Satanisch

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
Pennevriend
Potlood
Beheer:
Berichten: 5
Lid geworden op: do mei 25, 2017 6:52 am

Satanisch

do jun 08, 2017 1:09 pm

'En heb je alles wat we nodig hebben,’ vroeg Wim aan Michaël die van de zadel van zijn nagelnieuwe fiets sprong.
‘Ja ja,’ zei hij op zijn rugzak wijzend.
‘Goed dan kunnen we er aan beginnen, Maarten heeft het gecontroleerd er is een weg door de schutting.’
‘Kunnen we niet naar een discotheek gaan zoals normale mensen?’ vroeg Laura. Ze was het lief van Wim. Ze pasten goed bij elkaar, bazig en altijd rad van tong, daarom dat ze zoveel ruzie maakten. Michaël maakte zijn fiets vast aan de paal van een verkeersbord. Hij had een slot dat haast evenveel kostte als de fiets die ook al niet van de goedkoopste was.
‘Ben je bijna klaar?’ vroeg Kristof ‘ik wil hier niet wortel staan schieten tot morgen.’
Maarten met zijn halflang haar lachte naar Michaël, zij kenden het klappen van de zweep, soms hou je gewoon beter je bek.
Pepermans was op kop gegaan. Pepermans die vast een voornaam had maar die ze niet kenden had steeds een hamer bij. Hij had hem eens in een woedebui naar de leraar wiskunde geslingerd. Die was werk onbekwaam en Pepermans kreeg twee weken schorsing, met het expliciete verbod nog en hamer mij te nemen naar school. Dat deed hij, maar toen Eddie, een leerling van het laatste jaar hem pestte griste hij de hamer van de klusjesman weg en slingerde het naar de pestkop. Raak, bewusteloos werd die afgevoerd. Dat schooljaar zou hij niet meer terugkomen naar school. Niemand miste de met acné overwoekerde tiran. Wim had ooit een tube secondelijm over zijn stoel gespoten. Na de les wou Eddie zich recht zetten maar de stoel was aan zijn achterwerk gekleefd, hij moest die dag een veel te weide broek van de klusjes dragen.
‘Kom we zijn naar binnen,’ zei Wim.
De oude fabriek stond op instorten.’
‘Waarom doen we dit hier?’ vroeg Laura ‘er zijn hier vast spinnen of krakers.’
‘Hier is ooit een vreselijke moord gebeurt. Vertellen, Wikipedia Man.’ zei Wim
‘In 1904 liep het in Du Parc, deze nylonfabriek uit de hand toen een jaloerse vrouw haar collega neerstak met een mes, meermaals. Ze dacht dat die vrouw haar met haar man bedroog. Daarna pleegde ze zelfmoord. Later klaagden de werknemers over een rare sfeer in de fabriek, alsof er een geest rondwaarde.’
‘Leuk verhaal,’ zei Laura, ‘kan zo in een debiele horrorfilm, en wat zijn we hier nu eigenlijk van plan?’
‘Ik heb het je al duizend keer gezegd,’ zuchtte Wim ‘we gaan de geest van de vermoorde vrouw oproepen.’
‘Yves, Ronan; samen met Kristof aan de slag,’ commandeerde Wim ‘geef ze de spullen Janssens. Wim noemde Michaël altijd bij zijn achternaam. Waarom vroeg Michaël zich niet af, Wim was cool en hij wou bij hem in de gratie blijven.
‘Wie stierf en maakte jou leider,’ zei Kristof bits.
‘Ik ben de bedenker van het ritueel.’
‘Waw, een bord met een pentagram, daar heb je toch niet veel voor hoeven bedenken,’ sneerde Kristof.
‘Waarom houdt die nerd dat boek vast?’ vroeg Laura, ze moest niet van Michaël, ze vond hem een kruiperige kwal die bizar was in de omgang en geen geest van zichzelf leek te hebben. Het stoorde rhaar dat haar lief zoveel tijd met hem doorbracht.
‘Dat zijn de incantaties,’ zei Michaël dof.
‘De wat?’ vroeg Kristof
‘De spreuken om een dode terug tot leven te brengen.’
‘Jeezes, geloof je dat nu zelf?’ vroeg Laura ‘ik heb genoeg gehoord, Wim kom mee, we gaan naar een discotheek, laat die losers hier maar kinderspelletjes spelen.’
‘Hou toch je klep, omhooggevallen trut,’ blafte Kristof.
‘Wil jij een mep, Wim zeg nu ook eens iets.’ riep Laura.
‘De cirkel is klaar, en het pentagram geplaatst,’ zei Ronan, een sympathieke ietwat naïeve met suiker ziekte.
Hij hoorde enkel bij de klik omdat de anderen dan in de klas mochten blijven om hem zijn insulinespuit te geven. Vaak deed Ronan dat zelf en waren de anderen de vragen en antwoorden van een toets gaan zoeken in de laden van de leraar zijn bureau. Hij droeg afgedragen kleren van zijn broer, de alleenstaande moeder had het zwaar. Wim, Maarten en Michaël gingen bij hem eens zijn verjaardag vieren. Ze lachten met zijn trage computer die nog niet eens een kleurenscherm of pictogrammen had. Daarna kwam de vreselijke suikervrije taart. Snel stouwde Michaël het bocht door zijn mond en slikte huiverig.
‘Je mag ze blijkbaar graag,’ zei de moeder blij en ze gaf de ongelukkige nog een groter stuk. Wim en Maarten zetten het op een lachen toen de moeder terug naar binnen was.
‘En smaakt het, Janssens?’ sarde Wim hem.
Ze hadden elk ervaringen die ze deelden met elkaar. Een tamelijk hechte groep die niet bij de coole kliek werd gerekend. De outcasts die samen stand hielden in het vreselijke middelbaar.
Michaël zei: ‘ga nu in een kring zitten en hou elkaars handen vast.’
‘Jezus, Yves, jij hebt zweethanden.’
‘Kop dicht, Kristof,’ zei Yves, een filmfanaat die honderden opgenomen films op cassette had met een klassement om er snel één terug te vinden. Braveheart had hij al talloze keren gezien. Hij werd uitgelachen als hij weer eens ‘Freedom’ roepte. Een bekende scène van de film waarin Mel Gibson de troepen aanvuurde.
‘Jullie zingen, Ashma Daeva, Asmodai en Asmodeus. Constant herhalen,’ zei Wim.
Laura schoot in een lag.
‘Is er hier geen elektriciteit?’ vroeg Yves.
‘Wat denk jij, slimme, dat een vervallen fabriek elektriciteit zou hebben,’ vroeg Wim.
‘Kunnen we voortmaken?’ zuchtte Laura.
Laura was de uitzondering op de regel, tamelijk populair, altijd gewaagd gekleed en met haar steeds voor handen hebbende schuttingtaal uit haar grote bek een gevreesde tegenstander. Ze had ooit eens een meisje die aan haar blonde lange haar had getrokken een bloedneus geslagen. En een al te hitsige klasgenoot geschopt in het klokkenspel. Waarom ze voor Wim viel wist niemand.
Iedereen begon te zingen. Michaël hield een mes in zijn hand. De Athame had hij uitgelegd aan Wim, het heksen mes dat de ceremonie zou controleren. Michaël begon onbegrijpelijk Perzische te prevelen en steeds luider de tekst uit de grimoire te reciteren.
‘Bij de kracht van Satan en u, zijn discipel, Ashma Daeva laat de gestorven vrouw haar geest terugkeren opdat we met haar in contact kunnen treden. Hij sneed zijn arm over.
‘Wat doet die gek nu?’ vroeg Laura die over haar toeren was.
‘Sst,’ zei Wim ‘dat is bloedmagie.
Michaël ving het bloed op in een kelk. De snede was diep en er gutste bloed uit.
‘Moet hij niet naar het ziekenhuis?’ vroeg Ronan bezorgd.’
‘Hij weet wat hij doet,’ zei Wim.
Michaël nipte van de beker, hij gaf hem aan Laura.
‘Drink?’
‘Ben je van de pot gerukt, Leipo, ik drink helemaal niet.’
‘Doe het,’ zei Wim of je kan je weekendje kust volgende week wel vergeten.
Met tegenzin nam Laura een teugje. Ze huiverde met ogen dicht. Iedereen dronk van het bloed. Pepermans weigerde en haalde zijn hamer boven.
‘Ik drink niet.’
‘Komaan, Pepermans, doe het nu, wees geen spelbreker,’ poogde Wim.
‘Wie weet wat voor ziekten er allemaal in zijn bloed zitten,’ zei Pepermans.
‘Als je het doet krijg je een tongzoen van Laura,’ probeerde Wim hem om te kopen.’
‘Ben je gestoord?’ riep Laura kwaad.
Toen zagen ze een schaduw over de muur glijden. Pepermans werd houterig en stil, zijn ogen draaiden weg, hij gaf zichzelf een mep met zijn hamer, door zijn schedeldak, aan de kop van de hamer hingen hersenen. Hij zakte inéén.
‘Is hij?’ vroeg Yves.
Michaël voelde aan Pepermans zijn slagader.
‘Dood,’ stelde hij vast.
‘Genoeg, shit, wat heb je nou weer gedaan Wim met je lekker gestoorde vrienden, straks worden we gearresteerd voor moord.’
‘Hij deed het zichzelf aan,’ zei Wim ‘Maarten?’
‘Ja, hij sloeg zichzelf dood.’
‘We hebben het allemaal gezien, het is hun woord tegen het onze,’ zei Kristof ‘mijn vader is advocaat, hij zal ons wel verdedigen.’
Toen klop er een luide klap.
‘De deuren riep Wim.’
Ze stonden op, de beschermende cirkel van de kaarsjes verbrekend. Laura was eerst en trachtte de poort open te trekken.
‘Fuck, op slot,’ riep ze haast hysterisch.
Toen kwam er een koude wind die alle kaarsen uitblies.
‘Oké, iedereen neemt zijn zaklamp,’ zei Wim.

‘Ik heb er stilaan genoeg van,’ zei Yves ‘waar is die andere uitgang die je wist zijn, Wim?’
‘Hou nu allemaal even je mond, ik moet me concentreren.’
Een schreeuw, Laura.
Iedereen draaide zich geschokt om. Laura grijnsde wellustige naar Wim, ‘laten we het hier doen?’
‘Ben je gek in een vervallen fabriek met al mijn vrienden?’
‘Wie noem jij vriend?’ vroeg Kristof.
Laura nam Wim die een kop kleiner was vast, ze duwde haar weelderige boezem in zijn gezicht. Wim duwde haar van zich af. Laura krijste, begon te schuimbekken. Ze klauwde naar Wim, die zijn gezicht lag open, hij hield een oog dicht, overal was bloed.
‘Als geen seks wilt dan neem ik genoegen met je ziel.’ Laura greep haastig naar een loden pijp en hief die op.’
‘Ze is bezeten, iedereen grijp haar vast,’ zei Michaël.
Laura werd beet genomen, maar met een onnatuurlijke krachten schudde ze de overmacht van zich af, uithalend met de loden pijp.
Michaël reciteerde snel enkele woorden en strekte zijn hand uit, het wijd openend. Laura zakte in elkaar.
‘Wat was dat allemaal, godverdomme?’ blafte Wim.
‘We hebben geen vermoorde vrouw opgeroepen, maar de demon van het westen, Asmodeus, heerser over lust en woede,’ zei Michaël met een grafstem.
‘Wat wil hij?’ vroeg Ronan bang.
‘Onze ziel,’ antwoordde Michaël.
‘Ik heb er genoeg van gehad,’ zei Kristof ‘ik zoek die uitgang zelf wel, met jullie omgaan lijkt me een tikje ongezond op het moment.’ Hij verdween, zijn licht verdween in de schaduwen.
‘Opsplitsen is niet goed, ken je de horrorfilms niet, iedereen gaat dood als ze op hun eigen houtje proberen te ontkomen.’ zei Yves.
‘Ja, dat is de expert, onze cinefiel,’ zei Wim ‘moet je nu geen Braveheart naspelen?’ spotte Wim.
‘Jongens, we zitten in hetzelfde schuitje, laten we nu niet gaan ruziëen,’ zei de lange Maarten diplomatisch, hij was praktisch in gesteld van nature, de geboren diplomaat en deed altijd zijn deel als er knopen dienden doorgehakt te worden.
‘We kunnen Laura hier zo niet laten liggen,’ zei Ronan.
Verderop klonk een ijzingwekkend gegil.
‘Help, ik sta in brand.’ Het was Kristof.
Ze zagen hem aankomen als een levende fakkel. Schreeuwend van angst en krijsend van de pijn.
Michaël trok een brandblusser uit de vorige eeuw van de muur en slaagde er miraculeus in hem te blussen.
Hij verloor het bewustzijn.
‘Nu heb ik er genoeg van,’ zei Maarten ‘we bellen een ambulance en de politie.’
‘Oké, je hebt gelijk,’ zei Wim. Iedereen nam zijn smartphone.
‘Geen verbinding.’
‘Ik ook niet.’
‘Hetzelfde hier.’
‘Verdomme, Wat nu gedaan?’ vroeg Wim. Die begon al een stuk onzekerder te worden dan normaal.
‘We moeten hier buiten zien te geraken,’ zei Michaël.
‘Ik heb een beter idee, zei Yves, laat Michaël die demon terug naar de hel sturen.’
‘Dat kan maar het vereist een bloedoffer van alle participanten.’
‘Ok, we geven je dat bloed,’ zei Wim.
Michaël haalde de kelk boven en zijn mes.
Hij maakte sneden in iedereen zijn linkerarm en verzamelde het bloed, ook bij de bewusteloze Kristof en Laura.
‘Wat nu?’ vroeg Wim die het bloed van zijn wonde trachtte te stelpen.
‘We moeten die wonde dichtbranden, zoals in Rambo,’ meende Yves.
‘Films zijn niet echt, idioot,’ siste Wim.
‘Ik drink de beker leeg en met mijn krachten die me die schenkt zal ik Asmodeus terug naar de hel sturen.’
Laura was bij gekomen was. ‘Wat heb je met me gedaan?’ vroeg ze scherp aan Michaël.
‘Je was bezeten, ik heb de demon uit je lichaam gestoten.’
‘En die snee in mijn arm?’
Michaël ging op het pentagram staan. ‘Heer Asmodeus betreed mijn lichaam, als dank schenk ik u dit plengoffer.’ Hij hield de kelk hoog en dronk ze toen in één teug leeg.
Een enorme energie eruptie ging van Michaël uit. Een wansmakelijke transformatie begon, hij kreeg hoorns op zijn hoofd dat vuurrood opzwol, in zijn mond blikkerden twee lange vlijmscherpe hoektanden, zijn handen werden klauwen en zijn ogen twee oplichtende gele poelen van demonisch licht.
‘Wat…’ zei Wim, als eerste bekomen van wat er gebeurde.
‘Dwazen, dit was mijn plan van in het begin, ik, Asmodeus, bezit dit lichaam nu. En jullie ziel is van mij, ik slacht je één voor één af.’ bulderde de bezeten Michaël, dan volgde er een gestoord geschaterlach.
‘We moeten hier weg, die kerel is een echte psycho,’ zei Laura.
Toen ging Michaël in rook op.
‘Zag je dat, hij kreeg horens. En zijn gezicht, fuck, wat is dit?’ vroeg Wim.
‘Wel, meneertje, jij met je rituelen, ben je nu content, we zitten hier wet een goddeloze nerd vast die ons allemaal wil vermoorden, die jij dan ook nog demonische kracht hebt gegeven?’ vroeg Laura
Een explosie barste los. Delen van het dak kwamen beneden.
‘We kunnen die trap op en via het raam op het dak naar beneden,’ zei Maarten die met een blauwdruk in zijn hand stond.
‘Waar vond je dat?’
‘De rugzak van Michaël.’
‘Dus die gek weet hier ook elk hoekje en kantje zijn?’ merkte Laura op.
Dan schokte ze een klauw werd door haar borstkas gestoken, een demonische klauw had haar hart dat nog klopte vast en drukte het toen fijn.’
Laura begon uit haar mond te bloeden, met de dodenstaar in haar ogen zeeg ze ineen.
Even zagen ze Michaël’s demonische gezicht in een schaduwwolk.
‘Jullie dreven de spot met me, behandelden me als stront,’ giechelde hij ‘nu zullen jullie allemaal mijn macht voelen.’
Maarten gevolgd door Yves, Ronan renden de trap op, Wim bleef achter en trachtte wraak te nemen voor zijn gedode vriendin.
Michaël verscheen en wees naar Laura, deze stond houterig terug op met melkwitte ogen, ze grauwde en greep Wim beet, in zijn hals bijtend.
Maarten zakte door de trap, Ronan en Yves grepen hem beet, hij hing te bengelen in de diepte.
Wim en Laura kwamen grommend aangerend en stegen de trap op.
‘Shit, ze zijn zombies geworden,’ merkte Yves op. Laura greep Ronan en zette samen met Wim haar tanden in hem. Hij schreeuwde.
Maarten riep:’ laat me niet los. Yves trok uit alle macht. Maarten kroop de trap op en ze renden naar boven en sprongen uit een kapot geslagen raam naar buiten, ze klommen gehaast naar beneden. Yves werd roekeloos en stortte neer, hij belandde op de pin van het ijzeren hek. Paniek was te lezen in zijn ogen, hij hoestte bloed op en zijn spieren werden toen stijf. Alle leven verdwenen uit zijn ogen.
Maarten nam zijn scooter en gaf plankgas, terug naar huis rijdend.
Hij ademde zwaar uit toen hij zijn scooter in de garage parkeerde.
‘Dacht je nu echt dat je kon vluchten?’ zei een bekende sardonische stem.
Michaël stond in volle ornaat voor hem, gespierd, met twee vlerken.
Maarten nam een Engelse sleutel. Hij zette zich schrap. Michaël strekte zijn arm uit, Maarten werd door een onzichtbare kracht opgetild en tegen de muur geslingerd. De Engelse sleutel viel. Grijnzend kwam de demon dichterbij.
‘Ik heb nog één ding nodig om de transformatie compleet te maken. Hij trok het heksenmes. ‘Je dood zal me voor eeuwig op deze planeet laten heersen.’
Er weerklonk een schot, Michaël’s gehorende hoofd spatte uiteen.
Maarten zakte op de grond. Daar stond zijn vader met een jachtgeweer.
‘Ben je oké, jongen?’
‘Ja, bedankt pa,’ zei Maarten.
Michaël schoot in brand, het hellevuur verteerde hem tot as. Het was voorbij.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Satanisch

wo jun 14, 2017 9:44 am

Spannend verhaal. Iedereen weet toch dat je niet zonder profs geesten moet oproepen :P komen alleen maar problemen van.

Ik vind het leuk dat je alle personages vorm geeft. Wie ze zijn en wat ze doen. En ook in verhouding met elkaar.
De oude fabriek stond op instorten.
Hier mag je best wat meer over de omgeving vertellen. Is het een oude fabriek en waar zie je dat aan. Of heeft er ooit een brand gewoed/door storm beschadigd. Wat voor fabriek is het eigenlijk? Is het een gewone fabriek met machines of is het juist een chemische fabriek geweest?
deze nylonfabriek
Ah, een nylonfabriek. Dat is al een goed begin om aan te geven wat voor fabriek het is. Staan de machines er nog?

Verder leuk geschreven
It always seems impossible until it's done. Keep writing!

Terug naar “One-shots”