Ebkona

Ontdek een wereld voor elven en draken en nog veel meer mystiek
Tijgerlelie
Potlood
Beheer:
Berichten: 6
Lid geworden op: di jan 03, 2017 2:56 pm

Re: Ebkona

di jan 03, 2017 10:01 pm

Hey Nayalina,
Als eerste word ik toch altijd door de fantasie getrokken dus bij jouw verhaal begonnen met lezen. Een speels begin! Altijd goed.

Wel twee kleine tips (niet schrikken van de hoeveelheid tekst!), je gemiddelde zinslengte ligt hoog voor mijn gevoel, zeker op het einde (ik heb een kleine telling gedaan). Je kunt in principe aannemen dat alle zinnen met meer dan 20 woorden een stevige kluif zijn voor de lezer. Niet dat het niet mag, maar zorg voor voldoende afwisseling, 6 van zulke volzinnen achter elkaar halen alle vaart eruit en dat is zonde!

Zijn voetstappen sterven weg, de deur van Ko’tims huis valt zacht knarsend dicht en op slag daalt er een doodse stilte neer. [22]
De winter krijgt Temffo in zijn ijskoude greep en neerdwarrelende sneeuw wist de laatste sporen van de kinderen uit.[19]
Roerloos wachten de huizen het vallen van de avond af, terwijl de aanwakkerende wind fluitend langs dakranden schuurt en behoedzame pogingen onderneemt luiken open te trekken.[26]
Boven de toppen van de bergen hangt een bloedrode waas in het wolkendek, een laatste aanwijzing van het ondergaan van de zon.[22]
Weldra zal het donker worden in de stad, zullen de vrolijk geschilderde muren zwart kleuren en zal de sneeuw het enige zijn dat puur en onveranderlijk daken en straten bedekt.[30]
De woeste brul van een ijsleeuw weerkaatst tegen de bergwanden, blijft als een verre echo boven het bevroren Temffo zweven en ebt dan weg, verjaagd door de inmiddels stormachtige wind.[30]

En tweede tip, pas op met bijvoegelijk naamwoorden en werkwoorden die een eigenschap toeschrijven aan een zelfstandig naamwoord. Het is bijzonder verleidelijk om " mooi" te willen schrijven, maar een overdaad aan zulke woorden zorgt er juist voor dat je tekst aan kracht inboet.
Zo is de brul van de ijsleeuw niet alleen woest, maar weerkaatste deze ook nog EN blijft als VERRE echo zweven en ebt ook nog eens. Snap je wat ik bedoel? Ik heb alles wat een eigenschap toekent aan een zelfst. naamwoord scheefgedrukt gezet, al ben ik vast een en ander vergeten.

Veelbelovend begin!

Als alternatief voor sneeuwbal, projectiel misschien? Of gewoon afkorten tot bal :P Alternatieven voor sneeuw hebben we niet zoveel in het Nederlands nee, dan proberen zinnen te verzinnen waar je het woord kunt vermijden. Ik zie wel een aantal zinnen waar je het zo uit kunt halen en het niet afdoet aan het verhaal.

Succes!
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ebkona

wo jan 04, 2017 3:54 pm

Woha, bedankt voor de feedback. Wat zinslengte betreft... wel... die zes zinnen zijn er over xD . Het was mij niet zo opgevallen tijdens het schrijven (ik let er meestal wel op dat ik voldoende afwissel) maar als ik het zo opgesomd zie staan :lol:...
Die bijvoeglijke naamwoorden, ik zie wat je wil zeggen en in sommige zinnen staan er inderdaad te veel op te korte tijd. Ik gebruik ze echter dikwijls voor meer dan enkel een omschrijving, maar ook voor sfeerschepping en contrast. Van de meeste heb ik het gevoel dat ik ze moeilijk weg kan laten, juist om die reden. Een "doodse stilte" voelt voor mij anders aan dan "een stilte", als je begrijpt wat ik bedoel. In sommige zinnen staan er echter echt te veel op elkaar gepakt :P . Ik beloof dat ik er nog es naar kijk, maar ik heb het behoorlijk druk nu en mijn vrije tijd gaat voornamelijk naar Schimmenjager xD .

En voor degenen die misschien op een vervolg zitten te wachten: het kan nog wel even duren. Door school en een superdrukke vakantie (is dat nog wel een vakantie? ;) ) ben ik nog niet veel aan schrijven toegekomen. Ik heb wel al ideeën, dus het is zeker niet zo dat ik er niet meer ga aan werken :) .
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 485
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Ebkona

wo jan 04, 2017 7:34 pm

Ik stuiter van ongeduld op het vervolg maar kan wel wachten en geen haast, eerst de belangrijke dingen in het leven en geen druk van mij :D
Tijgerlelie
Potlood
Beheer:
Berichten: 6
Lid geworden op: di jan 03, 2017 2:56 pm

Re: Ebkona

wo jan 04, 2017 10:10 pm

Graag gedaan ;) Ik moest ook even puzzelen waarom dat stuk voor mij als lezer niet zo lekker liep want an sich is er met de zinnen niets mis.

Sfeer scheppen moet natuurlijk maar ben je er bewust van dat het al snel overkil is!

"Roerloos wachtende huizen" bijvoorbeeld, kunnen huizen ook niet roerloos zijn? Kunnen huizen uberhaupt wachten? En waarop wachten deze huizen? Ik denk dan gelijk "cewl, blijkbaar leven de huizen in dit verhaal!" Maar ik denk dat je het meer als sfeerbeeld bedoeld :p Ik zou die zinnen als geheel samenvoegen tot twee, misschien drie. Dat lijkt mij meer dan genoeg sfeerschepperij. En bij mensen zoals ik kun je dus ook verwachtingen scheppen over je wereld die je misschien helemaal niet bedoelde...

Kill your darlings! ;)
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ebkona

vr mei 05, 2017 7:24 pm

Oorlogsnacht

De Bloedmaan rijst boven eindeloos woud,
werpt zijn ragfijne stralen op het web van takken
en kleurt maagdelijke sneeuw vuurrood.
Dreunend tromgeroffel jaagt door de kou,
ontembaar als een lawine;
in zijn spoor waart slechts de dood.
Ewonur leunt met een zucht naar buiten.
‘Bloedmaan,’ zegt hij zacht, en een ijskoude windvlaag laat hem huiveren. Zijn blik glijdt van de vuurrode hemelschijf naar de huizen onder hem. De toren, op een bergflank gebouwd, geeft hem overzicht over de volledige stad, van de Poort en de wachttoren waar hij zich in bevindt tot de omwalling die Temffo van de omliggende akkers scheidt.
‘Of Oorlogsmaan,’ hoort hij Kanirr brommen. ‘Hoe toepasselijk.’
Er valt een stilte in de torenkamer. Ewonur richt zijn aandacht weer op de slapende stad aan de voet van de berg. De aanhoudende sneeuwstorm die het gebied had geteisterd, is enkele zonneslagen geleden eindelijk opgehouden, maar de snijdende kou jaagt de inwoners naar binnen en elke avond opnieuw daalt er een haast spookachtige verlatenheid over de stad neer.
Schuchter doorbreekt Yitosa het zwijgen. ‘Wat is “oorlog”?’
Ewonur sluit het raam, gaat bij het haardvuur staan en strekt zijn handen naar de hitte uit, om zijn verstijfde vingers op te warmen.
‘Ik geloof niet dat daar een eenduidig antwoord op bestaat. Oorlog komt in vele gedaanten en ontstaat om de meest uiteenlopende redenen.’ Hij laat zich in een grote leunstoel vallen en wrijft over zijn slapen. ‘Uiteindelijk gaat het er altijd om de tegenstander uit te schakelen, op wat voor manier dan ook.’
‘Wij hebben hen nog nooit gezien! Hoe kunnen wij dan hun tegenstanders zijn?’
Kanirr nipt van zijn glas wijn. ‘Wij hebben iets dat zij willen, iets dat hen tot vechten aanzet.’
Verward slaat ze haar armen over elkaar en ze werpt een blik op de kaart, die op de tafel voor haar uitgevouwen ligt. Elk detail, elke ietwat grotere weg, rivier en baai zijn met adembenemende precisie op het perkament vastgelegd. Het fijne lijnenspel geeft het volledige leefgebied van de Ebkona weer, van de moerassen in het zuiden tot de machtige bergketen in het noorden, waar ook Temffo gesitueerd is. Met een stuk krijt zijn de veroveringen van het vijandige leger aangeduid.
‘Als ze iets van ons willen, kunnen ze dat toch gewoon vragen?’ mompelt Yitosa.
Ewonur en Kanirr kijken elkaar een moment lang aan. De Ebkoni in de leunstoel wrijft over de witte schubben op zijn pols en schuift een losgekomen plaatje voorzichtig tussen de andere vandaan.
‘Wat zij zoeken is waarschijnlijk niet iets dat een volk hen zomaar zal geven, Yitosa.’
‘Het gaat hier om land, grondstoffen of zelfs slaven: uit de berichten kon ik opmaken dat diegenen die zich overgeven als gevangenen aan het werk worden gezet,’ vervolgt Kanirr. Hij zet zijn inmiddels lege wijnglas op de tafel, loopt naar een kast en haalt er een tweede, nog opgerolde kaart uit.
‘Slaven?’ fluistert Yitosa ongelovig ‘En ze hébben toch land? Ik bedoel, ze moeten van érgens komen.’
Ewonur trekt een deken over zich heen. De warmte van het vuur is niet genoeg meer om de winterkou uit zijn oude botten te verdrijven. ‘Je bent nog jong, Yitosa, en de laatste paar eeuwen zijn zonder enige problemen verstreken. Dankzij de graanopslagplaatsen is ons volk zelfs moeiteloos voorbij jaren met mislukte oogsten geraakt. Er zijn hier simpelweg geen redenen om oorlog te voeren. Maar een tekort of een naderende dreiging kan zelfs het passiefste volk naar de wapens doen grijpen.’
‘Al heb ik niet meteen de indruk dat die – wat was het – Ukeru Sotai vredelievend zijn,’ merkt Kanirr droog op. Hij rolt de kaart uit en verzwaart de opkrullende randen met enkele witte keien. ‘Temffo is de enige verdedigbare plaats in het volledige grondgebied, dus laat ons daar mee beginnen.’
Nieuwsgierig buigt Yitosa zich over het perkament en ze knippert verrast met haar ogen. De lijnen draaien en slingeren een moment lang, en een beetje duizelig steunt ze op de tafel, maar dan komt de kaart tot rust en heeft zich een volmaakt beeld van Temffo gevormd. De jonge Ebkonivrouw laat zich door haar knieën zakken en bekijkt het schouwspel over de tafelrand heen. De muur rond de stad laat de meeste huizen verdwijnen, maar hier en daar steekt een torentje er bovenuit.
‘Veermeester Treyar is niet alleen kundig met inkt, hij is ook uiterst bekwaam in het weven van magie doorheen zijn creaties,’ glimlacht Ewonur.
Yitosa scheurt haar blik los van de kaart en kijkt haar metgezellen aan. ‘Waarom is Temffo de enige stad die we zouden kunnen verdedigen? We zijn niet de enigen met een stenen omwalling.’
‘Die dorpen zijn te klein om het uit te houden tegen een leger van deze omvang. Zelfs als hun muren overeind blijven, zullen hun voorraden snel slinken, tot de situatie onhoudbaar wordt.’ Kanirr duidt verschillende plaatsen op de kaart aan. ‘Wij daarentegen beschikken over de gigantische opslagplaatsen in het ondergrondse Okwem, hebben een bergmassief in de rug en kunnen een behoorlijk inwonersaantal aan.’ Hij lacht grimmig. ‘En onze oude wal stamt nog uit een tijd waar oorlog ook hier vrij vaak voorkwam. Die halen ze niet zomaar neer.’
‘Een muur geeft ons echter nog geen leger, Kanirr. Er zijn slechts enkelen onder ons die met een zwaard kunnen omgaan, en onze jagers zijn niet opgeleid om het tegen getrainde krijgers op te nemen.’ Ewonur legt zijn handen in zijn schoot en kijkt nadenkend naar de dansende sintels.
De Ebkoni knikt. ‘Wij hebben geen leger, en zelfs al zouden we onmiddellijk beginnen met rekruteren, we krijgen nooit voldoende soldaten op de been om een oorlog uit te vechten en te winnen.’
Yitosa veert overeind en klemt geschokt haar handen rond de tafelrand. ‘Maar dan –‘
Met een opgestoken hand onderbreekt Kanirr haar. ‘Een réchtstreekse oorlog kunnen we niet winnen. Maar wie zegt dat we het eerlijk moeten spelen? Voor zover wij weten, hebben zij absoluut geen kennis van magie, en hoewel hun training en uitrusting duidelijk van goede kwaliteit is, lopen wij voor op technologie. Vér voor. ‘Hij gebaart in de richting van de omwalling. ‘Stel je voor dat we op die muur bogen plaatsen die even groot zijn als een klein huis? En met Okwem in onze rug hebben we een schier oneindige voorraad magie, iets dat zij niet lijken te kennen.’
‘Zo groot als een huis? Is dat zelfs mogelijk?’ De Ebkonivrouw zet grote ogen op.
‘De plannen bestaan zelfs al, ze hebben stof liggen vergaren in de archieven. Het is een koud kunstje voor onze ingenieurs om ze wat aan te passen en ervoor te zorgen dat de eerste modellen binnen twintig zonneslagen schietklaar op de muur staan.’
Ewonur strijkt bedachtzaam over zijn kin. ‘Dat kan inderdaad werken, maar daarbij breng je de oorlog nog altijd voor de poorten van onze stad. Eén fout en de hele stad valt, en daarmee ook het volledige land.’
‘Dat het grootste deel van de gevechten zich hier gaan afspelen, kunnen we niet voorkomen. We kunnen ze echter wel aan het lijntje houden en hen keer op keer in de problemen brengen. Wij zijn degenen die het gebied kennen, niet zij.’ Kanirr schuift de kaart van de stad opzij en duidt verschillende plekken aan op de veel grotere landkaart. ‘Een ravijn, plekken waar de magie uit Okwem naar boven lekt en ons voordelen geeft, in dit woud zit een oude mistwolfling. De paar soldaten die we hebben, zijn elites onder elites. Zij kunnen als een wesp rond dat leger gaan zoemen, het pijnlijke steken geven en het lokken naar waar wij het willen hebben.’
Ewonur onderdrukte een lach. ‘Je bent van plan de mistwolfling tegen het leger op te zetten?’
De ander haalt quasi nonchalant zijn schouders op. ‘Het beest accepteert onze jagers, maar geen andere indringers. Eén van de eerste dingen die de Ukeru Sotai hier zullen leren, is dat ze beter met een grote boog rond zijn territorium heen lopen.’
De oude Ebkoni knikt bedachtzaam. ‘Op die manier maken we inderdaad kans deze oorlog te winnen.’ Hij zucht en wrijft over zijn slapen. ‘Al is die kans nog zo klein.’
Kanirr trekt de kaart van Temffo terug naar het midden van de tafel en wilt zijn plan verder uiteenzetten, maar klapt zijn mond dicht wanneer een donker gerommel vanuit het gebergte komt. Hoewel het geluid zwak is, rolt het over de toren heen en blijft het dreigend over de stad hangen.
‘Lawine,’ fluistert Yitosa bleek. Ze staat bij een raam en heeft de luiken opengeduwd, zodat ze uitzicht heeft op de bergflanken. De bergen lijken even onveranderlijk als altijd, hun besneeuwde toppen reikend naar de maan. Vanuit de torenkamer is er geen spoor te zien van het natuurgeweld dat zich in het massieve gebergte afspeelt. Het gebulder houdt nog een tijdlang aan en ebt uiteindelijk weg, een lege, onheilspellende stilte achterlatend.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ebkona

vr mei 05, 2017 7:28 pm

Okaaaaayyy, lang leve uitstelgedrag. Het gedicht was klaar in februari, de eerste helft van de tekst zelf pas in de paasvakantie. En nu ben ik eindelijk eens aan het einde van dit stuk geraakt.
Sorry voor de lange wacht :oops: .

Ik werk dus wel nog door aan Ebkona.

Echt wel.

:lol:
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Ebkona

za mei 13, 2017 8:54 am

Leuk dat je weer een stukje hebt geplaatst! Ik dacht eerst 'nooo ik weet niet meer waar het overgaat!' maar toen ik terugbladerde zag ik dat we pas aan het begin van het verhaal zijn en er dus ook niet veel te weten valt :P Pfiew.. Ik kijk uit naar het volgende stukje.

Goed geschreven!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Ebkona

do feb 15, 2018 3:39 pm

Oepsie, op de een of andere manier heb ik dit derde deel totaal gemist... :oops:

Weer heel erg goed gedaan, hoewel ik weer even moest terugkijken waar het over ging.
Eigenlijk hoor ik nu op te letten in het college, maar ik werd hier volledig door afgeleid. Gelukkig werd ik er ook erg blij van :D
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ebkona

vr feb 16, 2018 5:25 pm

Hehe, ja, ik weet dat er héééééél veel tijd tussen de stukjes zit, maar dat komt omdat ik sowieso traag schrijf en dan vooral aan Schimmenjager werk :P .

Volgend stukje is trouwens ook tijdens het college geschreven :roll: :D . Tnx!!!
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ebkona

vr feb 16, 2018 5:27 pm

Hoop

De tombe braakt giftige wolken
die als schaduwen over het land kruipen
en spoedig een rijk doen ondergaan.
Honderd schepen laten het water kolken
wanneer een volk zijn thuis ontvlucht
met ijle hoop, slechts geleid door de maan.


De geur van rook dringt door de kieren van de luiken de kamer binnen. Kreunend staat Durag op, hij wankelt naar het raam en duwt het open. De toren in de citadel geeft een goed zicht op de omliggende stad en op verschillende pleinen ziet hij nieuwe vlammen een flakkerende gloed op de muren werpen. ’s Middags waren de vuren, die al wekenlang onophoudelijk brandden, even gedoofd. Een buitenstaander zal de korte stop als een positieve vooruitgang zien, een teken dat het langzaamaan beter gaat.
Pri’ta Durag wierp een vermoeide blik naar het oosten, waar op heldere middagen de platte toppen van de tafelbergen tegen een strakblauwe hemel afstaken. Aders met zilver, goud en ijzer meanderden door de rode rots en kwamen hier en daar bijna aan de oppervlakte. Gretig hadden de Ukeru Sotai naar de waardevolle ertsen gegraven. Nadat de meest oppervlakkige aders volledig ontgonnen waren, was men dieper de aarde in gedoken, de glinsterende verleiding achterna. Goud en zilver waren echter niet de enige dingen die in de rots verborgen zaten.
Twee seizoenen geleden waren de mijnwerkers op een ingegraven bouwwerk gestuit. Nieuwsgierig hadden ze de donkergrijze wand opengebroken en ze hadden het gebouw verkent. De doolhofachtige gangen werden in kaart gebracht en oude, dikwijls onherkenbaar beschadigde voorwerpen werden verzamelt. Na enkele zonneslagen keerde men terug.
Het begon met bloeduitstortingen. De mijnwerkers die in de tombe hadden rondgelopen, stonden vol blauwe plekken. Daarna kregen anderen dezelfde symptomen, maar die verdwenen weer en er werd geen aandacht meer aan besteed. Pas na een kwart seizoen kwam de koorts, waarop algauw de dood volgde. Op het moment dat het gevaar duidelijk werd, was het al veel te laat. Mijnwerkers waren naar huis gegaan, besmette handelaars hadden het land doorkruist en de ziekte greep ongehinderd om zich heen.
Het duurde een tijd voor men het verband zag tussen de bloeduitstortingen en de koorts, en het duurde nog langer voor men doorhad dat de ziekte enkel en alleen werd doorgegeven door rechtstreeks contact tussen Sotai. Voedsel was veilig, dieren waren dat ook.
Durag draait zich om en schuifelt terug naar zijn zetel. Er is niets dat ze nog kunnen doen. Er is niets dat ze nog hebben, op uitgestorven dorpen en steden na.
De vuren op de pleinen waren niet gestopt omdat er minder Sotai aan de ziekte ten prooi waren gevallen. Er was gewoon bijna niemand over.
Hoop. Niet voor de achterblijvers in dit land van de dood, maar voor diegenen die een seizoen geleden met schepen deze havenstad hadden verlaten. De pri’ta balt zijn vuisten. Er is geen enkele zekerheid dat zij een land zullen vinden, dat zij de lange reis over de oceaan zullen overleven.
Durag wrijft afwezig een lok uit zijn gezicht en trekt zijn mouw over de bloeduitstortingen op zijn arm.
Enta Kitohan móét slagen. Hij en het gezonde deel van hun volk dat hij aanvoert, zijn hun enige kans. Hun láátste kans. Hun laatste hoop.
A reader lives a thousand lives before he dies.

Terug naar “Fantasie”