Pagina 1 van 1

Hellenland

Geplaatst: ma nov 12, 2018 8:01 pm
door Supersonic scorer
Hellenland; Deel 1

Proloog

Ooit weleens gehoord van Hellenland? Nee? Nee, u niet, maar ik wel. Ik zal het u vertellen. Het is een plaats van straf. De zielen van overleden mensen gaan er allemaal heen, hoe goed of slecht ze zich ook gedragen hebben in hun miserabele leven. Wat zegt u? U wilt weten hoe ik heet? Ach, waar zijn mijn manieren?! Ik ben Ridder Clovis, uw gids door de jungle. Of moet ik zeggen: door de hel. Ik vertel u nu mijn verhaal, want toen ik hier kwam was alles anders. Ik ben een vernietiger en ik heb alles hier vernield (u heeft de verkeerde gids gekozen, haha). Het begon met een vrouw... en daar ging het mis... Luister maar...

Hoofdstuk 1


Ik ben hier op 12 mei 3024 beland. Om uw beeld over mij te verduidelijken, we leven nu in 2018. De jaartelling loopt hier achteruit en ik zit hier dus net 1000 jaar, een hel! Dat is het hier, een hel! En in deze 1000 jaar is er veel veranderd. Toen ik hier kwam, was hier niet zo veel aan de hand en ik had ook geen intentie om hier alles te gaan vernielen. U moet weten, ooit waren hier vier machtige rijken; Elfenrijk, Dwergenrijk, Naturarijk en tot slot het sterkste: Godenrijk. Deze rijken bemoeiden zich nooit met elkaar, discussies werden al pratend opgelost tussen de betreffende partijen. Het was hier een soort hemel. Voordat ik in het verhaal kom, vertel ik u dat elke ziel die hier arriveert mag kiezen waar hij/zij wil wonen. Nooit had iemand moeite met het kiezen. Sommige zielen waren meer elfen, sommige meer dwergen, andere waren zij die in harmonie met de natuur wilden leven. Enkele gingen naar het Godenrijk. Zo ook ik. En ik voelde me daar best bijzonder, want het was mijn kracht die de gemoederen tussen de rijken rustig hield. Met mijn zwaard hakte ik elke knoop en elke discussie door. Zo hadden de elfen en de dwergen ooit eens een ruzie gehad over kruiden en welke het beste werkte tegen een bepaalde ziekte. Ik mocht de knoop doorhakken; beide partijen hadden te accepteren dat ze hun eigen methode het beste vonden en moesten doen waarvan zij overtuigd waren dat goed was. Op een dag was ik op bezoek in het elfenland; als ik niet tot de Goden zou behoren, was ik elf geworden. Dan was ik niet Ridder Clovis, maar Elfje Clovis. Het klinkt kinderachtig, maar zo is het wel. Mag ik me goed voelen bij het ras elfen, alstublieft?! Kijk mij er niet op aan, als u naar Hellenland zou gaan en het zou geen hel als dit zijn, zou u weten wat ik bedoel. Maar goed, ik was op bezoek bij de elfen. Ik keek uit over het mooie land van de elfen vanuit één van de kasteeltorens. Elfen maakten muziek, dansten, zongen, baden in glimmend water, aten wat besjes. De koningin van de elfen, Bryweda, had mij hier geroepen. Ze had een verzoek voor mij. "Ridder Clovis, u bent een God nu, maar wij weten allebei dat u veel liever een elf had willen zijn. Wat zou ervan zeggen dat u voor mij het rijk zou bewaken tegen de tijd dat ik er niet meer ben?" "U bedoelt dat uw tijd er hier bijna opzit en u vraagt dus mij om de orde in het rijk te bewaken? Snap ik dat goed?" "Ja, Ridder Clovis. De God van het leven heeft mij een visioen gegeven. Snel genoeg zal ik sterven. Op een dag zal ik wederkeren, maar niet als koningin. Misschien wel niet als elf, maar Naturalist of dwerg of misschien als een God. Daarom vraag ik u: waak over het rijk alsof het uw kind is en laat iedereen hier een plezierige tijd hebben. De Aarde, waar het echte leven plaatsvindt, is al gek genoeg en zodra hier meer komen, komen ze allemaal met verhalen. Waak over hen totdat ze weer teruggaan naar de Aarde. Wilt u dat voor mij doen?" "Natuurlijk, koningin Bryweda. Ik zal uw prachtige rijk beschermen en iedereen zal zich er een elf voelen.", zei ik. Ik wist natuurlijk niet wat mij te wachten stond...

Hoofdstuk 2

De dagen verstreken zo snel en het ondenkbare gebeurde. Koningin Bryweda kwam te overlijden. Ze liet het hele rijk over aan mij. Haar enige kind, een eigenwijze maar verdomd slimme dochter, zou mij gaan adviseren. Meteen adviseerde ze: "Geef mijn moeder een mooie begrafenis." En dus regelde ik dat. Koningin Bryweda verdiende dat ook en dus werden de voorbereidingen meteen getroffen. Een week later was koningin Bryweda in alle eer begraven en waren de elfen de tragedie een beetje voorbij gekomen. Het jaar waarin we leefden, was 2987. Ik was hier nu zo'n 40 jaar en ik had het naar mijn zin. Ook de prinses had het naar haar zin. Ze speelde de hele dag met andere elfen, alsof ze één van hen was. Iemand vertelde mij dat ze ook zo'n 40 jaar hier was, maar ik zou geen moeite voor haar doen. Ze was weliswaar mooi, maar... ik had geen gevoelens voor haar. En zij overigens ook niet voor mij, voor zover ik weet. Opnieuw was dit niet de vrouw waarover ik het eerder heb gehad. Zo deelden we het rijk. En op de leeftijd van 126, wat nog vrij jong is hier, kwam de prinses te overlijden. Omdat ze geen kinderen had, moest ik het rijk besturen. Mijn adviseur werd vervangen door een goede man, Kyjea. Hij en ik hadden allebei een duidelijk idee over hoe het rijk geregeerd diende te worden. Rust, vrede en vriendschap; dat was ons motto. Aan de hand daarvan regeerden we het rijk. Op een dag moest ik naar de dwergen; die kleine druktemakers konden iets niet rechtzetten met de Goden en de Goden waren ten einde raad. Dus werd ik opgetrommeld om de zaak op te lossen. Ik liet het rijk van de elfen, op advies van Kyjea, aan hem over. Toen ik terugkwam, zag ik dat Kyjea eigenlijk een vrouw was en ze was uit op totale vernietiging van alle rijken. Waarom iemand dat zou willen, weet ik ook niet. Voordat Hellenland ontstond was dit een onaards paradijs waar iedereen kon zijn wat hij/zij wilde. Deze vrouw en ik raakten in gevecht en met een gemene toverspreuk kwam mijn duivelse ik op. Voor ik het wist, was ik het rijk van de elfen plat aan het maaien met mijn zwaard. De Goden wilden mij tot orde roepen, maar ik kon niet tegengehouden worden. Nadat de elfen volledig vernietigd waren, gingen de dwergen er ook aan. Daarna de inwoners van Natura en tot slot ruimde ik zelfs de Goden op. Na de Goden keerde ik terug naar de vrouw. Ik wist de spreuk te breken én haar te vermoorden. Maar ik wist niet dat zij een eeuwigdurende vloek op mij los had gelaten. Ik zou hier blijven terwijl alle rijken in Hellenland veranderden. Er ontstond een zoutvlakte, een woestijn, een lavaland, een land gemaakt van al het bloed, een land bestaande uit water vol met haaien, piranha's en roggen en een land waar zelfs ik niks vanaf wist. Zelfs ik heb nog niet gezien wat daar is. En zo ben ik vervloekt. Vast op dit absurde land, tot in de eeuwigheid...

Re: Hellenland

Geplaatst: wo nov 14, 2018 4:26 pm
door Maaike
Leuk begin van je verhaal. Je hebt duidelijk een alwetende verteller aan het woord gelaten, haha. Ik ben benieuwd wie zijn toehoorder is die ook in het Hellenland terecht is gekomen.

Ik mis wat alinea's (enters) in je tekst. Nu is het namelijk een heel blok, terwijl dat niet hoeft. Je zou bijvoorbeeld de regel "Voordat ik in het verhaal kom..." op een nieuwe regel kunnen plaatsen, omdat je hier met een nieuw stukje begint. Het vorige deel is afgerond.
Ook is het fijn als je dialogen op een nieuwe regel begint, in plaats van deze achter elkaar te zetten. Hierdoor is de tekst makkelijker te lezen en is duidelijker wie wat zegt. Al was het in dit stukje duidelijk wie wat zei, hoor. ;)

Goed geschreven en ga zo door!

Re: Hellenland

Geplaatst: do nov 15, 2018 3:02 pm
door Supersonic scorer
Dank je wel voor je complimenten, tips en tricks. Ik zal ze zeker in acht nemen en ze motiveren mij enorm om verder te gaan aan dit verhaal. Dank je wel.

Re: Hellenland

Geplaatst: do nov 15, 2018 3:06 pm
door Supersonic scorer
Hoofdstuk 3

En nu zijn jullie gearriveerd. Wees welkom en vergeef me voor mijn naargeestigheid. De spreuk echoot soms nog na in me. Wacht, waarom heet ik jullie welkom? Jullie lezen alleen maar mijn ervaringen en verhalen, maar jullie zijn hier niet. Hetgeen dat ik opgeschreven heb over dit verschrikkelijke land is wat dit allemaal is. En het erge is dat ik het zelf heb aangericht. Elk land staat voor een manier om dood te gaan. Je kan in de lava gegooid worden of verbranden, omkomen van de dorst, opgegeten worden, vermoord worden en vergiftigd/ziek worden. Je mag zelf kiezen wat je wil! Ik zit aan de baai van de doden, alle omgekomen wezens die hier ooit leefden te herdenken. Wat lijkt jou een fijne manier om dood te gaan? Zeg het mij maar. Diep van binnen haat ik mezelf. Wat ik heb aangericht in dit eens zo mooie paradijs is om te huilen. Ik heb op avonden gewenst dat ik iets kon doen om alles terug te draaien. Iemand heeft me ooit verteld dat op aarde computers zijn. Nou heb ik geen idee wat die dingen zijn en kunnen, maar diegene vertelde me dat er altijd een CTRL+Z functie is, waarmee van alles ongedaan kan worden gemaakt. Ik wou dat er hier ook zoiets was. Misschien is dat ook wel, maar ik ben te lui om ook maar iets te doen. Ik moet maar op zoek gaan. Ten slotte kan ik hier niet dood, omdat ik vervloekt ben tot eindeloos zwerven in deze hel. Laat ik maar op zoek gaan. Wie weet vind ik wel iets om alles terug te draaien. Als dat geen goede daad voor de overledenen is...

Hoofdstuk 4

Ik begin in het meest mysterieuze land. Daar waar de zon nooit zou opkomen en het altijd mistig is. Ook nu is het mistig, hoe kan het ook anders? Daar kom ik erachter dat het eigenlijk giftige lucht is wat alle binnenkomers inademen. Hoe ik dat weet? Die lucht stinkt ontzettend! Alsof 30 trollen bij elkaar even flink gekakt hebben. En dat nog eens 30 keer zo erg! Wat een stank! Geen wonder dat er hier doden vallen. In het midden van het mistige land is een meer met gifgroen water erin. Ik spring erin en daar vind ik allemaal verloren zielen, zielen die hier ook ingesprongen zijn. Zij kunnen niet meer gered worden, zij zijn gedoemd om hier te blijven totdat de dood erop volgt. En dat duurt erg lang! Voordat er hier iemand doodgaat, zijn we al zeker zo'n 200 jaar verder. Kun je nagaan; in die 1000 jaar dat ik hier ben, zijn er maximaal 5 zielen vertrokken hier. Zo langzaam gaat dat dus. Ik duik naar de bodem, maar daar is niks bijzonders te vinden. Ik zwem weer naar boven en doorzoek de rest van het land maar, heb ik iets anders te doen dan?! De rest van het land is niet heel bijzonder. Het is verdorde grond waar al jaren dezelfde lucht overheen waait. Vroeger lag hier het Naturarijk. Althans, met een aardig deel van het Bloedenland was dit het Naturarijk. Ik ga maar door naar waar het Bloedenland, ik denk dat ik daar weleens meer mazzel kan hebben.

Daar kom ik geesten tegen; en ze zijn dubbel zo naargeestig als ik. Vergeleken met hen ben ik nog een lieverdje, nietwaar? Ze maken elke vreemde in hun land af en als je hier doodgaat, duurt het zeker 100 jaar voordat je terug naar de Aarde gaat. Maximaal tien ongelukkige zielen zijn via dit land weer terug naar de Aarde gegaan in al die tijd dat ik hier ben. Kijk mij niet aan, het was een verdomde heks die verantwoordelijk is voor mijn gedrag! En die mensen kiezen hun eigen lot uiteindelijk. Ik ben, net als de meesten die hier binnenkomen, een vreemde en dus proberen de geesten mij af te maken. Maar zoals ik al eerder verteld heb, kan ik niet dood. Ik ben vervloekt. De geesten weten dat niet en ik negeer ze verder gewoon. Ergens in het midden van het land is een put; de put der vergetelheid. Wie daarin springt om maar aan de geesten te ontkomen, blijft daar zeker 250 jaar vastzitten. Maximaal dus vier zielen die de Aarde hebben teruggevonden in al die verdomde tijd dat ik hier zit. Geen fijne plek dus. Ik spring erin, de geesten beginnen luid te lachen. Ze denken dat ik onwetend en dom ben, maar ik kan niet dood en dus kan ik eruit klimmen, in tegenstelling tot andere zielen. Tot mijn irritatie vind ik ook hier niks. De zielen die er ooit ingesprongen zijn, kunnen niet met mij mee. Zij zitten als insecten vast in een soort spinnenweb, dus ik ben niet hun redding voor hun domme actie. Ik klim er weer uit, de geesten kijken verbaasd naar me. Ze snappen het niet, elke vreemde in hun land sterft. Oh ja, vergeten te vertellen. Mochten de geesten je afmaken, dan zit je hier vast voor maar 100 jaar. Dus mocht je kiezen voor het Bloedenland laat je dan onthoofden door die maniakken. Het is de moeite waard, kan ik je zeggen. Op naar Landzee. Hier liggen toch alleen maar lijken.

Re: Hellenland

Geplaatst: di nov 20, 2018 8:18 pm
door Maaike
de baai van de doden
Mooi gevonden
Daar waar de zon nooit zou opkomen en het altijd mistig is
Als het er altijd nacht is, zijn het dan heldere nachten waarbij de maan en sterren de wereld verlichten of is het er bewolkt? Maar als het bewolkt is, hoe kun je de mist dan zien? Is er zoiets als het noorderlicht dat spookachtig licht in de hemel werpt?
Vergeleken met hen ben ik nog een lieverdje, nietwaar?
Je eindigt hier met "nietwaar", maar dan zou de lezer de alwetende verteller moeten kennen. Het enige dat we weten is dat slecht is, verder kennen we hem nog niet echt. We weten dus niet of dat waar is. Ik zou het daarom weglaten.

Verder leuk vervolg. Ben benieuwd waar hij nog meer naar toe zal gaan.

Re: Hellenland

Geplaatst: vr nov 23, 2018 8:13 am
door Supersonic scorer
Hoofdstuk 5

Ik spring in Landzee en sta bijna meteen oog in oog met een haai. Mocht een haai je opeten, blijf je 100 tot 200 jaar. Niet heel erg, toch? Als een rog je te pakken krijgt, wacht je 500 jaar wachttijd als ziel. En als een piranha je bijt, heb je de ergste straf te pakken: 900 jaar wachttijd. Heb jij even pech, zeg! De haai wil mij, natuurlijk, gaan opeten, maar ik zwem heel goed. En mocht hij me toch opeten, dan kan ik er meteen weer uit. Ik ben vervloekt en kan niet dood, wat je ook met me probeert. Ik zwem naar de bodem, maar ik vind daar niks bijzonders. Zelfs als ik m'n arm in alle koralen heb gestoken, wat normaal iemand zou doden, kom ik tot de pijnlijke conclusie dat ook hier niks zit. Zuchtend bedenk ik dat ik weer naar boven moet zwemmen. Zo ontzettend irritant! Zal ik een haai of een piranha doden voor de lol? Nee, zó naargeestig ben ik nou ook niet. Hoewel, dan heb ik wel eten. Ik lust wel wat. Ik zwem naar boven en zoek een sappige piranha uit. Met een krachtige steek dood ik het beest. Daarna zwem ik naar de kustlijn. Daar eet ik die vis rauw op. De graatjes en botjes gooi ik terug in Landzee, mogen die verdomde haaien wel hebben. Zo, lekker maaltje erin. En nou door naar de Zoute vlakte. Daar lag ooit het Dwergenrijk, hier lag trouwens het Godenrijk. Leuk om te weten, toch? Genoeg gebazeld, op naar de Zoute vlakte.

De Zoute vlakte. Dorst is hier je moordenaar. Tenzij je de zee weet te vinden, zul je hier zwerven voor zeker 1000 jaar. Hier is nog niemand weggegaan, verdiende loon voor als je dacht dat het hier makkelijk zou worden. Eigen schuld, sukkels! Ik loop over de Zoute vlakte, maar ik weet vrijwel meteen dat ik het hier niet ga vinden. Hier gebeurt niks, behalve uitdroging en uiteindelijk de dood. En wat gebeurt er als je de zee wel bereikt en daarmee je dorst probeert te lessen? Als straf blijf je hier voor 3000 jaar! Geintje! Je bent dan zo dom bezig, omdat je dan alles vergeet. Je vergeet zelfs wie je bent, hoe je moet overleven, hoe je moet praten, alles. En in het einde sterf je onwetend, 1000 jaar straf. Hier is overigens niks te vinden, ik reis maar door naar de Woestijn van de dorst. De naam zegt het al, ook daar zul je omkomen van de dorst. Je blijft dan ook 1000 jaar, sukkel!
In de woestijn begin ik maar ergens te graven. Het is een wanhoopsdaad, omdat ik weet dat er in Lavaland niks te vinden is. Daar is alleen maar lava waar je in moet springen. Voordeel is dan wel dat je maar 70 jaar hier vastzit. Al is 70 jaar alsnog aardig lang, maar 70 jaar is niks vergeleken met 100 tot 1000 jaar waar ik het eerder over heb gehad. Maar goed, ik graaf een deel van de woestijn dieper uit. Ik stuit op een trap, klaarblijkelijk is deze aardig oud. Ik schat, kijkend naar de scheuren in de treden, op zo'n 6, 700 jaar oud. Voorzichtig loop ik de trap af en ik kom een muur tegen. "Alleen gebruiken in noodgevallen.", staat er op deze muur. "Dit is een noodgeval, genius. Tijd om deze muur neer te halen.", en ik begin als een gek te beuken op de muur. Ik gooi er van alles, incluis mezelf, tegen aan, maar de muur vertoont geen krasje. Zuchtend ga ik maar op zoek naar aanwijzingen om de muur te breken. In die hele verdomde gang vind ik helemaal niks en mijn kans in de woestijn acht ik ook klein. "Geweldig.", mopper ik, "Hoe krijg je een muur omver? Niet zo dus." Ik adem uit en vraag aan de muur of ik erdoor mag: "Dit is een noodgeval!" De muur begint te kraken en schuift omhoog. Voordat ik eronder door ren, sta ik even te kijken met een mond vol tanden; ik snap compleet niet waarom het nu wel lukt. Daarna ren ik eronder door, want ik zie dat de muur al begint te dalen. Met een sliding glijd ik eronder door en zodra de muur gesloten is, zoek ik een fakkel. Wacht even, waarom zoek ik eigenlijk een fakkel? Er is hier helemaal niks om een vuurtje mee te maken, genius! Maar ja, anders zie ik niks. Met m'n armen vooruit gestrekt, alsof ik een mummie ben, loop ik door de gang. Dan ineens...

Hoofdstuk 6

Ik ontwaak in iets dat lijkt op een troonzaal. Meteen voel ik achter mijn hoofd, ik ben neergeslagen. Heeft iemand MIJ neergemept?! Dat ga ik diegene eens even heel snel afleren! Die onbeschofte...! Ik kijk om me heen, maar ik kan het niet plaatsen. Waar ben ik? Wat deed ik ook alweer hier? Ineens komt er een vrouw op mij af: "Wie ben je? Wat doe je hier? Je hoort te wachten in de woestijn."
"Heeft u enig idee wie ik ben, mevrouw?! Ik ben de vervloekte, tot eeuwigdurend verblijf veroordeelde, Ridder Clovis! Als het goed is, heeft u aan mij gevraagd waar u heen wilt toen u hier arriveerde!"
"Ridder Clovis?! Dus jij bent het? Waarom zei je dat niet eerder? Je hebt mij opgevolgd als heerser van het elfenrijk."
"Koningin Bryweda?" "Ik heet geen Bryweda meer, maar Staphonotem. Ik ben als heerseres verkozen door het volk dat hier leeft. Mijn eigenlijke naam is Staphonotem III, maar iedereen noemt mij Koningin Staph of gewoon Hoogheid. Ik heb de leiding over een volk dat ooit hier bloeide. Ze hebben mij verteld dat de legendes tot zeker 5000 reiken."
"Da's voor mijn tijd, vrees ik. Hoe wilt u dat ik u aanspreek?"
"Allereerst spreek je mij aan met 'je', een privilege dat je van mij krijgt. Verder voldoet Koningin Staph voor mij. Ik kan je hulp goed gebruiken. We zitten namelijk met een groot probleem. Neem plaats, dan leg ik het je uit."

"Watertekort. Ik had het kunnen weten. En de vraag is waar we nog 'gezond' water kunnen tappen."
"Juist. Jij bent hier al zo'n 1000 jaar. Vertel op, waar vind ik water?" "Aan de randen van het Hellenland, maar dat is giftig. Drink ervan en met drie dagen ben je overleden. Je vergeet namelijk alles: hoe je heet, wie je bent, hoe je moet overleven. Alles!"
"Maar er moet toch wel ergens veilig water zijn?"
"Je kan natuurlijk, heel opportunistisch als je het mij vraagt, het water uit Landzee aftappen. Echter moet er dan een systeem zijn dat het water opnieuw zuivert. En vergeet niet dat wij ook water uitpissen. Dat kan natuurlijk ook hergebruikt worden."
"Je bent geniaal, Ridder Clovis. Echter is Landzee een aardig eindje hiervandaan. Hoe kunnen we het ooit bereiken?"
"Ik zou zeggen met een uitgebreid netwerk van gangenstelsels. Echter moet de gang zelf naar beneden gehakt worden, zodat we hier niet verdrinken als het vloed is. Ook het inladen van al het water wordt moeilijk."
"Laat dat maar aan mijn volk over. Ze hebben een machtig mooi systeem daarvoor.", en Koningin Staph geeft de orders om aan het hakken te beginnen.
"Ridder Clovis, wat is er gebeurd met alle prachtige rijken die hier ooit waren?"
Ik zwijg heel even en begin te vertellen over alles dat zich hier heeft afgespeeld vlak na haar overlijden als koningin Bryweda. De heks, de spreuk, de vloek, alles kom voorbij. Geen enkel detail ontglipt me in mijn verhaal aan Koningin Staph. Nadat ik uitgepraat ben, zegt ze: "Ridder Clovis, die heks heeft jou en alle rijken ten onder gebracht."
Ik knik en bevestig dat. "Wat een gemeen wijf!", zeg ik, "Als ik haar te pakken krijg..."
"Dat heeft geen zin, Ridder Clovis. Je zult haar wellicht nooit te pakken krijgen. En nu ben je vervloekt. Gedoemd om hier voor altijd te blijven."
Ik knik: "Ik heb echt spijt voor wat ik hier aangericht heb toen uw dochter kwam te overlijden en ze weer terugging naar de Aarde."
"Dat kan ik goed begrijpen. Hoe oud is ze uiteindelijk geworden, m'n kleine meid?"
"126. Nog redelijk jong als je het mij vraagt."
"Nee, ik ben uiteindelijk ouder geworden."
"Ja, 230 was het, hè?"
"Zoiets, ja. Ik weet het niet meer precies."
"Koningin Staph,", vraagt de baas van de steenhakkers, "de mannen zijn moe en hebben een ongelooflijke dorst."
Koningin Staph knikt en zegt: "Geef ze wat water. Zet ze daarna weer aan het werk. We hebben geen keus, want we moeten water zullen vinden. Anders hebben we allemaal niet lang meer."
"Behalve ik, natuurlijk. Omdat ik vervloekt ben en bla, bla, bla!", zeg ik geïrriteerd.
"Ridder Clovis, ik vroeg je nu even niks. Kun je heel even zwijgen?"
"Dus iedereen water geven en weer aan het werk zetten?"
"Ja, het zal wel moeten. Zeg er maar bij dat we echt geen andere keus hebben."

Re: Hellenland

Geplaatst: za dec 22, 2018 3:20 pm
door Supersonic scorer
Hoofdstuk 7

"Ik heb weer een dochter gekregen, Staphonotem heet ze. Mocht ze mij op een dag opvolgen, zal zij eigenlijk Staphonotem IV heten, maar iedereen zal ook haar Koningin Staph noemen."
Ik knik en vraag wat Staphonotem I gedaan heeft dat haar naam zo doorechoot in de dynastie.
"Ze stichtte deze kolonie. Ze had water meegenomen van Aarde. Het was niet veel, maar genoeg om deze kolonie te stichten. Hoe ze eraan was gekomen, is een geheim dat door de geschiedenis is verzwolgen. Staphonotem II deed niks bijzonders, behalve de kolonie in leven houden. En nu onder mij, Staphonotem III, dreigt de kolonie die mijn grootmoeder gesticht heeft uit te sterven."
"Ja, en dat wil je niet op je geweten hebben."
"Nooit!"
Ik knik en vraag naar haar dochter. "Zij had geen water, dus de wachten boden aan haar maar meteen te doden en haar bloed te drinken. Dat kon ik mijn eigen dochter niet aandoen en daarom verbood ik dat. Maar ik geloof dat het moment steeds dichterbij komt dat ik, om het volk te laten leven, mijn dochter moet laten doden."
"Ja, ik snap je zorgen. Wat moet je anders?"
"Maar ik voel me er zo rot over. Ze is mijn dochter. Ik kan haar niet laten doden.", zegt ze terwijl ze zachtjes begint te huilen.
Ik wou dat ik in ieder geval nog gevoel had om haar te kunnen troosten, maar dat ben ik gewoon kwijt, verdomme! Eikel die ik toch ben!
"Ridder Clovis, kun zelfs jij me niet meer troosten?"
"Ik zou wel willen, Staph, maar ik kan het niet. Het is de vloek die al het gevoel voor mij uit heeft gezet. Ik leef met je mee, maar troosten zal ik je niet kunnen. Sorry."
"Die vloek heeft jou wel erg sterk in zijn greep." Ik knik, wens dat ik kon huilen, maar het helpt niet. Ik huil niet.

"Koningin Staph, we hebben een klein riviertje bereikt. Eén van de mannen is onmiddellijk gaan drinken."
"Hou hem in de gaten. Mocht hij met drie dagen overleden zijn, zullen we verder moeten graven. Geef de rest als beloning voor hun harde werk wat te drinken. Niet te veel, we hebben nog maar 10 kruiken over."
"Ja, Koningin Staph."
"10 kruiken nog over? De nood is echt hoog, koningin."
Zij knikt: "En ik kan ze niet bijvullen of de mannen iets anders te drinken geven. We hebben alleen nog water."
Ik knik, de nood is hoog. Ik sta op en zeg: "We moeten de mannen moed inpraten. Alleen dan krijgen ze nog de wil om verder te hakken."
De koningin knikt en zegt dat ik dat mag doen.

"Mensen!", roep ik naar de bouwvakkers, "Kameraden! Ik weet dat er geruchten zijn over een riviertje, maar ik raad jullie af om eruit te drinken. Althans, nog niet. Ons proefkonijn heeft er al van gedronken en met drie dagen weten we of dit veilig water is. Rust wat uit. Hervind jullie krachten. We hakken zeer waarschijnlijk pas over drie dagen. Neem jullie rust!"
De mannen knikken en gaan allemaal zitten, de koningin kijkt tevreden naar me.
"Dit hadden ze nodig.", vertelt ze me.
"Koningin, is dit echt wel een wijs idee? Het kost 1 kruik per dag dat we hier zijn! We kunnen ze ook door laten hakken en wie weet vinden we Landzee."
"Misschien als we de sterkste mannen laten hakken en de wat zwakkeren hier laten. Zij kunnen aansterken en ons proefkonijn in de gaten houden. Mocht het nodig zijn, dan kunnen we hen als stootram gebruiken. Zij doen dan met al hun krachten de laatste paar meters."
"Dat vind ik een wijs advies, Ridder Clovis. Wie weet werkt het wel. Akkoord, zweper. Zet de sterkste aan het werk. Laat ze doorhakken. Ridder Clovis, sinds het jouw plan is stel ik voor dat jij de leiding neemt over deze onderneming."


Hoofdstuk 8

"De sterkste mannen moeten mij volgen. Ik heb een opdracht voor hen."
De sterkste mannen staan op en volgen mij. Ik leg hen het plan uit: "Het moet. Anders redden we het niet. Jullie zullen moeten hakken. De anderen blijven hier om te zien of het gevonden water veilig is en anders zullen zij jullie versterken. Snappen jullie wat ik wil dat jullie doen? En willen jullie alsjeblieft beginnen? Anders halen we het nooit."
De mannen knikken, één van hen roept: "Voor Staphonotem I, mensen! Zij zou willen dat we het halen! We laten ons niet tegenhouden door een beetje steen! We kunnen dit!"
De mannen schreeuwen in enthousiasme en beginnen als gekken te hakken. Ik knik naar Koningin Staph, zij knikt tevreden terug. Voordat ik het weet, zijn de hakkers al mijlenver van me. Ik ren ze achterna: "Goed zo, mannen! Ga zo door! Voor Koningin Staphonotem I!"
Ik begrijp niet waar ze die energie ineens vandaan halen, maar het gaat als een tierelier! Da's zeker. Plotseling zie ik de zwakkeren achter ons aan rennen en ook zij beginnen te hakken.
"Koningin Staph, waarom zijn zij er nu al? Ze zouden toch op het eind komen?"
"Jawel, maar zij wilden ook hakken voor hun stichteres en dus liet ik ze maar gaan."
Ik knik en vraag dan naar het proefkonijn. "Hij heeft nog niks geks, al kan dat ieder moment veranderen."
"Toch moet het niet als een dolksteek voelen wanneer we weten dat het water dat we tegengekomen zijn giftig is. We moeten doorhakken.", zeg ik.
Koningin Staph knikt en roept haar dochter bij zich. "Hier ben ik, mama. Gaan we het halen?"
"Misschien wel. Het is een kleine kans, maar het is een kans."
De mannen hakken zo hard dat nadat de koningin, de prinses en ik tien minuten gekeken hebben alweer mee moeten rennen om ze niet kwijt te raken.
"Water, ik zie water!", schreeuwt er één, "Kijk daar, Koningin Staph! Hebben we het gered?"
Ik kijk en zeg: "Ja, dit is het water van Landzee! We zijn er, mensen! Neem een flinke slok na al het harde werken!"
De prinses rent op het water af, maar ik hou haar tegen: "Wacht maar even. Er komt vanzelf een plekje vrij en dan kun jij je ook vol drinken."
De prinses knikt en loopt weer naar haar moeder.
"Nog een voordeel, Koningin Staph. Er is eten in overvloed. Elke avond piranha, rog of haai. Wat je maar wilt."
De koningin lacht en geeft me gelijk: "Ridder Clovis, ik moet je dit toch vragen. Wat was je reden dat je in de woestijn was?"
"Ik was op zoek naar iets om in ieder geval de oude rijken weer terug te laten keren. Dit moet geen hel zijn waar zielen voor zeker 100 jaar vastzitten voordat ze weer naar de Aarde terug kunnen keren. Het maakt mij niet zo veel uit dat ik hier eeuwig moet blijven, maar dan moet het hier wel om uit te houden zijn."
De koningin knikt en geeft mij een klein amuletje: "Ga hiernaar op zoek. Je zult vinden wat je zoekt."
"De robijn van vuur? Gaat dit alles ongedaan maken? Alles dat ik aangericht heb?"
"Ja, legendes vertellen dat het in Lavaland ligt, maar waar weet niemand."
"In elk geval heb ik een spoor. Dank je wel, Koningin Staphonotem III."
"En neem dit ook mee."
"Wat is dit?"
"Een aandenken aan mijn ziel, Ridder Clovis. Er komt natuurlijk weer een dag dat ik niet meer over dit fantastische volk regeer, maar je zult mij altijd bij je dragen. Deze ring zal je de weg naar De robijn van vuur wijzen. En later zal ze een herinnering aan mijn ziel zijn."
"Dank je wel, koningin."
"Ga nu, je wil Hellenland veranderen in de plaats die het ooit was. Succes."

Re: Hellenland

Geplaatst: za jan 05, 2019 9:23 am
door Maaike
Leuk vervolg. Ik kan de humor tussen de regels wel waarderen, het komt niet geforceerd over, maar gewoon hoe Clovis is. En ik vind het goed om te zien dat Clovis een duidelijk doel voor ogen heeft. Als ik het goed heb, zwierf hij tot nu toe gewoon een beetje rond. Maar hij is eigenlijk iets heel groots en moois van plan. Zal hij daarna - als het hem lukt - verlost worden?

Ga zo door!