Puurheid

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Puurheid

za dec 23, 2017 4:45 pm

Dames en heren. Broeders en zusters. Inwoners van Prestas; mijn vrienden! Ik heet u allen zeer welkom bij deze nederige bijeenkomst. U kunt alvast gerust ademhalen, want ik zal u niet vervelen met eindeloze details en u over een pad leiden dat slingert en door schaduwen loopt. Nee! In plaats daarvan zal ik u een waarheid vertellen die niemand, zelfs niet de meest machtige mannen van deze aarde, kan ontkennen. Dus luistert, waarde burgers van Prestas, en ik zal u het licht laten zien!
Ongetwijfeld weet u allemaal hoe de grond onder uw voeten tot stand is gekomen. Het was Glarric die de aarde schiep, gezet op Zijn gulden troon hoog in de hemelen; en toen Hij haar schiep, toen nam Hij het abstracte en smeedde Hij daar iets tastbaars uit. Van het niets maakte Hij iets. Ziedaar de onbetwistbare macht van Hij die ons in Zijn armen neemt! Uit de diepe, diepe leegte van de Grenzeloze Duisternis creëerde Hij de bloemen en de bomen, de bergen en de bossen, de woestijnen en de oceanen. En de rest, dames en heren, de rest is geschiedenis! Toen Hij eenmaal de fundamenten had gebouwd voor Zijn levenswerk, toen Hij een basis had gelegd die Hij en de Zijnen tot in de eeuwigheid zouden kunnen blijven uitbreiden, begon Hij aan het vervullen van het onmogelijke. Hij nam het dode en blies het leven in. Glarric pakte een hand vol modder, liet er Zijn gezegende blik overheen gaan, en zette de jonge schepsels neer op de aarde die Hij had gemaakt. Zo zijn de rassen der wereld geschapen, beste vrienden. De Elven, de Dwergen, de Halfdraken, de Kinderen van het Bos, de Verdronkenen: allen kwamen zij voort uit dat prehistorisch slijk. Maar toen Glarric dacht dat Zijn werk was volbracht en zich klaarmaakte om Zijn aandacht op belangrijker zaken te richten, draaide Hij zich nog één keer om. Wat Hij toen zag met Zijn alziende blik, dat vulde Zijn hart met een groot verdriet. Aan de aarde zelfs was niets mis. Nee, integendeel: de aarde was precies zoals haar schepper haar in gedachte had gehad. Het waren de wezens die haar grond bewandelden die zo vreselijk stonken van heidensheid. Ja, ik zeg het u: heidensheid! Wijze Glarric op Zijn troon in de hemelen zag dat in hun harten niets was dan ziekte en duisternis, en dat ze niet langer in Zijn licht wandelden. Met elke stap die zij zetten, verrotte de aarde verder en verder; hoe langer hun magere bestaan doorging, hoe verder de puurheid van Glarrics creatie afbrokkelde. Want ja, zo was het aan het begin van de tijd, toen de zon nog maar net was opgekomen en de wereld nog slechts in een zwak schemerend licht was gehuld. Die vroege grootsheid van haar ziel werd voortdurend aangetast, iedere dag opnieuw. Een tragedie van kosmische schaal, zou ik bijna willen zeggen: want de dingen die toen gebroken werden, kunnen nooit meer worden herbouwd.
Maar de Heer zit niet stil, kijkt niet rustig toe terwijl Zijn bouwwerken onder Hem instorten door de verschrikkelijke ziekte die aan hun fundamenten knaagt. Hij zag de dingen die mis waren met Zijn creatie, en enkel uit de goedheid van Zijn hart besloot Hij het probleem aan te pakken en op te lossen. Opnieuw daalde Zijn machtige hand af naar de koninkrijken van de stervelingen; en dit keer greep hij niet het slijk vast, maar nam hij een vuist vol zand. Hij zag namelijk, dames en heren, dat in elke korrel ontelbare jaren aan rijke geschiedenis zaten verborgen. Hoeveel de wereld ook verandert, hoeveel wezens er ook geboren worden en weer sterven, hoeveel bloemen er ook bloeien en weer verwelken, hoeveel beschavingen er ook opkomen en weer verdwijnen: het zand is eeuwig, en ziet alles. Dat, mijn vrienden, dat is de reden waarom Glarric de eindeloze leegte van de woestijn gebruikte om Zijn levenswerk compleet te maken. Uit dat zand creëerde Hij, na lang en diep nagedacht te hebben over dingen die wij stervelingen nimmer zouden kunnen begrijpen, een nieuw ras om de aarde te bewandelen. In de schepping van dit volk stopte Hij al Zijn goedheid, al Zijn liefdadigheid, al Zijn dromen en al Zijn goddelijke macht; en toen Hij hen eenmaal de gift van het leven gegeven had, was Hij vermoeid. Tegelijkertijd was Hij echter ook grenzeloos tevreden, want Hij zag dat dit nieuwe volk- de uitverkorenen- sterk genoeg was om de vreselijke ziekte waaraan de wereld leidde terug te terug te dringen en voor altijd te vernietigen.
Ziedaar de heilige plicht van de mensheid! Het is onze taak, ja, ons goddelijke doel, om de aarde te beschermen tegen kwade invloeden. Wanneer ik spreek over een plicht, dan overdrijf ik niet; want Glarric heeft ons gekomen om Zijn wil uit te voeren. Wij zijn Zijn uitverkorenen, Zijn gekozen vertegenwoordigers in de koninkrijken van het sterfelijke- en de uitverkorenen hebben nu eenmaal een verplichting. Er is één doel dat ons verenigt. Eén doel dat uit de gebroken stukken een eenheid smeedt, en alle onderlinge verschillen irrelevant maakt. Puurheid, dames en heren, puurheid! We moeten zelf puur zijn door dicht bij Glarric te blijven en onze oorsprong nooit uit het oog te verliezen- dat spreekt voor zich. Maar tegelijkertijd moeten we vechten om de puurheid van de aarde te behouden. Jawel, we moeten vechten! Het is een constante strijd die de mensheid moet voeren, een voortdurende inspanning die wij allemaal moeten leveren, iedere dag van ieder jaar, tot in de eeuwigheid. Als we de strijd ooit opgeven of ten prooi vallen aan zwakheid van geest of lichaam, dan zullen de gevolgen niet te overzien zijn. Wij, de mensen, zijn Glarrics uitverkoren volk; en samen zijn we de enige muur die de schoonheid van de aarde afschermt van de duisternis die haar aan alle kanten omringt. Mocht die muur ooit gebroken worden, zal niets het vallen van de Eeuwige Nacht meer in de weg staan.
Ja. Zo belangrijk zijn we, mijn broeders en zusters! Ik zie u hier, verzameld aan mijn voeten, en ik weet dat u nog twijfelt aan de juistheid van mijn woorden. Vrees, niet, want die onzekerheid is volledig gerechtvaardigd. Maar sta me toe om u het volgende te zeggen. In de ogen van de Heer zijn we allemaal gelijk. Rijkdom, macht, invloed, de kracht van het lichaam: al die factoren zijn irrelevant en doen er niet toe. Het mag dan wel zo lijken dat er verschillen zitten tussen de welvarenden en de armen, een enorme kloof die enkel breder wordt; maar we worden voor de gek gehouden. Die ideeën zijn slechts illusies die de sterfelijke werkelijkheid ons voorspiegelt, beperkt zoals die nu eenmaal is. De waarheid van de dingen is dat wij één ras zijn. Eén volk, één wezen, één pion op een haast eindeloos schaakbord. Onze zielen zijn verbonden, allemaal, want ieder van ons stamt af van dezelfde oorsprong. We komen allemaal voort uit hetzelfde zand, de glinsterende stof waarmee onze beschermheer Zijn uitverkorenen schiep. Ik zeg u nu het volgende: de mensheid moet handelen naar dit besef. We moeten ons bedenken dat we een sterke eenheid kunnen zijn, ook al bestaat die eenheid uit talloze scherven. We moeten ons verenigen tegen het kwaad, want enkel samen kunnen we stevig staan in de strijd tegen de duisternis. Dit, mijn broeders en zusters, dit moeten we doen. We bevorderen ermee onze eigen welvaart, maar belangrijker nog: we volbrengen ermee onze taak. De wereld heeft bescherming nodig. Wij zijn nu eenmaal de enigen die haar dat kunnen bieden.
Ik vraag u het volgende. Kijkt u eens om zich heen. Open uw ogen voor al het licht dat ons omringt, en u zal de waarheid van de dingen zien. Is de aarde die u waarneemt niet het meest prachtige wat u ooit heeft mogen aanschouwen? Is de schoonheid die in haar bossen en haar velden, haar bergen en haar heuvels, haar woestijnen en haar zeeën rust niet groter dan dat u ooit had durven dromen? Als ik om me heen kijk, dan zie ik overwegend schoonheid- en die schoonheid is bijna overweldigend. Maar het is makkelijk om verdwaald te raken in de diepe wateren van gelukzaligheid en tevredenheid, en zo het lelijke volledig uit het oog te verliezen. Ja, ik spreek over het lelijke; want de aarde kent nu eenmaal niet enkel schoonheid. Zoals ik eerder al heb verteld, zijn er duistere machten die het hart van de wereld proberen te verteren. Het proces gaat langzaam, zo langzaam zelfs dat de meesten van ons haar gevolgen niet eens kunnen zien; maar de verrotting van het pure gaat eeuwig door. Ik vertel u dit, dames en heren, simpelweg omdat het de waarheid is. Het kwaad probeert de grootsheid van Glarrics levenswerk ten gronde te richten, en spant zich in om de Eeuwige Nacht weer af te laten dalen over de koninkrijken van de stervelingen. En weet u hoe dit kwaad zich manifesteert? Bent u op de hoogte van de manieren waarop onze vijanden ons langzaam maar zeker de Verdoemenis in proberen te jagen? Het zijn de Anderen. De mindere rassen. Glarrics imperfecte eerste creaties, zij die Hij bij hun schepping slechts een half leven kon geven. U kent deze monsterlijke volkeren allemaal; en als u ze niet kent, dan zal ik u nu over hen vertellen!
De roscrea met hun vleugels zwart als de nacht. De Verdronkenen, levend in geruïneerde steden onder de golven van de grote oceanen der wereld. De daorgan, barbaarse bruten wiens bloeddorstigheid haast niet te stoppen is. De Kinderen van het Bos, die in de diepe, diepe wouden een weg van vrede beweren te bewandelen. De phyrax, zich eeuwig verbergend in de schaduwen, en de lumos, die hun verlichte glorie aan niets of niemand laten zien. De Halfdraken, afgrijselijke schepsels die de bergen onveilig maken voor onschuldige reizigers. De undorai, afzichtelijke creaturen die doden omdat ze nu eenmaal geen andere manier van leven kennen. Het zijn monsters, allemaal. Deze verschrikkelijke wezens zijn een onderdeel geworden van het bestaan van de aarde, hebben zich zo diep in haar genesteld dat ze bijna niet meer losgetrokken kunnen worden. Net als wij, de mensen, lopen de Anderen rond in het warme, aangename licht dat de natuur over ons heen laat schijnen. Maar er is één verschil! Eén ding dat de hogere rassen scheidt van zij die uit het slijk voortkwamen. De Anderen, dames en heren, zij maken misbruik van de glorie van de aarde. Jawel: misbruik! Ze nemen de giften die hen worden gegeven, raken het aan met hun smerige handen, en richten de puurheid van het geschenk zo voor eeuwig ten gronde. Ziedaar de corruptie van de mindere rassen! Ziedaar de ziekte die aan ons aller harten vreet en onze zielen langzaam maar zeker verteert! Ik vraag u het volgende. Verdienen de wezens waarover ik spreek het om deze aarde te bewandelen? Hebben zij het recht om te leven aan de zijde van Glarrics uitverkorenen, terwijl zij zelf enkel uit zijn op de vernietiging van Zijn meesterwerk? Nee! Natuurlijk niet! Met hun vuil doen ze af aan onze schoonheid; met hun corruptie richten ze de puurheid van onze zielen ten gronde. Dat is nu eenmaal de waarheid van de dingen.
Is dit wat wij willen, beste mensen? Willen wij leven in een wereld die steeds maar verder verteerd wordt door de duisternis? We hebben allemaal gezien wat ze hebben gedaan! De wrede daden van de Anderen zijn voor iedereen zichtbaar- en geloof me, het zijn er niet weinig. Ze komen met zwaarden, en met die zwaarden doden ze de dapperste van onze krijgers op laffe wijze. Ze komen met toortsen, en met die toortsen zetten ze alles wat onze voorvaderen bouwden in vuur en vlam. Ze vermoorden onze mannen, verkrachten onze vrouwen en nemen onze kinderen tot slaaf. Ik heb het gezien, in hoogsteigen persoon. Het is een herinnering die mij tot op de dag van vandaag achtervolgt in mijn dromen, want ik was erbij. Ik was erbij toen de Anderen een simpele gemeenschap met bruut geweld overvielen en ongestraft plunderden. Een klein dorp, uitgemoord tot op de laatste man. Zal ik een beeld voor u schetsen, dames en heren? Een hulpeloze jonge vrouw, beetgenomen door tien verschillende mannen en vervolgens achteloos in de modder geduwd om te sterven in de golf van duisternis die de nederzetting in zijn greep hield. Een kind, niet veel meer nog dan een zuigeling, weggenomen van de borst van zijn moeder en roekeloos in de vlammenzee geworpen, verteerd door het genadeloze vuur dat de Anderen ons allen willen brengen. De naakte, verminkte lichamen van mijn vrienden en mijn familie, de mensen van wie ik hield met heel mijn hart, brandden aan een staak toen ik ze voor altijd achterliet. Ik heb het allemaal gezien, beste vrienden. Ik heb gezien hoe de vervloekten hun duistere daden uitvoeren, hoe zij de onschuldigen van deze wereld martelen en afslachten zelfs wanneer die ongewapend zijn. En ik vertel u dit: er is niets dan wreedheid in hun harten. Haat en bloeddorstigheid zijn hun enige drijfveren voor de Anderen, want liefde en zachtaardigheid kennen ze niet. Hun enige doel is het ten gronde richten van Glarrics creaties; hun enige wens is alles te vernietigen waar wij, de uitverkorenen, zo lang en hard voor hebben gestreden. Ze leven in onze schaduwen, en proberen het licht dat ons omringt met al hun macht te doven. Ze leven in de duisternis, wachtend op het juiste moment om ons af te slachten. En terwijl ze wachten, kunnen ze het simpelweg niet laten om de kelen van duizenden van onze broeders en zusters, dappere mannen, ongewapende vrouwen en hulpeloze kinderen, elke dag opnieuw door te snijden. Het is een eindeloze cyclus, vrienden. Een cirkel die zal blijven draaien tot in de eeuwigheid. Zij zullen blijven komen als wij hen toestaan om zich te blijven vermenigvuldigen; en ze zullen onze puurheid blijven aanvallen, om haar uiteindelijk volledig ten gronde te richten. Het lot van de aarde is doordrenkt met bloed.
Het verraad van de Anderen, de kwade invloed die zij uitoefenen op de gezegenden en de wereld die de hunne is, is daar voor ons allen om te zien. De aanwijzingen zijn haast ontelbaar, dat kan ik u wel vertellen. En toch, beste mensen, en toch komen ze ermee weg. De duistere daden van de mindere rassen gaan ongestraft, want zij houden ons voor de gek. Jawel: er wordt tegen u gelogen! De Anderen hebben een omvangrijke illusie opgesteld, een leugen die zo groot is dat bijna iedereen haar voor waarheid aanneemt. Onze vijanden willen ons laten geloven dat ze onschuldig zijn. Ze willen ons laten denken dat ze in feite nauwelijks van ons verschillen, en vertellen de mensen dat ieder wezen van dezelfde goddelijke oorsprong komt. Maar dat is heidensheid! Godslastering in zijn meeste zuivere vorm! Het is overduidelijk dat wij anders zijn dan hen. Wij zijn Glarrics uitverkorenen, het gezegende volk dat Hij koos om het kroonjuweel van Zijn schepping te zijn. Zij zijn slechts halve wezens, blind ronddwalend in het slijk waaruit ze voortkwamen. Wij, de mensen, wij zijn beschaafd, maar zij zijn barbaars. Wij lopen in het licht, terwijl zij blind zijn in de duisternis. Wij hebben hun blik gericht op de toekomst, terwijl zij hopeloos vast blijven klampen aan het verleden. Ik zal u vertellen, dames en heren: de kloof tussen ons en de mindere rassen is enorm, zo breed zelfs dat er geen brug is die hem kan overbruggen. De mensheid is, simpel gezegd, superieur aan alle andere volkeren, want zij is perfect. Dit is een feit, een simpel gegeven; moge haar waarheid nooit vergeten worden!
Ik hoop dat jullie, waarde inwoners van Prestas, nu inzien dat de mensheid een hogere plaats verdient dan de creaturen die uit modder geschapen zijn en de aarde enkel in duisternis willen werpen. Ze willen u laten geloven dat zij uw broeders en zusters zijn, maar u mag niet toegeven aan deze leugen! Ziet u niet overal om zich heen de verschrikkelijke gevolgen die de aanwezigheid van de Anderen deze wereld brengt? Zelfs onze geliefde stad is geïnfecteerd met monsters. De gebouwen om ons heen worden door hen gevuld; je kunt geen straat uit wandelen zonder die vreselijke schepsels te zien, wachtend op een hoekje of schuilend in de schaduwen. En al lijken ze vriendelijk, het enige waar ze zich mee bezig houden- dag in, dag uit- is plannetjes maken om ons allen van onze troon te stoten! Ze beweren dat ze een plaats verdienen in de warme omhelzing van de beschaving, hebben hun valse levens opgebouwd aan onze zijdes. Ja! De mindere rassen, Glarrics imperfecte creaties, zij die vreselijke afgoden aanbidden en beweren dat ze het ware geloof beoefenen, hebben in een wrede wending van het lot een plek weten te veroveren in onze gezegende nabijheid. Ze hebben zich diep in onze samenleving genesteld, en zijn onderdeel geworden van het dagelijks leven. Uw smid is waarschijnlijk een Dwerg; de laatste hoer die u bezocht heeft kan zomaar een van de sheza zijn. En er is geen stad waar de afgrijselijke Halfelven niet profiteren van de rijkdom die eerlijke mensen met harde arbeid hebben vergaard! Het mag dan wel lijken alsof ze onschuldig zijn, deze wezens, alsof ze niets liever willen dan een normaal bestaan te leiden hier op aarde. Maar ik zeg u opnieuw: u mag niet toegeven aan die illusie! De Anderen zijn parasieten, rondkruipend in de schaduwen van het schone. Ze profiteren van onze welvaart, en stelen de dingen waar we met onze eigen handen voor hebben gewerkt. Jawel, dames en heren, jawel! Ziet u het niet ook elke dag om u heen? Ze zijn als een rattenplaag! Bent u dan nooit opgelicht door een Dwerg, een klein bebaard mannetje dat op een kruk moet staan om ons niveau te bereiken? Bent u dan nooit neerbuigend aangekeken door een lid van het edele ras der Elven, die in hun grenzeloze arrogantie denken dat ze ver boven ons staan? En heeft u dan nooit een zoon of dochter verloren aan de zoveelste woedeuitbarsting van een daorgan, die niets liever zien stromen dan onschuldig bloed? Dit gebeurt iedere dag, mijn vrienden! Iedere dag opnieuw worden er mannen vermoord, vrouwen verkracht en kinderen tot slaaf gemaakt door de wreedheid van de vervloekten. Laat u zich niet voor de gek houden door de valse beweringen van onze vijanden. Haat jegens de Anderen is volledig gerechtvaardigd, dames en heren. Ja, ik zou zelfs durven te zeggen dat het ieders plicht is om te vechten tegen het kwaad van de mindere rassen. Want onthoud: Glarric heeft ons gezegd met een heilige opdracht. Het is de taak van de mensheid om het zwaard op te pakken en het gevecht aan te gaan met de duistere machten die onze puurheid ten gronde willen richten.
Dit, mijn vrienden, dit is het lot van ons volk. We moeten nú oprukken naar het slagveld en een laatste strijd voeren. De velden en de heuvels der wereld zullen rood kleuren van bloed, en niet iedereen zal het overleven; maar opoffering is nodig om verlossing te bereiken. Zonder leed kan er geen bevrijding zijn, en zonder pijn zal de grootsheid van Glarrics creatie voor eeuwig verloren gaan. We weten allemaal dat we dit niet mogen laten gebeuren, want de vernietiging die het zal brengen is niet te bevatten. Dus sta op, mijn broeders en zusters. Sta op, en ga het gevecht aan met de kwade schepselen die ons willen beroven van onze puurheid. Een complete zuivering van deze stad is nodig om haar te redden van de ondergang. Wij, de gezegende orde van de Khieran Fell, zullen u bijstaan in deze inspanning, want enkel verenigd zullen we ons doel kunnen bereiken. Volg ons, en wij zullen u naar grootsheid leiden!
De tijd van de Anderen is voorbij. De jaren van bloed breken nu aan; een laatste oorlog om het lot van de wereld te beslissen. Als we sterk zijn, mijn broeders en zusters, zullen we uit de brandende assen van de oude aarde een nieuw koninkrijk smeden. Een wereld vrij van ziekte, duisternis en corruptie. Samen, mijn vrienden! Samen kunnen we onszelf redden, en onszelf verheffen naar een niveau waar de mindere rassen niet eens van kunnen dromen. In de naam van Glarric: val nu aan!
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Puurheid

za jul 21, 2018 7:50 am

Ik had eerst het idee dat het een geestelijke was die ofwel in zijn kerk zijn dorps/stadgenoten de les las, maar later - gezien hij zoveel uitlegde - zou het ook een geestelijke kunnen zijn die nieuwe zieltje wint. Alleen past dat beeld niet bij de laatste regel. Dan lijkt het eerder een legerleider die een laatste poging doet om het gewone volk mee te krijgen, terwijl zijn leger al is uitgedund.
Anyway ik vind het verhaal goed geschreven. Je voelt zijn emotie bij wat hij vertelt, zijn woede en ongenoegen zijn duidelijk waarneembaar.
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Re: Puurheid

di jul 24, 2018 9:19 pm

Hey Maaike, leuk dat je hier na al die tijd nog op reageert :lol: :lol:
De verteller van dit verhaal is een persoon die verbonden is aan een extremistische organisatie (de Khieran Fell), die als doel heeft alle niet-mensen uit te roeien. De verteller staat te spreken tegen een menigte in een stad, en beroept zich op religie om mensen over te halen tot zijn kant. Een beetje vals spelen wel natuurlijk ;)
De zin op het einde slaat erop dat de spreker zijn luisteraars op wil roepen om de niet-mensen in de stad te gaan doden, een soort oproep tot een rassenoorlog dus.
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.

Terug naar “One-shots”