Naamloos

Ontdek een wereld voor elven en draken en nog veel meer mystiek
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VIII- deel X

di okt 10, 2017 12:56 pm

… Tot haar niet geringe verbazing werkte het. Ze werd inderdaad weggevoerd van de donkere kamer, hoewel ze niet helemaal uitkwam waar ze gehoopt had. De jonge huurmoordenares bevond zich op een schip- of beter gezegd, op de top van een van de masten van een schip. Het was geen groot schip zoals ze gezien had op tekeningen en waarover ze gelezen had in de annalen over Beren Mor en de Piratenoorlog van 499; maar er was geen twijfel mogelijk dat de gehele bemanning kapers waren. Ze zag de beruchte Zwarte Vlag van de Piratenrepubliek wapperen in de stevige bries die plotseling was komen opzetten op zee. Ze kneep haar ogen tot smalle spleetjes en keek om zich heen. Het bleek dat het schip vast was komen te zitten in een bijzonder gewelddadige storm. De regen viel met bakken uit de lucht en maakte haar hele uitdossing- waarvan ze met een schok opmerkte dat het die van een piraat was- zo nat als de zee onder haar, de zee van de Canach Eilanden. Om de haverklap werd de met donderwolken gevulde hemel in een flits verlicht door bliksem, die insloeg in het nabijgelegen fort en daar een enorme puinhoop veroorzaakte. Hun schip was hulpeloos in de razende storm, overgelaten aan de toorn van de wilde golven van de eindeloze oceaan. Tara wierp een blik in de diepte en zag het dek.
‘D’r komt ’n grote aan, kap’tein!’ schreeuwde de onbekende stem van een onbekende kaper naar de kapitein, een stevig gebouwde middelbare man in een lang bruin vest. Een antwoord op de enigszins paniekerige waarschuwing kwam van een andere hoek, maar de woorden gingen verloren in de storm. Verafschuwd zag Tara hoe een enorme vloedgolf de grootte van enkele huizen op hun kwetsbare schuit afstevende.
Zet je schrap!’ klonk een uitgeputte stem vanuit de top van de andere mast. Tara klemde haar armen om het donkere hout, hield zich er stevig aan vast en sloot haar ogen. De monsterlijke golf bereikte het schip. Tara de piraat werd meegevoerd door opspattend water, struikelde achterover en tuimelde achterover de mast af. Op het laatste moment, nét voordat ze in koud water zou plonzen, wenste ze dat ze ergens anders was dan in de stormachtige zeeën der wereld…
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VIII- deel XI

di okt 10, 2017 12:57 pm

… en belandde ergens anders. Plotseling zag ze voor zich een wereld waar nog niemand zelfs maar van gedroomd had. De nachtelijke hemelen waren donker boven haar; maar de duisternis werd doorbroken door vreselijk felle lichten van alle kleuren die ze had kunnen bedenken. Toen haar blik afdwaalde naar beneden, zag ze een stad, een stad wier gebouwen als priemende vingers omhoog wezen. De gebouwen waren gemaakt van een vreemd materiaal dat ze niet herkende- weinigen zouden het herkend hebben- en leken uitsluitend opgericht te zijn om hoger te zijn dan de toren ernaast. Lijnrechte paden zweefden boven de koepels, torens, stadions en zo veel meer, en over die wegen bewogen zich dingen voort die ze nog nooit gezien had. De hele stad was één grote puinhoop van licht, kleuren en een afgrijselijke herrie; maar toch leek het tot in de puntjes georganiseerd volgens een groter plan. Staande aan de rand van een verlaten meer zocht Tara haar geheugen door voor een aanwijzing naar de identiteit van deze plek. Het dichtste wat erbij in de buurt kwam, was Zanaqar- het continent ten zuiden van de Westlanden en de Oostlanden, het continent waar de Zhas’, de voorouders van het ras dat later bekend zou komen te staan als de Dwergen, ooit hun steden bouwden. Maar dat was onmogelijk… Zanaqar was tienduizenden jaren geleden vernietigd in een vreselijke woede van genadige Glarric; nu waren de enige overblijfselen van het werelddeel vele lange rijen kleine eilandjes, De Scherven genaamd en door velen vergeten op de wereldkaart te zetten. Tara werd uit haar gedachten gerukt toen er onder haar een dof rommelend geluid te horen was. Enkele momenten lang leek de aarde zelf te trillen van angst voor het naderende onheil, en Tara moest haar voeten stevig in de grond zetten om te voorkomen dat ze plat op haar buik naar voren viel. De stad die voor haar lag was plotseling één grote zee van vuur geworden. De glinsterende gebouwen stortten met een oorverdovend kabaal in en verpletterden de talloze hulpeloze inwoners door elkaar krioelend als een kolonie mieren. Paniekerig geschreeuw uit duizenden monden vulde de lucht en werd meegedragen door de fluisterende wind. Er was een enorme explosie. De aardkorst zelf schoot uit zijn plaats, ontplofte en liet enkel een zee van gloeiend hete magma achter waar eens een glorieuze metropolis trots had gestaan. Tara keek verdoofd toe terwijl een enorme muur van dood en vernietiging haar richting in kwam met een snelheid die ze niet kon bevatten. In een reflex hield ze haar armen beschermend voor zich terwijl ze de brandende hitte op haar huid voelde, terwijl de landen rondom haar genadeloos verwoest werden. Ook zij zou weldra opgeslokt worden door de snel naderende muur, ook zij zou weldra…
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VIII- deel XII

di okt 10, 2017 1:02 pm

… De vernietiging bereikte haar nooit. Thans bevond ze zich in een enorme verlaten hal. De muren die de hal zouden moeten afbakenen van de rest van het gebouw waren niet eens te zien, waaruit Tara opmaakte dat ze zich in een gigantische ruimte moest bevinden. Overal om haar heen rezen pilaren de hoogte in, naar het plafond dat ze ook niet kon zien, gemaakt van fraaie bloedrode natuursteen en beschilderd met gouden versieringen en afbeeldingen van historische gebeurtenissen. Tara keek haar ogen uit. Het enige licht in deze zaal kwam van haarzelf- ze droeg een bescheiden brandend kaarsje in haar handen- en een ver verwijderde warme gloed in de verte. Nieuwsgierig baande de jonge vrouw zich een weg naar het licht, dat steeds feller werd naarmate ze verder in het goed georganiseerde doolhof van pilaren doordrong. Uiteindelijk vond ze zichzelf staande aan de rand van een enorme muur van grijze stenen. Voor haar neus stonden talloze houten kastjes in een keurig rijtje geschikt, en op die kastjes stonden relikwieën van tijden lang vervlogen- voornamelijk kleine beeldjes, niet meer dan twee wijsvingers hoog. Een daarvan moest een vrouw voorstellen, met een plooiend gewaad dat haar borsten ontbloot liet, twee sierlijke engelenvleugels achter haar rug en ingewikkelde sieraden over haar gehele lichaam. Een ander beeld toonde een geheel naakte man, in zijn linkerhand een lange houten staf, en in zijn rechterhand een prachtig gebeeldhouwd zwaard dat zelfs na al die jaren nog verrassend scherp was. Een hoge kroon stond op zijn lange, krullende haren, en zijn gezicht toonde een beheerste en onverstoorbare blik. Tara herkende de beeltenis als die van Qazar de Veroveraar, de trotse aanvoerder die zijn volk vanuit de landen achter de Donkere Oceanen naar het eiland Qaza voerde en daar het gelijknamige keizerrijk stichtte. De voorwerpen oogden bijzonder oud, alsof ze in een ver vervlogen verleden gecreëerd waren door de kunstenaars van de gouden rijken van weleer. De twee beeldjes waren echter niet de enige voorwerpen die op de kasten pronkten onder een licht dat nergens en overal vandaan leek te komen. Tara spotte een met vele robijnen en saffieren bezette gouden kroon, een zilverkleurig sieraad met een donkerblauwe steen in het midden, een lang zwaard waarvan het gevest beschreven was met eeuwenoude runen die ze weer eens niet kon lezen- hoewel ze vermoedde dat het de taal van de Noorderlingen in de tijd van Ysvarolek en Thenarian de Lichtbrenger was- en een verontrustend echt lijkende hand die zich met een schok sloot toen ze er een vinger op durfde te leggen. Gefascineerd streek ze over een object dat ze, bij gebrek aan een betere benaming, in gedachten aanduidde als een magische bol; en na enkele ingewikkelde bewegingen over het gladde oppervlak veranderde de kleur van de bol en liet deze een telkens van kleur veranderende mist zien waar een onherkenbaar gezicht uit oprees. Maar wat het meeste haar aandacht trok, was een kaart die hoog boven haar aan de muur hing. Ze had al vele kaarten gezien in haar jaren aan de Drie Academies, en op het eerste gezicht leek dit exemplaar niet veel te verschillen van die in de klaslokalen van Gaelon of de verborgen librijen van Stormrots. Het leek gewoon een doodnormale wereldkaart met een realistische weergave van de Westlanden, Calmaria, de Verboden Landen en de landen in de Arantische Oceaan- Haldar, Aylarku, Khizûm, Akanif en ga zo maar door. Maar toch was er iets… anders. Tara kon niet helemaal plaatsen wat het was. Ze streek met haar vinger over het oude, vergeelde perkament en zocht naar een antwoord, zocht ernaar met al haar gedachtes en al haar energie…
‘Tara?’
De jonge vrouw schrok op en draaide zich met een ruk om. Instinctief maakte ze de welbekende beweging om haar zwaard uit de schede te halen, maar de beweging liep vast toen ze zich realiseerde dat Valarite nergens te bekennen was. Ze ontspande toen ze herkende wie er daar tussen de bloedrode pilaren voor haar stond.
‘Seban?’ wist ze onzeker uit te brengen.
‘Tara,’ zei hij, dit keer zekerder. Meer woorden waren er niet nodig. Tara rende op hem af, haast struikelend over haar eigen stappen als een kind dat net leert te lopen. Lachend en tegelijk zachtjes snikkend hield ze even voor de jonge rekruut met de krullende blonde haren en zeeblauwe ogen halt. Zwijgend en met een lichte frons observeerde ze zijn gezicht. Hij droeg weer die heerlijke jongensachtige grijns, en zijn blik was afgedaald naar gebieden onder haar hoofd. Verbouwereerd keek ze naar onderen. Ze was verbaasd om te ontdekken dat ze gekleed was in een fraai versierd maar uitzonderlijk laag uitgesneden gewaad van dure groene stof, dat zowel haar rug als een aanzienlijk deel van haar borsten ontbloot liet. Haastig wenste ze zich een andere uitdossing. Dat was blijkbaar helemaal geen uitdossing: gedurende enkele beschamende momenten was ze zo naakt als op de dag dat ze geboren was. Zonder erbij na te denken toverde ze zichzelf echter terug in haar vertrouwde leren uitrusting en diepzwarte mantel. Hij leek enigszins te ontspannen en keek weer naar haar ogen. Even ontmoetten hun blikken elkaar. Tara kon haar vreugdevolle tranen nauwelijks voor zich houden, maar zijn ogen waren steenhard en tegelijkertijd gevuld met de kenmerkende glinstering van de liefde. Ze voelde zijn zachte hand op haar wang, voelde zijn vingers teder over haar jukbeenderen strijken en haar keel strelen. Ze ging op haar tenen staan, bracht haar hoofd langzaam steeds dichter bij de zijne om hem innig te kussen en te zoenen en te omhelzen voor de rest van de eeuwigheid, totdat de Cirkelen van Tijd uitgedraaid waren en de duisternis weer over alle werelden viel…
De droom spatte in honderdduizenden scherven uit elkaar. Tara viel enkele stappen naar beneden en belandde onzacht op de koude, met mos overwoekerde stenen van een van de ontelbare plateaus. Enkele momenten was ze volledig gedesoriënteerd. Toen ze fatsoenlijk om zich heen had gekeken en de gifgroene lucht en de talloze raadselachtige deuren in zich op had genomen, realiseerde ze zich weer waar ze was. De steenharde werkelijkheid kwam langzaam naar haar terug. Seban was dood. Ze zou zijn warme omhelzing nooit kennen, zou zijn lippen nooit op de hare voelen. Ze zou hem nooit kunnen-
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VIII- deel XIII

di okt 10, 2017 1:02 pm

Ik kan hem terugbrengen.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX

di okt 10, 2017 1:04 pm

Met een ruk draaide Tara zich om. Ze had de hele tijd naar de bruggen gestaard waar ze vandaan had leken te komen, had gekeken naar de ziekelijk groene hemelen boven haar en de zwarte tentakels die zich naar haar toe leken te bewegen. Maar nu keek ze voor zich. Aan het einde van een lange, slingerende brug zonder enige houvast aan de zijkanten bevond zich een leeg cirkelvormig plateau zwevend tussen de lucht en de draaikolk van duisternis. En op dat plateau stond een gestalte. Tara had hem al eens eerder gezien. Hij had vaag de vorm van een langgerekt mens dat minstens twee koppen boven haar uittorende, het enige vreemde aan hem de afwezigheid van een gezicht en de angstaanjagend lange klauwen aan zijn beide handen. Hij stond daar, in het tussen de storm en de leegte, en nam haar één moment lang zwijgend in zich op.
Nieuwsgierig keek Tara naar de schaduw. Ze was deze gestalte al eens tegengekomen. Hij was enkele malen aan haar verschenen toen ze doelloos en zonder hoop op ontsnappen door het woud had gerend, en hij had haar de hele tijd bekeken vanuit de struiken en de bomen en de koude plassen regenwater.
Kom dichter.
Tara begon naar de gestalte toe te lopen. Ze overtuigde zichzelf ervan dat het deze keer uit vrije wil was, dat ze niet wéér in de ban was geraakt door de ijzige fluisteringen die ze al zo vaak gehoord had.
Kom dichter, Karasethe. Ik moet je wat vertellen.
Voorzichtig hield ze halt even achter de schaduwman. Die had zich nog steeds niet omgedraaid; in plaats van naar de bezoeker te kijken, staarde hij naar voren, naar de gifgroene leegte waar geen bruggen meer liepen en geen eilanden meer zweefden; maar toch leek hij zich volledig bewust te zijn van haar aanwezigheid. Het gaf Tara de kriebels.
Je bent gekomen. Mooi. Ik heb lang op dit moment gewacht.
‘Wie ben je?’ vroeg Tara, haar stem vervuld van achterdocht, haar ogen koud als een ijspegel in het hart van de winter.
Een goede vraag, Karasethe. Een hele goede vraag.
De schaduwman maakte zonder waarschuwing een grote beweging met zijn langgerekte armen. In de gifgroene lucht verscheen een beeld, een visioen van de oude bleke eik op de top van de heuvel waar ze zojuist nog had gestaan.
Ik ben de fluisterende eik. De ziel van de fluisterende eik. Deze boom is mijn thuis, nu, maar ik hoor er niet. Ik ben gevangen, Karasethe. Gevangen door een eeuwenoude vloek die op mij gelegd is door…
De gestalte maakte zijn zin niet af. Het beeld in de lucht bleef rond de stam van de eik zweven en liet de vreemde boom telkens van een andere hoek zien.
‘En waarom vertel je me dit?’ vroeg Tara.
Je stelt goede vragen, Karasethe, zeker voor een sterveling als jij. Een goede eigenschap. Luister goed. Ik heb een voorstel voor je.
Tara spitste haar oren en luisterde aandachtig. Ze had maar weinig op van voorstellen en overeenkomsten, zeker van demonen en kwade zielen- een duivelse orde waar de gestalte voor haar ook lid van leek te zijn. Maar ze wilde koste wat het kost het mysterie van Kainere oplossen. En snel, als het even kon.
Ik ben hier al vele jaren. Het ligt niet meer binnen mijn kennis hoe lang precies, maar ik kan me nog goed herinneren de dagen dat de dienaren van Asgalor regeerden over de lucht en de Ildar hun Gouden Zaal oprichtten in het hart van de wereld. Sinds het begin van de tijd zit ik hier gevangen. En ik wil bevrijd worden. Ik roep stervelingen naar míjn woud, maar geen van hen is ooit binnen mijn greep gevallen. Dus ik wachtte. In de diepe duisternis van dit fluisterende woud wachtte ik. Tot nu. Jij kan mij bevrijden, Karasethe. Jij kunt de vloek opheffen en me bevrijden uit mijn eeuwige gevangenis.
Tara snakte naar adem en fronste diep met haar wenkbrauwen toen alle puzzelstokken plotseling op hun plaats vielen.
‘Dus jíj was het,’ fluisterde Tara. ‘Jíj sleurde hen het woud in. Leruan, Corenne en al die anderen. Niet de Naamlozen.’
Ja. Ik was het. Die dwaas Talyr had gelijk toen hij zei dat ze me beschermden. Ik was het die verscheen aan je in het bos. Maar ik was niet de schaduwen voor de bosrand. Dat waren imperfecte creaties van mijn “bewakers”.
‘Maar waarom ben je hier dan nog?’ vroeg Tara verbouwereerd. ‘Als ik je kan bevrijden, hier en nu, waarom is er dan in al die jaren nog nooit iemand geweest in… waar ik nu ben?’
Omdat die idioten die zichzelf de Naamlozen noemen, er alles aan deden de dorpelingen bij me weg te houden. Ze hebben dat gedaan sinds de Eerste Zonsopkomst, en zouden het gedaan blijven hebben tot het einde der tijden. Maar niet langer. Niet langer staan ze in de weg, Karasethe. Jij kunt me bevrijden. Je hoeft slechts die deur te openen.
De schaduwman wees naar voren. Een kort maar eindeloos lang pad van met mos bedekte stenen leidde naar boven, naar een donkere houten deur waar een mens nog maar net doorheen zou passen. De randen van de poort werden verlicht door vreemde flarden mist die gloeiden met een magisch blauw licht, en in het kleine sleutelgat rustte een zware bronzen sleutel. Tara keek er enkele korte momenten naar, maar wendde haar blik toen weer kritisch naar de schaduw die naast haar stond.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX- deel II

di okt 10, 2017 1:06 pm

‘En wat krijg ik daar dan voor terug, eik?’
Alles. Alles wat je je zou kunnen wensen. Aanschouw de wereld die kan zijn, Karasethe.
Het bleke hout van de eik verdween. Tara keek toe terwijl het plaatsmaakte voor herhalingen van de werelden waar ze zich zojuist in had bevonden. De schaduwman, de ziel van de schijnbaar grenzeloos kwaadaardige eik, draaide zich lichtjes naar haar om en probeerde haar stemming te peilen- een poging waarvan ze hoopte dat hij jammerlijk mislukt was.
Kijk.
Ze zag zichzelf door de keizerlijke troonzaal lopen en comfortabel gaan zitten op de met fluwelen kussens bedekte troon van de keizer van Tevaria. Ze voelde opnieuw het heerlijke gevoel van opperheerschappij, het gevoel van macht over het lot van dwazen.
Wil je de machtigste vrouw zijn van de hele wereld, Karasethe? Wil je de kroon van alle volkeren op je hoofd dragen? Ik kan het je geven.
Ze herbeleefde de momenten dat ze door het prachtige bos had gelopen, het paradijselijke oord waar slechts vrede was. En even voelde zichzelf wensen dat er over de hele wereld enkel vrede was, dat alle volkeren hun wapens naast zich neer zouden leggen en dat vijanden elkaar zouden omhelzen en zich zouden verzoenen.
Wil je de wereld in absolute vrede zien, Karasethe? Wil je dat alle geweld gestaakt wordt, onmiddellijk? Ik kan het je geven.
Ze was weer in de door een bescheiden brandend kaarsje verlichte kamer en staarde naar de twee minnaars die de dans van de liefde aan het dansen waren. Onwillekeurig kwam er weer iets in haar opborrelen, de wil om bij hen te gaan liggen in het bed en de rest van de eeuwigheid door te brengen in hun omhelzing.
Wil je al je lusten bevredigen, Karasethe? Wil je de liefde kunnen bedrijven met iedere man en iedere vrouw die je je kan wensen? Ik kan het je geven.
Ze voelde de ijzige, zoute wind van de oceanen weer op haar gezicht en hoorde het krijsen van de meeuwen en het paniekerig schreeuwen van de piraten op het dek onder haar. Ze werd vervuld van een gevoel van avontuur, wilde plotseling alle onbekende continenten achter de Koude Oceanen verkennen en contact zoeken met nieuwe rassen en wezens.
Wil je het avontuur, Karasethe? Wil je kunnen gaan en staan waar je wil en je geen zorgen hoeven te maken over wat dan ook? Ik kan het je geven.
Ze stond weer aan het rand van het door maanlicht verlichte meertje, starend naar de onmogelijk kleurrijke stad die voor haar lag. Opnieuw dacht ze aan het verloren continent Zanaqar en de raadsels waar het door omringd werd; en ze kreeg weer de lust om alles te onderzoeken en eeuwenoude geheimen te ontdekken met haar neus diep in stoffige oude boeken van verborgen librijen gestoken.
Wil je kennis, Karasethe? Wil je alle dingen weten die nog onbekend zijn aan de stervelingen? Ik kan het je geven.
Ze zwierf weer door de eindeloos lijkende hal met zijn enorme bloedrode pilaren en talloze eeuwenoude relikwieën netjes neergezet op donkere houten kastjes. En weer zag ze de warrige blonde krullen en de heerlijke zeeblauwe ogen van de jonge rekruut waar ze zo hopeloos verliefd op was geworden in één lange nacht. Ze keek in zijn ogen, en hij keek in de hare. En voor de laatste keer deed ze een poging hem te omhelzen en hem een kus te schenken van haar lippen; maar ook deze keer spatte het visioen in duizenden scherven uit elkaar, en bleef Tara verward en met lege handen op de donkere stenen van het zwevende plateau staan.
Wil je hem weer zien, Karasethe? Wil je weer aan zijn zijde staan, vechten en leven? Ik kan het je geven.
Met een onderdrukte snik wendde Tara zich af van de bleke ogen van de schaduwman. Ze dacht diep na over het honingzoete en verleidelijke voorstel. Alles zou ze kunnen hebben. Alles wat ze ooit zou kunnen wensen. Ze hoefde er slechts één sleutel voor om te draaien, hoefde slechts één deur te openen om een gevangen en gemartelde geest vrij te laten en zelf alles te krijgen wat ze wilde… Langzaam liep ze naar de rand van het plateau en zette voorzichtig een voet op het slingerende pad naar de deur.
Wacht. Er is meer.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX- deel III

di okt 10, 2017 1:08 pm

Zonder enige waarschuwing werd ze in een draaikolk van duisternis en schaduwen gezogen. In de onvoorspelbare chaos veranderde de wereld om haar heen; en toen de rust wedergekeerd was, bevond ze zich op een plek waar ze vaak over had gedroomd.
Ze zat op de zachte kussentjes van een antieke houten stoel, een van de vele die om de volmaakt ronde en met een overvloed aan magisch bereid eten bedekte tafel waren geschoven. In de koude stenen muur voor haar bevond zich maar één raam, afgesloten met zwarte tralies en met enigszins beslagen glas; maar toch was het duidelijk waar ze zich bevond. Buiten zag ze een genadeloze sneeuwstorm de landen geselen en de ijzig koude golven van de Bevroren Zee inslaan op de natte rotsen van Kasteel Stormrots. Stormrots. Ze bevond zich weer in de eindeloze gangen en onvindbare klaslokalen van Stormrots!
Toen ze haar blik afwendde van het raam werden haar vermoedens bevestigd. Rond de ronde tafel zaten haar vrienden. Ze zag de onfatsoenlijke stoppelbaard en de vettige, lange zwarte haren van Logan. Ze zag de net íets te perfecte blonde krullen en warme glimlach van Jiar. Ze zag de prachtige rode lippen en de sierlijke bewegingen van Malli. Ze zag de strijdlustige ogen en het agressieve eten van Khev. Ze zag de golvende gouden haren en de kenmerkende puntige oren van Carantil. Haar geluk kon bijna niet meer op toen ze de gezichten zag van al die mensen die ze eens haar vrienden had genoemd, al die mensen die haar hadden gesteund en geholpen in haar moeilijke maar heerlijke tijden aan de Drie Academies, al die mensen die ze uiteindelijk vaarwel had moeten zeggen en die ze nu weerzag. Bijna huilend van vreugde wilde ze haar mond openen om te spreken, om hen woorden te zeggen waarvan ze wenste dat ze de moed had gehad ze te zeggen toen het nog kon; maar die woorden stokten in haar keel toen ze links van zich keek. Daar zat Roshar, de wijze leraar die haar de meest waardevolle lessen had gegeven die ze ooit had gekregen, gekleed in zijn favoriete rode en gouden gewaad. En Roshar glimlachte vriendelijk en vaderlijk, toonde dezelfde glimlach als die hij altijd had getoond en altijd zou blijven tonen aan de ogen van hen die wilden luisteren. Enkele momenten keken de twee elkaar aan, leraar en leerling; en de leraar opende zijn mond om zijn leerling toe te spreken en te verwelkomen bij het feestelijke etentje. En hij sprak, maar de woorden gingen verloren toen ook deze honingzoete droom voor haar ogen uit elkaar spatte.
Wil je hen weerzien, Karasethe? Dat kan. Ik kan je hen teruggeven. Je hoeft er maar één ding voor te doen.
De langgerekte schaduwman wees met een priemende vinger naar de deur aan het einde van het pad. Tara staarde voor zich uit. Ja. Ze wilde hen weerzien. Ze wist nu dat ze het allerliefste terug wilde keren naar de goede tijden, waarin ze vriendschap en liefde had gevonden in het beste gezelschap dat de wereld ooit gekend had. Ze wilde het liever dan wat dan ook. Liever dan opperheerschappij, liever dan wereldvrede, liever dan grenzeloze liefde, liever dan het avontuur, liever dan het ontdekken van eeuwenoude geheimen.
Ze had het niet eens in de gaten toen ze plotseling voor de deur aan het einde van het pad stond. Ze keek naar het donkere hout, streek met haar niet langer trillende vingers over de ingewikkelde versieringen en sloot haar hand stevig om de bronzen sleutel. Ze hoefde deze sleutel enkel om te draaien. Dan zou ze al haar vrienden weerzien en met hen zijn tot in de eeuwigheid.
Eén simpele beweging zou voor altijd een einde maken aan al haar leiden…
Eén simpele beweging zou haar die heerlijke tijden opnieuw laten beleven…
Eén simpele beweging…
Ze hoefde enkel de sleutel om te draaien…
Er zijn slechts twee keuzes, Karasethe. Doe niets, laat nog meer onschuldigen hun weg naar mij vinden, en je begaat een groter kwaad. Bevrijd me, krijg alles wat je hartje zou wensen, en je begaat een kleiner kwaad. Kies, Karasethe. Dit is de tweesprong. De tweesprong aan het einde van het pad. Kies.
Een tweesprong aan het einde van het pad…
Een sleutel in de deur…
Een schaduw in het licht…
Eeuwige bevrijding voor haar. Eén simpele beweging zou het pad naar oneindige vreugde voor haar duidelijk maken, één simpele beweging zou haar voor altijd onttrekken aan de problemen van de sterfelijke wereld. De dwaasheid van mensen zou ze achter zich kunnen laten, haar dromen zouden werkelijkheid kunnen worden, en ze hoefde er maar één sleutel voor om te draaien…

Tara maakte een beslissing.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX- deel IV

di okt 10, 2017 1:08 pm

‘Ik zou liever helemaal geen kwaad doen.’
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX- deel V

di okt 10, 2017 1:09 pm

Met een plotselinge zwaai van haar met energie vervulde arm wierp ze een enorme vuurbol in de richting van de schaduwman, die nog steeds glimlachend in het midden van het plateau achter haar stond. Eén enkel moment leek de tijd stil te staan, leek alles te bevriezen en de Cirkelen van Tijd zelf geschokt te haperen. Toen sloegen de vlammen in.
Er was een flits. Een schreeuw. Een draaikolk van duisternis en schaduwen toen de ziel van de eik, de verrotte geest die al ontelbare jaren opgesloten had gezeten in een boom, met een ijzingwekkende kreet in vlammen opging.
Nee! Nee! Wat heb je gedaan, Karasethe? Al die inspanning, al die doden, al dat bloed en dat geweld! Alles voor niets! Je zal branden, Tara! Branden in het eeuwige-
Met een razendsnelle beweging deed Tara de deur achter zich dicht, nét voordat de ziekelijk groene wereld ineen stortte en ontplofte in een vreselijke chaos van vlammen en duisternis.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk IX- deel VI

di okt 10, 2017 1:11 pm

Tara keek om zich heen. Ze lag plat op haar buik op vieze, modderige, door wormen en spinnen geregeerde natte grond. Haastig probeerde ze zich te oriënteren. Maar er was niets. Er was slechts een eindeloze zee van schaduwen en de diepe duisternis van de nacht. Was ze dood? Was ze te langzaam geweest om het onheil van zich af te weren? Nee.
In de verte, hoog boven haar hoofd, scheen een prachtig en hemels licht de duisternis binnen. Tara begon over de vieze grond te kruipen, blind afgaand op de leidende gloed die voor haar lag. Ze bevroor midden in haar beweging toen de smalle gang trilde op haar grondvesten. Ze moest opschieten. Spoedig zou de gehele eik instorten en boven op haar terecht komen.
Sneller, sneller, als maar sneller begon ze door de duisternis te kruipen; maar ze was uitgeput van de inspanning die ze al had moeten verrichten en hijgde van vermoeidheid. De bevingen kwamen steeds dichter, maar ook het licht kwam steeds dichter. Ze strekte een hand uit, strekte een hand uit om de heerlijke gloed die haar zou redden en zou vervullen van reinigende warmte vast te pakken.
En zo vond ze zich een weg uit de duisternis. In een laatste krachtinspanning kroop ze naar boven, rolde ze onhandig het gat aan de wortels van de eik uit en kwam ze terecht op het gras. Ze voelde de warme stralen van de zon op haar blote huid. Ze hoorde de vogels vrolijk zingen in de boomtoppen. Ze hoorde de zachte woorden en het bescheiden lachen van de vriendelijke wind. En voor zich zag ze een uitgestoken hand en de gestalte van een oude, grijzende soldaat die te veel gezien had en te veel gehoord had. Hij stond recht in de stralen van de genadige zon, en zijn gezicht was slechts een donkere, onherkenbare vlek; maar Tara wist als geen ander wie er voor haar stond om haar voor de tweede keer uit de duisternis te sleuren en haar te redden van de klauwen van het kwaad. Een glinsterende kroon van de dageraad rustte op zijn hoofd en deed hem eruit zien als een engel die vanuit de gouden zalen in de hemelen naar de aarde was neergedaald enkel om zijn hand uit te steken naar een sterveling. De zon rees langzaam boven de horizon uit en wierp haar genadige licht over de landen onder haar. Een nieuwe dag was aangebroken op de Cirkelen van Tijd. Een nieuwe dag met nieuwe kansen, met nieuwe gezichten om te leren kennen en nieuwe stemmen om naar te luisteren.

Tara Unthelena, Karasethe, Vloek der Koningen, gevallen engel, brenger van gerechtigheid, zij die danste met de dood, pakte de hand stevig beet.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.

Terug naar “Fantasie”