Zielenzicht

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Zielenzicht

ma okt 09, 2017 8:16 am

Dit verhaal was bedoeld voor de wedstrijd "doolhof". 211 woorden te lang daarvoor xD . Also, als iemand hier "Wisselaar" heeft gelezen en zich daar nog iets van kan herinneren, dit speelt zich af in dezelfde wereld (dus niet in de wereld van Schimmenjager).
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Zielenzicht

ma okt 09, 2017 8:16 am

Nerveus frunnikte hij aan de boeien en de ketting rinkelde. Ze waren de kerk al veel te dicht genaderd en hij weigerde nog een voet te verzetten, ook al prikte de loop van een geweer in zijn rug.
‘Je hebt ons succesvol door de stad geloodst, kleine, verder zal nu ook wel gaan.’ De man met het geweer klonk ongeduldig en de waarschuwende toon was Tunai niet ontgaan. Wild schudde hij zijn hoofd. Hij had schrik voor het geweer, maar zijn angst voor wat zich binnenin het vervallen gebouw ophield, was vele malen groter.
Een klap tegen zijn rug deed hem naar voor struikelen. Snel greep een tweede man zijn arm vast en hij hield Tunai overeind.
‘Hou op, Mika. Het is al erg genoeg dat we hem hiertoe moeten dwingen.’
De schutter snoof. ‘Het heeft vijf jaar geduurd voordat we iemand – Schaduwwezen of Begaafde – met Zielenzicht vonden.’ Hij prikte met zijn vinger in Tunai’s schouder. ‘En na vijf jaar kunnen we eindelijk dat… dat mónster dat deze stad in zijn greep houdt, vernietigen. Die kans ga ik niet laten schieten door de schrik van één Schaduwwezen.’
‘Geef hem eens ongelijk,’ mompelde de ander terwijl hij Tunai rechtop hielp. ‘Zelfs zonder Zielenzicht is deze plaats onheilspellend.’
Een heuvel lag in het midden van de stad en slokte huizen en het grootste deel van de kerk op, alsof een reuzenkind een hoop aarde over de gebouwen had uitgestort. De huizen waren ingestort, de kerk werd omringd door aarde en was ontoegankelijk. De heuvel bereikte op sommige plekken de dakrand, maar het dak zelf stak er bovenuit.
Mika zuchtte, hing zijn geweer over zijn schouder en nam Tunai’s arm vast, stevig, maar niet hard. ‘Kom op.’
De anderen volgden Mika en Tunai, die in rechte lijn op de kerk afstevenden.
Drie van hen, waaronder de man die hem nu met zich meesleurde, kende Tunai al. Alle vijf hadden ze stevige kledij en een kogelvrij vest aan en waren ze gewapend met een geweer en een dolk. Een insigne was aan hun mouw bevestigd, met daarop in zilveren letters IOSG genaaid.
‘Wat is dit!?’ Mika bleef staan en keek vol afgrijzen naar een punt op de grond. Verwonderd volgde het Schaduwwezen zijn blik. Het plein was leeg, op wat grassprietjes die tussen de kasseien door waren gegroeid na. Toen hij op de gezichten van de anderen ook pure ontzetting las, keek hij opnieuw naar de grond en concentreerde zich. Een zinderend beeld verscheen en hij sloeg zijn handen in een reflex voor zijn gezicht. Meer dan een been dat in een plas bloed lag, hoefde hij niet te zien.
Voorzichtig trok hij aan de mouw van Jonas, die hem daarnet had opgevangen, en hij schudde zijn hoofd.
De man slikte. ‘Illusie?’
Tunai knikte.
‘Godzijdank.’ Een sidderende zucht volgde. ‘De Zieleneter begint zich bedreigt te voelen. Hij kon ons in de straten niet tegenhouden, dus probeert hij ons weg te jagen.’
Mika lachte grimmig. ‘Ik neem aan dat we de eersten zijn die zover zijn geraakt. Zonder Tunai’s Zielenzicht zouden we in kringetjes hebben rondgelopen tot we erbij neervielen.’
De groep ging verder en algauw hadden ze de kerk bereikt, waar ze de heuvel beklommen, op zoek naar een ingang.
‘Daar.’ Mika wees naar een raam dat door een gevallen boomtak aan diggelen was geslagen. De heuvel kwam precies tot aan de vensterbank.
Ze baanden zich een weg door de woekerende bramen en hielden halt voor de toegang. Mika sprong over de scherven heen en controleerde de omgeving.
‘De kust is veilig, kom maar.’
Als bevroren bleef Tunai staan. De verwoeste stad doorkruisen in een poging een ietwat begaanbare weg te vinden, was al erg genoeg geweest. Dit hoefde er niet meer bij.
‘Sorry, jongen,’ mompelde Jonas, en een hand werd op zijn schouder gelegd. ‘Mika, neem je hem even aan?’
Voor hij het wist, had de man hem opgepakt en aan Mika doorgegeven, die hem in de kerk neerzette. Hij bevond zich op een soort balkon, dat zich langs de muren van de kerk uitstrekte en uitzicht gaf op de middenbeuk. Gordijnen waren gerafeld en hingen onophoudelijk te wapperen in de sterke tocht en de banken beneden stonden schots en scheef, sommigen waren omgevallen en eentje was compleet versplinterd. Beelden lagen in scherven op de grond, verf was afgebladderd en kleurloos geworden. Doordat de heuvel veel van de ramen afschermde, was het donker en grauw.
Huiverend draaide het Schaduwwezen zich een kwartslag, zodat de wind recht in zijn gezicht blies, en zijn ogen werden groot. Een dreigende stem, meegedragen door de luchtstroom, vulde de hal en drong binnen in Tunai’s hoofd. Huilend probeerde hij zijn oren af te dekken, wat door de handboeien moeilijk ging. Iemand trok de kap van zijn trui over zijn hoofd en nam zijn polsen stevig vast.
‘Tunai, hoor je me? Rustig, jongen, je bent veilig.’ Een zachte neep in zijn handen, de stem werd gedempt door de stof van de kap. ‘Kijk me aan, Tunai.’
Trillend keek de jongen in de grijze ogen van Jonas. ‘We zijn er bijna. Ik weet dat je bang bent, maar het is nu niet ver meer en jij bent de enige die ons kan leiden. Zodra we de Zieleneter vernietigen houdt het allemaal op, oké?’
Tunai knikte en wreef snel zijn wangen droog.
‘Zoek maar, kleintje.’
Met tranen in zijn ogen liep hij naar de balustrade en keek naar beneden. De Zieleneter zou zijn ritueel vast niet in de enorme zaal hebben uitgevoerd. Waar zat hij dan wel?
De stem in de wind. Die kwam duidelijk van een welbepaalde kant, zonder te weergalmen tussen de zuilen.
Hij trok de kap een beetje strakker en liep een eind naar links, waar hij een marmeren trap had gezien. Aarzelend bleef hij staan. Een omgevallen zuil had eendeel van de treden weggeslagen en een gapend gat scheidde hem van de weg naar de begane grond.
Mika passeerde hem en sprong zonder aarzelen naar het volgende stuk trap. Ondanks het gruis en de brokstukken landde hij moeiteloos op de treden en hij wenkte Tunai. 'Spring, ik vang je op.’
De jongen zette zich af, zweefde een tel boven het gat en knalde tegen Mika aan, die hem vasthield. De rest van de groep volgde en algauw stonden ze op de zwart-witte tegelvloer. Naast hen was het altaar van de kerk, bedolven onder gekleurde scherven van een stukgesprongen glas-in-loodraam. Losse aarde had een berg onderaan het raam gemaakt en hier en daar groeide een iel plantje in een streep licht.
Tunai wendde zijn blik af en begon door de kerk te lopen, naar de poort aan de andere kant van de kerk.
Terwijl hij de dreigende stem probeerde te negeren, bepaalde hij zo goed mogelijk de oorsprong van het geluid. Het kwam recht uit de muur, uit de uit de hoek van de kerk.
Zijn oog viel op het versleten wandtapijt dat de gehele muur aan de rechterzijde van de poort bedekte.
Hij legde zijn handen tegen de doek en een stofwolk kwam hem tegemoet. Het tapijt was echt, dus zowel hij als de mensen die hem hadden meegenomen konden het ding zien – en konden niet zien wat er áchter zat.
Jonas ging naast hem staan en bestudeerde het doek.
‘Hier ergens?’
De jongen knikte.
Met trefzekere halen sneed de man een stuk van de stof los. Een kleine deur kwam tevoorschijn. Het deurtje was versierd met houtsnijwerk en ook op de hengsels en klink waren kunstige gravures te vinden. Hier kwam de stem vandaan. Hier had de wind zijn startpunt.
Mika sneed een volgend stuk tapijt los en ook de rest van het groepje reageerde niet op de deur. Voor hen was het onzichtbaar, een stuk netjes gevoegde, grijze muur.
Zachtjes trok Tunai aan Jonas’ mouw en hij wees naar de deur. De man liet zijn blik heen en weer gaan tussen het Schaduwwezen en het vermeende stuk kale muur.
‘Ik kan het niet zien, jongen. Kan je ons de toegang tonen?’
Tunai drukte de roestige klink met enige moeite omlaag en het slot kraakte. Nu was alle aandacht op hem gericht.
‘Heb je wat?’ mompelde Mika, die naast Jonas en Tunai ging staan.
De jongen duwde de deur een tiental centimeter open, daarna zat het klem en was het hele gewicht van zijn magere lijf niet voldoende om de deur in beweging te krijgen. Mika schoof hem aan de kant en strekte zijn armen uit. ‘Hier ergens?’
Na een knikje van Tunai zette de stevig gebouwde man kracht op de deur, die met een klagend schuren openzwaaide. Een trap leidde hen naar de crypte, een donkere ruimte met eindeloze rijen zuilen. Het rook er naar vocht, schimmel en uitwerpselen van ratten.
Verschillende zaklampen knipten aan en felle lichtbundels deden Tunai de handen voor de ogen slaan.
De stem zweeg en ook de wind was verdwenen. Toch bezorgde iets hem kippenvel en hij durfde niet rond te kijken. Het lag in de schaduwen op de loer en observeerde de indringers, wachtend op het perfecte moment om toe te slaan. Iemand trok Tunai met zich mee en de jongen struikelde achter de mensen aan, zijn handen nog steeds voor zijn gezicht.
Nadat hij bijna tegen een zuil was aangelopen, liet hij zijn armen toch maar zakken. De groep begaf zich naar het midden van de ruimte en scheen zoekend met de zaklampen in het rond.
‘Daar,’ wees iemand. Aan de muur het verst van de trap af leek een soort stenen altaar te zijn, omringd door een cirkel van witte keien.
‘Jij kan het toch ook zien, hé?’ vroeg Jonas voor de zekerheid aan de jongen. Die knikte nauwelijks merkbaar. Zijn blik gleed over de zuilen en hun diepe schaduwen en de in duisternis gehulde ruimte erachter. Dat waren beangstigend veel verstopplaatsen voor een roofdier. Nerveus draaide hij zich om. Waar was de trap eigenlijk? Was die echt tegenover het altaar? De kelder van de kerk was leeg en door die identieke zuilenrijen zag elke richting er hetzelfde uit. Als je de tijd had, kon je natuurlijk gewoon de muren aflopen tot je de uitgang vanzelf tegen kwam, maar Tunai had het knagende gevoel dat ze die tijd helemaal niet hadden.
Gespannen liepen ze naar het altaar toe. Hun zachte voetstappen klonken in de stilte als donderslagen, die tussen de zuilen weerkaatsten. Het was dat gedreun dat voorkwam dat ze het vallen van gruis en een schrapend geluid opmerkten.
De woeste grauw hoorden ze echter wel en de hele groep stoof uiteen, dekking zoekend achter de vele zuilen.
‘De Zielenverzamelaar! Hij leeft ook nog!’ schreeuwde Jonas. Eén van de zuilen werd aan stukken geslagen en verschillende schoten klonken.
Tunai, die door Jonas in veiligheid was gesleurd en nu met zijn rug tegen een pilaar zat, dook in elkaar. Veel zag hij niet, de lichtbundels flitsten heen en weer en verblindden hem vaker wel dan niet, maar de wind was terug, ditmaal met een heel koor. De stemmen krijsten onophoudelijk, bezorgden hem het gevoel dat zijn hoofd uit elkaar zou barsten. De toon was nu niet meer dreigend, maar woest en bevelend. Ze waren hier niet welkom – Tunai was hier niet welkom.
Huilend beet hij op zijn lip. Hij wilde niet verder. Hij bleef hier zitten en zou doen alsof hij niet bestond
‘Iemand gewond?’ Mika scheen met zijn zaklamp in het rond. De geweren zwegen, iedereen stond stil.
‘Een gebroken arm, geloof ik,’ antwoordde iemand. De rest was er met schrammen en blauwe plekken vanaf gekomen.
Tunai merkte niet eens dat het gevecht afgelopen was. De stemmen zwollen aan en hij hoorde niets anders meer. De lichtbundels hadden hun snelle beweging gestaakt en een nieuw soort flits verscheen in zijn gezichtsveld, hoewel het onmogelijk was dat hij ze zag, want ze waren even zwart als de achtergrond. Toch waren ze er. En ze naderden hem. Blindelings haalde hij uit naar alles wat in zijn buurt was. De zwarte flitsen mochten niet dichterbij komen.

Jonas dook verbaasd achteruit toen de jongen naar hem sloeg en richtte zijn zaklamp op Tunai. Het Schaduwwezen rilde onbedaarlijk en zijn blik flitste heen en weer. De Zieleneter had hem in zijn macht en en had de jongen volkomen in paniek gebracht.
‘Mika, hou je hem vast?’ vroeg hij zacht, terwijl hij in een kleine rugzak rommelde. Hij haalde er een injectiespuit uit, die hij met een doorzichtige vloeistof vulde.
Het Schaduwwezen verzette zich hevig toen Mika hem vastgreep en zijn hoofd achteruit trok. Een prik in zijn hals, vijf seconden waarin Tunai’s bewegingen steeds zwakker werden en de jongen hing slap in Mika’s armen.
‘Is het wel slim om de enige met Zielenzicht uit te schakelen?’ Mika hees het Schaduwwezen op zijn rug.
Jonas haalde zijn schouders op. ‘Hij kon ons toch niet meer helpen. Arm kind. Daarbij’, hij knikte richting het altaar, ‘kan die Zieleneter veel, maar zichzelf verbergen is onmogelijk.’

Het was stil. Stil en warm. Slaperig opende hij zijn ogen. De muur naast hem was azuurblauw geschilderd, de andere waren wit. Het raam stond op een kier en af en toe streek wind over zijn gezicht. Geeuwend draaide hij zich op zijn zij en hij trok het deken wat hoger. Deze kamer kende hij. Hij was hier geweest voordat ze hem naar die stad hadden meegenomen.
Toen was de deur dicht geweest.
A reader lives a thousand lives before he dies.
Gebruikersavatar
Libelle
Kroontjespen
Beheer:
Berichten: 196
Lid geworden op: di okt 17, 2017 6:59 am

Re: Zielenzicht

za okt 21, 2017 8:06 pm

Goed geschreven. Voor mijn gevoel ontbreekt er wat info om het te kunnen volgen. maar misschien heb ik iets gemist
Mijn verstand breng mij van A naar B, mijn verbeelding voert mij overal.
Sive Hiolair
Balpen
Beheer:
Berichten: 52
Lid geworden op: wo okt 25, 2017 12:46 pm

Re: Zielenzicht

do okt 26, 2017 9:14 am

Leuk verhaal, tof concept, maar zelf verlang ik ook naar iets meer informatie.

Dus even voor de duidelijkheid. Mika en Jonas hadden Tunai het schaduwwezen nodig om door de illusies te manoeuvreren om bij de zieleneter te kunnen komen? En dan was de jongen zo goed als nutteloos en hebben ze hem platgespoten en wordt hij wakker op de plaats voordat het allemaal begon maar dan met een open deur zodat hij vrij is om weg te gaan? Ik hoop toch dat hij vrij is.

Waarom kan de zieleneter zich op het eind niet meer verbergen? Als hij illusies kan oproepen, waarom doet hij het dan gewoon niet opnieuw aan het altaar?

Maar wat is er dan gebeurd met de zieleneter? leeft hij? Dood? Alles verzwolgen en de gedachten van de arme Tunai binnengedrongen?

In het begin spreek je ook dat ze met vijf man zijn, maar 2 personages hebben geen naam. Zou het niet interessant zijn om van in het begin gewoon Mika, Jonas en Tunai de missie laten uitvoeren? De twee hebben niet echt een meerwaarde in vergelijking met de rest en het zou de focus ook meer richten op de hoofdpersonen.
Al doende leert men.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 716
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Zielenzicht

do okt 26, 2017 6:29 pm

Spannend verhaal! Ik vind de wereld die je hebt geschetst hebt erg goed; de vervallen kerk en dan hoe ze daar langzaam hun weg naar banen. Ik kon me die plek goed voorstellen. En de personages vond ik ook interessant. Is Tunai een klein kind of is hij gewoon niet zo groot? Ik vermoed het eerste, maar even voor de zekerheid ;)

Hoewel ik het meeste van het verhaal begrijp en ook snap dat die zieleneter in Tunai is gedrongen, snap ik het einde niet helemaal. Ik weet niet naar welke kamer of deur je aan het einde verwijst. Ik vermoed dat de zieleneter nog steeds in Tunai zit en nu een opening ziet om zich te verspreiden/verplaatsen, maar dat weet ik niet zeker. Het geeft zeker een opening naar meer, want het is heel spannend en ik denk dat dit niet de enige zieleneter is. ^_^

Goed geschreven!
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
Nayalina Nashan
Gouden griffel
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 346
Lid geworden op: wo nov 16, 2016 7:19 pm

Re: Zielenzicht

vr okt 27, 2017 3:02 pm

Oh man, kijk je even een weekje niet en dan zoveel reacties xD .

@Maaike @Libelle @Sive Hiolair
Eerst en vooral, tnx voor de feedback! Ik ben blij dat de omgeving goed was, ik heb behoorlijk wat tijd gestoken in het maken van degelijke beschrijvingen :) .
Er is inderdaad weinig info, dat was deels de bedoeling, deels omdat ik kennelijk sommige stukken gewoon niet genoeg heb uitgespit O.O . Zoals het feit dat de Zieleneter op het moment van het feit eigenlijk al geen mens of Schaduwwezen meer is - hij is een kern, een overblijfsel van wat mens was, dat een sterke invloed op zijn omgeving kan uitoefenen. Op die manier heeft hij dus de stad overgoten met illusies om onwelkome indringers buiten te houden. Dat is waarom Jonas zegt dat de Zieleneter veel kan, maar zichzelf niet kan verbergen - hij kan zich niet verplaatsen noch zichzelf doen verdwijnen.
Tunai is een heel jong Schaduwwezen met het lichaam van een mensenkind. Zijn gave is Zielenzicht, wat hem in staat stelt het onderscheid te maken tussen illusie en realiteit - heel handig om door deze spookstad te navigeren. Op het einde is hij echter in de ban van de illusies die de Zieleneter op hem afvuurt en verdoven ze hem.
Wat betreft sommige andere onderdelen heb je eigenlijk de info uit een ander verhaal nodig (ik heb de vervelende neiging verhalen kriskras aan elkaar te linken - dat werkt voor mij, maar dus niet voor lezers :oops: oeps xD ).
Het IOSG bijvoorbeeld is een organisatie die zich op een zo menselijk mogelijke manier bezighoudt met het onderzoeken van Schaduwwezens. De plaats waar Tunai op het einde wakker wordt, is één van hun basissen. De open/gesloten deur verwijst idd naar het feit dat hij daar eerst opgesloten zat - ze moesten hem koste wat kost meekrijgen naar die stad - en daarna is hij vrij en krijgt hij ook de kans om te herstellen.
De kern van de Zieleneter is vernietigd, anders zou Tunai, die bewusteloos was, nooit veilig zijn terug geraakt.

Eh, die twee mensen die ik erbij heb geplakt zijn inderdaad overbodig, lol :lol: .

(Eerlijk is eerlijk, dit is eigenlijk onderdeel van een wat groter verhaal dat in mijn hoofd zit en mea culpa, probeer dus nooit een stuk verhaal uit een groter stuk verhaal te knippen. Dat werkt voor iedereen behalve de lezers en dat had ik moet weten xD .)
A reader lives a thousand lives before he dies.

Terug naar “One-shots”