Naamloos

Ontdek een wereld voor elven en draken en nog veel meer mystiek
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel VII

di okt 10, 2017 12:28 pm

De arme Corenne met haar knappe gezichtje hield haar adem in en probeerde uit alle macht haar blik te onttrekken van de ogen van de man Dracas, die zijn gezicht nu dichter bij het hare had gebracht dan ooit. Hij streelde lieflijk de huid onder haar ogen, streek over haar voorhoofd, haalde zijn handen met een gespeelde voorzichtigheid door haar goudkleurige haren. Toen begon hij plotseling te lachen. Het begon als een klein grinniken, werd luider, groeide groter en groter totdat het over hen neerdaalde zoals een sneeuwstorm de bergflank afdondert. De lach vulde de lucht en werd meegedragen door de fluisterende wind, en iedereen die het ongenoegen had het aan te horen was ervan overtuigd dat de dag des oordeels over hen neergedaald was. Maar het was slechts een man. Een angstaanjagende moordenaar die zijn slachtoffers hem met een ijzingwekkend gemak kon laten vrezen, dat wel, maar een man niettemin.
De lach hield even plotseling op als dat het gekomen was. De man Dracas droeg niet langer een glimlach op zijn gezicht, zelfs geen spoortje van de brede grijns die hij zojuist had vertoond. Hij bracht zijn hoofd nog dichter bij dat van Corenne- iets wat Tara niet eens voor mogelijk had gehouden gezeten in de doornstruiken- en sloot zijn ogen. Hij tuitte zijn lippen ietwat vrouwelijk in een beweging om haar te zoenen, en de gevangene gaf zich over en verzette zich niet langer. Even leek het erop dat de twee elkaar zouden raken in een kus. De inwoners van het kamp- sommigen van hen geamuseerd lachend, anderen verontwaardigd fronsend- wachtten zwijgend af, en ook Tara hield haar adem in tot het moment daar was op de eindeloos draaiende Cirkelen van Tijd.
Maar het moment kwam niet. Een plotselinge actie van de man Dracas maakte een einde aan alle verwachtingen. In één vloeiende beweging greep hij haar arm beet, sleurde hij haar weg van het wiel waar ze aan vastgebonden had gezeten en verkocht hij haar een trap in de holte van haar rug. Met een hoog gekrijs struikelde de naakte vrouw naar voren en viel ze plat op haar buik op de grond, waar ze zich haastig naar boven omdraaide en snikkend achteruitkrabbelde, weg van de man Dracas. Die maakte een nonchalant golvend gebaar met zijn rechterarm en draaide zich weg van het trieste tafereel.
‘Tijd voor jouw pleziertjes, Qurinax,’ schalde zijn ongeïnteresseerde stem over het kampement rond het kampvuur. Bij het vuur ontstond er beweging toen een van de omzittenden zichzelf overeind trok en zenuwachtig over zijn handen wreef. Tara herkende hem uit haar visioen. De man torende minstens twee koppen boven de meeste van zijn bondgenoten uit, maar was smal gebouwd en waarschijnlijk niet heel sterk. Hij droeg een losse leren broek die geen zakken kende en erg geschikt leek voor lange trekken door de wildernis; maar zijn ongezond bleek weggetrokken bovenlijf was ontbloot vanaf zijn middel. Geen enkele haar stond op zijn hoofd, maar zijn kin werd ontsierd door een onfatsoenlijk bruin baardje. Een glinsterend gouden sieraad was vastgemaakt in een van zijn oren.
Op het eerste gezicht leek deze man Qurinax niet veel te verschillen van iedere andere doorsnee struikrover waarvan er dertien in een dozijn waren. Het verschil lag in zijn ogen. Die waren groot en omgeven met uitgelopen zwarte schaduw. Ze waren doordrongen van een eindeloze krankzinnigheid, een krankzinnigheid waar hij volledig door omgeven en omringd werd en zichzelf diep in had gestort. In die ogen bewogen alle denkbare emoties in een chaotische draaikolk van gevoelens door elkaar heen. Vreugde, overmoed, doorgeslagen blijdschap; maar ook angst, paniek, lust. Op de een of andere vreemde manier, die ze niet helemaal kon plaatsen, gaf deze man Qurinax haar koude rillingen over heel haar lijf, en bijna had ze haar ogen afgeweerd. Hij joeg haar- en overigens ook de nog steeds op de grond gelegen Corenne- de stuipen op het lijf.
De man was inmiddels opgestaan en had zich als een dreigende schaduw boven zijn gevangene opgesteld. Met een glimlach even krankzinnig als zijn ogen keek hij op haar neer, nam met een kwaadaardige interesse haar hele naakte lichaam van top tot teen in zich op. Hij leek tevreden te zijn met wat hij zag: zijn glimlach werd vervormd tot een brede grijns van wang tot wang, en zijn verrotte tanden glinsterden in het maanlicht.
‘Jij bent ook een knapperd, is het niet?’ fluisterde hij. Corenne leek te zoeken naar de juiste woorden om mee te antwoorden, maar hield uiteindelijk gewoon haar mond. De man Qurinax hield zijn staar vast, en het moment strekte zich uit als een ijzige winter zonder einde. Tara deed haar uiterste best zo zacht mogelijk te ademen, want het tafereel speelde af zich net enkele stappen voor het struikgewas waar zij zich in had verschuild. Niemand mocht haar zien. Niet nu. Haar adem stokte in haar keel terwijl ze machteloos de gebeurtenissen in het kampement bekeek.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel VIII

di okt 10, 2017 12:29 pm

Uiteindelijk kwam ook aan dit moment een einde, zoals aan alles onvermijdelijk een einde komt. Eén van de struikrovers die zich rond het kampvuur verzameld hadden- een werkelijk prachtige vrouw in een losse leren uitrusting waarvan het een wonder was dat het haar aanzienlijke boezem op z’n plaats hield- had inmiddels lang genoeg gewacht.
‘Zeg, komt ’t er vandaag nog van?’ riep ze. Haar stem was zacht en vloeiend, aangenaam als het fijnste fluweel; maar ergens in die stem verborgen lag iets vreemds, iets wat Tara niet volledig kon plaatsen. ‘We wachten op je!’
‘Rustig, Sise. Ik was maar effekes aan het… kijken.’
‘Dat hebben we allemaal gezien, ja,’ mompelde de vrouw, waarvan Tara met een schok besefte dat het dezelfde was die een mond vol wijn over zich heen gespuwd had gekregen. Enkele momenten keken de twee struikrovers elkaar aan met blikken die meer vertelden dan duizend woorden; toen wendde de man Qurinax zich af van de vrouw om weer op Corenne neer te kijken. Die lag nog steeds op de grond te trillen van de angst, bevroren en niet in staat zich te verroeren. Tara zag enkel de achterkant van haar lichaam, haar lange gouden lokken en met sproeten bedekte rug, maar zag haar paniekerige gezicht voor zich alsof ze er recht in keek.
De man Qurinax leek plotseling iets te ruiken en keek om zich heen, zocht oplettend de omgeving af op een gevaar dat wellicht ergens schuilde. Tara hield haar adem in en durfde nauwelijks te bewegen, bang dat ze zichzelf bij het minste geritsel in de struiken zou verraden; maar niemand rond het kampvuur leek haar aanwezigheid opgemerkt te hebben. Ze had bijna een zucht van verlichting geslagen, maar wist het nog net in te houden.
De krankzinnige keerde terug naar zijn bezigheden en strekte een van zijn dunne armen uit naar Corenne. Die keek hem aan met grote ogen gevuld van wanhoop, smeekte hem zwijgend haar met rust te laten en haar terug te laten naar het rustige leven in de tuinen van Tandenivian. Maar de man Qurinax gaf niet toe aan de smekende blik. Hij pakte haar arm beet en trok haar met een verrassende kracht omhoog. Venijnig glimlachend streek hij met zijn skeletachtige hand over haar lichaam. Hij streelde haar haren, raakte met zijn vingers gefascineerd haar borsten aan als een jongen die voor de eerste keer een naakte vrouw aanschouwt, ging met zijn hand van haar nek naar beneden, over haar rug, en kneep zachtjes in haar rechterbil.
‘Je bent een knapperd,’ grinnikte hij. Plotseling greep hij haar weer beet en boog haar bovenlichaam met een barbaarse kracht naar beneden, recht in de richting van het struikgewas waar Tara zich in verstopt had. Haastig en met een gezicht als steen maakte hij de touwen rond zijn middel los, trok hij zijn losse leren broek naar beneden en stortte hij zichzelf in het lichaam van zijn gevangene. Er klonk een klein gejuich vanuit de rest van het kampement, voornamelijk afkomstig van de vrouw Sise. Zij moedigde hem vurig aan terwijl hij zichzelf herhaaldelijk en met snelle bewegingen in het achterste van Corenne stortte.
Corenne verzette zich niet terwijl ze als een slaaf door elkaar geschud werd door de krankzinnige man. Ze sprak geen woord. Er stonden enkel een paar tranen in haar zeeblauwe ogen, tranen die niet eens over haar wangen rolden. Een tijdlang staarde ze naar de grond, niet in staat iets te beginnen tegen haar verkrachter; maar op een gegeven moment dwaalde haar blik naar boven, naar het struikgewas recht voor haar. Tara had de hele tijd staan kijken, machteloos, en had haar blik niet af kunnen wenden van het vreselijke tafereel. Corenne keek naar de struiken, en daar zag ze de ogen en het gezicht van een jonge vrouw, tot op de tanden bewapend maar bijna gebroken door het aanzicht van alle wreedheid. Hun blikken troffen elkaar. Voor het eerst in een lange tijd keek Tara in de ogen van een mens.
Dat was het moment dat er iets veranderde in de diepste diepten van Tara’s geest. Ze kon het niet meer aanzien, kon niet meer machteloos toekijken hoe een onschuldige vrouw recht voor haar ogen op brute wijze werd verkracht door een dwaze man. Vastberaden stond ze op en verruilde zo de beschutting van het struikgewas voor de openheid van de open plek. Beheerst trok ze haar zwaard Valarite uit de schede aan haar zij, wat meerdere hoofden van de struikrovers in haar richting deed draaien. Met een stenen gezicht richtte ze de punt van het wapen op de keel van Qurinax. Die hield onmiddellijk op met zijn bezigheden en toverde- schijnbaar uit het niets- een dolk tevoorschijn, welke hij dicht voor de keel van de snikkende Corenne hield. Hij deed geen moeite om zijn mannelijke delen voor Tara te verhullen. Hij bleef slechts achter zijn gevangene staan, zijn lichaam dicht tegen het hare gedrukt en de vlijmscherpe dolk tegen haar kwetsbare nek.
‘Laat haar gaan,’ zei Tara zonder enige intonatie. Enkele momenten was het stil terwijl ze zonder te trillen de punt van Valarite nu op het verrotte hart van de krankzinnige richtte. Er was nauwelijks geluid. De muziek van de stilte was duidelijk te horen tijdens die bloedstollende ogenblikken, waarin de struikrovers haar met afwisselende blikken in zich opnamen. Toen begon de man Qurinax te lachen.
‘Laten gaan?’ wist hij tussen het doorgedraaide geschater uit te brengen. ‘Laten gaan? Waarom zou ik? Ik had het eigenlijk best wel naar m’n zin, als ik heel eerlijk ben! Deze Corenne hier is een van de-’
‘Kan me niet schelen,’ onderbrak Tara hem. ‘Laat haar gaan. Laat haar terugkeren naar huis. Ze heeft je niets misdaan.’
‘Klopt,’ grinnikte de man Qurinax. ‘Ze is zo onschuldig als een bloemetje in de tuin. Maar ik zou dat zwaard maar weghalen, Karasethe. Kan je duur komen te staan.’ Tara had de hele tijd strak naar de man en zijn gijzelaar gekeken, en had daarom niet gemerkt dat vier van de bewoners van het kamp haar met getrokken wapens omsingeld hadden.
‘Ik zou maar gehoorzamen als ik jouw was,’ snauwde de vrouw met de Elvenoren en de zwarte haren.
‘Ja,’ bevestigde de naakte man die nog steeds achter Corenne stond. ‘Laat het vallen, en wij maken haar niets.’ Hij knikte naar Corenne. Tara realiseerde zich dat ze nu niet op kon tegen vier bandieten, die allen hun staal op haar gericht hadden. Als ze ook maar één beweging zou maken, hoe klein en onschuldig dan ook, zou de man Qurinax zijn gevangene onmiddellijk van kant maken. Zuchtend wierp ze haar geliefde Valarite in het natte gras en hief ze haar handen hoog in de lucht, een teken van overgave. De krankzinnige glimlachte instemmend, maar veranderde niets aan zijn positie. De andere vier dwongen Tara op haar knieën te gaan, en Tara kon niets anders doen dan het bevel opvolgen. Enkele momenten was het stil. Tara keek omhoog, en trof wederom de blik van Corenne. Maar er was iets veranderd aan haar ogen. Er was niets overgebleven van de wanhoop en paniekerige hopeloosheid. Die hadden plaatsgemaakt voor een vreemde blik die Tara niet helemaal kon plaatsen. Het waren de ogen van iemand die wist wat haar lot was. Het waren de ogen van iemand die besefte dat haar weg hier ten einde liep. Het waren de ogen van iemand die de duistere zeis en de koude omhelzing van de dood met open armen verwelkomde.
Met een vloeiende beweging sneed de man Qurinax de keel van Corenne door.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel IX

di okt 10, 2017 12:30 pm

De jonge vrouw viel op de grond, levenloos en slap als een doek. Tara keek verschrikt naar de zeeblauwe ogen, die voor altijd naar boven zouden staren maar nimmermeer de glorie van de wereld zouden kunnen aanschouwen.
Nee. Nee! Dit kon niet! Dit had niet mogen gebeuren. Ze was te laat geweest. Te laat om haar te redden. De dood van Corenne was háár schuld, haar schuld alleen en die van niemand anders. Ze had haar kunnen redden. Ze haar kunnen redden, verdomme! Ze wilde zichzelf vervloeken om haar dwaasheid, vervloeken omdat ze niet eerder had gehandeld; maar ze realiseerde zich dat ze andere dingen te doen had.
Plotseling dook Tara ineen en rolde ze naar rechts, waar haar zwaard Valarite rustte in het warme licht van het zachtjes brandende kampvuur. De verrassing werkte in haar voordeel: de vier bandieten probeerden met hun zwaarden en dolken naar haar uit te halen, maar mistten haar lichaam op een haar afstand. De tijd die ze hiermee verspilden was genoeg voor Tara om het gevest van Valarite stevig vast te grijpen, op te krabbelen en in een flits haar aanval voor te bereiden.
Eén kort moment keek ze naar de vier struikrovers die daarnet hun zwaarden aan haar keel hadden gehouden. Ergens had ze gehoopt dat ze zo overrompeld waren dat ze niet snel genoeg zouden kunnen handelen om haar aanval te weerstaan; maar dat bleek ijdele hoop. Eén van hen- de vrouw met de korte zwarte haren- was uit de groep gestapt en had haar glinsterende wapen voor zich uitgetrokken in een positie die leek te smeken om een uitdaging. De struikrovers achter haar hielden hun zwaarden beschermend voor hun lichamen, klaar om iedere aanval van de indringer af te weren; en de overige vijf bewoners van het kampement kwamen langzaam op de strijd aflopen. De man Qurinax had zijn edele delen weer bedekt met de losse leren broek, droeg dezelfde dolk in zijn hand als waarmee hij Corenne had vermoord en keek Tara met een vreemde glimlach aan.
Enkele momenten stonden was het stil rond het kampvuur in het hart van de wouden. Niemand bewoog, niemand viel aan. De struikrovers bekeken Tara met afwisselende blikken, en Tara beantwoordde die blikken uitdagend en met een uitnodigende grijns van haar bloedrode lippen.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel X

di okt 10, 2017 12:31 pm

In de bomen kraste een raaf.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XI

di okt 10, 2017 12:31 pm

Uiteindelijk was de jonge huurmoordenares de eerste die in beweging kwam. Het ene moment hield Tara haar Valarite hoog in de lucht achter haar en snauwde ze enkele onverstaanbare woorden. Het andere moment vloog ze zelf door de lucht als een pijl die aan een pees ontsnapt, draaiend op een hoge snelheid als een gewelddadige wervelwind. Haar eerste slag liet ze neerkomen op het zwaard van de vrouw met de Elvenoren, die Valarite van haar borst af wist te houden maar niet geheel wist af te weren. Enkele welgemikte klappen waren genoeg om haar tegen de grond te werken en haar een grote snee over de gehele lengte van haar dijen te bezorgen.
En zo werkte Tara door de gehele groep heen. Enigszins tot haar spijt bleek het dat de in leren wapenrustingen geklede bandieten nauwelijks bewapend waren en geen enkele uitdaging voor haar vaardigheden vormde. Een korte gedachte aan de koude maar o zo heerlijke dieptes van de Karna was genoeg om haar er volledig in onder te dompelen en de strijd in haar voordeel te beslissen. Valarite flitste door de lucht, zijn staal bleek in het maanlicht, en sneed met gemak door de lichamen van de struikrovers. Tara zelf danste over het gras van de open plek, ontweek de wilde uithalen van haar vijanden met een sierlijkheid die je van een danser aan het hof van de keizer zou verwachten, liet haar zwaard af en toe door de lucht flitsen om een van de wrede mannen en vrouwen recht naar de armen van Garnavoth te sturen. De man Dracas Kar, die vele onschuldige gevangenen gemarteld en vermoord had, vuurde vanuit de bescherming van een op een rots gelegen struikgewas een goedgerichte pijl af op het strijdgewoel; maar Tara hief haar vrije hand instinctief boven zich uit, en een brandend schild vormde zich om haar gestalte. De pijl veroorzaakte enkel een kleine rilling in het schild. Onmiddellijk daarna werd het teruggekaatst en vloog recht in het oog van de man Dracas, die het uitschreeuwde van de pijn en stervend op zijn knieën viel. Tara liet meerdere dodelijke spreuken uit haar handpalmen ontsnappen en wist zo enkele vijanden af te maken. Het gevecht ging door, maar was sneller afgelopen dan dat ze in het begin had ingeschat- en had gehoopt.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XII

di okt 10, 2017 12:31 pm

In de bomen kraste een raaf.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XIII

di okt 10, 2017 12:32 pm

Na een tijd liep de strijd dan ten einde. Tara werd omringd door acht lijken, zoals ze zo vaak was geweest in haar dagen als huurmoordenares voor haar vele raadselachtige opdrachtgevers. De leren uitrustingen van haar vijanden waren verscheurd, hun lichamen werden bedekt met dikke lagen bloed en hun ogen zouden voor altijd staren naar de donkere hemelen of het verbrande gras rond het zachtjes brandende kampvuur. Tara grijnsde. Het was hun verdiende loon, hun rechtmatige beloning voor het martelen van zo veel onschuldige bewoners van het nabije dorp. Maar in de zee van dood en bloed stond nog één obstakel. De man waarvan ze aangenomen had dat hij de leider was van de groep was zwijgend overgebleven. Zijn zwaard had dat van de jonge huurmoordenares nog niet gekruist. Hij stond daar en staarde voor zich uit. Er was geen spoortje van een glimlach te ontdekken op zijn gezicht. Zijn beide armen hingen slap langs zijn lichaam alsof hij het gevecht opgegeven had. Geen verzet, geen strijdlust meer in zijn mysterieuze ogen. Enkel… Tara was niet in staat een naam te geven aan zijn blik. Maar dat maakte niets uit. Niet nu. Ze moest hem verslaan. Met een onvrouwelijke snauw rende ze op de man af, haar beide handen stevig om het gevest van haar geliefde Valarite.
Ze werd enigszins uit het veld geslagen toen ze verzet voelde. De man had op de een of andere duistere manier een schaduwzwaard uit het niets opgeroepen, een wapen dat veel weghad van de klingen die de krijgers aan de bosrand hadden gedragen; en hij hield het voor zich uit en blokkeerde de slag van de eenzame reiziger nonchalant. Tara deed een poging door zijn verdediging heen te breken door haar zwaard tegen het zijne aan te drukken. Ze oefende zo veel kracht uit als ze kon, en de twee vijanden naderden elkaar steeds dichter, totdat hun gezichten zich op minder dan twee vingerlengten bevonden. Worstelend om door te breken keek Tara omlaag, naar de kling brandend met een duister vuur; maar vervolgens dwaalde haar blik langzaam af naar boven. Hun blikken kruisten elkaar, en de jonge huurmoordenares keek in de ogen van de raadselachtige persoon voor haar. Wat ze daar zag, gaf haar rillingen over heel haar lijf als ijzige zwaarden die overal in haar werden gestoken. Zijn ogen waren die van de duisternis. Het waren eindeloze dieptes zo donker als de donkerste nacht zonder maan en zonder sterren, zo onvoorspelbaar als de oceanen der wereld tijdens een gewelddadige storm zoals ze die nog nooit gezien had. Terwijl ze in die angstaanjagende ogen keek, stond Tara als aan de grond genageld. Ze probeerde zich uit alle macht te bevrijden uit de strijd om zich te onttrekken aan de vreselijke blik, maar iets hield haar gevangen op haar plaats. Ze kon niets doen dan toekijken terwijl het gezicht voor haar veranderde. De gelaatstrekken van de man werden meer uitgesproken, bijna als bij een vampier uit de legenden van weleer. De kleur van zijn huid veranderde van enigszins getint naar bleek als het licht van de maan die aan de hemel stond. Zijn hoekige kin werd plotseling bedekt met een baard die nog wel eens gedragen werd door slecht geschreven antagonisten in de kronieken van de Canata Mus. Een brede grijns van wang tot wang brak door; de glimlach van iemand die wist dat hij gewonnen had.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XIV

di okt 10, 2017 12:33 pm

In de bomen kraste een raaf.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XV

di okt 10, 2017 12:33 pm

Met een overweldigende kracht duwde de man zijn schimmenzwaard naar voren. Tara werd overrompeld door de plotselinge beweging, werd enkele stappen achteruit geworpen en kwam onzacht terecht tegen een boomstam. Ze wist snel omhoog te krabbelen, ondersteund door haar lenige lange benen, maar raakte opnieuw verdoofd toen ze voor zich uit keek. De grond van de open plek was niet langer bedekt met bloedige en nog brandende lijken. De lichamen van de struikrovers waren verdwenen en werden nu vervangen door de gestaltes van negen personen. Tara snakte naar adem. Het waren de negen mysterieuze mannen en vrouwen die ze in haar visioen had gezien.
Het waren de Naamlozen.
Een hoogmoedig kijkende man met krullende blonde haren en een knap jeugdig gezicht, gekleed in een lang gewaad van zwarte stof bezet met gouden knopen...
Een dunne, zwartharige vrouw met een huid zo bleek als de stralen van de maan, haar gewaad donkerder dan de donkerste nacht, haar blik zwervend in tijden lang vervlogen...
Een streng kijkende vrouw met korte bruine haren en de kenmerkende puntige oren van een Elf, gekleed in een leren uitrusting en lange mantels met de kleur van bloed die achter haar wapperden in de wind...
Een haast onherkenbare man, die alles van zijn gezicht behalve een donkerbruin sikje had verhuld met een diepzwarte kap, en wiens handen voortdurend zweefden rond de vlijmscherpe dolk aan zijn zijde...
Een man met een donkere, exotisch ogende huid en vreemde zwarte haren, gekleed in een wapenrusting van ruw ijzer die hem tegen alles zou beschermen, een kromgetrokken zwaard in zijn hand en zijn diepbruine ogen brandend met het vuur van woede...
Een volledig naakte jonge vrouw met smalle heupen en een volle boezem, haar armen en benen versierd met gouden en zilveren armbanden, haar lichtblonde haren in een sierlijk kapsel boven haar lichtblauwe ogen, een amulet met de kleur van de zee rustend tussen haar borsten…
Een kwaadaardig grijnzende, in een bloedrood gewaad met gouden versieringen geklede man met golvende zwarte haren die tot zijn borst kwamen, omringd door enkele hongerig kijkende wolven…
Een breed glimlachende bezetene met warrige witte haren en verrotte tanden, zijn haast doorzichtige bovenlijf ontbloot en beschilderd met vreemde tekeningen van alle kleuren, zijn ogen gevuld met de duisternis van krankzinnigheid…
En in hun midden stond de leider van hun geheime en verborgen orde, een man wiens gelaatstrekken enigszins hoekig waren en wiens ogen stormachtig waren als de eindeloze oceanen en verraderlijk als de besneeuwde toppen van de Aren Duir.
Tara had gehoopt dat de negen die ze in de nachtmerrie had gezien niet echt waren, dat de bewoners van de open plek slechts struikrovers waren die je in ieder afgelegen gebied ter wereld zwervend over de weg kon vinden. IJdele hoop. Ze waren echt. Ze waren even echt als de haren op haar hoofd en het zwaard in haar hand. Nachtmerries wandelden werkelijk rond op deze wereld, en voor de zoveelste keer werd Tara overdonderd door dat angstaanjagende feit.
Degenen die ze zojuist in koelen bloeden had gedood staarden haar nu aan met triomfantelijke blikken gevuld met een kwaadaardig verlangen. Tara voelde haar eigen lichaam verslappen, voelde dat de Karna waarin ze zich had ondergedompeld zich langzaam aan het terugtrekken was; maar ze gaf niet op. Dat mocht ze niet doen. Ze móest deze strijd winnen. Voor Leruan, voor Corenne, voor alle onschuldigen die hier verkracht, gemarteld en vermoord waren. Ze hief haar zwaard en hervatte de strijd.
Het gemak dat ze had ervaren tijdens de afgelopen momenten, tijdens haar gevecht met de slecht uitgeruste bandieten, had geheel plaatsgemaakt voor een stevig verzet tegen alles wat ze probeerde uit te halen. Tara danste nog even lenig over het veld, haar strakke gezicht en smalle figuur verlicht door het warme kampvuur en de bleke maan, en liet haar zwaard met even harde klappen neerkomen; maar nu voelde ze geen enkele keer het bekende gevoel van staal dat door vlees snijdt. Haar vijanden wisten haar iedere keer weer te blokkeren en af te weren. Hun verdedigingen waren onbreekbaar. Tot overmaat van de ramp bleken enkelen van de Naamlozen ook nog eens uitstekende tovenaars en tovenaressen te zijn- en zij waren niet bang hun vaardigheden tegen de indringer te gebruiken. Maar Tara was onderwezen aan de Academie van Stormrots, de meest befaamde school van heel de wereld; en zij was niets van haar kennis over spreuken en incantaties vergeten. Als gevolg hiervan werd de lucht telkens verlicht door de kenmerkende gloed van magie.
Brandende vuurballen heter dan het oppervlak van de zon schoten door de lucht en verschroeiden gras en struik. Spreuken met als enig doel het nemen van levens trokken een lang gifgroen spoor als een litteken in de hemel. Om de haverklap flitste een beschermend schild voor een van de strijders op en reflecteerde zo een magisch projectiel. Verschillende leden van de negen wisten het telkens weer klaar te spelen van vorm te veranderen- een hongerige weerwolf, een zwerm vleermuizen, een verstikkende rook- en zo de toch al vermoeide en worstelende Tara aardig in de war te brengen. Donkere vormen, dodelijke spreuken en glinsterende zwaarden vlogen haar om de oren, en Tara wist zich nauwelijks staande te houden in de draaikolk van chaos. Ze voelde de overwinning uit haar handen glijden.
Ze verloor de strijd.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Hoofdstuk VI- deel XVI

di okt 10, 2017 12:34 pm

*WAARSCHUWING: EXPLICIETE CONTENT*
Een welgemikte uithaal van de man Nergal met zijn vlijmscherpe kromzwaard maakte een einde aan het verhitte gevecht. Tara voelde het staal een bloedige wond trekken over het bovenste van haar rechterbeen.
Schreeuwend van de pijn viel ze op haar knieën nabij de plek waar Corenne was vermoord. Ze voelde alle kracht haar lichaam verlaten en liet Valarite machteloos op het gras vallen. Teleurgesteld staarde ze naar de grond, niet bereid om de vijand in de ogen te kijken. Ze had gefaald. Ze had de strijd verloren, had al die tientallen slachtoffers niet weten te wreken. Het onrecht zou nog een tijd blijven regeren in de wereld der mensen.
In de bomen kraste een raaf.
Tara keek langzaam op toen een man een stap voor haar op zijn hurken ging zitten en haar gezicht zorgvuldig in zich opnam.
‘Ik heb nog helemaal niet de kans gehad je eens goed te bekijken, Karasethe,’ zei de man Qurinax met een serieuze blik in zijn krankzinnige ogen. ‘Zou je graag eens met mij willen dansen?’ Tara was te zwak om te antwoorden, te zwak om zelfs maar haar hoofd te schudden. Ze zag de man Qurinax triomfantelijk grijnzen, en die grijns bleef in haar hoofd spoken terwijl hij haar beet greep.
Langzaam en beheerst ontdeed hij haar van haar kleding. Eerst ontblootte hij haar gespierde bovenlijf, toen trok hij voorzichtig de leren broek die ze van de vriendelijke zeeman had gekregen naar beneden en gooide die achteloos in het vuur.
De gebroken Tara had de kracht niet hem te weerstaan, had niet de kracht meer om hem tegen te houden.
Ze lag op haar buik en werd vastgehouden door een bezwering die intact werd gehouden door de vrouw met de korte zwarte haren.
Verafschuwd voelde Tara een object waar ze liever niet aan wilde denken langzaam over haar benen strijken, waarna het doorging naar de binnenkant van haar dijen. Ze snakte naar adem toen het haar lichaam binnendrong. De man Qurinax liet een tevreden zucht ontsnappen, greep haar stevig bij haar zij en trok haar achterste genadeloos omhoog, waarna hij zichzelf opnieuw in haar stortte.
De krankzinnige man begon nu vurig en met snelle stoten te bewegen, en Tara voelde hem om de haverklap in en uit haar gaan. Ze ervaarde een verschrikkelijke pijn zoals ze die nog nooit gevoeld had, een pijn die haar over heel haar lichaam aantastte; maar ze beet haar tanden stevig op elkaar en dwong zichzelf zich niet te verzetten tegen het geweld.
Ze had al meerdere keren een man gevoeld in de delen van haar lichaam die enkel van haar waren- voor het eerst na een verborgen feest in de zuilengangen van Gaelon; daarna had ze nog enkele malen de nacht doorgebracht met betekenisloze minnaars- maar die waren telkens naar háár wil geweest. Zij had de situatie helemaal onder controle gehad, toen; maar nu werd ze onderworpen aan een onbekende man die haar schond met bruut geweld. Ze voelde een sterke neiging over te geven, maar de harde bewegingen van de man Qurinax maakten dat onmogelijk.
Het leek wel een eeuwigheid te duren. Tara kon zich al voorstellen hoe haar vrienden zouden reageren als ze haar zo hadden gezien, naakt in het gras, vastgehouden door een man die ze nog nooit van haar leven gezien had. Haar vrienden zouden haar onmiddellijk te hulp schieten, als ze hier waren geweest. Ze zouden met getrokken zwaarden en strijdlustige gezichten uit de bosjes komen springen en de man Qurinax binnen een mum van tijd een kopje kleiner maken. Logan, Jiar, Malli, Khev, Carantil. Roshar. Ze wenste dat ze hier nu waren. Ze hoopte met heel haar hart op het onmogelijke. En voor het eerst in een lange tijd betrapte ze zichzelf erop te bidden voor de zegen van Glarric en zijn gulden engelen.
‘Alurante!’ klonk het plotseling.

En in de bomen kraste een raaf.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.

Terug naar “Fantasie”