Lisette

Zwijmel weg in de romantiek van de personages!
AnnettaCesahri
Potlood
Beheer:
Berichten: 11
Lid geworden op: di aug 06, 2019 2:19 pm

Lisette

di aug 06, 2019 2:40 pm

Hoofdstuk 1

Lisette de Hoop staarde zonder iets te zien naar de opengeslagen map die voor haar op het bureau lag. Ze wilde vanavond nog een paar nieuwe technieken bestuderen uit de workshop 'Moderne bloemsierkunst', maar het lukte haar niet om zich te concentreren. Ze voelde zich niet helemaal op haar gemak nu ze alleen thuis was. Haar ouders zouden pas ver na middernacht thuiskomen van een bezoek aan tante Cornelia. Haar tante woonde in een klein dorpje in Brabant. De zus van haar vader was vijftig jaar geworden en omdat haar ouders de afgelopen twee jaar niet op haar verjaardag waren geweest vanwege de grote afstand tussen het dorpje in Friesland en de plaats waar tante Cornelia woonde, vond vader dat ze het niet konden maken om nu óók niet te komen. 
“Je wordt tenslotte maar eenmaal in je leven vijftig jaar,” had hij lachend verklaard. 
Lisette had graag meegewild. Niet om haar tante, want die mocht ze niet, maar om het simpele feit dat ze dan alleen achterbleef in het grote huis. Maar haar moeder wilde daar niets van weten. “Je moet morgen weer vroeg naar je werk. Je kunt het je niet permitteren om je te verslapen,” had ze gezegd. 
Lisette moest toegeven dat haar moeder gelijk had. Er zat dus niets anders op dan braaf thuis te blijven. Ze was overigens niet van plan om te gaan slapen zolang haar ouders nog niet terug waren. 

Het was inmiddels negen uur. Lisette klapte de map dicht en stond op. Ze besloot haar vriendin Claudia nog even te bellen. Als ze met iemand kon praten, vergat ze tenminste even dat ze alleen was. Ze knipte het licht in haar kamer uit en liep naar beneden. Claudia nam vrijwel onmiddellijk op. “Zat je soms naast de telefoon?” vroeg Lisette. 
“Ja,” antwoordde haar vriendin opgewekt. “Ik wist dat je me zou bellen. Hoe gaat het met je? Voel je je een beetje op je gemak in je eentje?” Claudia wist dat het niet zo was. Het was bekend onder de vriendinnen van Lisette dat ze doodsbang was om alleen thuis te zijn. Ze had eens gekscherend gezegd dat ze altijd bij haar ouders zou blijven, ook al had ze allang de leeftijd om zelfstandig te gaan wonen. 
“Nou... nee, eigenlijk niet zo,” was het trieste antwoord. 
“Weet je wat? Monica en Nathalie zijn hier bij mij. Zullen we met z’n drietjes langskomen om je gezelschap te houden?” 
Lisette reageerde enthousiast. “O, ja! Als jullie dat toch zouden willen doen!” 
“Maar natuurlijk! Toch?” hoorde ze Claudia aan de anderen vragen. Er weerklonk een eenstemmig ‘ja, hoor!’ aan de andere kant van de lijn. 
“Je hoort het!” bevestigde Claudia.
 “Oké, dat is dan afgesproken. Tot straks.” Opgelucht drukte Lisette de telefoon uit en legde hem weg. Over enkele minuten zou ze niet meer alleen zijn. Lisette wist op dat moment niet hoe dicht ze bij de waarheid zat. De waarheid die ze zich wel wat anders voorstelde.

Terwijl ze langs de spiegel liep die naast de kapstok hing, keek ze zijdelings naar haar spiegelbeeld en bleef bedenkelijk staan. Ze zag er niet uit, vond ze. Ze besloot om nog even snel een verkwikkende douche te nemen.
Even later kwam ze, met haar vochtige, blonde haren in een baddoek gewikkeld, de douchecel uitgelopen. Ze knoopte de ceintuur van haar  badjas stevig om haar middel en liep naar de kledingkast. Net toen ze die opendeed om een geschikt kledingstuk uit te zoeken, werd er aan de deur gebeld. 
“Mooi, daar zal je ze hebben,” mompelde Lisette in zichzelf. Ze gooide een gebleekte spijkerbroek op haar bed en holde snel de trap af naar de voordeur.
“Ja, ja, ik kom!” riep ze. Ze schoof de grendel van de deur, draaide de sleutel om en opende glimlachend de deur. De glimlach verdween op slag toen ze niet haar vriendinnen maar een onbekende man voor zich zag staan. Van pure schrik wist ze geen woord uit te brengen. Ze staarde hem perplex aan. Het ergste van alles was dat hij ook niets zei. Hij keek fronsend naar haar badjas en zijn doordringende, bruine ogen leken door het kledingstuk heen te branden. Lisette voelde een warme blos langs haar hals omhoog kruipen en controleerde snel of de ceintuur nog wel goed vastgeknoopt was, maar dat bleek in orde te zijn.
“Zijn je ouders thuis?” vroeg de man plotseling. Zijn stem klonk zacht, bijna fluisterend. Lisette fronste haar wenkbrauwen. Hoezo “zijn je ouders thuis”, dacht ze bij zichzelf. Zag ze er zo kinderlijk uit dat hij dacht dat ze nog bij haar ouders woonde? Ze was warempel oud genoeg om alleen te wonen. Of misschien had ze wel een man en een paar kinderen. Ze was dan wel negentien jaar oud, maar toch.... Ze vond het vreselijk als iemand haar nog als een kind beschouwde. Ze schudde haar hoofd om haar belachelijke gedachten. In feite woonde ze immers ook bij haar ouders, en was ze nog een kind. Tenminste, zo gedroeg ze zich. Welk negentienjarig meisje was nu bang om alleen thuis te zijn en luisterde braaf naar haar ouders alsof ze nog geen zestien was? Toen ze zag dat de man haar aandachtig stond op te nemen, vermande ze zich. Hij wachtte natuurlijk op een antwoord. Ze wist dat het niet verstandig was om te vertellen dat ze alleen thuis was, dus loog ze: “Eh... mijn moeder slaapt al en mijn vader is even naar de buren om...” 
De man grinnikte en greep haar plotseling bij haar schouders. “Ik weet dat je liegt, meisje. Ik heb je ouders een uur geleden weg zien rijden, dus je bent alleen thuis. Ik wilde alleen even testen of je wel slim was.” 
Ze schrok toen hij haar ruw opzij duwde en naar binnen liep. Vervolgens vergrendelde hij de deur. Toen richtte hij zijn aandacht op haar. Ze keek hem angstig aan. In het licht van de lamp in de gang kon ze hem pas goed zien. Hij had lang, donkerbruin haar dat in een staartje was gebonden. Hij droeg een spijkerbroek en een zwart shirt met lange mouwen dat strak om zijn gespierde schouders spande. Ze schatte hem ongeveer vijfentwintig jaar. Als ze niet zo bang was geweest, had ze beslist gezien dat hij uitzonderlijk knap was. 
“Doe alle lichten uit.” beval hij. 
“Maar dan is het donker!” klaagde Lisette. 
“Doe wat ik zeg. Vooruit!” Hij duwde haar de huiskamer in en liet haar alle lichten uit doen. Eén schemerlamp mocht ze laten branden, zodat ze konden zien waar ze liepen. 
“W...wat ben je van plan?” wilde Lisette weten. Ze beefde nu over haar hele lichaam van angst en er liep een koude rilling over haar rug. 
“Ik blijf hier een tijdje,” antwoordde hij nors. 
“Maar waarom?” Ze kreeg geen antwoord. Hij duwde haar de trap op. “Naar boven!” 
Nadat hij ook het licht in de gang had uitgedaan, liep hij achter haar aan de trap op. Lisette werd nu doodsbang. Haar hart klopte wild in haar keel. Wat moest hij boven? Wat was hij van plan? De vreselijkste gedachten kwamen in haar op. Opeens barstte ze in snikken uit en viel aan zijn voeten op de grond. Haar benen weigerden langer dienst. Bang voor wat er zou volgen, dook ze helemaal in elkaar op de vloer. Haar handen hield ze beschermend boven haar hoofd en ze snikte gesmoord. De man was even uit het veld geslagen, maar hij herstelde zich onmiddellijk.
“Sta op, dom kind! Ik ben niet van plan jou iets aan te doen, als je tenminste doet wat ik zeg. Ik heb alleen dit huis nodig.” 
Lisette sloeg haar betraande gezicht naar hem op. Vergiste ze zich of had zijn stem bezorgd geklonken? Maar ze moest zich vergist hebben, want zijn donkere ogen leken hard en meedogenloos. 
“Waar is je kamer?” vroeg hij toen. 
“Nee!” gilde Lisette. Ze had meteen spijt van haar gedachten. “Je zei...” 
Hij trok haar aan haar arm omhoog. De doek gleed langzaam uit haar vochtige haren en viel op de grond. 
“Ik weet wat ik gezegd heb!” siste hij. “Kom op, waar is je kamer?” 
“D...daar.” Lisette wees naar de deur van haar slaapkamer. 
De man duwde haar de kamer binnen en zei: “Ik geef je een paar minuten om je aan te kleden en op te knappen. Maar haal geen domme dingen uit, want anders...” Om zijn woorden kracht bij te zetten, haalde hij een pistool te voorschijn. Lisette trok wit weg bij het zien van het dodelijke wapen en deinsde bevend achteruit. Toen hij de slaapkamerdeur sloot, aarzelde Lisette geen moment. Snel trok ze de spijkerbroek aan die ze daarnet op het bed had gegooid. Toen griste ze het eerste het beste shirt uit de kast en trok dat vliegensvlug aan, bang dat hij elk moment kon binnenkomen. Ze had eerst niet in de gaten dat ze een zwart shirt had aangetrokken en er dus hetzelfde bij liep als hij. Toen ze met een haarborstel in de hand naar de spiegel liep om haar haren droog te borstelen, merkte ze het pas. Opeens kwam ze op een krankzinnig idee. Ze verklaarde zichzelf voor gek voor wat ze deed, maar vastbesloten borstelde ze haar haren en bond ze samen met een elastiekje. Snel maakte ze zich lichtjes op en trok vervolgens zwarte sneakers aan. Hij droeg ze ook. Dat had ze gezien toen ze aan zijn voeten op de grond lag. Lisette bleef op haar bed zitten en wachtte tot hij zou vragen of ze klaar was. Zelf wilde ze het moment zo lang mogelijk uitstellen. De deur ging open en zijn hoofd verscheen behoedzaam om de hoek.
“Klaar?” 
“Kun je niet kloppen?” vroeg Lisette kwaad, terwijl ze dapper op hem af liep. Ze had besloten net te doen alsof ze helemaal niet bang was. Ze vroeg zich af of dat zou helpen, maar het gaf haar wel meer zelfvertrouwen. En bovendien verwachtte ze haar vriendinnen elk moment. De man keek haar even verbaasd aan. Plotseling lachte hij aanstekelijk. 
“Die kleren staan je goed,” complimenteerde hij haar, terwijl hij haar van top tot teen bekeek. 
“Dank je,” antwoordde Lisette liefjes. Het leek wel of ze allebei een verandering waren ondergaan. Hij deed ineens een stuk vriendelijker en zij leek niet meer op het bange meisje van net. 
“En wat nu?” vroeg ze, terwijl ze zelfbewust een stapje dichter bij hem ging staan. 
“We blijven in jouw kamer,” antwoordde hij, terwijl hij naar het raam liep en door de lamellen naar buiten keek. “Doe het licht uit!” fluisterde hij plotseling. “Snel!” 
Lisette bleef als aan de grond genageld staan. Wat was hij van plan? Ze kreeg de tijd niet om daar verder over na te denken. Als een panter dook hij naar het lichtknopje en snelde weer naar het raam. De kamer was plotseling akelig donker. Alleen het flauwe schijnsel van de maan, door de kieren in de lamellen, verlichtte de kamer. Lisette zag dat hij voorzichtig naar buiten keek. Haar slaapkamer lag aan de voorkant, zodat je de hele straat kon overzien. Was hij een ontsnapte misdadiger? Vroeg ze zichzelf opeens verschrikt af. Ze moest maken dat ze hier weg kwam. En wel onmiddellijk! Behoedzaam sloop ze achteruit, naar waar ze de deur naar de overloop waande.  

Het begon plotseling hard te regenen. Dikke regendruppen tikten hard tegen de ramen en op het platte dak. Lisette schrok zo erg dat ze achteruit sprong en over een krukje struikelde. 
“Wel verdraaid!” De man draaide zich geschrokken om. “Wat doe je?” 
“I...Ik viel,” stamelde Lisette, “ik schrok van de regen.” Ze stond snel op en wreef over haar pijnlijke arm. De man keek haar argwanend aan.
“Kom hier naast me zitten. Ik moet je in de gaten kunnen houden,” zei hij op strenge toon. 
Lisette liet zich gehoorzaam naast hem op de grond zakken. Waar blijven Claudia en de anderen? Vroeg ze zich ongerust af. Er moest minstens een half uur verstreken zijn, nadat ze Claudia had gebeld. Opeens ging de telefoon. Lisette en de man keken elkaar tegelijkertijd aan. Zij keek hoopvol, hij wantrouwend. 
“Neem op, maar zeg niets over mij, anders ben je er geweest,” bromde hij, terwijl hij het pistool weer tevoorschijn haalde. Hij liep achter haar aan de trap af naar de woonkamer en ging voor haar staan met het wapen op haar hoofd gericht. Ze nam nerveus de telefoon op. 
“Met Lisette.” 
Het was Claudia. “Het spijt me ontzettend, Lisette,” klonk het aan de andere kant van de lijn, “maar we komen niet. Het regent buiten pijpenstelen. Als we een auto hadden.....” 
“O, het geeft niet.” Lisette probeerde haar teleurstelling te verbergen.
 “Vind je het echt niet erg?” vroeg Claudia bezorgd.
 “Nou, ja, ik sta niet echt te juichen,” zei Lisette, “maar ik begrijp het wel. In ieder geval bedankt dat je even gebeld hebt. Doei!”
Ze legde snel de telefoon neer, bang dat haar stem anders zou verraden dat er iets helemaal mis was.
“Dat heb je prima opgelost, Lisette,” glimlachte de man. Hij borg zijn pistool op.
“Hoe weet je mijn naam?” vroeg ze verbaasd.
Hij keek haar aan alsof ze achterlijk was. “Je noemde immers je naam bij het opnemen van de telefoon?” Hij gebaarde naar de trap. “Kom, laten we onze posten weer innemen,” zei hij, alsof ze zijn handlanger was.
Lisette liep voor hem uit haar kamer in en nam plaats voor het raam. Hij ging zwijgend naast haar zitten en keek door een kier in de lamellen naar buiten.
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Lisette

di aug 06, 2019 4:51 pm

Wauw, dat was even anders dan ik had gedacht..
Het begin vond ik een beetje lang duren, ik weet niet precies wat het was, maar vervolgens gebeurde er genoeg om het spannend te houden, echt super! Ik ben heel erg benieuwd naar hoe het verder gaat :)
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Lisette

di aug 06, 2019 5:43 pm

Een goed begin van je @AnnettaCesahri met dit verhaal. Het begin was ook voor mij wat langzaam maar erna ging het sneller in verhaal maar wel je hielt het wel spannend tot het eind.

Ben ook benieuwt naar het vervolg
AnnettaCesahri
Potlood
Beheer:
Berichten: 11
Lid geworden op: di aug 06, 2019 2:19 pm

Re: Lisette

di aug 06, 2019 6:40 pm

Heel erg bedankt voor de feedback, Nellineke en Nurias. Dit lijkt me een leuke site met betrokken mensen en het geeft me de motivatie om door te gaan met schrijven ;)
AnnettaCesahri
Potlood
Beheer:
Berichten: 11
Lid geworden op: di aug 06, 2019 2:19 pm

Re: Lisette

di aug 06, 2019 6:45 pm

Hoofdstuk 2

Met gierende banden vloog de zwarte Mercedes door de bocht.
“Rustig aan, Baas! Zo maak je de hele buurt wakker!” “Hou je smoel, Bertus!” gromde de chauffeur. “Ik maak zelf wel uit hoe hard ik rijd!” 
“Ja, Baas.” Bertus keek vol ontzag naar de man die achter het stuur zat. Niemand wist zijn eigenlijke naam. Iedereen die hem kende, noemde hem ‘Baas’. Baas was lang, slank, had zilvergrijs haar en donkere ogen onder twee zwarte wenkbrauwen. Hij hield een dun sigaartje gevangen tussen zijn opeengeklemde kaken. Bertus daarentegen was klein en dik en had een ietwat onnozel uiterlijk, maar was beslist niet dom. Hij droeg een zwart petje op zijn kalende hoofd. 
“Waar gaan we heen, Baas?” vroeg Bertus. 
“Vashon zoeken! Dat weet je toch?” was het nijdige antwoord. 
“Ja, natuurlijk weet ik dat! Ik ben niet onnozel!” antwoordde Bertus beledigd. “Wat ik bedoel is dat ik me afvraag wáár we Vashon moeten zoeken. We weten immers niet waar hij is?” 
“Ik denk dat ik weet waar hij is,” grijnsde de chauffeur en hij blies een dikke rookwolk in het gezicht van de man die naast hem zat. “Hé, wordt eens wakker, Henk!” 
“Brand!” Hoestend schrok Henk wakker en maaide wild met zijn armen, omdat hij zich in een brandend huis waande. Toen hij de kwade gezichten van Bertus en Baas zag, dook hij beschaamd in elkaar. “Neem me niet kwalijk, Baas, maar we zitten al zo lang in de auto. Zijn we er bijna?”
“Ja, hier is het!” Prompt kwam het voertuig tot stilstand.
“Hoe weet je nu of het hier is?” vroegen Henk en Bertus vrijwel tegelijk.
“Ik heb een tip gekregen. Iemand heeft hem hier uren zien rondhangen en vervolgens een huis zien binnengaan. Als ik goed ben ingelicht, is het dat huis.” Hij wees naar een huis dat ver verwijderd stond van de rest, maar wel aan de straat lag. “Kom op! We gaan er heen.”
Hij stapte onmiddellijk uit, gevolgd door Bertus, maar Henk aarzelde. “Het is er wel donker, hoor. Weet je zeker dat hij daar is?”
“Dat zien we vanzelf,” was het norse antwoord. “Vooruit! We gaan!”
Met z’n drieën liepen ze langzaam naar het huis toe.

“Verdraaid!” Vashon vloekte binnensmonds en liet de lamellen los.
Lisette zag dat zijn gezicht betrok. “Wat is er?” vroeg ze.
“Ik moet hier weg. En wel zo snel mogelijk.” Hij stond op.
“Waarom, wat is er dan?” De angst sloeg haar om het hart. Wat was hier toch allemaal gaande? vroeg ze zich af. Ze tuurde voorzichtig naar buiten en zag drie mannen op het huis afkomen. Even later werd er aangebeld. Lisette keek hem vragend aan. “Wat moet ik doen?” vroeg ze angstig.
“Doe open, maar zeg niets over mij. Ik ontsnap via de achterdeur.” Hij liep naar de deur.
Lisette stond in tweestrijd. Stel dat de mannen rechercheurs waren, die hem, een ontsnapte misdadiger, zochten? Maar het konden ook mannen van de maffia zijn. Ze wilde niet wachten tot ze er achter kwam wie nu het gevaarlijkst was. Intuïtief voelde ze aan dat ze deze man kon vertrouwen. “Wacht! Laat me met je meegaan. Je laat me toch zeker niet alleen achter met wie weet wat voor enge kerels? Ik neem tenminste aan dat ze achter jou aanzitten?”
“Wat? Je wilt mee?” Vashon begreep er werkelijk niets van. Ze wilde met hem mee. Met hem, die ongevraagd haar huis was binnengedrongen en haar had bedreigd met een vuurwapen. Hij schudde zijn hoofd en vroeg op minachtende toon: “Ga je altijd met onbekende mannen mee?”
“En bedreig jij altijd onschuldige vrouwen?” was haar even minachtende weerwoord.
“Goed, goed, je hebt gelijk. Ik kan je niet best achterlaten met een stelletje gevaarlijke misdadigers.”
Lisette hapte naar adem. “Gevaarlijke misdadigers?”
“Ja, gevaarlijke misdadigers,” herhaalde Vashon grimmig, “minstens zo gevaarlijk als ik. Zijn woorden suggereerden dat ze bang voor hem zou moeten zijn, maar dat was ze niet. Niet meer.
Opnieuw werd er aangebeld. Ditmaal doordringender.
“Kom mee! We kunnen niet langs de trap naar beneden. Dat zou teveel lawaai maken. Er zit niets anders op dan door het raam naar buiten te gaan. Maar niet door dit raam in ieder geval.”
“De ouderlijke slaapkamer heeft een balkon dat op de achtertuin uitkomt. Daarlangs kunnen we ontsnappen,” stelde Lisette voor.
Even later lieten ze zich voorzichtig langs het balkon naar beneden zakken. Het hoge, vochtige gras brak hun val. Het was inmiddels opgehouden met regenen.
“Kom mee,” Lisette greep de hand van Vashon, “ik weet een geschikte schuilplaats.”
Lisette en Vashon slopen door de tuin, zo dicht mogelijk langs het dichte struikgewas en renden daarna het aangrenzende bos in. De maan scheen helder er wierp grillige schaduwen op het pad voor hen.
“Rustig,” fluisterde Vashon en hield zijn pas in, “we moeten zo geruisloos mogelijk lopen, anders horen ze ons nog.”
Daarop liepen ze zo behoedzaam mogelijk verder, maar konden niet voorkomen dat er toch zo nu en dan een takje onder hun voeten kraakte. Vashon keek van opzij naar Lisette die vastbesloten doorstapte en nog steeds zijn hand vasthield. Wat een vreemd kind was ze toch, dacht hij en hij schudde glimlachend zijn hoofd. Lisette zag het. “Wat is er?”
“Wat? O, niets... ik vroeg me eigenlijk af waar je me mee naar toe neemt.” Dat was in ieder geval geen leugen, want hij vroeg het zich wel degelijk af.
Lisette glimlachte geheimzinnig. “We gaan naar mijn boshut,” verklaarde ze en ze moest lachen om de verbaasde uitdrukking op zijn knappe gezicht.
“Jouw boshut?” vroeg hij dan ook nietsbegrijpend.
Lisette knikte. “Kom maar mee.” Ze trok hem ongeduldig met zich mee. Er zat voor Vashon niets anders op dan haar gedwee te volgen.
“Hier is het.” Lisette hield haar pas in en keek hem triomfantelijk aan. Vashon daarentegen keek zoekend om zich heen. “Hier? Ik zie niets.”
“Dat is ook de bedoeling. Het is een verborgen hut. Volg me maar, dan zul je zien dat ik gelijk heb.” Lisette dook een dichtbegroeide struik in, schoof enkele takken opzij en er kwam een houten deurtje tevoorschijn. Vashon keek verbaasd toe hoe ze een knop indrukte. Piepend schoof het houten luik opzij en maakte een opening in de grond. 

Intussen stonden de drie mannen ongeduldig bij de voordeur. “Hou maar op, Bertus. Het heeft geen zin om de bel stuk te rammen. Er is waarschijnlijk niemand thuis,” zei Henk en keek daarbij vragend naar Baas. “Ik denk dat we verkeerd zijn ingelicht.”
Baas knikte, al leek hij niet helemaal overtuigd. Woedend smeet hij zijn sigaartje op de grond en verpletterde het met de hak van een van zijn glimmend gepoetste schoenen. “Kom, we gaan terug,” zei hij, terwijl hij zich omdraaide, “maar denk niet dat hiermee de kous af is. Ik laat dit huis zorgvuldig in de gaten houden.”  Verslagen liepen de drie mannen terug naar de auto en reden vervolgens langzaam weg.

Lisette liet zich moeiteloos langs het houten trapje naar beneden zakken. Vashon volgde iets langzamer. Het was aardedonker in de hut. Je zag geen hand voor ogen, maar dat had Lisette gauw verholpen. Ze stak een olielamp aan en zette deze op de grote, houten tafel die in het midden van de hut stond.
Vashon bekeek vol bewondering de stijlvol ingerichte hut. “Je kunt het nauwelijks een boshut noemen,” merkte hij op. “Het heeft meer weg van een onderaards hol.”
Lisette knikte en Vashon keek toe hoe ze de deur sloot. Dat deed ze door van binnenuit op een knop te drukken.
“Hoe kom je aan deze hut?” wilde Vashon weten. “Het ziet er al oud uit.”
Lisette nam plaats op een oude bank en gebaarde Vashon naast haar te komen zitten. “Het is inderdaad een oude hut. Onderduikers bouwden het in de oorlog. Het was een ideale schuilplaats,” legde Lisette uit.
“Inderdaad,” moest Vashon toegeven, “van buitenaf valt het helemaal niet op.” Toen wees hij naar het meubilair. “Stond dit allemaal al in de hut?”
Lisette schudde lachend haar hoofd. “Nee, de hut was leeg en half ingezakt toen ik hem ontdekte. Mijn vader heeft de hut helemaal opgeknapt en de wanden verstevigd en ik heb het geheel een beetje bewoonbaar gemaakt. Deze oude bank,” ze klopte op de zitting, “is van mijn oma geweest. De tafel heb ik zelf gemaakt.” Toen ze de ongelovige uitdrukking op zijn gezicht zag, liet ze er lachend op volgen: “.... mijn vader heeft me natuurlijk een beetje geholpen.”
“O,” hij grinnikte, “het zou me anders niet verbazen als je het alleen had gedaan, hoor. Je laat me namelijk telkens weer versteld staan.”
“Je meent het,” smaalde Lisette.
Toen viel Vashons oog op het bed in de hoek. Lisette volgde zijn blik. “O ja, dat bed,” ze grinnikte, “toen ik wat jonger was, sliep ik hier vaak. Alleen zomers, hoor.”
“Was je niet bang?” vroeg Vashon, “Helemaal alleen in het donkere bos?”
Lisette rilde bij de gedachte alleen al. ”Toen niet, nee. Maar ik zou het nu niet meer durven!”
Vashon keek haar aan. Hij had bewondering voor haar. Lisette sloeg haar ogen neer bij zijn doordringende blik en zei snel: “Genoeg daarover. Ik denk dat jij me wel wat uitleg verschuldigd bent.”
Vashon keek haar peinzend aan, maar knikte toen. “Je hebt gelijk.” Hij ging verzitten en schraapte zijn keel. “Laat ik maar beginnen bij mijn naam. Ik heet Vashon,” begon hij.
“Mooie naam,” vond Lisette.
Hij reageerde niet op haar compliment. Het leek alsof hij het moeilijk vond om verder te vertellen. Secondenlang bleef het stil en Lisette wachtte geduldig tot hij verder sprak.
“Je zult je wel afvragen wat ik bij jou thuis te zoeken had.” Hij keek haar onderzoekend aan en ze knikte bevestigend. “Ze zitten achter me aan, zoals je ongetwijfeld gemerkt zult hebben.”
“Dat kun je wel stellen, ja,” merkte Lisette droogjes op. Ze werd nu een beetje ongeduldig. Hij had haar nog niets verteld wat ze niet al zelf had opgemerkt, behalve natuurlijk zijn naam.
“Waarom zitten ze achter je aan?” vroeg ze op de man af. “Ben je een ..... moordenaar?” Ze schrok van haar eigen vraag.
Vashon keek haar nors aan. “Die indruk geef ik wel, hè?”
“Tja, eh... je draagt een vuurwapen, dus ik dacht....,” stamelde ze en schoof onbewust een eindje bij hem vandaan. Hij zag het en het maakte hem kwaad. Woedend trok hij haar aan haar schouders omhoog en schudde haar ruw door elkaar. “Verdorie! Ik ben geen moordenaar! Hoor je me? Ik ben geen moordenaar!” schreeuwde hij. Toen hij echter de pijnlijke uitdrukking op haar gezicht zag, liet hij haar onmiddellijk los. Wat bezielde hem? Waarom maakte hij zich druk over wat ze van hem dacht? “Het spijt me, Lisette,” mompelde hij gekweld en nam weer plaats op de bank. Lisette bleef staan. Tranen biggelden over haar wangen.
“Kom je niet zitten?” vroeg Vashon en zijn stem klonk oprecht bezorgd.
Maar Lisette schudde wild met haar hoofd. “Nee! Niet voordat jij me nu eindelijk eens verteld wat er gaande is.” Ze veegde verwoed de tranen uit haar ogen en ging op het puntje van de tafel zitten. “Ik luister.”
Vashon slaakte een diepe zucht. “Mijn broer Paulo is ... was rechercheur bij de politie,” zo begon hij zijn verhaal.
“Leeft hij niet meer? “ vroeg Lisette zachtjes.
Vashon schudde zijn hoofd en er speelde een grimmig trekje om zijn mond. “Op een zekere dag belde Paulo mij op. Hij had iets belangrijks ontdekt, zei hij en vroeg me om zo snel mogelijk naar hem toe te komen. Ik begreep dat het om iets heel belangrijks moest gaan, want hij sprak met mij alleen over zijn werk als het uiterst noodzakelijk was. We spraken af op een afgelegen plaats en ik reed er zo snel als ik kon naar toe. Daar trof ik mijn broer  dodelijk gewond aan naast zijn auto. Hij was in zijn buik geschoten. Even dacht ik dat hij dood was, maar toen zag ik hem bewegen. Moeizaam vertelde hij me dat hij achtervolgd werd door een zwarte Mercedes. Hij kon me een duidelijke omschrijving van de daders geven. Ze waren er kennelijk achter gekomen dat Paulo iets belangrijks had ontdekt en om te voorkomen dat hij het door zou vertellen, wilden ze hem voorgoed het zwijgen opleggen. Dat is hen uiteindelijk ook gelukt, maar voordat mijn broer stierf, heeft hij me kunnen vertellen wat hij ontdekt had.”
Lisette had hem zwijgend aangehoord, hoewel er veel vragen op haar lippen brandden. Toen ze zag dat Vashon niet van plan was verder te vertellen, vroeg ze dan ook: “Wat had hij dan ontdekt? En waarom zitten ze nu achter jou aan? En waarom kwam jij uitgerekend in mijn huis schuilen?”
Vashon stond op en ijsbeerde door het kleine vertrek. “Je laatste twee vragen kan ik wel beantwoorden, maar wat mijn broer ontdekt heeft mag niemand weten,” besloot hij.
“Waarom niet? Vertrouw je me niet?”
“Dat is het niet, meisje,” antwoordde hij en ging vlak voor haar staan, “ik zou je daarmee alleen maar in gevaar brengen.” Lisette keek hem zwijgend aan.
“Begrijp je dat?” vroeg hij, terwijl hij een verdwaalde haarlok uit haar ogen streek.
Lisette schudde haar hoofd. “Nee,” antwoordde ze, “eerlijk gezegd begrijp ik dat niet. Ik vertel het heus aan niemand door,” verzekerde ze hem.
Vashon schudde vermoeid zijn hoofd. “Ik merk dat je er inderdaad geen snars van begrijpt. Dacht je dat ik aan iemand verteld had wat ik van Paulo te weten ben gekomen?” Hij keek haar vragend aan. “Nou?”
“Ik ... ik denk het niet,” stamelde ze.
“Juist! Vraag je dan nu eens af waarom ze achter me aan zitten.”
Lisette boog beschaamd haar hoofd.
“Omdat ik zijn broer ben,” antwoordde hij voor haar. “Ze vermoeden dat ik iets weet.”
“Maar hoe kunnen ze dat vermoeden?” waagde Lisette te vragen.
“Heel simpel. Omdat ik zijn broer ben. En misschien hebben ze het telefoongesprek wel afgeluisterd. Alles is mogelijk.”
“Maar wat heb ik dan te vrezen? Ik ben geen familie van jou, dus...”
“Nee, maar verklaar dan maar eens hoe ze er achter kwamen dat ik in jou huis was.”
“Misschien was je niet voorzichtig genoeg,” probeerde Lisette.
“Zulke mensen komen overal achter, Lisette. Ze hebben overal ogen en oren. Daarom kun je beter zo weinig mogelijk weten. Wat niet weet, wat niet deert.”
“Dan ben ik nu al in gevaar,” besefte Lisette verschrikt. “Ze hebben je namelijk mijn huis zien binnengaan en zullen vermoeden dat jij me iets verteld hebt.”
Vashon knikte spijtig. “Maar zoals ik al zei: wat niet weet, wat niet deert. Wees dus maar niet al te bezorgd,” probeerde hij haar gerust te stellen.
“Wat het nodig mij zo’n angst aan te jagen?” vroeg Lisette opeens. “Als jij alleen maar goede bedoelingen hebt, waarom moest je mij dan zo de stuipen op het lijf jagen met je vuurwapen?” Ze klonk een beetje boos.
Vashon glimlachte geheimzinnig. “Ik denk niet dat je zo behulpzaam zou zijn geweest als ik je vriendelijk vroeg of ik binnen mocht komen. Is het wel?”
“Oke,” moest ze toegeven, “maar toen je eenmaal binnen was, ging je er gewoon mee door.”
Ze keek hem beschuldigend aan. “Je hebt me trouwens nog niet verteld wat je in mijn huis deed.”
“Dat vertel ik je morgen, nieuwsgierig aagje,” beloofde hij met een grijns, waarbij hij speels aan haar blonde staart trok.
“Morgen?” riep Lisette uit. “Wil je ... wil je daarmee zeggen dat je in mijn huis blijft vannacht?” stamelde ze.
”Niet in het huis, maar in de boshut,” berichtte Vashon kalm en nam weer plaats op de zitbank.
“O?” Lisette plaatste haar handen in haar zij en keek hem hooghartig aan. “En waarom dan wel?”
“Simpelweg omdat deze hut me een geschikte schuilplaats biedt en bovendien...”
“O, nee!” onderbrak Lisette hem kwaad. “Ik sta niet nogmaals toe dat je zonder mijn toestemming in mijn huis of hut of wat dan ook verblijft.”
Vashon leek even over haar woorden na te denken. Toen zei hij: “Ik kan je dwingen. Ik heb een wapen bij me, weet je nog?”
“Hmpf!” smaalde Lisette. “Je schiet toch niet. Je hebt net immers zelf gezegd dat je me niet onnodig in gevaar wilt brengen. Dat zou je vast niet gezegd hebben als je van plan was me neer te schieten.”
“Je bent slim geworden, zeg!” prees Vashon haar. “Ik geef toe dat ik niet zou schieten, maar...,” hij keek haar met een triomfantelijke blik in de ogen aan, “er zijn nog vele andere manieren om je te dwingen mij dit hutje tijdelijk te laten gebruiken.”
“Ach,” zei Lisette spottend, “nu word ik toch echt bang. Jij...”
Plotseling sprong Vashon overeind en trok haar ruw tegen zich aan. Met zijn mond gevaarlijk dicht bij de hare siste hij: “Zo praat je niet tegen mij! Denk erom!”
Lisette was niet in staat een woord uit te brengen. Ze staarde hem verlamd van schrik aan en even dacht ze dat hij op het punt stond haar te kussen, maar zo plotseling als hij haar had vastgepakt, liet hij haar ook weer los. Ze bedacht dat ze het niet eens zo erg zou hebben gevonden als hij haar wel had gekust. Maar onmiddellijk verwierp ze die dwaze gedachte. Ze keek vanuit haar ooghoeken naar Vashon die weer op de bank had plaatsgenomen en zijn hoofd op zijn handen liet rusten. Zoals hij daar zat... Misschien was ze wel te ver gegaan. Ze moest eigenlijk haar verontschuldigingen aanbieden, maar haar trots weerhield haar ervan. Dus nam ze een besluit.
“Vashon?”
Hij hief zijn hoofd op een keek haar afwachtend aan.
“Bij nader inzien heb ik besloten dat je toch mag blijven. Zelfs zonder het me te vragen.”
“Zelfs zonder het me te vragen,” herhaalde hij sarcastisch.
Lisette wist zeker dat hij het hatelijk had bedoeld, maar besloot er niet verder op in te gaan. “Goed,” ze slaakte een zucht van verlichting, “dat is dan ook weer geregeld.” Ze liep naar het bed, waarop alleen een matras, een molton en een kussen zonder sloop lagen. “Ik zal je een laken en dekens brengen. Of heb je liever een dekbed?”
“Mag ik kiezen?” Toen Lisette bevestigend knikte, antwoordde hij: “Ik slaap liever onder een dekbed.”
“Prima.” Ze keek op haar horloge en schrok toen ze zag hoe laat het was. “Kwart over twaalf!” riep ze uit. “Ik moet maken dat ik thuis kom!” Ze wende zich tot Vashon. “Is de kust veilig, denk je?”
“Laten we het hopen,” antwoordde hij, terwijl hij opstond. “Ik loop met je mee om de spullen op te halen. Dan hoef je niet alleen in het donkere bos te lopen.”
Lisette keek hem dankbaar aan.    

Hoofdstuk 3

Enige tijd later arriveerden ze bij het huis. Het was er donker. Alleen het schemerlampje in de huiskamer brandde. Haar ouders waren dus nog niet thuis, constateerde Lisette tot haar opluchting. Vashon liep voorzichtig om het huis heen om zich ervan te overtuigen dat de drie mannen weg waren. Hij kon niets verdachts vinden, dus hij keerde weer terug naar Lisette die achter in de tuin stond te wachten.
“Niemand te zien. We kunnen naar binnen.”
Vashon gebaarde met zijn hoofd naar de achterdeur, maar Lisette schudde haar hoofd. “Ik heb geen sleutel bij me,” verklaarde ze.
“Daar weet ik wel wat op,” ze hij en haalde een verbogen haarspeld uit de zak van zijn spijkerbroek.
“Wat doe je?” wilde Lisette weten. Ze kreeg geen antwoord, dus keek ze nieuwsgierig over zijn schouder mee. Tot haar verbazing hoorde ze het slot klikken en het volgende moment zwaaide de achterdeur open.
Vashon zag haar verbazing en grijnsde: “Hou je me nu ook voor een inbreker? Wees maar niet bang, hoor. Heb ik van mijn broer geleerd.”
“Aha!” knikte Lisette begrijpend, terwijl ze langs hem heen liep. Vashon bleef beneden wachten, terwijl Lisette naar haar kamer snelde om haar reservedekbed te halen en een dekbedovertrek met bijpassende kussensloop. Ze koos de mooiste overtrekset die ze had. Ze rolde het geheel tot een bundeltje en begaf zich naar beneden. Vashon nam het van haar over. “Dank je,” zei hij en liep naar buiten, maar bleef toen plotseling staan en draaide zich om. “Wil je me wat beloven, Lisette?”
Ze aarzelde, “Dat hangt ervan af,” besloot ze voorzichtig.
“Ik wilde je vragen om niemand te zeggen wat er vanavond is gebeurd. Zelfs je ouders niet.”
“En waarom niet, als ik vragen mag?”
“In het belang van jouw en mijn veiligheid. En in het belang van de veiligheid van iedereen die je het zou vertellen,” was het antwoord.
“O, ja! Wat niet weet, wat niet deert, toch?” zei Lisette lachend, maar liet er ernstig op volgen: “Ik beloof het!” 

Joost en Sofia de Hoop kwamen rond half één thuis. Vashon was ongeveer tien minuten geleden vertrokken en Lisette had nog net wat tijd gehad om snel haar nachtkleding aan te trekken voor haar ouders kwamen. Ze had besloten net te doen alsof ze sliep, zodat ze zich niet per ongeluk zou kunnen verspreken als ze haar zouden vragen hoe ze de avond had doorgebracht. Voordat ze naar bed was gegaan, had ze de voordeur ontgrendeld, zodat haar ouders zo naar binnen konden. Ze hadden een sleutel bij zich, dus dat was ook geen probleem. Net toen ze onder het dekbed was gekropen, hoorde ze haar ouders binnenkomen. Haar moeder riep onderaan de trap zachtjes haar naam. Ze reageerde er opzettelijk niet op. Zoals ze had verwacht, liep haar moeder de trap op en even later ging de slaapkamerdeur voorzichtig open. "Lisette? Ben je wakker? We zijn thuis, hoor?"
Lisette wist van zichzelf dat ze niet te lang achtereen kon doen alsof, dus deed ze net of ze wakker werd. Gapend rekte ze zich uit en richtte zich half op. “Mam? Zijn jullie nu al thuis?” vroeg ze halfluid met een slaperige stem.
“Ja, we zijn net thuisgekomen,” bevestigde haar moeder.
Alsof ik dat niet weet, dacht Lisette.
“We hebben het opzettelijk niet te laat gemaakt, want we weten hoe erg je het vindt om alleen thuis te zijn.”
“Fijn, mam, ik ben blij dat jullie er weer zijn,” zei Lisette welgemeend en liet zich weer terugvallen in de zachte kussens. Haar moeder gaf haar een kus en verliet met een ‘welterusten’ het vertrek.
“Welterusten, mam,” mompelde Lisette zacht terug. Toen was ze weer alleen. Op dat moment vond ze het helemaal niet erg om alleen te zijn. Nu kon ze haar gedachten even de vrije loop laten gaan, alhoewel ze best moe was. Morgenvroeg zou ze Vashon, voordat ze naar haar werk ging, wat te eten brengen. Met die gedachte viel ze als een roos in slaap. Van verdere overdenkingen kwam dus niets terecht. 

Lisette stond de volgende morgen in alle vroegte op, want ze wilde eerst nog even bij Vashon langs voor ze naar haar werk ging. Lisette werkte in een bloemisterij in het dorp. Het was maar enkele minuten fietsen. Ze keek op haar wekker en zag dat ze nog ruim anderhalf uur de tijd had voor ze op haar werk moest zijn. Toch kleedde ze zich snel aan. Terwijl ze haar oude, versleten spijkerbroek aantrok met een simpel blauw shirtje, vroeg ze zich af hoe het met Vashon zou zijn. Zou hij goed geslapen hebben? Ze verwonderde zich erover dat ze zo bezorgd over hem was. Ze zag heb meer als een vriend dan als een vijand, hoewel hij als een ongewenste indringer van haar gastvrijheid gebruik had gemaakt. Ja, gastvrij was ze wel. Ze had hem zelfs haar geheime boshut laten zien en hem haar mooiste dekbedovertrek gegeven. Ze kwam plotseling tot een zorgwekkende conclusie: ze was bezig hevig verliefd te worden. Nee, dat mocht niet gebeuren. Ze moest hem van nu af aan zoveel mogelijk negeren. Of... was het misschien al te laat? Lisette schudde haar hoofd alsof ze de kwellende gedachten van zich af wilde schudden. Ze liep naar de keuken om enkele sneetjes brood klaar te maken. Ook schonk ze een thermoskan vol koffie en stopte alles in een mand. Toen ging ze op weg. Ze sloot voorzichtig de achterdeur om haar ouders niet te wekken. Het was prachtig weer. Door de zonnestralen die de witte berken beschenen, waande Lisette zich in een sprookjesbos. Ze voelde zich net Sneeuwwitje, op zoek naar haar prins. Of nee, ze was meer een Roodkapje met haar mand vol lekkers die ze bij haar oma wilde brengen. Zou ze in plaats van een lieve oma, een grote boze wolf aantreffen? Lisette schoot in de lach. Vashon was inderdaad een grote, boze wolf, al had hij soms iets weg van een lief, bezorgd omaatje. Maar wat liep ze nu te fantaseren? Ze kende hem nauwelijks. Misschien was hij nog erger dan een monster. Hoewel... ze zou toch zeker niet verliefd worden op een monster? Misschien een aardig monster? Dan was zij Belle en hij het Beest.

Al dromend naderde ze de verborgen boshut. Zo stil mogelijk opende Lisette het luik en daalde de trap af. De hut werd enigszins verlicht door de zonnestralen die door de luchtroosters schenen. Vertederd keek Lisette neer op het slapende, half verlichte gezicht van Vashon. Ze zette de mand voorzichtig op de tafel neer en sloop geruisloos naar het bed. Langzaam boog ze haar hoofd en drukte een vederlichte kus op zijn voorhoofd. Er verscheen een glimlach om zijn mond. ‘Hmm ... Samantha?”

Het volgende moment lag ze in zijn armen en werd haar mond bedekt met de zijne. Lisette was te overdonderd om zich te verzetten. Ze liet zich gewillig door hem kussen en huiverde onwillekeurig toen zijn warme hand haar rug streelde, maar al gauw kreeg haar gezonde verstand weer de overhand. De naam Samantha speelde door haar gedachten en ze voelde een steek van jaloezie. Van nu af aan haatte ze die naam, besloot ze grimmig. Met al haar krachten probeerde ze zich uit zijn armen te bevrijden, maar ze kon zich de moeite besparen, want Vashon liet haar abrupt los. Hij knipperde een moment met zijn ogen en keek haar aan alsof hij zich probeerde te herinneren wie ze was. Lisette was degene die de stilte verbrak. Alsof er niets gebeurd was, liep ze naar de tafel en haalde de thermoskan uit de mand.
“Koffie?” vroeg ze, terwijl ze twee plastic bekertjes tevoorschijn haalde.
“Graag.” antwoordde Vashon. Hij ging rechtop in bed zitten en trok het kussen achter zijn rug. Lisette gaf hem een bekertje koffie en haalde het brood uit de mand. Vashon nam een slok van de hete koffie en keek belangstellend toe hoe ze het brood op een plastic bord legde en naar hem toe liep.
“Ik hoop dat je ham en kaas lust,” mompelde ze en zette het bord op de stoel neer die naast zijn bed stond.
“En als ik het niet lust?” vroeg Vashon.
“Dan eet je maar niet,” was het antwoord.
Lisette draaide zich om en ging op de bank zitten. Daardoor zag ze niet de pretlichtjes die in zijn ogen schitterden. Vashon at zwijgend zijn ontbijt en bestudeerde ondertussen Lisettes fijne gelaatstrekken. Ze droeg haar blonde, krullende haar los in tegenstelling tot gisteren en het lange haar reikte tot over haar smalle taille. Het was hem niet eerder opgevallen dat ze zulk mooi, lang haar had. Dat kwam natuurlijk doordat ze het in een staart had gedragen, maar het was mede te wijten aan het feit dat zijn gedachten er gisteravond niet naar stonden om wie dan ook aandachtig te bewonderen. Nu nam hij daar echter ruim de tijd voor. Lisette, die voor zich uit had zitten staren terwijl hij at, keek nu zijn kant op, alsof ze voelde dat er naar haar werd gekeken. Haar helderblauwe ogen keken in zijn donkerbruine ogen. Lisette voelde onmiddellijk vlinders in haar buik opdwarrelen en haar hart bonsde wild. Ze wilde verlegen haar blik afwenden, maar als gehypnotiseerd bleef ze hem recht aankijken. Uiteindelijk lukte het haar om zich van zijn doordringende blik los te maken en met een hoofd als een boei keerde ze hem de rug toe. Waarom moet je nu zo nodig verliefd worden, Lisette. En uitgerekend op hem!, verweet ze zichzelf in stilte. Hete tranen prikten achter haar ogen toen ze opnieuw dacht aan de naam die hij had gefluisterd voordat hij haar had gekust. Samantha. Wat had die naam teder geklonken. Oh, wat haatte ze die naam! Lisette kon niet voorkomen dat er een traan over haar rode wangen rolde. Snel veegde ze haar gezicht droog. Als hij niet had gedacht dat ze Samantha was, had hij haar nooit gekust. Bij die wetenschap rolde een tweede traan over haar wang. Ze haalde diep adem, snoof voorzichtig en veegde zo onopvallend mogelijk de traan weg. Toen ze ervan overtuigd was dat ze zichzelf weer in de hand had, draaide ze zich langzaam om. Verward constateerde ze dat hij nog steeds naar haar keek. Hij maakte aanstalten om op te staan en Lisette deinsde verschrikt achteruit. Vashon keek haar even verbaasd aan, maar toen lachte hij. “Wees maar niet bang. Ik heb vannacht mijn kleren aangehouden.”
Lisette slaakte zichtbaar een zucht van verlichting. Gefascineerd keek ze toe hoe hij langzaam de deken opensloeg en zich uitgebreid uitrekte, waarbij zijn shirt om zijn gespierde schouders spande. Toen hij opstond, deed ze onbewust nog een paar stapjes naar achteren en botste daarbij hardhandig tegen de rand van de tafel. Haar mond vertrok van pijn, maar ze liet niets merken.
“Ik bijt niet, hoor,” zei Vashon plotseling. Hij maakte zijn lange haren los, haalde er een kam door en bond het weer samen met een elastiekje.
“W..wat bedoel je?” stamelde ze geschrokken.
Hij gaf geen antwoord. Zenuwachtig friemelde ze aan haar horloge en keek, meer uit nervositeit dan om te kijken hoe laat het was, op haar horloge. Ze schrok toen ze zag hoe laat het was. “O, nee, ik moet weg. Als ik niet opschiet, kom ik te laat op mijn werk.” Ze keek besluiteloos naar Vashon en vroeg zich af hoe ze afscheid van hem moest nemen. Terwijl ze overwoog wat ze moest doen, liep Vashon met grote passen op haar toe.
“Lisette...” Hij legde zijn ene hand op haar schouder en zijn andere hand streelde het pijnlijke plekje op haar rug. Vashon hoorde dat ze haar adem inhield toen hij dat plekje aanraakte.
“Waar ben je bang voor, Lisette?” mompelde hij, terwij hij een lange, blonde haarlok achter haar oor streek. “Ik hoef me maar te bewegen of jij deinst achteruit.”
Lisette sloeg haar ogen neer. “Ik moet gaan,” zei ze bijna onhoorbaar en draaide zich langzaam om naar de uitgang. Hij deed niets om haar tegen te houden, maar keek zwijgend toe hoe ze het luik opende door op een knop te drukken. Ze stond al op de tweede trede toen ze zich plotseling weer omdraaide.
“Vashon?”
“Ja?”
Ze keken elkaar een momentlang zwijgend aan. Toen sprak Lisette met verbazend vaste stem: “Ik hou van je.”

Vashon staarde naar de plaats waar ze had gestaan. Ze was weg. Voordat hij ook maar iets had kunnen zeggen, was ze de trap op gerend en weggevlucht. Hij was niet in staat geweest haar achterna te gaan, zo verbluft was hij door die vier woordjes. 'Ik hou van je'. Het klonk nog na in zijn oren. Ze had hem niet eens de tijd gegund om te zeggen dat... Ja, om te zeggen wat? Vashon krabde op zijn hoofd en schudde zijn hoofd. Terwijl hij plaatsnam op het bed, dacht hij na. Ze hield van hem, had ze gezegd. Hoe kon ze nu denken dat ze van hem hield? Ze kenden elkaar pas een paar uur. Hij lachte vreugdeloos. 'Kennen' was nog teveel gezegd. Hij moest toegeven dat zij hem niet koud liet. Ze zag er zo mooi en lief uit, maar nog zo jong. Hoe oud zou ze zijn? Zestien jaar? Zeventien? Dan was ze nog een kind. En wat ze voor hem dacht te voelen, was niet meer dan een kalverliefde die na verloop van tijd weer over zou gaan. Vashon stond op. Hij moest maken dat hij hier weg kwam. Want hij was er zeker van dat als hij hier langer bleef, hij zijn gedachten niet bij de zaak zou kunnen houden. Hij mocht zich niet laten afleiden van zo'n belangrijke zaak.
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Lisette

wo aug 07, 2019 8:07 pm

Pfoeh, meestal haak ik af bij zulke lange stukken op mijn laptop, maar je hebt me echt weten te boeien.
Lisette neemt wel heel snel de beslissing om hem te vertrouwen, ik geloof niet dat ik iemand zo snel zou vertrouwen die me met een vuurwapen zou dwingen om de deur open te doen enzovoorts. Ik zou wel iets meer bevestiging van hem nodig hebben. Dat krijgt ze natuurlijk later wel, maar het voelt een beetje gejaagd.
AnnettaCesahri
Potlood
Beheer:
Berichten: 11
Lid geworden op: di aug 06, 2019 2:19 pm

Re: Lisette

wo aug 07, 2019 9:33 pm

Je hebt gelijk. Lisette is wel een beetje naïef ;)
En wat de lange tekst betreft: kan ik misschien beter kleine stukken per keer publiceren?
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Lisette

do aug 08, 2019 9:03 am

@AnnettaCesahri voor leesbaarheid en dat bezoekers niet meteen je verhaal wegklikken kan je het in kleinere stukken doen. Per hoofdstuk, of als het hoofdstuk te lang is door midden doen met ieder passend einde. Bijvoorbeeld bij hoofdstuk 2

Maar Lisette schudde wild met haar hoofd. “Nee! Niet voordat jij me nu eindelijk eens verteld wat er gaande is.” Ze veegde verwoed de tranen uit haar ogen en ging op het puntje van de tafel zitten. “Ik luister.”

Einde

Vashon slaakte een diepe zucht. “Mijn broer Paulo is ... was rechercheur bij de politie,” zo begon hij zijn verhaal.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Lisette

zo aug 18, 2019 11:06 am

Leuk en spannend verhaal! Ben benieuwd hoe het verder gaat.

Ik heb per hoofdstuk opmerkingen geplaatst. Kijk maar of je er iets mee kunt. Het is en blijft jouw verhaal. Doe alleen iets met de dingen waar jij je goed bij voelt. :)

Tip: op internet lezen mensen anders dan in boeken. In een boek stop je na een paar bladzijden een boekenlegger. Op internet zien mensen vooral ellenlange pagina's vol tekst en haken sneller af. Je kunt daarom het beste ongeveer een stuk van 1,5 à 2 pagina's per keer plaatsen dat je eindigt op een spannend stukje. Bijvoorbeeld het moment dat Lisette de deur opent en niet haar vriendinnen ziet. Of dat die lui opeens aanbellen. Een paar dagen later plaats je dan het vervolg. Lezers kunenn het verhaal dan bijhouden en je per deel feedback geven. En jij hebt dan ruimte om op de feedback te reageren voordat je het volgende stukje plaatst. :)

Als je op vaste momenten stukjes plaats, heb je zelf ook wat lucht om verder te schrijven zonder dat het direct geplaatst moet worden. En weten lezers op een gegeven moment wanneer ze weer lekker verder kunnen lezen.

Hoofdstuk 1
Lisette wist op dat moment niet hoe dicht ze bij de waarheid zat. De waarheid die ze zich wel wat anders voorstelde.
Ik zou dit weglaten, want je verklapt nu iets. Het verrassingsmoment dat het niet gaat zoals verwacht haal je nu uit het verhaal.
een verkwikkende douche te nemen.
Haar vriendinnen staan over een paar minuten voor de deur en dan ga je nog snel douchen? Als het goede vriendinnen zijn, maakt het niemand uit hoe ze eruit ziet. Je verwacht dat eerder als je vriendje toch nog even langskomt.
De glimlach verdween op slag toen ze niet haar vriendinnen maar een onbekende man voor zich zag staan.
Je grootste angst ooit. Altijd even kijken voordat je de deur opent, maar dat toch altijd vergeten, haha.
Het begon plotseling hard te regenen.
Ik zou iets anders zoeken waardoor ze schrikt. Het voelt namelijk een beetje cliché, zoals opeens klonk de donder uit het niets.
Waar blijven Claudia en de anderen?
Volgens mij zou dit "bleven" moeten zijn, moet het verhaal in de verleden tijd is.

Leuk en spannend hoofdstuk. Er is inderdaad wat tijd nodig om in het verhaal te komen, de uitleg over de tante had van mij niet zo gehoeven. Echter draagt het wel bij om de angst van Lizette te versterken. Ookal vindt ze de tante niet leuk, ze gaat liever daar op zitten dan alleen thuis te zijn.

Ik vind Lizette een leuk personage om over te lezen.


Hoofdstuk 2
Henk en Bertus komen een beetje kinderlijk over door hun vragen van 'waar gaan we heen' en 'is dit wel de juiste plek'. Baas komt over als een gevaarlijke foute kerel. En ik zou daarom verwachten dat zijn hulpjes niet snel de verkeerde dingen tegen hem willen zeggen, omdat dat nooit goed uitpakt. Als je via de dialoog wil laten weten wat ze aan het doen zijn, zou ik een van zijn hupjes juist de informatie laten geven. En de baas achterdochtig laten zijn of ze het wel goed hebben. Bijv. omdat ze bij de vorige plek te laat waren en Vashon misliepen (verderop lees ik dat 'ie inderdaad weer weg is. Dan is het ook geloofwaardiger voor de baas als hij niet degene is die de aanwijzing geeft. Hij moet toch op iemand z'n boosheid/ongenoegen kunnen botvieren).
Intuïtief voelde ze aan dat ze deze man kon vertrouwen.
Haha, hij heeft zich je huis ingedrongen en een pistool op je hoofd gezet. En dan denk je hem te kunnen vertrouwen?
We kunnen niet langs de trap naar beneden. Dat zou teveel lawaai maken.
Als je sluipt, zou je stil naar beneden komen. Voor de handliggender is dat ze door het raampje in de deur hun silhouette kunnen zien.

Ik zat te denken. Lizette's plotselinge twist dat ze met hem mee wil, zit me een beetje 'dwars'. In die zin dat het niet logisch is. Maar als je nou haar angst vergroot. Als hij weggaat, is ze weer alleen. En er staan enge lui voor de deur, haar vriendinnen komen niet. Waar ze eerder nog hoop uitputte toen die vent voor de deur stond. Dan kan ze uit 2 kwaden kiezen. In die gedachtegang vind ik het niet zo gek dat ze met hem mee wil. Maar dan moet ze hem wel uit pure noodzaak maken en niet van 'goh ik vind hem zo leuk, spannend en opwindend'. In het huidige stuk komt dit een beetje tussen de regels door naar voren, maar het lijkt er ook op of ze hem leuk vindt. En da's een beetje gek, gezien de situatie - vind ik dan.
“Kom, we gaan terug,” zei hij, terwijl hij zich omdraaide,
Dat ging makkelijk. Ze zouden op zijn minst een rondje om het huis kunnen lopen en naar binnen gluren. Het zou me ook niet verbazen als ze inbreken, want als Vashon daar wel nog was zou hij natuurlijk nooit opendoen.
Woedend trok hij haar aan haar schouders omhoog en schudde haar ruw door elkaar. “Verdorie! Ik ben geen moordenaar! Hoor je me? Ik ben geen moordenaar!” schreeuwde hij.
Ik vind het een sterk stukje van Vashon. Ik denk dat hij iemand heeft gedood, maar dat was niet zijn bedoeling. En hij voelt zich megaschuldig. Mooi geschreven.
“Waarom niet? Vertrouw je me niet?”
Haha, hij kent je net 5 minuten. Hij heeft een pistool op je gericht en je wil het geheim weten waar nog veel gevaarlijkere mensen bij betrokken zijn. Ja, met 19 zijn we nog heel naïef.
“Nee,” antwoordde ze, “eerlijk gezegd begrijp ik dat niet
Ik snap het wel en toch vind ik haar een beetje dom. Lol.
“Dan ben ik nu al in gevaar,” besefte Lisette verschrikt. “Ze hebben je namelijk mijn huis zien binnengaan en zullen vermoeden dat jij me iets verteld hebt.”
Toch niet zo dom ^_^
“Wat het nodig mij zo’n angst aan te jagen?”
wat = was

Verder spannend hoofdstuk.

Hoofdstuk 3
"Lisette? Ben je wakker? We zijn thuis, hoor?"
Ze mocht niet mee naar het feestje omdat ze er te laat zou inliggen, maar dan ga je haar wel wakker maken dat je er weer bent? Gewoon even kijken of ze slaapt en het is prima, toch?
Lisette werkte in een bloemisterij in het dorp. Het was maar enkele minuten fietsen.
Ik zou dit wat minder vertellend in je verhaal opnemen. Als ze straks op weg naar haar werk gaat kun je zeggen dat ze er met een paar minuten fietsen is. En dat ze dan de bloemist binnen stapt en haar collega's begroet. Op die manier laat je ook weten waar ze werkt en is het meer onderdeel van je verhaal.
Ze kwam plotseling tot een zorgwekkende conclusie: ze was bezig hevig verliefd te worden.
Hihi.
Misschien een goede toevoeging is om te zeggen hoe ze daarop reageert. Wordt ze bleek, gaat ze trillen of kan ze zich van schrik even niet meer bewegen.
Of nee, ze was meer een Roodkapje met haar mand vol lekkers die ze bij haar oma wilde brengen.
Maar wie is de grote boze wolf dan? :P
haalde er een kam
Heeft hij die bij zich?
“Waar ben je bang voor, Lisette?”
Tsja, je bent nog steeds een enge inbreker die ze niet kent. Ook al vindt ze je erg leuk en sexy.
Hij moest maken dat hij hier weg kwam.
Heel slim! Maar gaat hij ook echt weg?

Ga zo door!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
AnnettaCesahri
Potlood
Beheer:
Berichten: 11
Lid geworden op: di aug 06, 2019 2:19 pm

Re: Lisette

zo aug 18, 2019 11:45 am

Super bedankt voor je feedback, Maaike. Top dat je daar de tijd voor neemt!
Het is precies zoals je zegt. Ik heb dit verhaal geschreven toen ik een jaar of 15 was, denk ik, of nog iets jonger. Nu zie ik hoe naïef en onlogisch sommige zinnen zijn. Als ik dit verhaal in boekvorm wil uitgeven, zal ik het inderdaad nog meer moeten aanpassen. Ik let nu vaak meer op schrijfstijl dan op verhaallijn. Ik neem je feedback zeker mee, nogmaals bedankt!!

Terug naar “Romantiek”