Ki'Thalan

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Ki'Thalan

ma jun 04, 2018 2:57 pm

Eindelijk af ':D .


Het was wonderlijk hoe geen enkele mens eraan leek te denken omhoog te kijken. Al uren waren ze naar hem op zoek. De organisatie met de jeeps kamde onophoudelijk de straten uit en de arrogante man die hij een kwartier geleden had gesard, ijsbeerde nog altijd over het plein. Af en toe schreeuwde hij iets tegen een slungelige jongeman die dan lijkbleek wegrende en opnieuw het plein afliep, al had hij de vorige zes rondes ook niets gevonden. Allemaal zochten ze hem, maar geen van hen vermoedde dat hij wel heel dichtbij zat. Waarschijnlijk dichter dan hen lief was.
Langs de andere kant, mensenogen waren waarschijnlijk niet in staat een donkere figuur te onderscheiden van een pikzwarte lucht. Hij zweefde een dertigtal meter boven de grond, voorover gekanteld, zodat hij recht op het plein met de arrogante man uitkeek.
Hij wachtte gewoon. Hoewel ze allemaal naar hem op zoek waren, was hij niet het doelwit dat ze eigenlijk wilden hebben. Tot de volgende reden tot opschudding ontstond, zou hier blijven en de krioelende mieren onder hem gadeslaan.
Hij kwam wat rechter en keek uit over de stad. Vijf jaar geleden had hij gezworen nooit nog een voet in Schenne te zetten. Waarom hij dan toch was teruggekeerd, kon hij zelf ook niet zeggen. Misschien was het een soort onbewuste bezorgdheid over wat eens zijn thuishaven was geweest. Misschien was het pure nieuwsgierigheid naar zijn vroegere vrienden.
Hij wierp een blik naar de grond en klom een paar meter hoger. De jongeman op het plein was terug van een zoveelste vruchteloze zoektocht en werd uitgescholden door de ander, iets wat hij niet hoefde te horen. Hierboven blies de wind de meeste woorden weg en was het alsof hij naar een stomme film keek.
In de verte ging een sirene af en blauw-en-rode flitsen verlichtten de straten. De jeeps, die tot dan toe aan een langzaam tempo door de straten hadden gepatrouilleerd, veranderden van route en trokken op, allemaal naar hetzelfde gebied navigerend. De losgeslagen Ki’Thalan had een nieuw slachtoffer gemaakt, ondanks alle voorzorgen die waren genomen.
Onder hem verdwenen de mensen in een gebouw en het plein lag er opnieuw verlaten bij. Na het geschreeuw en het voortdurende brommen van de jeeps was de stilte oorverdovend. Hij kantelde achterover tot hij horizontaal in de lucht zweefde. De hemel was bewolkt, maar hier en daar piepte er toch een ster door het wolkendek, en daar waar de maan zich bevond, lichtte het nevelachtig wit op.
Hij zuchtte en sloot zijn ogen. Hij moest snel weg, de stad verlaten, naar veiliger gebied trekken. Het was niet zo dat hij een gevecht tegen eender welke groep hier niet zou winnen; het was eerder zo dat hij niet wilde vechten. En als hij werd gevonden, zouden mensen of Thalan hem geen andere keuze laten.
Het was niet meer dan een tinteling, het gevoel van een zachte bries die langs zijn gezicht streek. Zijn ogen vlogen open en hij dook in elkaar, elke vezel in zijn lijf gespannen, maar het was al te laat. Hij werd aan zijn enkels omhoog gerukt en vastgehouden, zodat hij omgekeerd in de lucht hing en niet meer kon manoeuvreren. Meteen bracht hij alles in gereedheid om uit te breken en te vluchten.
‘Wolf?’ Het klonk ongelovig. ‘Wolf, ben jij dat? Hoe…’
Bij het horen van de stem verstijfde hij en automatisch staakte hij zijn verweer. ‘Milor.’
Een moment lang staarden de twee elkaar aan, de één alsof hij op een onzichtbaar platform stond, de ander omgekeerd en eerder alsof hij onder water zweefde. Het kostte hem geen kracht om in een bepaalde te houding te blijven, zelfs zijn donkere haar waaierde uit.
‘Wolf!’ Een derde Thalan rende naar hem toe, van puur enthousiasme over zijn eigen voeten struikelend. ‘We dachten dat je dood was! Waar ben je geweest?’
‘Kalo’, zei hij zachtjes. Ook deze jonge Thalan kende hij. De jongeling was een kei in het maken van zegels en boeien, zoals diegenen die hem op dit moment aan zijn enkels omhoog hielden. Hij voelde hoe ze zwakker werden en Kalo stak zijn hand omhoog, waarschijnlijk om ze volledig te verbreken.
‘Niet doen.’ De blonde jongeman had de pols van de Kalo vastgegrepen en zag lijkbleek. Verward keek de jongen Milor aan. ‘Maar het is toch Wolf?’
‘Het is Wolf, maar het is geen Thalan.’ Hij scheurde zijn blik los van hun gevangene en staarde naar het stille plein onder hen. Een golf misselijkheid ging door hem heen. ‘Ki’Thalan’, fluisterde hij, en hij haalde diep adem. ‘Maak hem onschadelijk. We nemen hem mee.’
Dit was zijn laatste kans. Zodra Kalo hem volledig verzegeld had, zou hij niet meer kunnen ontsnappen. Maar had hij de moed om het tegen zijn vrienden op te nemen? Om af te rekenen met de herinneringen en schuldgevoelens nadien?
Nee.
Milor had zijn blik opnieuw op hem gericht en keek hem strak aan. Van zijn gezicht viel niets meer af te lezen.
Het ruisen van de wind viel weg, meteen daarna verdween het licht van de sterren en de stad. De boeien rond zijn voeten verstrakten en werden aangevuld met banden die zijn armen tegen zijn lichaam snoerden. Tegelijk verloor hij het vermogen om in de lucht te zweven en hij kwam met een klap op het onzichtbare platform terecht.
Blind, doof, geboeid en afgesnoerd van zijn Thal. Vijf jaar geleden had Kalo moeite gehad meerdere zegels op hetzelfde moment te gebruiken. Hij was veel sterker geworden.
Hij voelde hoe het platform zich met een schok verplaatste en iemand nam zijn arm vast, misschien om te voorkomen dat hij door de plotse beweging wegrolde. Na een tijdje voelde hij kriebels in zijn buik en zijn oren klakten. Ze waren op hun bestemming aangekomen en daalden snel af, waarschijnlijk naar de kleine binnenplaats van het herenhuis dat jaren geleden al dienst had gedaan als thuis van de Thalan in deze stad. Het platform kwam tot stilstand en een moment lang gebeurde er niets. Toen sleurden sterke armen hem overeind, waarna ze hem enkele meters verder droegen en op de grond legden. Hij voelde gladde planken onder zijn wang en de geur van hout, oude rook en stof sloeg in zijn neus.
Onwillekeurig kromp hij in elkaar. Het rook als thuis. Het thuis dat zijn thuis niet meer was, nooit had mogen zijn.
Zijn zicht en gehoor kwamen terug, en terwijl hij nog met zijn ogen knipperde tegen het licht van een witte tl-lamp die aan de muur tegenover hem hing, hoorde hij een deur dichtslaan en in het slot vallen.
‘Milor.’ Kalo klonk verward en angstig. ‘Milor, waarom zijn Ki’Thalan zo gevaarlijk? Ik bedoel, Wolf, hij...’ Machteloos gooide hij zijn handen in de lucht. ‘Hij leek niet gevaarlijk. Hij hielp ons.’
Milor knikte langzaam. ‘Ki’Thalan zijn gevaarlijk omdat de ontwikkeling van hun emoties achterblijft. Hun Thal daarentegen evolueert net veel sneller.’ Een zucht klonk. ‘Het is alsof je een nieuwsgierige robot een dodelijk wapen geeft. Daarbovenop heeft hun Thal dikwijls meerdere affiniteiten.’
‘Zoals jij? Jij beschikt over twee vaardigheden.’
Milor haalde zijn schouders op. ‘Ik ben een uitzondering onder de Thalan. Er zijn anderen met twee of zelfs drie verschillende affiniteiten, maar zulke Thalan zijn zeldzaam.’ Hij richtte zijn blik op hun gevangene. ‘Daarbij hebben niet alle vaardigheden meerdere toepassingen.’
Een rilling ging door hem heen en hij wendde zijn ogen af. Milor was al enkele eeuwen oud, veruit de oudste en sterkste in dit gebouw, en was de leider van vele Thalan in Schenne. Hij gebruikte zijn Thal om iedereen te beschermen en, als het nodig was, zijn groep in toom te houden, maar er waren andere manieren om zijn sterke vaardigheden toe te passen.
‘Kalo, zorg ervoor dat hij op zijn voeten kan staan, alsjeblieft, en ga naar het hoofdgebouw. Zeg nog niet dat het Wolf is die we hier hebben, die chaos houd ik voor morgenochtend.’
Kalo knikte en hurkte neer bij Wolfs voeten, waar hij een snelle handbeweging maakte, en verliet daarna stilletjes de kamer.
Hij zag hoe Milor enkele seconden besluiteloos bleef staan, zijn ogen sloot en zijn tanden op elkaar klemde. Daarna liep hij vastberaden op hem af. Hun blikken kruisten en snel wendde Wolf zijn gezicht weer af. Hij had hier nooit mogen terugkeren.
Hij werd aan zijn kraag overeind getrokken en tegen de muur geduwd.
‘Was het dan allemaal een leugen, Wolf? Was het een leugen?’ vroeg Milor. Zijn stem was hees.
Wolf schudde zijn hoofd. ‘Nee,’ fluisterde hij. ‘Nee, nooit. Het is nooit een leugen geweest.’
Milor aarzelde, boog zich voorover en kuste Wolf zacht op zijn wang. Zijn greep op zijn trui verslapte en hij deed een klein stapje achteruit. ‘Je hebt geen idee hoeveel chaos hier is ontstaan na je verdwijnen. Hoeveel verdriet.’
Nu durfde hij Milor wel recht aan te kijken. ‘Ik kon niet blijven.’
Milor knikte en sloot met een zucht zijn ogen. Toen hij ze weer opendeed, waren zijn irissen niet grijs meer; ze waren ijsblauw geworden en de draaikolk van emoties was verdwenen. Tegelijk liet hij Wolf helemaal los.
Als bevroren bleef hij staan en hij staarde naar die haast oplichtende ogen. Hij had geweten dat dit zou gebeuren, had gehoopt dat het hem niet zou overkomen. De kamer werd donker, verdween, en een ongelooflijke kracht sleurde hem mee naar een vaag schijnsel dat zich schijnbaar in het niets bevond.
Lichtflitsen begonnen door zijn gezichtsveld te dansen en hij schudde wild zijn hoofd. Niemand mocht hier binnen, niemand mocht zich zo ver op zijn terrein wagen, in zijn herinneringen duiken, in zijn zelf. Ergens stond hij nog altijd in de kamer met de tl-lamp, met zijn rug tegen de muur en Milor tegenover hem. Hij moest terugkeren, de weg terugvinden. Wakker worden.
Het licht keerde terug en Wolf snakte naar adem. Het voelde alsof hij een hele tijd onder water was geweest.
Hij zag de slag niet aankomen. Zijn voeten werden van de grond getild en hij kwam met een klap op de grond terecht, haast twee meter verder van waar hij had gestaan. Hij hoestte en hijgde van de pijn in zijn arm, waar Milor hem geraakt had. Dit was niet de kracht van een gewone Thalan. Dit was de kracht van een eeuwenoude leider. Van een Draak.
‘Vorige keer had je een keuze, Wolf. Nu niet meer,’ zei Milor zachtjes. Hij hurkte neer bij de Ki’Thalan. ‘Het spijt me.’
Voorzichtig probeerde hij zijn vingers te bewegen. Zijn spieren protesteerden, maar het voelde niet alsof zijn arm gebroken was. Milor had zich ingehouden. Nu nog wel.
Hij was als de dood voor onder iemands controle staan, voor het delen van de geheimen die hij jarenlang angstvallig had bewaakt. Hij had fouten gemaakt, fouten die hem ook nu nog het leven konden kosten, maar hij had willen leren. Eerst had hij de Thalan vanop een afstand geobserveerd, later had hij in hun midden geleefd. Hij had geloofd dat het mogelijk was om als Ki’Thalan tussen mensen en Thalan te leven. Tot zijn Thal anders had besloten.
De kamer verdween opnieuw en de woeste rivier trok hem mee.
Als Ki’Thalan had hij minder emoties dan anderen en had hij het lastig om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Door op iemand anders te vertrouwen die dat wel had en kon, had hij zijn eigen onvermogen grotendeels kunnen opvangen. Er was echter geen mogelijkheid geweest om zijn snel groeiende Thal in te perken. Uiteindelijk was hij gedwongen geweest alles achter te laten. Zijn thuis, zijn eigen kamer, de stad, zijn vrienden. Milor.
De lichtflitsen verschenen en maakten hem duizelig. Instinctief vocht hij terug, de indringer afwerend, maar het was met minder overtuiging dan de eerste keer en hij slaagde er niet in om aan de stroom te ontsnappen.
Hij was het moe om steeds te moeten vluchten. Om zich te moeten schuilhouden, voortdurend alert te zijn. Hij wilde naar huis, hoe klein de kans om het terug zijn thuis te mogen noemen ook was. Hij wilde dat Milor hem geloofde wanneer hij zei dat hij hem niet op een afschuwelijke manier had bedrogen.
Ja, hij had delen over zichzelf verborgen gehouden, maar nooit had hij gelogen. Nooit.
Hij gaf zijn verzet op en de flitsen vormden een nevelachtige ruimte om hem heen. Muisstil wachtte hij af. Wat zou Milor doen? Hoever zou hij gaan?
De woeste stroom loste op en de omgeving kwam tot rust. Hij voelde Milors aanwezigheid, ook al kon hij hem niet zien. In feite was hij niet zeker of hij wel iets kon zien. Deze melkwitte ruimte was eerder een indruk, een droombeeld dat vervaagde zodra je erop focuste.
Hij rilde toen hij voelde hoe Milor zijn kracht langzaam liet uitdeinen en de volledige ruimte vulde. Zwakke pulsaties gingen door witte nevel heen en de Thal van de Draak trok zich deels terug, een patroon vormend.
Het patroon leek op de achtergrond te gloeien, steeds net aan de rand van zijn gezichtsveld, hoeveel moeite hij ook deed om er een blik op te werpen. Hij voelde hoe Milors aandacht verschoof en sloot zijn ogen even. Hier was hij zo bang voor. Zijn geheugen, herinneringen, al zijn kennis – niets was veilig voor de Thal van deze Draak.
Hij was zo voorzichtig. Heel licht raakte Milor herinneringen aan, zoekend naar diegene die hem antwoorden zouden geven, zonder iets te beschadigen, zonder als een storm door alles heen te gaan en een puinhoop achter te laten. Het was alsof de tijd bleef stil staan. Milor ging langzaam door zijn herinneringen heen en de omgeving verstarde. Als hij hier een voorwerp had kunnen laten vallen, was het bewegingsloos blijven hangen. Was het zijn angst, het gevoel van verlamming dat ook deze wereld in zijn greep had gekregen en deed bevriezen? Hij wist het niet. Het was niet zozeer het feit dat Milor toegang had tot zijn geheugen dat hem angst aanjoeg. Hij was bang voor de reactie die zou volgen.
Woede. Teleurstelling. Afwijzing.
De kamer begon op te lossen en Milor had nog steeds niets laten merken. De laatste nevel verdween en iets brak, zo levensecht dat hij de abrupte knak bijna kon horen. Milors emoties overspoelden hem terwijl het licht van het kamertje terugkeerde en hem verblindde. Hij leunde met zijn rug tegen de muur, precies zoals Milor hem daar had gezet, met zijn ogen knipperend en compleet verward. Milor zat op zijn knieën, zijn schouders schokten en tranen rolden over zijn wangen.
Stilletjes liet Wolf zich naast hem op de grond zakken en hij leunde tegen hem aan, zijn armen nog steeds tegen zich aan geklemd.
Het Teken van de Draak stond in zijn ziel gebrand, zijn lot in de handen van deze Thalan plaatsend, zijn geheimen waren onthuld en hij had geen flauw idee wat er met hem zou gebeuren – of hij over een week nog in leven zou zijn.
Maar op dit moment was hij gelukkig.

The higher we soar the harder we fall.
Humans aren’t made to fly, so we will fall. Always.
It’s inevitable we bite the dust, break, shatter on the hard ground and have to collect the pieces again.

So

If we fall anyway,

Why not make the most of it

And soar as high and far as possible?
Laatst gewijzigd door Nayalina Nashan op wo jul 18, 2018 11:30 am, 1 keer totaal gewijzigd.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Ki'Thalan

za jul 14, 2018 2:26 pm

Leuk geschreven one-shot, al heeft het wel veel potentie om groter te worden dan slechts een one-shot. Al heb ik wel een vermoeden hoe het eigenlijk eindigt, dus wat dat betreft is dit een beter einde, hehe.

Er waren twee dingen die ik niet helemaal snapte. Hoe bewegen die jongens? De ene keer klinkt het alsof ze vliegen, daarna klimmen ze en staan ze op een platform? Het lijkt - zeker in het begin - heel belangrijk te zijn hoe zij zich bewegen. Maar ik kan me niet echt een beeld vormen wat er daarboven dat plein gebeurt.

Het andere wat ik niet helemaal begrijp, is de 'Thalan'. Eerst dacht ik dat het een soort beweging was (verzet/overheid), maar het leek ook een type mens/wezen te zijn. Wat die Wolf ook is, maar waar hij zich niet langer bij aangesloten voelt. Ik heb geen idee waarom hij er niet meer bijzit en waarom hij terug is gekomen naar die stad. Hij heeft het wel even over een vriendin, maar de enige personen die hij tegenkomt zijn jongens. Een iets langzamere opbouw met uitleg wat de verhoudingen hierin zijn, zou mij heel erg helpen. Dat mag gewoon kort en krachtig, het hoeft geen epistel te worden. Maar nu voelt het of er essentiële informatie ontbreekt om de twee hoofdpersonen te begrijpen.

Maar nogmaals, ik vond het een leuk verhaal om te lezen. Goed gedaan!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ki'Thalan

za jul 14, 2018 5:40 pm

Omg xD . Ik had het m'n moeder laten lezen en die zei dat alles duidelijk was, maar nu zou ik wel eens willen weten wat zij er eigenlijk van gemaakt heeft.

Thalan: idd wezens. Je hebt mensen, Thalan en Ki'thalan.
‘Ki’Thalan zijn gevaarlijk omdat de ontwikkeling van hun emoties achterblijft. Hun Thal daarentegen evolueert net veel sneller.’ Een zucht klonk. ‘Het is alsof je een nieuwsgierige robot een dodelijk wapen geeft. Daarbovenop heeft hun Thal dikwijls meerdere affiniteiten.’
Meer dan dit is het eigenlijk niet. Thalan zijn dus mens qua uiterlijk, maar met één of meerdere "gaves", hier affiniteiten genoemd. En Ki'thalan zijn dus enkel verschillend van Thalan zoals in de quote wordt gezegd. En nou ja, Thalan zijn niet dol op Ki'Thalan, en mensen al helemaal niet.

Vliegen/zweven/platform: Wolf vliegt, Milor "staat" in de lucht, zodat het net is of hij op een platform staat.
Een moment lang staarden de twee elkaar aan, de één alsof hij op een onzichtbaar platform stond, de ander omgekeerd en eerder alsof hij onder water zweefde.
Met klimmen bedoel ik gewoon dat hij loodrecht naar boven vliegt.

Vriendin: die is er niet. Het is een vriend. Milor. :lol:.
‘Was het dan allemaal een leugen, Wolf? Was het een leugen?’ --- Milor aarzelde, boog zich voorover en kuste Wolf zacht op zijn wang. --- Hij wilde dat Milor hem geloofde wanneer hij zei dat hij hem niet op een afschuwelijke manier had bedrogen.
Met voornamelijk die zinnen in de quotes dacht ik dus dat het meeste duidelijk had moeten zijn :D , maar blijkbaar kan je het toch op nog andere manieren lezen. Ik vind het vaak moeilijk om in te schatten hoeveel van een verhaal uitgelegd moet worden, aangezien ikzelf - als degene die de verhaalwereld gemaakt heeft - alles heel logisch vind. Dan mis ik wel eens dingen die lezers dan niet snappen :? . Sowieso was het wel de bedoeling om de info tot een minimum te beperken - ook qua, ehm, situatie en verleden van de personages-, maar de dingen die jij opsomde waren nu net dingen die wél duidelijk hadden moeten zijn :'). Ooooooppsss :lol:.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Ki'Thalan

zo jul 15, 2018 9:55 am

Omg xD . Ik had het m'n moeder laten lezen en die zei dat alles duidelijk was, maar nu zou ik wel eens willen weten wat zij er eigenlijk van gemaakt heeft.
Jij hebt gewoon een hele slimme moeder! :D
Vriendin: die is er niet. Het is een vriend. Milor.
My bad, haha. Ik heb "vrienden" gelezen als "vriendin". De vrije interpretatie van mijn hoofd laat soms wat te wensen over, oopsie :lol:
Ik vind het vaak moeilijk om in te schatten hoeveel van een verhaal uitgelegd moet worden, aangezien ikzelf - als degene die de verhaalwereld gemaakt heeft - alles heel logisch vind.
Snap ik helemaal! Je wilt het immers niet uitkauwen en niets meer aan de verbeelding overlaten >.>

Je uitleg helpt een heleboel. Thnx! Maar nu weet ik nog steeds niet waarom ze zo boos op hem zijn en waarom hij zo stom is terug te gaan. Zomaar om je oude vrienden op te zoeken, lijkt me een beetje roekeloos? Of is hij dat juist omdat hij een Thal is en dat dus niet kan inschatten?
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nellineke
Vulpen
Beheer:
Berichten: 108
Lid geworden op: do nov 17, 2016 10:15 am

Re: Ki'Thalan

vr jul 27, 2018 4:55 pm

Het was absoluut geen straf om dit verhaal te lezen. ;)
Inderdaad vroeg ik me ook af hoe ze zich voortbewogen, maar je reactie maakt het eigenlijk wel duidelijk en ik kan me er nu een beeld bij vormen. Ik ben nog wel heel erg benieuwd naar de geschiedenis van de hoofdpersoon en de relaties met de anderen, maar het was een super verhaal om te lezen, ook al zonder die informatie..
Gebruikersavatar
Libelle
Kroontjespen
Beheer:
Berichten: 196
Lid geworden op: di okt 17, 2017 6:59 am

Re: Ki'Thalan

za jul 28, 2018 6:53 am

Orgineel verhaal, de uitleg was ook voor mij fijn, al begrijp ik nog steeds niet waarom hij naar de plaats des onheils terug ging, maat petje af.
Mijn verstand breng mij van A naar B, mijn verbeelding voert mij overal.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Ki'Thalan

za jul 28, 2018 7:49 pm

Oh wow zoveel reacties ineens :'D. Thanks, Nellineke, Libelle!
Misschien nog even dit opklaren: Hij heeft niet echt een echte reden om daar terug te keren, maar op het moment dat hij in het verleden verdween, liet hij zijn thuis, een hechte groep vrienden en zijn geliefde achter xD. Hij is nieuwsgierig en bezorgd, wil gewoon weten wat er met hen gebeurd is.
Waarom hij dan toch was teruggekeerd, kon hij zelf ook niet zeggen. Misschien was het een soort onbewuste bezorgdheid over wat eens zijn thuishaven was geweest. Misschien was het pure nieuwsgierigheid naar zijn vroegere vrienden.
:') Hij weet het zelf ook niet echt, in het verhaal.
A reader lives a thousand lives before he dies.

Terug naar “One-shots”