Oorlogen van Qissadiem; Deel 1

Ontdek een wereld voor elven en draken en nog veel meer mystiek
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 3C

wo mei 23, 2018 12:33 pm

Oorlogen van Qissadiem; 3C

De koning besloot dat Meester Mo-Kajik gedood mocht worden. Meester Hyfe-San en Anakon richtten zich weer op Meester Mo-Kajik, maar het was al te laat; hij was, eens te meer, verdwenen. "Geweldig,", mopperde Anakon, "hij is weg." "Hij zal niet lang wegblijven.", spraken Nico en Meester Hyfe-San in koor. Beiden keken elkaar verbaasd aan. "Hij zal inderdaad nog een aanval op het paleis uitvoeren.", sprak Nico, "En daar moeten we klaar voor zijn." "Meester Nico heeft gelijk.", zei Meester Hyfe-San, "We moeten ons gaan voorbereiden. Welnu, jonge Anakon. Jij bent overgelopen naar de zonnige kant van het Qissa. Wil je niet bij ons in de leer gaan? Meester Nico zal je alles leren."

"Zo super om eindelijk erkenning te krijgen voor wat ik eigenlijk gedaan heb.", zei Anakon blij. Meester Hyfe-San vroeg naar wat hij dan gedaan had. Anakon begon te vertellen over Meester Mo-Kajik en hoe hij hem had voorgelogen. Meester Hyfe-San luisterde aandachtig en zei na afloop dat Anakon zijn naam eer aan deed: "Je sluwheid lijkt veel op die van een anaconda." "Dat weet ik, Meester. Sluw zijn zat me al van jongs af aan in het bloed." "Welnu, op naar je Meester. Meester Nico wacht buiten op je."

"Hallo, Meester.", zei Anakon tegen Nico. "Goed dat je er bent, Anakon. Wees welkom in de Zonorde." "Dank u, Meester." "Goed, als eerste gaan we langs bij Meester Julia. Er is iets gebeurd met haar tijdens het gevecht met Meester Mo-Kajik en wij moeten voorkomen dat ze erdoor overloopt naar de duistere kant van het Qissa." "Ja, Meester. Welke kant moeten we op?" "Zonwachten kunnen elkaar voelen. Ze weten waar iedereen zit. Anakon, probeer dat zelf eens. Waar is Meester Julia?"

"Goed gedaan, mijn leerling. Je leert snel." "Dank u, Meester." Nico klopte op de deur van Meester Julia's kamer. Binnen zag hij Meester Bernard Meester Julia troosten. "Wij komen u aflossen.", zei Nico tegen Meester Bernard. Nico vroeg naar haar situatie. "Ernstig. Ze denkt er serieus aan om haar vader achterna te gaan." "Werk aan de winkel, mijn leerling." Meester Bernard verwelkomde Anakon ook in de Zonorde en wenste de twee succes: "Zorg dat ze niet overloopt."

Meester Bernard ging naar Meester Hyfe-San. Meester Hyfe-San had net een topoverleg met de koning. Hij was echter snel klaar, want de koning knikte, bedankte Meester Hyfe-San en liep weg. "Hoe staat het met Meester Julia?" "De situatie, Meester, is ernstig. Ze dreigt over te lopen als we niks doen." "Dat is niet goed. Wie heeft jou afgelost?" "Meester Nico en zijn leerling Anakon." "Meester Nico is een betrouwbare Zonwacht met een zeer sterke inzet. Hij zal waarschijnlijk niet rusten voordat Meester Julia zich voorgoed bij de Zonorde voegt. Van Anakon weet ik niet of we hem kunnen vertrouwen. Hij is weliswaar sterk, maar soms ook onbetrouwbaar. En dat baart me zorgen..."

"Het gaat wel.", kapte Meester Julia Nico af. "Nee, Meester Julia. Ik voel het conflict in je. De tweestrijd tussen je vader en ons. Vanbinnen weet je niet wat te kiezen." Meester Julia begon in te zien dat Nico haar beter doorhad dan ze zelf gedacht had. "Het is heel simpel, Meester Julia. Je kan kiezen voor je vader. Hij zal je alles leren over het Qissa en zeer sterk maken. Maar vanbinnen ben je dan een met haat en verdriet verwrongen persoon. En de woede en haat die daaruit voortvloeit, zal zich in elk van je daden tonen. Je zal iedereen haten, zelfs je eigen vader. Of je kiest voor ons, de Zonwachten. De collega's die al zo'n tien jaar vertrouwd met je leven. De Zonwachten die jou Meester Julia gemaakt hebben, misschien wel de sterkste vrouw in ons midden." Meester Julia wist dat Nico gelijk had en er rolde stilletjes een traan over haar wang. "Ik begin te merken dat ik geen haat nodig heb om gelukkig te zijn.", fluisterde ze, "Maar hoe zit het met mijn vader?"

Nico en Anakon kwamen uit Basal om prinses Hannah te bezoeken. "Meester, ik blijf het me afvragen: op wie van ons is de prinses nou?" Nico dacht na en zei: "Ze kon weleens op ons allebei zijn, mijn leerling. Om eerlijk te zijn, weet ik het niet. Er zijn ook dingen die een Meester niet weet. Daar ben ik uiteindelijk ook maar een mens voor." Anakon glimlachte en zei dat je als Meester waarschijnlijk nooit uitgeleerd bent. "Dat ben je inderdaad niet. Als Meester heb je voldoende kennis om andere Zonwachten op te leiden tot sterke, zelfstandige Meester, maar zelfs Meester Hyfe-San, de sterkste Meester van onze tijd, leert nu nieuwe dingen over het Qissa. Een goede Meester is nooit uitgeleerd, mijn leerling. Scherp gezien.", zei Nico geïnteresseerd.

"Nico! Anakon! Oh, wat goed om jullie weer te zien!" "Het doet ons ook goed, prinses, om te zien dat het je goed gaat." De prinses gaf hen beiden een zoen en zei: "Vertel op, hebben jullie de laatste Maanwacht te pakken? En hoe is het met mijn vader?" Nico vertelde alles. Van A tot Z, zonder ook maar enig detail weg te laten. Na het verhaal vroeg prinses Hannah: "Dus nu gaat Meester Mo-Kajik het paleis aanvallen?" "Ik ben bang van wel." "Maar waarom zijn jullie dan hier?" "We wilden echt even zien of het goed met je ging.", zei Anakon, "Vanbinnen maakten we ons allebei zorgen." "Maar dat was niet nodig. Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld." "Dat is goed om te horen. We zullen er zijn zodra het kindje komt." "Ja, daarover gesproken: de verpleegsters vermoeden dat het er twee worden." "Een tweeling?" De prinses knikte, zelfs Nico was verbaasd.

Nico en Anakon kwamen terug in Basal, en dat bleek geen seconde te vroeg: Meester Mo-Kajik was al een offensief begonnen tegen het paleis. Zijn Duistere Ridders waren nog bezig met de poort. "Hoe gaan we naar binnen, Meester?" "Via een geheime ingang. Alleen de zonwachten kennen deze, dus deze vertrouw ik je toe. Het is een noodingang en je mag het nooit als uitgang gebruiken." Nico en Anakon gingen de geheime gang in en stonden binnen de kortste keren in het paleis. "Ziehier de zaal der koningen.", sprak Nico, "Hier staan de beelden van eerder koningen van deze dynastie. En onder onze voeten rusten deze grote koningen." Anakon was verbijsterd, dit had hij nog nooit gezien! "Meester Nico, net op tijd. Waar waren jullie?" "Dat is nu even van ondergeschikt belang, Meester. Waar kunnen we de koning van dienst zijn?"

Het gevecht nam een uiterst gevaarlijke wending. Eén van de kasteeltorens werd eraf geblazen. Gelukkig was het niet de toren waarin de koning gevlucht was. Meester Mo-Kajik had maar één doel: vermoord de koning. Met een dode koning zouden de Zonwachten ook radeloos worden en zou het volk hen gaan zien als de moordenaars van deze dynastie. De Duistere Ridders stonden inmiddels in de grote hal. Deze hal leidde naar de troonzaal. Meester Mo-Kajik beviel zijn trouwe gezant Frederick om de koning te vinden: "Vind hem en vermoord hem."
Nico en Anakon vochten hard. Desondanks zei Nico: "Anakon, ik moet je even spreken." "Ik ben even druk.", riep Anakon terug en hij doodde alweer een Duistere Ridder. Nico raakte ook weer in gevecht en versloeg zijn tegenstander vrij snel. Weer riep hij Anakon, maar die was opnieuw in een duel verwikkeld geraakt. 'Als jij je leerling wilt bereiken, doe dat via je gedachten.', hoorde hij Meester Hyfe-San. Hij bedankte in gedachten Meester Hyfe-San en zei Anakon in gedachten: 'Anakon, als ik dit niet overleef, ga naar de prinses. Help met het opvoeden van de kinderen die ze verwacht, of ze nou van jou of van mij zijn. En laat het Qissa dan voorlopig even voor wat het is. Laat niemand merken dat het Qissa sterk in je is.'
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 3D

zo mei 27, 2018 8:57 am

Oorlogen van Qissadiem; Deel 3D

Nico en Anakon vochten hard. Desondanks zei Nico: "Anakon, ik moet je even spreken." "Ik ben even druk.", riep Anakon terug en hij doodde alweer een Duistere Ridder. Nico raakte ook weer in gevecht en versloeg zijn tegenstander vrij snel. Weer riep hij Anakon, maar die was opnieuw in een duel verwikkeld geraakt. 'Als jij je leerling wilt bereiken, doe dat via je gedachten.', hoorde hij Meester Hyfe-San. Hij bedankte in gedachten Meester Hyfe-San en zei Anakon in gedachten: 'Anakon, als ik dit niet overleef, ga naar de prinses. Help met het opvoeden van de kinderen die ze verwacht, of ze nou van jou of van mij zijn. En laat het Qissa dan voorlopig even voor wat het is. Laat niemand merken dat het Qissa sterk in je is.'

Na de eerste ronde van Duistere Ridders liep Anakon even naar Nico. "Bedankt voor de verantwoordelijkheid, Meester." "Graag gedaan, Anakon. Ik hoop dat je de prinses gelukkig zult maken, mocht dat gebeuren." "Daar komt nog een ronde. Ze hebben kennelijk nog niet genoeg gehad." "Nee, zij niet. Maar... wacht eens. Waar is Meester Julia?", vroeg Nico aan Meester Hyfe-San. "Ik weet het niet, Nico. Ik heb haar al een tijdje niet gezien." "Dat is niet goed.", zei Anakon.

De tweede ronde begon, maar ook deze keer waren de Zonwachten sterker dan de Duistere Ridders. Ineens verscheen er achter de Zonwachten een vrouw. "Meester.", wees Anakon. "Dat is... Meester Julia. Waarom... waarom draagt ze zulke duistere kleren?" Nico zag Meester Julia op Meester Bernard af sluipen en zette het Qissa toch maar in. Hij trok haar naar zich toe en zei: "Wat is je plan, Meester Julia?" Meester Hyfe-San reageerde meteen: "Meester Nico, zet haar neer. Meester Julia, wat was je van plan?" "Niets.", loog ze. Nico gaf zijn leerling opdracht om de Duistere Ridders in de gaten te houden en richtte zich weer tot Meester Julia: "Je wilde Meester Bernard vermoorden. Waarom?"

"Ik waarschuw je nog één keer, Meester Julia. Je zult een leven leiden gevuld en geleid door haat, pijn, wrok en verdriet. Als jij overloopt, zal je leven nooit meer hetzelfde zijn." "Je bedreigt me?! Hoe durf je Mo-Vera, dochter van Mo-Kajik, te bedreigen?!" "Het is al te laat.", zei Meester Hyfe-San, "Al het zonnige in haar is verdwenen." "Moeten we haar doden, Meester?", vroeg Nico. "Met pijn in het hart moet ik daarop positief antwoorden. Als ze blijft leven, is ze een gevaar voor ons allen." Anakon stapte naar haar toe en viel haar aan. "Anakon, doe het niet! Ze heeft veel meer ervaring dan jij!" Anakon werd zonder pardon weggestuurd. Hij krabbelde overeind en Nico viel Mo-Vera aan.

Ondertussen gingen de gevechten met de zoveelste horde Duistere Ridders door. Nico en Mo-Vera vochten genadeloos. Nico probeerde nog tevergeefs om Meester Julia weer in Mo-Vera terug te halen, maar, zoals wel duidelijk bleek, had het geen enkele zin. Deze horde Duistere Ridders werd makkelijk te grazen genomen, maar Nico begon moeite te krijgen met Mo-Vera. Om het erger te maken, kwamen vier bedienden beneden met het levenloze lichaam van de koning; de dynastie dreigde nu serieus dood te bloeden. "Geef het toch op, Zonwachten!", riep Mo-Vera, "Jullie koning is dood! Zonder leider mogen jullie niet eens vechten!" "Ik verzet me tot de laatste snik!", riep Nico. "Dwaas! Jullie mogen dit niet! De koning zou dit niet hebben gewild!" "Larie!", riep Anakon, "In naam van onze koning, hij had gewild dat wij de strijdbijl niet zouden begraven! Ook ik geef dit niet zomaar op!"

De Zonwachten begonnen uitgeput te raken: hun krachten waren bijna op en de Duistere Ridders bleven maar komen. 'Anakon, vlucht!', zei Nico in zijn gedachten, 'Ga naar de prinses en blijf daar! Voed de kinderen met haar op! En zeg de prinses dat ik van haar houd. Wil je dat doen, als mijn laatste bevel aan jou als jouw Meester?' "Ja, Meester.", zei Anakon sip, "Maar ik wil nog..." 'Nee, Anakon. Je moet gaan. Er is geen tijd meer voor afscheid!' Anakon sloeg weer een Duistere Ridder neer, haastte zich naar Nico en gaf hem een vlugge omhelzing: "Als bedankje voor alle wijze lessen." "Maak de prinses gelukkig en probeer het Qissa pas te leren als daar expliciet om gevraagd wordt." "Ja, Meester." Anakon gaf Nico nog één omhelzing en sprong uit het raam, recht de gracht in. "Hij wordt onze enige hoop.", zei Meester Hyfe-San. "Dat weet ik, Meester. Maar als hij niet zou ontsnappen, zou er helemaal geen hoop meer zijn." "Je bent een goede Zonwacht. Het wordt tijd dat je één wordt met het Qissa..."



Anakon kwam precies op tijd aan bij de prinses; de bevalling was begonnen. Anakon ging naast de prinses zitten en moedigde haar aan. Prinses Hannah pakte zijn hand vast en kneep deze fijn; de pijn van de bevalling zette haar hevig onder druk. "Kom op, ik weet dat je het kunt." "Waar...?" Prinses Hannah wilde iets vragen, dat zeer dringend was. "Waar... is Nico?" Anakon zweeg en gaf toe het niet te weten. "Ik ben hier, prinses Hannah.", zei de geest van Nico, "En ik zal altijd bij je blijven." Prinses Hannah had tranen in haar ogen. Ze was verdrietig, gelukkig en had pijn tegelijkertijd. Maar ze was vastbesloten om haar kinderen ter Qissadiem te brengen. En met die gedachte probeerde ze het opnieuw...

Meester Mo-Kajik zag dat alle Zonwachten ineens verdwenen waren. Zijn dochter Mo-Vera keek verbaasd naar hem en riep dat ze niet wist hoe dit kon. "Ik snap het zelf ook niet, mijn kind.", zei Meester Mo-Kajik, "In elk geval ligt de troon voor het oprapen. Jij wordt prinses en ik zal dan de keizer zijn." Meester Mo-Kajik richtte zich tot de Duistere Ridders en zei: "Neem overal de macht over van de koninklijke milities, voor zover deze nog aanwezig zijn. Ik ben de keizer nu, mijn dochter Mo-Vera zal de prinses zijn en mijn goede vriend Frederick, door wie dit allemaal niet mogelijk zou zijn geweest, wordt mijn Generaal." "Ik dacht, Mo-Kajik, dat je ook nog een leerling had: ene Anakon." "Anakon?!", riep Mo-Vera verbaasd, "Hij is als enige Zonwacht ontkomen! Vader, we moeten hem opsporen! Als hij zijn krachten eenmaal de baas is, zijn wij niet meer veilig!"

Prinses Hannah had het gedaan; haar kinderen waren ter Qissadiem gebracht. Anakon keek naar de tweeling die nu even verzorgd werden door de verpleegsters. "We hebben twee jongens, maar ze zijn geen eeneiige tweeling." "Hoe ga je ze noemen, prinses? Dat wil ik overleggen met Nico." Anakon vroeg in gedachten aan Nico of hij heel even hier zou kunnen komen. "Hier ben ik, Anakon. Wat is er?" "Prinses Hannah wil iets met je overleggen." "Ik wil met je bepalen hoe we de kinderen gaan noemen." "Prinses, dat kun je prima zelf bepalen. Je weet het al.", zei Nico. Prinses Hannah keek verbaasd naar de geest van Nico en ineens wist ze het. Ze raakte eerst het wangetje aan van de eerstgeborene en ademde op haar laatste levenskracht: "Ben." Ze had nog net genoeg kracht om haar hand naar het andere kindje te brengen en zijn naam te ademen: "Rob." Ze richtte zich nog één keer tot Anakon: "Voed ze op. Zorg dat mijn dynastie voortleeft. Stel mij en Nico niet teleur. We rekenen op je." Toen stierf ze stilletjes. "Nee! Prinses! Je moet me niet verlaten!", riep Anakon paniekerig. "Anakon, denk aan de opdracht die wij allebei je gegeven hebben.", sprak Nico, "Voed de kinderen op. Neem iets van de prinses, nu het nog kan. Neem dat als herinnering aan haar, zodat ze altijd zal voortleven in je gedachten. En geef niet op. Wij, prinses Hannah, ik, maar ook Meester Hyfe-San en alle andere Zonwachten, rekenen op je. Je bent niet alleen de vader voor onze kinderen, maar ook de laatste Zonwacht." "Maar Meester, dat kan ik nooit aan! Ik ben nog niet eens een..." "Jawel, Anakon. Jij bent een Meester. Je kan het. Het was dat Meester Hyfe-San wilde dat je les kreeg van mij, maar anders was je meteen een Meester geworden." Anakon zweeg even en zei toen: "Dank u, Meester. De geest van Nico knikte met evenveel dank en zei: "En Anakon, laat je niet afleiden door Meester Mo-Kajik en zijn gemene dochter. Ga onder een andere naam leven, op een plaats waar ze niet verwachten dat je zit. En gebruik het Qissa voor de komende jaren niet. Je kan het. We rekenen op je, Meester Anakon." Anakon kreeg moed, hij wist dat Nico gelijk had en hij wilde dit gaan doen. "Dank u, Meester. Ik ben u veel dank verschuldigd." "Dat klopt, Anakon. Ik geef dit je, omdat ik weet dat je het kunt. Makkelijk zal het nooit zijn, maar op een dag zul je de resultaten van je opvoeding zien. Hou moed, Anakon. Onze hoop is nog jong, maar ze is er. En hoop geeft wilskracht."

(Einde van de eerste trilogie.)
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 4A

za jun 02, 2018 11:48 am

Deel 4; Hoop is de zon...

Ben en Rob, de kinderen van prinses Hannah en Nico, groeiden op als twee levendige jongens. Hun oppas, de inmiddels ouder geworden Anakon, zag ze dan ook als twee heerlijke kinderen. In het dorp waar ze leefden, waren nog nooit Duistere Ridders geweest en het leek er ook niet op dat Duistere Ridders hier gauw zouden komen. Het dorp waarin Ben en Rob opgroeiden, stond plat gezegd bekend als een boerengat. Desondanks dat er hier een 'ons kent ons' cultuur heerste, had Anakon verstandig naar zijn Meester geluisterd en zijn naam veranderd in Aron. Anakon, bekend voor de dorpelingen als Aron, was goed voor de kinderen die hij had. "Papa Aron, mogen we de melk gaan halen bij boerin Geraldine?" "Ga maar, jongens. Wel op tijd terug zijn, hè?" "Ja, papa Aron."

Ben en Rob renden naar boerin Geraldine. Boerin Geraldine stond in het dorp bekend als de koeienvrouw, en wie koeienvrouw was, had melk. Boerin Geraldine was een jonge vrouw, zo rond de 35, en stond ook bekend als een superlieve vrouw, voor iedereen. "Daar komen de kinderen van goeie, oude Aron. Hallo, jongens." "Hoi, Geraldine. Mogen we wat melk?" "Nou, ik zal kijken of de koeien er zin in hebben."

Anakon zat in zijn huis te niksen, hij dacht aan prinses Hannah. Vlak voordat ze gecremeerd werd, had Anakon een ring van haar genomen. En niet zomaar een ring: het was de verlovingsring van hem. In de saffier op de bovenkant stonden twee gekrulde letters: een 'A' en een 'H', de voorletters van hemzelf en prinses Hannah. Hij nam de ring van prinses Hannah en deed hem om zijn linkerhand. Zijn rechterhand had al een verlovingsring; dezelfde ring die prinses Hannah al die tijd had gedragen. "Oh, prinses... Je wil niet weten wat ik wil doen om je weer om me heen te hebben...", fluisterde hij.

"Kom maar, Betsy.", riep boerin Geraldine naar één van haar koeien. De koe kwam naar haar toe lopen, boerin Geraldine aaide haar even. "Alle koeien hebben erkenning nodig, anders komt er niks uit. Letterlijk." Ben glimlachte en vroeg: "Mag ik haar melken?" "Dan nemen we haar even mee naar de stal. Daar gaat het melken iets makkelijker." Boerin Geraldine nam de koe mee naar de stal, Ben en Rob volgden haar braaf.

"Anakon...", klonk er ineens. Anakon had geleerd niet meteen op te kijken als iemand zijn echte naam zei, voor het geval dat. "Anakon, ik ben hier...", fluisterde de prinses. Anakon keek achter zich en fluisterde: "Prinses... Hoe?" "Heeft Nico geregeld. Hij wilde dat ik je zo nu en dan ook nog kan helpen." Anakon wilde reageren, maar zweeg uiteindelijk. "Het doet mij en Nico goed om te zien dat onze kinderen gelukkig zijn.", zei de geest van de prinses en zij ging naast Anakon zitten, "Je bent een goede vader voor ze." "Dank je, prinses. Ik vrees wel dat ze een moeder figuur om zich heen missen. En dat kan ik ze niet geven." "Niet getreurd, Anakon. De waarheid komt vroeg genoeg boven tafel. Dan zullen ze inzien dat hun moeder en vader altijd bij hen zullen zijn."

"Ga je gang, Ben." Ben molk de koe rustig, Rob keek toe. "Iets rustiger, Ben.", gaf boerin Geraldine als aanwijzing. Ben volgde de aanwijzing goed op. Hij vulde het vat rustig aan, boerin Geraldine gaf hem een complimentje: "Netjes, Ben. Zo, wie wil er een glaasje verse koeienmelk?" "Zou papa Aron ook willen?", vroeg Rob. "Dat weet ik niet. Vraag het hem maar. Misschien wil hij ook een glaasje melk." Rob knikte en ging gauw Anakon halen. Ben en boerin Geraldine schonken intussen drie glazen melk in voor henzelf en Rob.

"Papa Aron, papa Aron, waar ben je?" Anakon stopte gauw de ring van prinses Hannah weg en liep op de stem van Rob af: "Wat is er, Rob?" "Zou jij misschien ook een glaasje verse melk willen hebben?" Anakon besloot mee te gaan met Rob, Rob leidde hem naar de boerderij van Geraldine. Boerin Geraldine groette Anakon: "Hoi, Aron. Hoe is het?" "Goed, Geraldine. Hoe gaat het met jou?" "Goed, dank je. Jongens, zullen we binnen gaan zitten? Daar is het lekker warm."

"Maar je denkt dus nog steeds aan je vrouw?" "Ja. Hoe kon ik ook anders?" "Ja, klopt. Het is zwaar om je echtgenote te verliezen." "Ik heb gelukkig de verlovingsring die ik haar gegeven heb. Die heb ik genomen als aandenken aan haar, want aan de herinneringen alleen heb ik niet genoeg." Boerin Geraldine knikte en vroeg wat er zo speciaal was aan die ring. "Ze bevatten onze initialen. Daar staat de 'A' van Aron en daarnaast, erin gekruld, staat haar voorletter: de 'H'." Boerin Geraldine knikte en vroeg naar de naam van de prinses, dat wist ze zelf niet. "Haar naam was Hannah.", zei Anakon terwijl er een traantje over zijn wang rolde. "Je hebt het er echt zwaar mee, hè?" Anakon knikte en zei dat hij er elke dag aan herinnerd werd. Boerin Geraldine aaide hem over zijn linkerbovenarm, ze raakte de neparm aan en schrok: "Aron, wat... wat is dit?" "Kun je een geheim over mij bewaren? Er is namelijk veel meer dan alleen mijn vrouw die overleden is..." Boerin Geraldine knikte en vroeg wat er dan nog meer aan de hand was en waarom Anakon een neparm had. "Vertel dit nooit aan de kinderen. Zij mogen nu nog niets weten. Ik wil hen zo min mogelijk zorgen geven over mij, en als ze dit zien..."

"Je bent je arm dus kwijtgeraakt in een gevecht met een man die je broer was?" "Tenminste, ik dacht dat het mijn broer was. Ik ben er tot nu toe nog steeds niet zeker van." "Maar die man is al overleden, of niet?" "Ja, hij is al overleden." "Maar...", vroeg boerin Geraldine, "het lijkt wel alsof het eraf gesneden is door een zwaard of zo. Hoe komt dat? Zwaarden zijn wapens die amper nog gebruikt worden." Anakon zweeg, hij wilde niks kwijt over de Zonwachten. "Tegenwoordig zie je vaker geweren dan zwaarden. Waarom is jouw arm eraf gesneden door een zwaard?" "Kan ik je vertrouwen? Heb je sympathieën met de keizer?" "Waar zie je me voor aan, Aron?! Ik ben maar een boerinnetje! Hoe kan ik een vertrouweling van de keizer zijn?" "Da's waar, maar ik wil het toch even zeker weten voordat ik je alles vertel. En dan vertel ik echt alles."

"Dus je echte naam is niet Aron, maar Anakon?" "Ja, maar ik wil dat je dat geheimhoudt. Niemand in dit dorp hoeft dat te weten." "Akkoord, maar waarom verzwijg jij je echte naam?" "De keizer zoekt mij. Hij wil mij en de kinderen vermoorden." Boerin Geraldine keek vol ongeloof naar Anakon: "Ik geloof je niet." Anakon besloot het Qissa maar in te zetten. Hij richtte zich op een appel en bracht deze naar hem en boerin Geraldine toe. "Waar... waar komt die ineens vandaan?", vroeg boerin Geraldine verbaasd. "Dat is de reden dat de keizer mij moet hebben." "Wat dan? Dat je appels kunt verplaatsen zonder handen?" "Nee. Ik ben een kracht te baas die in alles zit. Van het heelal, via Qissadiem zelf tot aan elk levend wezen. Deze kracht heet het Qissa." "Het Qissa? Wat is daar gevaarlijk aan?" "De keizer en zijn dochter zijn deze kracht ook te baas. Echter heeft het Qissa twee kanten: een duistere en een lichte. Ik ben de laatste die de lichte kant van het Qissa beheerst." Boerin Geraldine begon het te begrijpen: "En als jij vermoord wordt, dan is er niemand die de lichte kant beheerst." "Met andere woorden: dan zal de duisternis vallen over heel Qissadiem." "Heel Qissadiem?", vroeg boerin Geraldine verbaasd. "Heel Qissadiem."
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 4B

ma jun 04, 2018 11:42 am

Nadat Anakon alles verteld had, zei boerin Geraldine: "Ik dank je dat mij deze geheimen toevertrouwt. Ze zijn veilig bij mij." "Maar daarom dood ik hier de tijd totdat de kinderen oud genoeg zijn om alles te begrijpen. Ik wil ze leren dat de Maanwachten de slechteriken zijn en dat zij gedood moeten worden." "Maar de Maanwachten zijn wel de personen die nu de keizer en zijn dochter zijn." "Dat weet ik. Echter zijn Ben en Rob niet mijn kinderen. Ze zijn van Nico en prinses Hannah. En Nico staat bekend als een groot Zonwacht. Misschien wel de wijste van allen." "Ja, ik heb verhalen gehoord over hem. Een Qissadiemse held." "Zo zie ik hem ook. Hij was een tijdgenoot van me en hij heeft mij geleerd hoe ik de lichte kant van het Qissa moet gebruiken." "Dus hij was jouw Meester?" "Ja. En hij was trots op mij. Hij is nog steeds trots op me. Nu ik de laatste Zonwacht ben, heb ik een missie: vermoord voor altijd de Maanwachten en breng vrede op Qissadiem."

"Treed binnen, mijn dochter.", zei keizer Mo-Kajik. Prinses Mo-Vera trad de troonzaal binnen en zei: "Hier ben ik, vader." "Het wordt tijd voor een man. Vind je ook niet, mijn kind?" "Ja, vader. Maar welke is goed genoeg voor mij? Ze waren tot nu toe allemaal niks." "Heb geduld, mijn kind. Op een dag zal er een man naar ons komen, die jouw droomman is." Prinses Mo-Vera twijfelde, maar zet gehoorzaam: "Ja, vader." Prinses Mo-Vera nam plaats op haar troon, generaal Frederick kwam net binnenlopen: "Uwe keizerlijkheid, onze laatste zoektocht door Qyjjy heeft niks opgeleverd. Onze troepen denken dat Anakon zich ergens anders bevindt." "Qissadiem is te groot om volledig doorzocht te worden. Doorzoek de volgende provincies: Murdra, Heralda en Ferweda." "Ja, keizer.", zei generaal Frederick en hij verliet de troonzaal. "We zullen Anakon vinden, toch vader?" "...Ach, als we hem niet vinden, zal hij vanzelf naar ons toekomen. Het is zijn missie om ons te verslaan, en hij bezit de kracht ervoor. Dat is wat hem zo gevaarlijk maakt..."

"Ik help je, Anakon. Ik wil nooit van mijn leven onderdrukt worden! Wanneer wil je de jongens alles gaan vertellen over het Qissa?" "Zodra Nico daar het teken voor geeft..." Boerin Geraldine verbleekte ineens en wees voorbij Anakon: "Ik zie een geest, geloof ik!" "Rustig blijven, het is Nico. Hallo, Meester." "Je ziet er goed uit, mijn leerling." "Dank u, Meester." "Bij wie ben je op bezoek?" "Een boerin van het dorp, ze heet Geraldine." "Aangenaam, Geraldine." Boerin Geraldine wist even niet wat ze moest zeggen. Ze was er sprakeloos van dat Nico op deze manier contact legde met haar en Anakon. "Maak je geen zorgen, Geraldine. Ik kan je niet eens zeer doen. Onze communicatie komt vanuit het Qissa en het Qissa bestaat niet om anderen pijn te doen, in tegenstelling tot wat de Maanwachten geloven." "Vertelt u mij eens, Meester? Wat wilt u dat ik doe?" "Je krijgt van mij het teken om de kinderen les te gaan geven over het Qissa. De tijd is rijp. Ze weten het misschien al van je. En Geraldine, ik kan niet anders dan zeggen dat je mijn leerling gerust mag helpen. Daar zal hij ook van opvrolijken." "Het is een eer, Meester Nico.", zei boerin Geraldine.

"Geraldine, ik vraag je of met mij mee wilt gaan. Ik voel Duistere Ridders naar Ferweda komen en ze zijn opzoek naar mij en de jongens." "Anakon, ik wil wel. Maar als jij de kinderen meeneemt, zijn ze veilig bij jou." "Nee, dat is het niet. Ik maak me ook zorgen over jouw veiligheid. Jij weet inmiddels alles van mij en als jij hier blijft, zul je de informant van de keizer worden. Een gevaarlijk klusje, want als je niks zegt, moet je gaan vrezen voor je leven." "Ik ben dus in gevaar als ik hier blijf?" "Mijn leerling heeft gelijk. Als jij niet met hem meegaat, is je veiligheid niet gegarandeerd.", sprak de geest van Nico, "Ga met hem mee. Waar hij ook heen gaat." "Maar waar ga je dan heen met de kinderen, Anakon?" "Ik neem ze mee naar een eiland waarvan ik zeker weet dat de Duistere Ridders niet komen. Het eiland Fardala." "Dat is een aardig eindje verderop. Weet je zeker dat de kinderen dat redden?" "Ze zijn sterk, Geraldine. Ze kunnen het aan."

"Uwe keizerlijkheid, de door u genoemde provincies zijn doorzocht en in één dorpje zijn sporen van Anakon gevonden." "Mooi. Hebben jullie Anakon ook te pakken?" "Nee, keizer. Hij heeft de aanwezigheid van de Duistere Ridders gevoeld en is weggegaan." "Probeer zijn bestemming te vinden. Hij moet ergens naartoe gaan. En breng hem met de kinderen hier zodra jullie hem hebben, generaal Frederick." "Ja, keizer.", en generaal Frederick verliet de troonzaal. "Anakon vlucht. Wie had dat gedacht?" "Ik vraag het me ook af, mijn kind. Hij is vele malen sterker dan de Duistere Ridders die hem achtervolgen. Waarom slacht hij ze niet af?" "De tijd zal het leren...", besloot prinses Mo-Vera en ze ging naar haar vertrekken om zich op te maken voor een man die vandaag langs zou komen.

"Waar gaan we heen, papa Aron? We lopen nou al dagen achter je aan zonder te weten waar we heen gaan." "Je zal het vanzelf zien, Rob." Geraldine liep achteraan, zodat zij de kinderen in de gaten kon houden en kon zien of iemand hen volgde. Anakon hielp Ben over een moeilijk stukje en strekte toen zijn arm uit voor Geraldine: "Kom op, boerinnetje." "Hou op.", zei Geraldine lachend en ze pakte de hand van Anakon vast. "Papa Aron, kijk eens." Anakon en Geraldine keken uit over een overweldigend landschap. "Wauw...", zei Geraldine, "Ik had nooit kunnen denken dat Qissadiem zo mooi was..." "Ja, dit is prachtig. Maar jongens, ik heb haast. We moeten door." "Maar waar gaan we nou heen?", vroeg Rob alweer. "Fardala. Daar gaan we heen." "Fardala? Waar ligt dat?" "Dat zul je vanzelf zien, Rob."
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 485
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 1

di jun 05, 2018 6:42 am

Ga dit verhaal zeker volgen en heb, naast de punten Maaike, geen verder punt om te melden.

Wat opvalt zijn inderdaad het achter elkaar plaatsen van grote stukken tekst zonder begin en eind. Het is dat ik tijd heb nu met een thee om alles te lezen in een keer anders had ik het verhaal niet gelezen.

Maar ga zo door.
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 4C

do jun 07, 2018 6:42 pm

Na een dag over een moeilijk bergpad te hebben gelopen, werden de kinderen toch echt heel moe. "Ze zijn moe, Aron.", zei Geraldine, "Moeten we niet even een pauze nemen?" "En we hebben honger." Anakon besloot dat het kamp opslaan het beste was dat ze nu konden doen. "Geraldine, zou jij een vuurtje willen voorbereiden? Dan ga ik op jacht." Geraldine bleef achter met de kinderen. "Jongens,", zei ze, "willen jullie me even helpen? Ik heb heel veel hout nodig. Van takjes tot het wat grotere werk." De jongens hielpen Geraldine graag en zo hadden ze algauw een klein vuurtje. Anakon kwam net terug met een wild varken: "Nou, ik heb eten. En jullie hebben zo te zien al bijna een vuurtje. Mooi."

Prinses Mo-Vera had een man op bezoek, maar ook deze was niet haar type. Hij maakte voortdurend leuke grapjes, maar prinses Mo-Vera kon er niet echt om lachen. Uiteindelijk bedankte ze voor het bezoek en zei ze erbij dat ze het erg leuk vond met hem, maar dat ze het niet zag zitten om met hem iets te beginnen. Teleurgesteld droop de man af. Prinses Mo-Vera ging weer naar haar vader en zei: "Dat was de tachtigste die ik naar huis heb moeten sturen." "Maak je niet druk, mijn kind. Vroeg genoeg zul je de man wel vinden. Maar voor nu heb ik een opdracht voor je."

Inmiddels was de zon weer gaan schijnen over het kamp van Anakon, Geraldine en de jongens. "We gaan weer door.", zei Anakon na het ontbijt. "Hoe ver moeten we nog?", vroeg Geraldine aan Anakon. "Dat weet ik niet. We kunnen er waarschijnlijk nog wel een dag mee zoet zijn." "Dat hoop ik niet.", reageerde Ben direct, "Daar word ik moe van." "Maar daar word je ook sterk van.", zei Anakon, "En dat ga je later nodig hebben." Ben gaf Anakon gelijk en stond op. Geraldine hielp Rob op de benen en de groep vertrok weer.

"Goed, vader. Ik ga achter Anakon aan." "Ja, en je krijgt een groep van twintig Duistere Ridders met je mee zodat ik zeker weet dat je geen gevaar zult lopen." Prinses Mo-Vera knikte en vroeg wanneer ze mocht vertrekken. "Ga eerst bij generaal Frederick langs voordat je vertrekt. Je hebt natuurlijk die bescherming nodig en zonder die bescherming mag je niet vertrekken." Prinses Mo-Vera knikte weer en liep naar het kantoortje van generaal Frederick om die versterking aan te kunnen vragen.

"Zeg, hier is het land op.", merkte Ben op. "Ja, we hebben de kust bereikt. We moeten nu deze kant op.", zei Anakon. Ben en Rob volgden Anakon braaf. Geraldine vroeg of Anakon dit wel zeker wist. "Als mijn geheugen mij niet in de steek laat, is het deze kant op." "Hoezo: 'als mijn geheugen mij niet in de steek laat'? Ben je er dan eerder geweest?", vroeg Geraldine kritisch. "Ja, maar daar leg ik later nog wel wat over uit. Stap even door, we zijn er bijna."

Op dat moment vertrok prinses Mo-Vera met haar garde ook. "Denk eraan, Mo-Vera. Gebruik het Qissa. Je weet dat je mensen die sterk zijn met het Qissa makkelijk op te sporen zijn door wij als Maanwachten." "Ja, vader." "Ik wens je veel succes, dat zul je nodig hebben." Prinses Mo-Vera groette haar vader en ze gaf het teken aan de garde waarmee de garde wist dat ze zouden gaan. "Voorwaarts, mars!", riep prinses Mo-Vera, "Geef onze dravers de sporen! Ik wil ze hebben voordat het weekend wordt."

Anakon, Geraldine en de jongens bereikten Fardala; de reis zat erop. "We zijn er jongens, rust even uit. Dadelijk wil ik jullie iets gaan leren dat zeer belangrijk is en waar jullie je aandacht zeker voor nodig hebben." De jongens keken even rond op het eiland, terwijl Anakon en Geraldine de spullen aan het uitpakken waren en in één van de lege huisjes aan het leggen waren. "Weet je al een beetje hoe je het straks gaat brengen aan hen?", vroeg Geraldine geïnteresseerd. "Ik begin bij het Qissa; ik stel het aan hen voor als een oeroude kracht die in alles zit. Daarna geef ik een simpele demonstratie van je met het Qissa allemaal kan. Ik vertel hen dat het Qissa ook sterk is in hun en dat ze het om de beurt mogen proberen." "En als ze vragen naar hoe het komt dat het Qissa ook sterk is in hun?" "Ik vertel ze dat de waarheid vroeg genoeg aan het licht zal komen."

Prinses Mo-Vera was inmiddels in de provincie Ferweda, ze kamde het hele dorp uit. "Beste burgers, ik ben opzoek naar iemand. Als jullie me vertellen waar diegene heen is, beloof ik dat jullie allemaal zullen blijven leven." "Bedreig je ons, dame?!" Prinses Mo-Vera zette het Qissa in en trok de barkeeper naar zich toe, de andere burgers schrokken er enorm van. "Bedreig jij mij?! Geloof me, je wilt geen ruzie met mij. Nou, vertel op, mensen. Welke kant is een man met de naam 'Anakon' op gegaan?" Een druk overleg ontstond waar geen touw aan vast te knopen was. "We hebben niks gevonden, prinses." "Waar is hij?", vroeg de prinses aan de barkeeper. "Ik ken geen Anakon. Niemand kent een man die zo heet." Prinses Mo-Vera gooide de barkeeper in een hoekje en beviel het hele dorp uit te moorden.

"Ben, zie je dat? Die steen daar, die vliegt." Ben en Rob keken verbaasd naar de steen die Anakon met het Qissa had opgetild. Geraldine verbaasde zich er niet meer over. Anakon kon alles, wat hij maar wilde, optillen. "Maar papa Aron, hoe doe je dat?" "Dat ga ik jullie nu leren.", en Anakon legde de steen weer neer. "Ben, jij gaat eerst. Sluit je ogen en focus je op het Qissa." Ben sloot zijn ogen en dacht diep na. "Maak je gedachten leeg. Denk aan die eeuwenoude kracht die het Qissa heet. En wanneer je het voelt... strek jij je arm rustig vooruit en til jij ook die steen op." Ben focuste zich en strekte zijn arm rustig uit, zijn vingers wijzend naar de steen. "...Ben, kijk! De steen beweegt!" "Laat je niet afleiden, Ben. Focus je nog een keer."

Prinses Mo-Vera had inmiddels een ravage aangericht in het dorp, maar ze had nog steeds geen idee waar Anakon heen gegaan was. "Vertel op!", riep ze in het gezicht van de dorpswijze. "Haat doet haten, prinses. Als u haat uitstraalt, zal men u gaan haten." "Daar vraag ik toch niet om?! Waar is Anakon? Wat weet je?" "Enkele dagen geleden heeft boerin Geraldine het dorp verlaten met een man en twee jongens. Ik weet niet waar ze heengegaan zijn. Ze vertrokken in westelijke richting." "Kijk! Hij vertelt het tenminste! Goed, maak ze af, Duistere Ridders!" "Maar u zei dat... ons leven gespaard zou worden!" "Dan zie je meteen hoe makkelijk beloftes gebroken kunnen worden. Dood ze allemaal! De mannen, de vrouwen en zelfs de kinderen!"

Die avond schrok Anakon. "Wat is er, Anakon?" "Ik voelde een ernstige beweging in het Qissa. Prinses Mo-Vera heeft, zoals ik al vermoedde, jouw dorp met de grond gelijkgemaakt." Geraldine kreeg tranen in haar ogen en zei huilend: "Waar moet ik nu heen?" "Maak je geen zorgen, Geraldine. Het is ook de taak van een Zonwacht om de zwakken te verdedigen. Ik zal je beschermen." "Je hebt goed gevoeld, mijn leerling.", zei Nico ineens. "Meester. U komt wel heel onverwachts." "Dat weet ik, mijn leerling. Ik kom alleen even zeggen dat Mo-Vera eraan komt. Vlucht nu het nog kan. Ze heeft een hele garde Duistere Ridders met zich meegenomen." "Vluchten? Maar waarheen, Meester?" "Naar het eiland hiernaast." "Dat is de eerstvolgende plaats waar ze zullen gaan kijken." "Nee, mijn leerling. Het is voor het geval dat ze überhaupt op Fardala komen. Ze weten uiteindelijk niet precies waar jullie heengegaan zijn. Ze zullen dus moeten gokken. En als jij naar Gewer gaat, zullen ze altijd verkeerd gokken." Anakon begon het te snappen en bedankte zijn Meester voor zijn advies.

Anakon had geluk: de garde van prinses Mo-Vera was uitgeput nadat alle inwoners van het dorp vermoord waren en dus was prinses Mo-Vera gedwongen om te stoppen. "Suffe garde.", mopperde ze, "Te moe om vandaag nog verder te trekken. Wie had dat gedacht?" Prinses Mo-Vera besloot om contact te zoeken met haar vader: "Vader, ze zijn hier niet. Weet u waar ze wel zijn?" "Nee, mijn kind. Ik kan niet alles letterlijk plaatsen. Je zult zelf op zoek moeten gaan." "Ik weet alleen dat ze in westelijke richting zijn vertrokken. Zal dat genoeg zijn?" "Waarschijnlijk niet, mijn kind. Je zult het Qissa moeten inzetten. Het Qissa zal je gids zijn."
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 1

di jun 12, 2018 7:35 pm

Leuk en spannend vervolg. Ben weer helemaal bij :)

Ik vind de acties en dialogen goed geschreven. Persoonlijk mis ik beschrijvingen van de omgeving (hoe ziet het eruit, zijn er opvallende geuren, etc.) en hoe de personages eruit zien, maar ook wat zij voelen wanneer er bepaalde dingen gebeuren.

Bijvoorbeeld in het eerste stukje van Deel 4C heb je het over een moeilijk bergpad, maar waarom is het moeilijk? Is het heel stijl of liggen er allerlei grote rotsen op het pad waar de kinderen constant overheen moeten klauteren of is er een afgrond aan de ene zijde en moeten ze op hun evenwicht letten? En je geeft hierin ook aan dat de kinderen heel moe zijn, waarin uit zich dat? Struikelen ze over hun voeten of doen deze heel erg zeer. Jengelen ze om gedragen te worden of dat ze toch écht niet meer kunnen? Al noem slechts één ding waarom het pad stijl is en de kinderen moe, dan krijgt de lezer een beeld en gaat hij/zij meer met de personages meeleven. Want als een kind moe is, dan is dat een feit. Maar als je vertelt dat hij blaren heeft gekregen omdat hij op pad moest terwijl de zon nog niet aan de hemel stond en ze niet één keer gerust hebben terwijl de zon alweer bijna ondergaat, ja dan ga je met je personages meevoelen.

Ik hoop dat je hier iets mee kan. Ga vooral door met schrijven! ;)
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 1

wo jun 13, 2018 8:19 pm

Allereerst bedankt voor je reactie! Opnieuw staan er nuttige en leuke tips in die ik zeker zal gaan gebruiken. Ik vind het voorbeeld dat je geeft over Deel 4C een goed voorbeeld van waar ik meer de omgeving had kunnen beschrijven en waar je als lezer mee kan leven met de personages.

Verder zag ik dat je het uiterlijk van de personages een beetje mist. Ik laat dit expres achterwege, zodat de lezer vrij is om dat zelf een invulling te geven. Ik weet bijna zeker dat ieder van ons een ander beeld heeft bij een personage. Bij bijvoorbeeld een prinses zal de één een blonde vrouw in een roze jurk in gedachten kunnen bedenken, terwijl een ander misschien wel denkt aan een vrouw met bruin haar en een blauwe jurk. Daarom laat ik een beetje achterwege; zodat dit voor de lezer een stukje eigen invulling is. Nogmaals bedankt voor je reactie (ook nurias bedankt voor de feedback) en ik hoop dat het verhaal blijft boeien :D
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 4D

do jun 14, 2018 7:21 pm

Ben en Rob ontwaakten de volgende dag op Gewer en het viel hen meteen op dat ze Fardala verlaten hadden. "Goed opgemerkt, jongens. We zijn hier uit veiligheid naartoe gegaan. Op Fardala vond ik het niet veilig voor jullie en daarom hebben Geraldine en ik jullie vannacht overgebracht naar dit eiland, Gewer. Geraldine regelt nu een ontbijt en daarna ga ik jullie weer leren over het Qissa." De jongens stemden ermee in. Geraldine kwam terug en er werd toen genoten van een lekker ontbijtje.

"Verdomme!", vloekte prinses Mo-Vera, "Welke kant zijn ze op gegaan?" Prinses Mo-Vera besloot het Qissa in te zetten, in de hoop dat ze Anakon en de jongens kon vinden. Helaas was haar hoop tevergeefs, want het Qissa gaf haar geen aanwijzing. Ze sloot haar ogen en voelde het Qissa nog eens aan, dit keer deed ze dat in alle rust. Maar haar furie kwam terug zodra ze weer geen antwoord van het Qissa kreeg. "We gaan deze kant op.", zei ze en de Duistere Ridders en zij reden weg van de eilanden Fardala en Gewer...

"Voel het Qissa, jongens. Voel alles wat het je wil zeggen.", zei Anakon. Ben en Rob mediteerden voor het eerst. Ze voelden het Qissa duidelijk als een kracht, precies zoals Anakon het verwoord had. "...Ik voel...verdriet...", zei Rob ineens, "...Angst, woede..." "Blijf daarvan weg, Rob! Dat is de duistere kant van het Qissa! Dat is de kant die de keizer en zijn hatelijke dochter gekozen hebben. Laat jezelf nooit, maar dan ook echt nooit, verleiden tot de duistere kant van het Qissa. Je zal dan een leven leiden, gevuld door haat, woede, angst en verdriet." Rob schrok uit zijn meditatie en vroeg of dit waar was. "Rob, ik heb de prinses over zien lopen naar de duistere kant. Ik ben er zelfs mede schuldig aan. Zij heeft zich laten verleiden. Wees een verstandige jongen en gebruik alleen de lichte kant van het Qissa." "Ja, papa Aron."

Prinses Mo-Vera was inmiddels gearriveerd in Qyjjy-stad. "Verdomme!", vloekte ze weer, en dit keer zo hard dat iedereen in de stad het kon horen. "Nou, zeg.", zei een burger, "Is het zo erg?" "Hou je klep of ik hak eigenhandig je strot door!", riep de prinses woest. "Nou, hoor...", hoorde ze de burger nog fluisteren, "Ik beledigde u niet." Prinses Mo-Vera liet het erbij; deze burger was er inderdaad niet op uit om haar te beledigen. "Prinses, mag ik voorstellen om toch die eilanden te gaan bezoeken?", vroeg een Duistere Ridder. "Voorstel geaccepteerd. Schiet op, Duistere Ridders. We moeten ze vinden."

"Ze komen hierheen.", merkte Anakon die avond bij een kampvuurtje op. "Wat? Wie?" "De Duistere Ridders en de prinses. Ze rijden nu de goede kant op. Meester Nico, bent u daar?" "Ja, mijn leerling.", klonk het ineens, "Ik zie je angst. En dat is gerechtvaardigd, want ze zijn inderdaad onderweg." "Wat moet ik nu doen, Meester?" "Wees creatief, Anakon. Gewer ligt even ver van de kust af als Fardala." "Roeien naar de kust." "Goed zo, Anakon. Je kunt wel een oplossing bedenken. Het hoeft niet eens zo heel moeilijk, als het maar effectief is." "Dank u, Meester." "Ik heb niks gedaan. Jij hebt al het werk dit keer gedaan. Je moet jezelf dankbaar zijn ditmaal."

De prinses stond weer op het punt waar ze had getwijfeld, alleen nu twijfelde ze niet. Ze wist nu dat Anakon op één van die eilanden moest zijn. Prinses Mo-Vera ging naar Fardala en daar deed ze een onverwachtse vondst: ze kwam Anakon tegen. "Mo-Vera." "Anakon, wat moet je? Waar zijn die verdomde kinderen?" "Niet hier. Ze zijn aan de andere kan van Qissadiem, in het warme Jotta. Ik ben hier enkel om je te misleiden, in de hoop dat je daar niet naartoe gaat." "Je weet dat je de locatie verraadt." "Ja, en dat doe ik, omdat ik ervan overtuigd ben dat we aan dezelfde kant staan. We zijn misschien niet van dezelfde wachten, maar we willen allebei de kinderen hebben." Prinses Mo-Vera trok haar zwaard en zei kwaad: "Leugenaar. Je zou de locatie van de kinderen nooit geven!" "...Je hebt gelijk. Ik zou wel heel dom zijn als ik dat wel zou doen!", en Anakon trok zijn zwaard.

Het duel begon. "Prinses, waarom nog meer haten? Heb je niet genoeg gehaat?", zei Anakon. "Ik haat helemaal niemand! Ik geef zelfs om mijn vader en wil ook dat die kinderen hem levend bereiken!" "Ongelooflijk!", riep Anakon verbaasd, "Elk woord dat je net hebt gezegd, is eens schoolvoorbeeld van liegen! Je haat mij. Je haat prinses Hannah. Je haat Meester Nico. Je haat je vader. Je haat de garde die met je mee is. Je haat zelfs jezelf! Het liefst zou jij je vader omleggen zodat jij de macht kan grijpen en de keizerin van Qissadiem kan worden. Dat is tegelijkertijd ook de reden dat jij die kinderen ook zou doden, zou je ze hebben!" "Laster!", riep prinses Mo-Vera kwaad en ze viel Anakon weer aan.

Het duel ging nog wel even zo door. Anakon viel toen gemeen aan, hij wist wat de duistere kant van het Qissa inhield. Hij wist prinses Mo-Vera op de grond te gooien en zei: "Je hebt zo te zien niet alle kennis van de duistere kant van het Qissa. Je moet nog heel veel leren." Genadeloos hakte hij haar rechterarm eraf. De prinses huilde voor het eerst sinds ze een prinses was: "Eikel!" "Kom maar terug zodra je meer ervaren bent!", sprak Anakon genadeloos en hij liep weg. Seconden later verdween hij in de lucht. "Verdomme!", huilde de prinses, "Ben ik verslagen door een geest van Anakon?! Het is niet eerlijk!" Ze keek ineens naar de Duistere Ridders. Als bibberende bangeriken stonden ze verderop. "Wat staan jullie daar nou?! Breng me onmiddellijk naar het dichtstbijzijnde hospitaal, idioten!", schreeuwde de prinses.

"Dus ze is voor nu verslagen?", vroeg Geraldine. "Ja, maar ze zal terug komen. Wij kunnen maar beter vluchten naar een andere plaats." "Waar wil je heen, Anakon?" "Daar waar ze het minste verwacht: Jotta. Dat is aan de andere kant van de planeet, maar ik weet een snelle manier om daar te komen. Verderop ligt het havendorpje Murco. Vanaf daar vertrekken er boten naar Jotta. Dit bespaart ons heel veel loopwerk." "Je bent geniaal, Anakon!", riep Geraldine. Meteen daarna sloeg ze zichzelf voor het hoofd; de jongens hadden het gehoord. "Anakon? Papa Aron, heet je zo?" "Ja,", zei Anakon, "mijn echte naam is Anakon. Voor onze bescherming had ik een andere naam bedacht voor mijzelf." "Maar ben jij dan echt onze vader?" "Nee, Rob. Maar net als jullie was jullie vader erg sterk in het Qissa. Hij verschijnt soms als een geest vanuit het Qissa. Roep hem maar eens." Ben concentreerde zich en vroeg in het Qissa naar zijn vader. Ineens verscheen de geest van Nico weer. "Hallo, jongens.", groette Nico Ben en Rob. Ben keek verbaasd: "Ben jij onze vader?" "Ja, dat ben ik. Ik heet Nico." Ben en Rob keken verbaasd naar hun echte vader. "Maar waar is onze moeder?", vroeg Ben voorzichtig. Ineens verscheen prinses Hannah ook. Anakon glimlachte licht, ze zag er alleen maar beter uit. "Hallo, Ben en Rob.", zei ze lief. Ben en Rob waren nog steeds verbaasd, maar ze zagen in dat hun moeder hen herkende. "Je bent goed voor ze geweest, Anakon.", zei Nico. "Dank u, Meester." "En jij ook, Geraldine. Je hebt Anakon goed geholpen." "Dank u, Nico. Ik blijf wel bij hem. Mijn thuis is vernietigd." "Dat weet ik. En dat is goed. Dat hebben de jongens ook nodig. En Anakon vanbinnen ook. Hij weet het alleen nog niet zeker." Prinses Hannah was ondertussen kennis aan het maken met haar zonen. Het deed Anakon, Geraldine en de geest van Nico glimlachen. "Oh, wat zijn jullie gegroeid!" "Maar mama, kom jij ook vanuit het Qissa?" Prinses Hannah knikte en zei dat hun vader daarvoor gezorgd had: "Hij wilde dat jullie mij ook konden zien als jullie dat willen." "Anakon, waar wilde je heen gaan met de kinderen?" "Jotta, Meester. Daar waar zelfs prinses Mo-Vera niet aan zou denken." "Noem haar geen prinses!", zei prinses Hannah fel, "Dat kreng zal nooit een prinses worden!" "Zeker niet nu ik haar een arm afhandig heb gemaakt." "Je bent sterk, Anakon. Het was slechts een kwestie van tijd eer dat zou gebeuren. Hoezeer dit ook tegen de regels van de Zonorde ingaat: je had haar moeten doden! Ze is nu nog steeds een gevaar voor jullie." "De volgende keer zal ik geen genade tonen, Meester. Ze is nu een gewaarschuwd persoon, en die tellen voor twee." "Dat is waar. En dat maakt haar dan ook gevaarlijker. Wees op je hoede, mijn leerling. Laat haar niemand van jullie doden als het tot een volgende keer komt." "Ja, Meester. Zult u goed voor prinses Hannah zorgen?" "Dat is een belofte die ik maak. Beloof jij me dan Mo-Vera te doden wanneer je daar de kans voor krijgt?" "Afgesproken, Meester." "En nog één dingetje, Anakon. Ik heb gevraagd aan het Qissa of wij broers zijn en ik mag met vreugde mededelen dat wij echt elkaars broers zijn." "Dus Ben en Rob zijn niet een vreemd paar jongens voor mij, maar ze zijn mijn neven." "Correct. Maar nu wij moeten weer gaan. Zorg goed voor onze kinderen, alsjeblieft?" "Dat zal ik doen, broer."
Supersonic scorer
Vulpen
Beheer:
Berichten: 68
Lid geworden op: ma apr 02, 2018 10:08 am

Re: Oorlogen van Qissadiem; Deel 5A

zo jun 17, 2018 12:27 pm

Oorlogen van Qissadiem

Deel 5; De slag om Jotta

"Mooie beweging, Ben!", complimenteerde Anakon één van zijn leerlingen. Ben had net de laatste Duistere Ridder in Jotta verslagen. De jongens waren inmiddels volwassen, maar ze waren nog steeds niet uitgeleerd over het Qissa. Geraldine, inmiddels in de 40, applaudisseerde luid voor de jongens: "Goed gedaan, jongens. We hebben ze allemaal." Anakon knikte en zei: "En dan wordt het nu tijd om jullie nog meer te leren, voordat er meer op ons af komen." Anakon en de jongens gingen zitten, hun zwaarden ploften in het zand. Opeens werden ze omsingeld door strijders, maar geen Duistere Ridders. "Meekomen! Duistere Ridders!"

Anakon, Geraldine, Ben en Rob werden meegenomen in een ondergronds tunnelsysteem. "Generaal Belinda, we hebben hier vier vreemden gevonden! Ze waren in de zandwoestijn en we vermoeden dat het Duistere Ridders zijn!" Anakon en Geraldine keken elkaar verbaasd aan: " 'Generaal' Belinda?" Generaal Belinda kwam de zaal binnenlopen en keek naar Anakon. "Dit zijn geen Duistere Ridders! Eén van hen hebben we al dagenlang gezocht. Anakon, de laatste Zonwacht." Anakon keek verbaasd, deze kleine groep zocht hem. "Mag ik een verklaring?", vroeg hij.

"De Rebellie, interessant.", zei Anakon, "Waarom wist ik dat niet eerder?" "U was onbereikbaar, Meester Anakon." "Fout, ik was continu op de vlucht voor de Duistere Ridders." Generaal Belinda knikte en zei eigenwijs: "Onbereikbaar dus. En wie zijn uw metgezellen?" "De jongens zijn de zonen van de grote Meester Nico. Ik leid ze op tot Zonwachten. De vrouw is een enthousiast persoon die ik meegenomen heb, omdat ik haar enthousiasme niet kon weigeren. Zij is in geen geval mijn verloofde, al moet ik toegeven dat ze er wel voor me is als dat nodig is." Generaal vroeg naar de training van de jongens: "Hoe ver zijn ze?" "Behoorlijk ver, Generaal. Ik ben bezig om hun training te completeren. Het zijn nog een paar kleine details die ze moeten weten. Verder zijn ze helemaal klaar voor de strijd met het keizerrijk."

"Is het wel zo handig om de Rebellie te vertrouwen?", vroeg Geraldine kritisch. "Ja, ik weet het ook niet, Meester.", zei Ben, "Het Qissa zegt mij dat deze mensen niet volledig te vertrouwen zijn." "Wie weet zijn het wel moordenaars die in opdracht van de keizer werken.", zei Rob wantrouwend. "Rob, weet je mijn les nog over angst?" Rob zweeg en zei braaf: "Ja, Meester. Angst leidt tot woede. Woede leidt tot haat. Haat leidt tot lijden. En lijden is de duistere kant van het Qissa." "Heel goed, mijn leerling. Om eerlijk te zijn tegen iedereen: ik weet ook nog niet zeker of deze mensen te vertrouwen zijn. Mocht ik, onder welke omstandigheden dan ook, vermoord worden, dan wil ik jullie zeggen dat jullie geweldige Zonwachten zijn en dat ik jullie de titel 'Meester' mag geven van jullie vader. Er zijn nog leerpunten, maar die moeten jullie zelf vinden. En dat kunnen jullie."

Ben en Rob gingen naar hun eigen kamer; Anakon en Geraldine bleven alleen achter. "Geraldine, ik wil jou graag bedanken voor alle steun die je tot nu toe gegeven hebt. Dank je wel, je hebt me echt super geholpen." "Anakon, je klinkt alsof je weet dat je gaat sterven." Anakon glimlachte zwak en zei: Het Qissa heeft het me zojuist verteld. Ik heb niet lang meer; Rob heeft gelijk. Deze mensen werken in opdracht van de keizer. De 'Rebellie' is geen Rebellie." Geraldine knikte en zei: "Dus we zijn toch in de val gelopen." "Ja, wij wel. Ben en Rob zijn inmiddels ontsnapt. Zij zullen de echte 'Rebellie' gaan vormen." "En wij dan?" "Geraldine, ik moet met pijn in het hart bekennen dat wij hier niet meer uit zullen komen." Geraldine begon te snikken en omhelsde Anakon: "Anakon, ik wil dat je dit weet: Ik hou van je." Anakon keek verbaasd: "Geraldine, ik... Je weet dat ik eigenlijk niet lief mag hebben, conform de regels van de Zonwachten..." "Maken mij die regels wat uit?!", riep Geraldine. Haar gezicht gaf duidelijk de indruk dat het haar niks meer uitmaakte. Ze zoende Anakon en zei als laatste woorden: "Mag ik ook één met het Qissa worden? Dan kunnen we voor altijd bij elkaar zijn." "Als dat jouw wens is... dan kan ik niet anders..." Het volgende moment verdwenen Anakon en Geraldine, ze waren één geworden met het Qissa.

"Waarom stuurde Meester Anakon ons nou weg?", vroeg Ben. "Hij vertrouwde het uiteindelijk ook niet. Maar zonder ons is er geen hoop meer, want ik voel dat Meester Anakon en Geraldine al weg zijn." "Ja, ik voel het ook. Dat betekent dat wij nu de laatste Zonwachten zijn." "En er is veel hoop in ons, zoveel zelfs dat het meer als druk dan hoop voelt." Ben knikte en ze kwamen aan in een dorpje dat Xolm heette. "Waar zijn we veilig?", vroeg Rob. "Ik voel dat hier de echte Rebellie zit. Ze zijn hier ergens."

"Meesters Ben en Rob. Goed om jullie in ons midden te hebben. Wij zijn de Rebellie. We verwachten nog dat Meester Anakon zich bij ons voegt en dan zullen we genoeg kracht hebben om de keizer en zijn hatelijke dochter van de troon te stoten." "Ik vind het vreselijk om dit te brengen, maar Meester Anakon is dood. Hij is gevallen bij de 'Rebellie'.", sprak Ben. "Generaal, Duistere Ridders zijn onderweg naar Xolm. Wat moeten we doen?" De generaal had zich nog niet eens voorgesteld aan de Zonwachten; ze beviel onmiddellijk dat de troepen gemoderniseerd moesten worden. "Ik ben Generaal Fenna; de leider van de Rebellie. Wij hebben maar één doel; de keizer en zijn dochter doden en de troon teruggeven aan de dynastie."

Prinses Mo-Vera was allang weer te been en ze was vastbesloten om haar opdracht te voltooien. Ze had dan ook half Qissadiem afgezocht naar Ben en Rob, maar ze had ze (natuurlijk) niet gevonden. Ze keerde nu terug naar het paleis in Basal, om haar vader het slechte nieuws te vertellen. "Vader, ik breng slecht nieuws. Ik heb gefaald. De jongens zijn onvindbaar en ik ben een arm kwijtgeraakt in het duel met Anakon." Keizer Mo-Kajik keek hatelijk naar zijn dochter, zijn blik zei veel. "Waarom ben je dan hier? Je MOET ze vinden! Het is van belang voor het keizerrijk!" "Vader, ik ben teruggekeerd om u te vertellen dat het geen zin heeft om ze te zoeken. Ik wil dan ook voorstellen om ze hier te laten komen..." "Afgewezen! Zoek ze! Breng ze hier! Nu, incompetente dochter!" Prinses Mo-Vera vluchtte het paleis uit, ze was bang geworden voor haar eigen vader.

Terug naar “Fantasie”