simpelweg meegenomen wat hij wilde hebben, nadat hij de geldwisselaar van achteren had neergestoken.
Het was, dacht Linden, heel goed mogelijk dat de man inmiddels gevonden was door stadsgenoten en dat die voetstappen die hij net hoorde, van een achtervolger afkomstig waren. Nog eens keek hij goed achter zich. Het pad was verlaten, maar het pad liep achter hem in een bocht, waardoor een groot deel niet te zien was. De achtervolger kon best in de bocht staan, verborgen achter de bomen, waar Linden niet omheen kon kijken.
Even bleef Linden stilstaan, zijn hoofd een beetje schuin. Zijn gespannen oren vingen geen andere geluiden op dan de wind die door de toppen van de bomen ruiste en het gezang van de vogels. Hij hoorde geen voetstappen meer, maar dat stelde hem niet gerust. Een beetje een slimme achtervolger zou stilstaan, zodra Linden ook stil zou staan. Zeer waarschijnlijk was de achtervolger ook perfect op de hoogte van Lindens positie in het bos en misschien kon hij hem zelfs zien.
Het zweet begon in een straaltje langs zijn gezicht te lopen. Als vanzelf likte Linden ernaar, nog steeds verbaasde hem hoe zout het smaakte. Zijn moeder had het, toen hij nog kind was, altijd een smerige gewoonte gevonden en niet zelden had hij er een pak slaag voor gehad.
Nog heel even bleef Linden stilstaan. De geluiden om hem heen veranderden niet. Ook de achtervolger liet zich niet zien of horen. Hij bleef net als Linden stilstaan en daardoor was het niet mogelijk te bepalen waar hij zich bevond.
Nog een paar minuten bleef Linden stokstijf staan waar hij stond, maar de achtervolger liet zich niet uit de tent lokken. Waarschijnlijk heeft hij duidelijk zicht op mij, dacht Linden. Die gedachte bezorgde hem een koude rilling, ondanks de warme zomerzon die het bospad verlichtte.
Als hij nu verder zou lopen, zou zijn achtervolger hetzelfde doen, die zou waarschijnlijk dichterbij komen en dat was iets waar Linden bang voor was. Hij had nog geen zicht gehad op zijn achtervolger en daardoor had hij niet kunnen inschatten wat voor soort iemand het was. Als het een stedeling was, zou hij niet zo bang zijn, die konden hem toch nooit de baas worden.
‘Vind je zo langzamerhand niet dat we lang genoeg gewacht hebben?’
De stem kwam van een afstand, maar was luid genoeg, zodat Linden kon verstaan wat de achtervolger zei. Als reactie op de vraag begon hij wild in het rond te springen, terwijl hij probeerde een glimp van de persoon die bij de stem hoorde, op te vangen.
Weer klonken nu de voetstappen, ze kwamen dichterbij en Linden was als aan de grond genageld. De plotselinge stem en verschijning van de persoon zorgden dat hij alle controle over zijn benen verloor. Hij zakte op zijn knieën in het mos en er begonnen tranen over zijn wangen te lopen, eerst voorzichtig, maar al snel volgden ze elkaar in een snel tempo op.
‘Nee, nee! Genade!’
De vreemdeling, want dat was de achtervolger die zo plotseling tevoorschijn was gekomen, kwam dichterbij de jammerende man. Hij was gekleed in een eenvoudige bruine broek en tuniek. Ook de laarzen hadden een bruine kleur en aan de tuniek was een korte kap bevestigd, die met een band om zijn voorhoofd was vastgemaakt. Het gezicht was donkerder gemaakt, waardoor het in de schaduw van het bos niet af te lezen viel.
‘Ik doe je niets, lafaard!’
Om deze woorden kracht bij te zetten, stampte de man plotseling hard op de grond. Linden keek verwilderd omhoog, in zijn, nu waterige, ogen stond schrik te lezen.
De vreemdeling vervolgde zijn verhaal.
‘Althans, ík doe je niets. Het gerecht wel. Je hebt een man vermoord, alleen maar omdat jij zo nodig zijn geld wilde hebben.’
De vreemdeling had een vreemde stem. Voor een man was hij aan de hoge kant, maar voor een vrouw aan de lage kant. Ook de stem van Linden had een transformatie gedaan toen hij zijn mond open deed om antwoord te geven, hij klonk plotseling een octaaf hoger.
‘Wie ben jij?’
De vreemdeling lachte schamper.
‘Ik? Ik ben Reymar.’
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Geheimen van Fenide

vr okt 13, 2017 8:14 am

Als reactie op de vraag begon hij wild in het rond te springen, terwijl hij probeerde een glimp van de persoon die bij de stem hoorde, op te vangen.
Verraad 'ie dan niet een beetje waar hij zich bevindt en kan hij niet beter wegsluipen en hén opwachten?

Hij is wel een beetje een watje voor iemand die zomaar een ander neersteekt. Of het moet de eerste zijn geweest, maar zo kwam het niet over. Die Linden kwam eerder over als een koelbloedige rover dan als een watje die bij de eerste de beste tegenslag op de grond gaat zitten huilen. Is het bedoeling dat we een tegenstrijdig beeld van hem krijgen? Of voelde hij zich eventjes koelbloedig maar verviel hij daarna in oude gewoonten?

Verder leuk en spannend geschreven! Ik ben benieuwd waar het verhaal heen zal gaan. Ga zo door!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Geheimen van Fenide

vr okt 13, 2017 11:54 am

Heb dezelfde punten en vraag als Maaike.

Maar verder een goed geschreven verhaal, ga zo door ben benieuwt hoe het afloopt.
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Geheimen van Fenide

vr okt 13, 2017 2:08 pm

Hij is wel een beetje een watje voor iemand die zomaar een ander neersteekt. Of het moet de eerste zijn geweest, maar zo kwam het niet over. Die Linden kwam eerder over als een koelbloedige rover dan als een watje die bij de eerste de beste tegenslag op de grond gaat zitten huilen. Is het bedoeling dat we een tegenstrijdig beeld van hem krijgen? Of voelde hij zich eventjes koelbloedig maar verviel hij daarna in oude gewoonten?
Je krijgt inderdaad een tegenstrijdig beeld van Linden, hoewel het niet eens in eerste instantie zo bedoeld was. Dit stukje verhaal is er heel erg op gericht om vragen omhoog te krijgen, en volgens mij is dat wel gelukt ;)
Het is wel de bedoeling dat dit mysterie (zo zie ik het, als onderdeel van het verhaal) zich nog verder gaat ontwikkelen, waardoor je, in het verdere verhaal, een antwoord krijgt op de vraag waarom hij op de grond gaat zitten. Dit heeft namelijk alles te maken met de achtervolger, maar dat komt nog terug in dit verhaal. Het is dus vooral afwachten, voor jullie dan ;)

Heel erg bedankt voor jullie reacties!!
Gebruikersavatar
Libelle
Kroontjespen
Beheer:
Berichten: 196
Lid geworden op: di okt 17, 2017 6:59 am

Re: Geheimen van Fenide

di nov 21, 2017 8:17 pm

Goed begin van je verhaal, ook ik heb dezelfde vragen als Nurias en Maaike, ben nieuwsgierig naar het vervolg. Vlotte schrijfstijl.
Mijn verstand breng mij van A naar B, mijn verbeelding voert mij overal.
Gebruikersavatar
Libelle
Kroontjespen
Beheer:
Berichten: 196
Lid geworden op: di okt 17, 2017 6:59 am

Re: Geheimen van Fenide

di nov 21, 2017 8:18 pm

Goed begin van je verhaal, ook ik heb dezelfde vragen als Nurias en Maaike, ben nieuwsgierig naar het vervolg. Vlotte schrijfstijl.
Mijn verstand breng mij van A naar B, mijn verbeelding voert mij overal.
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Geheimen van Fenide

do nov 30, 2017 3:02 pm

Het is deze keer een vrij lang stuk, maar ik kon niet zo goed bedenken waar ik het zou kunnen knippen...

1.1

‘Mag ik het ook eens proberen?’
Geschrokken liet Allan de boogpees te vroeg los, waardoor de pijl het doel, dat 100 meter verder stond, absoluut niet haalde en doelloos in het gras belandde. Geïrriteerd draaide hij zich naar zijn zus, die achter hem was komen staan, zonder dat hij dat had gemerkt. Daar maakte ze de laatste tijd een gewoonte van. Hij had het haar een aantal maanden geleden geleerd, nu wenste hij dat hij dat niet had gedaan.
Meestal lukte het haar niet om hem te besluipen, maar als hij ingespannen bezig was, zoals nu, hoorde hij haar niet.
‘Wat zei je?’
Hij kon er niets aan doen dat de irritatie in zijn stem hoorbaar was.
‘Of ik dat ook een keer mag proberen!’
Haar hand lag in haar zij, waardoor ze in een niet erg damesachtige houding stond. Als hun moeder haar nu zo zou zien, zou Lysen er ongenadig van langs krijgen.
‘Nee.’
Ze zuchtte duidelijk hoorbaar.
‘Waarom niet?’
Allan antwoordde niet. Hij had zich alweer omgedraaid en legde de volgende pijl op zijn boog. Maar zo gemakkelijk liet Lysen zich niet afschepen.
‘Laat me nu ook gewoon een keer!’
Hoewel ze inmiddels vijftien was, een jaar jonger dan hijzelf, gebruikte ze nu het zeurderige toontje dat ze altijd gebruikte toen ze tien jaar was en nog maar pas door hun ouders in het gezin was opgenomen. Als ze iets van iemand gedaan wilde hebben, gebruikte ze soms nog datzelfde toontje. Zoals nu.
‘Nee, nee, nee!’
Nu zette ze ook haar linkerhand in haar zij. Haar blonde wenkbrauwen trokken naar elkaar en haar donkerblauwe ogen werden nog een teint donkerder.
‘Waarom niet?’
Ze klonk niet langer als een drammerige tienjarige. Allan kon horen dat ze boos op hem was.
‘Je bent een meisje en mam vindt het niet goed.’
Dat laatste verzon hij op het laatste moment, maar het was geen onwaarheid. Hun moeder Noraly was meestal niet blij als Lysen dingen deed die niet echt voor dames bestemd waren.
‘Mam ziet het toch niet.’
Allan wist dat ze gelijk had. Ze bevonden zich op de schietbaan achter de stalen en hun moeder bevond zich ongetwijfeld in het woonvertrek van de familie dat zich op de tweede verdieping van het kasteel bevond. Zij kwam eigenlijk nooit in de stallen en al helemaal niet op de schietbaan, waar de schutters die het kasteel in dienst had, oefenden op hun vaardigheden. Op dit tijdstip, midden op de dag, was de baan leeg en waren alleen Allan en Lysen daar te vinden. Het drong tot Allan door dat ze daar over nagedacht moest hebben.
‘Laat het me maar gewoon proberen.’
De triomf klonk overduidelijk in haar stem door, wat Allan irriteerde. Ze wist wanneer ze gewonnen had en nu was zo’n moment.
Langzaam draaide hij zich weer naar haar toe. Er glansden pretlichtjes in haar ogen en er lag een grote grijns om haar mond. Gretig pakte ze de boog aan en voorzichtig haalde ze een pijl uit de rieten mand die naast haar stond en legde hem op de boog.
Het viel Allan op hoe erg de boog misstond bij de donkergroene jurk die zijn zus droeg. De band om haar middel was afgewerkt met licht draad, waardoor een ingewikkeld geborduurd patroon zichtbaar werd. Hij bedacht zich hoeveel tijd het Lysen had gekost om dat patroon voor elkaar te krijgen en meer dan eens had ze in haar vingers gestoken. Met een borduurnaald in haar hand was ze onhandig, maar de boog was duidelijk niet nieuw voor haar.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Geheimen van Fenide

do nov 30, 2017 5:54 pm

De lengte valt mee Nellinke ;)

Verder niets op aan te merken en goed geschreven.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Geheimen van Fenide

zo dec 03, 2017 2:01 pm

Had best nog wat langer mogen zijn, haha. Goed geschreven en op naar het vervolg :D
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Geheimen van Fenide

do jan 18, 2018 9:54 pm

De lengte viel inderdaad heel erg mee... Ik dacht echt dat het een enorme lap tekst was ;)
Hier het volgende stukje:

1.2
Zonder moeite spande ze de boog en na even richten liet ze de boogpees tussen haar vingers doorglippen. De pijl sloeg een seconde later in het doel, een paar centimeter onder de roos.
Ze leek ontevreden met het resultaat en maakte aanstalten om een nieuwe pijl te pakken, toen ze plotseling de boog in Allans handen terugduwde. Verbaasd keek hij haar aan.
‘Adalys’, siste ze.
Inderdaad kwam de dochter van de kasteelheer om de hoek. Ze liep naar Allan en Lysen toe. Het viel Allan op hoe mooi de wijnrode jurk bij haar zwarte haren paste. De mouwen en de donkergroene band waren afgewerkt met gouddraad. Haar bruine ogen lichtten op toen ze hen zag. Pas nu merkte Allan op dat er een droevige trek om haar mond lag.
‘Heer Armin komt zo.’
Lysen keek het andere meisje uitdagend aan.
‘En dan?’
Het gezicht van Adalys kleurde, in haar altijd bleke hals verschenen rode vlekken. Allan had medelijden met haar. Zijn zus was niet altijd de makkelijkste in omgang, zeker niet als Adalys in de buurt was.
‘Jullie worden ook verwacht. Jullie ouders wachten. We moeten hem ontvangen.’
‘Oom Armin?’
Allan, die tot dan toe stil was geweest, mengde zich nu ook in het gesprek. Al was het maar om de spanning tussen de twee meisjes te breken. Zijn vraag werd met een kort knikje beantwoord.
Meteen zette Allan de boog in de mand die als houder diende en volgde Adalys naar de binnenplaats. Een paar meter achter hen volgde Lysen, die niet al te vrolijk keek. Pas nu drong tot Allan door dat ook zij gekleed was voor de ontvangst van heer Armin. Hijzelf was dat niet, dat zijn oom vandaag zou komen was hem volledig ontschoten.
Keurend keek hij even naar zijn kleding. Hij droeg een eenvoudige, donkerblauwe tuniek boven een bruine broek. Het moest maar, hij had geen tijd om zich om te kleden.
De binnenplaats was niet ver van de schietbaan. Ze liepen langs de stallen, waar stalknechten heen en weer renden om de stallen voor de paarden van het bezoek klaar te maken. Alle anderen die heer Armin moesten ontvangen, stonden al klaar op de binnenplaats. Heer Arthur en vrouwe Ada vormden, samen met Adalys, de voorste rij. Daarachter voegden Allan en Lysen zich bij hun ouders, die al klaarstonden.
Heer Arthur droeg, net als zijn vrouw en dochter, kleding in de kleuren van Fenide, wijnrood en donkergroen. Dat was altijd de traditie als er een heer van een ander kasteel op bezoek kwam. Hij droeg een tuniek waarin de kleuren werden afgewisseld, waardoor vier blokken ontstonden die diagonaal dezelfde kleur hadden. Over de vlakken waren gekruiste zwaarden met gouddraad geborduurd. Op één schouder droeg hij een donkergroene mantel, die hem eigenlijk niet stond. Allan verafschuwde dat ding al sinds hij heel klein was.
Steels keek hij naar Lysen. Het verbaasde hem dat zij een heel andere uitdrukking op haar gezicht had. Normaal gesproken stonden ze samen stiekem om de mantel van Arthur te lachen, maar nu waren haar wenkbrauwen opgetrokken en waren haar lippen alleen nog maar zichtbaar als een smal streepje. Haar schouders waren opgetrokken en ze stond zo stijf als een standbeeld.
De reden voor haar stijfheid kwam een minuut later de binnenplaats opgereden. Hij was gekleed in de wapenrusting van Astarde, donkerblauw met donkergeel, maar zijn tuniek was niet geblokt, zoals dat van heer Arthur. De tuniek was donkerblauw en werd om de middel vastgehouden door een donkergele band. Midden op de binnenplaats hield hij zijn paard in en stopte voor Arthur om hem kort te groeten. Daarna stuurde hij zijn paard iets naar links, waar hij stil bleef staan.

Terug naar “Historie”