Pagina 2 van 2

Re: Lisette

Geplaatst: di aug 20, 2019 11:47 am
door AnnettaCesahri
Hoofdstuk 4

“Kan ik u helpen, mevrouw?”
“Ik hoop het. Ik ben al drie winkels langs geweest op zoek naar een bosje witte anjers, zonder succes.” De oudere vrouw streek haar rok glad en keek hoopvol naar het meisje tegenover haar.
“U treft het, mevrouw. Ik heb achter nog twee mooie bossen liggen. Wacht... ik haal ze even, dan kunt u zelf uitzoeken.” Lisette manoeuvreerde zich tussen de bloemen en planten door en kwam even later met twee grote bossen witte anjers terug.
“Oh, geweldig!' lachte de oude dame, waarbij ze verrukt in haar handen klapte. “Ik neem ze allebei.”
Nadat de vrouw had afgerekend, verliet ze de winkel. Lisette glimlachte tevreden. Ze had vandaag weer een klant blij gemaakt. Ze voelde zichzelf ook een beetje opgetogen. Ze had Vashon haar liefde verklaard. Hoe was ze er ooit toe gekomen om hem te zeggen dat ze van hem hield? Ze had daarvoor immers besloten hem zoveel mogelijk te negeren? Ze wist het zelf niet. Plotseling had ze de moed gehad om het hem te zeggen, maar ze was bang voor zijn reactie, dus was ze hard weggerend. Zou ze hem straks weer onder ogen durven komen? Ze was zo in gepeins verzonken dat ze de volgende klant niet hoorde binnenkomen. Ze schrok zich wild toen er een zware hand op haar schouder werd gelegd en ze slaakte onwillekeurig een gilletje.
“N... neemt u mij niet kwalijk, meneer,” stamelde ze verontschuldigend en probeerde haar hart weer tot bedaren te brengen, hetgeen niet lukte. De man mompelde ook een verontschuldiging en liep langs haar heen door het smalle pad tussen de planten door. Ze nam het kleine, dikke mannetje tegenover zich aandachtig op. Hij zag er onguur uit met het zwarte petje en zijn kale hoofd. Haar adem stokte in haar keel toen ze hem herkende. Het was een van de drie mannen die vannacht aan haar deur waren geweest. Ze was er zeker van, want hij had geen alledaags gezicht. Tot haar opluchting bekeek de man enkele planten, zodat ze even de tijd had om na te denken. Ze moest in ieder geval haar kalmte bewaren en niet laten merken dat ze hem had herkend.
“Kan ik u helpen?” vroeg ze zo neutraal mogelijk.
De man draaide zich naar haar om. “Eh... ja.. eh, ik wil graag één rode roos,” antwoordde de man, terwijl hij nerveus aan zijn rossige snor trok. Terwijl Lisette de roos van een mooi papiertje en een rode en witte lint voorzag, vroeg de man terloops: “Woon je in het dorp? Ik denk niet dat ik je eerder heb gezien.” Hij keek haar langdurig aan. “Of werk je hier nog maar pas?”
Lisette hoorde een alarmbelletje in haar hoofd rinkelen. Ze moest uitkijken met wat ze zei. “Ik werk hier al twee jaar,” antwoordde ze, zijn andere vraag negerend.
Gelukkig vroeg de man niet verder. Hij betaalde, knikte vriendelijk en verliet de winkel. Lisette keek hem na en schudde haar hoofd toen hij uit haar gezichtsveld verdwenen was. Of de man had haar echt niet herkend, of hij kon heel goed acteren. De laatste mogelijkheid sloot ze, na lang denken, uit. Voor acteren zag de man er te onnozel uit. Toch kon ze het idee niet van zich afzetten dat de man had geprobeerd haar uit te horen.
Na sluitingstijd stapte Lisette op haar fiets. “Tot maandag, Heleen!” riep ze en zwaaide naar de eigenaresse van bloembinderij 'Roos', die naar de parkeerplaats liep.
“Tot maandag, Lisa!' riep de vrouw lachend terug, waarna ze in haar auto plaatsnam.
Lisette glimlachte, terwijl ze de auto nakeek. Heleen was de enige die haar Lisa noemde. Ze vond het wel prettig klinken. Tevreden glimlachend fietste ze weg. Ze wilde zou gauw mogelijk naar Vashon om hem te vertellen van de vreemde man in de winkel.
Het was niet erg druk op straat, zodat Lisette er vaart achter zette. Achter haar reed een auto. Ze sloeg er eerst geen acht op, maar toen hij haar niet inhaalde, keek ze achterom.
Ze trok wit weg en snakte naar adem toen ze de zwarte Mercedes zag. Ze kon de inzittenden niet onderscheiden, want de ramen van de auto hadden donkergetinte glazen waar je van buitenaf nauwelijks doorheen kon kijken. Maar ze wist zo zeker als ze wist dat ze Lisette heette, dat de personen die in de auto zaten, het op haar hadden gemunt. Ze probeerde niets van haar schrik te laten merken en fietste in hetzelfde tempo door. Ondertussen dacht ze razendsnel na.
Als ze nu naar huis zou gaan, dan was ze erbij. Ze nam een besluit. Ze sloeg de eerste straat rechts in, reed hem helemaal uit en stopte voor het laatste huis. Met de fiets aan de hand, liep ze het tuinhekje door, zette haar fiets in de garage die openstond en liep door de achterdeur naar binnen. Gelukkig zat die niet op slot. Toen ze de deur achter zich had gesloten, slaakte ze een zucht van verlichting en leunde tegen de deur om even bij te komen.

Re: Lisette

Geplaatst: vr aug 23, 2019 7:23 am
door AnnettaCesahri
Ze hoopte dat Claudia het haar zou vergeven dat ze zonder kloppen het huis was binnengegaan. Ze was dan wel haar beste vriendin, maar het leek zo onfatsoenlijk om zomaar naar binnen te lopen. Ze besloot alsnog te kloppen, ook al was ze binnen. Lisette gaf een paar korte tikjes tegen het raampje naast de deur. Toen er geen reactie kwam, riep ze zachtjes: “Claudia?” Ze hield haar adem in om scherper te kunnen luisteren. “Claudia?!” riep ze iets luider. Geen antwoord. Ze liep voorzichtig door de gang in de richting van de huiskamer en stak langzaam haar neus om de hoek van de deur. Niemand. Plotseling hoorde ze gedempte voetstappen achter zich en het volgende moment werd er een hand tegen haar mond gedrukt. Lisettes mond vertrok van angst.
“Wat doe je hier, indringster?” zei een zwaar vervormde stem. Lisettes wenkbrauwen schoten omhoog. Langzaam trok er een glimlach over haar gezicht die met de seconde breder werd. Toen de hand van haar mond werd gehaald, draaide Lisette zich vliegensvlug om.
“Claudia! Jij... jij...” Opgelucht vloog ze haar vriendin om de hals. Deze maakte zich los uit de omhelzing en keek Lisette bezorgd aan. “Is alles goed met je?”
“En dat vraag je nu?” schertste Lisette, maar haar ogen twinkelden. “Eerst jaag je me de stuipen op het lijf en dan vraag je of alles goed met me is? Nou, je liet me behoorlijk schrikken, moet ik zeggen.”
“Het spijt me dat ik je bang heb gemaakt. Dat was niet echt de bedoeling. Ik dacht dat je meteen wel door zou hebben dat ik het was.” Haar vriendin bekeek haar aandachtig. “Je ziet eruit alsof het je nog steeds dwars zit. Ben je een beetje schrikachtig vandaag?”
Lisette voelde dat ze beefde. Ze zat ook zo met die achtervolgers in haar maag. Claudia had het bij het rechte end. Ze was nog steeds van streek. Ze besloot geen acht te slaan op Claudia's vraag en zei luchtig: “Heb je misschien wat de drinken voor me? Ik denk dat ik dat wel verdiend heb, na wat jij me hebt aangedaan.” Ze keek haar vriendin beschuldigend aan, maar er brandden pretlichtjes in haar ogen.
Claudia grijnsde en liep naar de ijskast. “Is een glaasje melk ook goed? Ik ben vergeten frisdrank te halen.”
“Heb je dan misschien ook thee? Ik lust geen melk.” Ze keek een beetje beteuterd, maar toen ze Claudia's gezicht zag, brieste ze: “Je wist het! O, hoe kan ik me ook telkens zo voor de gek laten houden door jou!” Lisette liep langs Claudia die het uitschaterde, en keek in de ijskast. “Heb je echt geen frisdrank of is dit weer een grap?' vroeg ze argwanend.
“Nee, ik heb echt geen frisdrank,” verklaarde Claudia, terwijl ze met de mouw van haar shirt haar ogen droog veegde.
“Ik snap echt niet wat jij er zo grappig aan vindt, hoor,” mompelde Lisette droogjes en ze drukte de ijskast dicht. Claudia vulde de ketel met water en zette het op het fornuis. “Ik wil je gewoon opvrolijken. Dat mag toch wel?”
Lisette gaf geen antwoord. Claudia liep naar de voorraadkast. “Zin in een dik plak cake?” Lisette knikte en Claudia sneed twee dikke plakken cake voor hen beiden. Even later liepen ze met hun dampende mokken naar de huiskamer.
“Ga zitten,” beval Claudia moederlijk. “Ik denk dat we eens moeten praten.”
Lisette protesteerde niet toen ze in de grote fauteuil werd gedrukt.
“Ten eerste viel me de manier op waarop je binnenkwam,” begon Claudia. Ze nam een slokje van haar thee en vervolgde: “Ik weet dat je de slechte gewoonte hebt om altijd netjes aan te bellen, hoewel ik je vaak genoeg gezegd heb dat je ook wel achterom kunt gaan, maar daar wilde jij niets van weten, toch?”
Lisette knikte.
“Ten tweede merk ik dat je verschrikkelijk stil bent, sinds ik je heb laten schrikken, of misschien daarvoor al.”
Claudia zweeg en wachtte op een antwoord, maar toen die niet kwam, vroeg ze ter verduidelijking: “Kun je me het een en ander uitleggen?”
Lisette aarzelde. Ze wilde het graag aan Claudia vertellen, maar ze had beloofd het aan niemand te zeggen. Ze nam een slok van haar inmiddels lauw geworden thee en keek door het raam naar buiten. Op het bankje aan de overkant van de straat zat een man. Hij droeg een zwarte bril, zodat je niet kon zien welke kant hij opkeek. Er liep een koude rilling over haar rug. Als die man haar nu eens in de gaten hield? Hij kwam haar niet bekend voor, maar misschien was heet één van de vele spionnen van de Mercedes. Ze had besloten het tuig tot 'Mercedes' te bombarderen.