Deze vervloekte troon

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Deze vervloekte troon

ma jun 05, 2017 3:59 pm

Deze troon. Deze vervloekte troon. Het is mijn gevangenis. Het is het enige huis dat ik ooit gekend heb, maar het is mijn gevangenis. De troon is mijn meester, het rijk is zijn zweep, en ik ben zijn slaaf. Zo is het, en zo moet het zijn. De kroon weegt zwaar op mijn zwakke hoofd, en het ijzer van de koninklijke troon voelt ijskoud aan. Mijn daden zijn een last waarvoor ik de kracht niet meer heb om ze te dragen. Eens was ik een mens, maar verantwoordelijkheid heeft van mij een beest gemaakt dat zonder hulp niet kan overleven in de wildernis. Ik kan me mijn eigen naam niet eens meer herinneren als ik er niet constant door mijn adviseurs aan herinnerd word.
 De kroon heeft mij veranderd. Het is gewoon zo. Ik ben niet meer de man die ik eens was. De Barros Unter van vóór de oorlog is voor mij als een oude bekende, een man wiens gezicht ik vaag herken mar wiens naam ik allang vergeten ben. Ik weet dat die man me nooit zou vergeven om wat ik heb gedaan. Hij zou me waarschuwen, zou me verzekeren dat ik onmiddellijk van mijn huidige pad moest afwijken om verder onheil te voorkomen. Maar ik ben die man niet. Zijn leven is het mijne niet. Waar hij lacht en gelukkig is, daar kan ik alleen maar wenen. Ik ben hem uit het oog verloren, en ik vrees dat het voor altijd is.
 Het spijt me. Het spijt me zo erg. Ik betreur alles dat ik heb gedaan deze afgelopen jaren. Werkelijk. Ik ween met heel mijn hart, dag en nacht. Mijn eigen gedrag jaagt me angst aan, en het weten dat mijn dwaasheid miljoenen het graf in heeft gejaagd is een zware last om te dragen. Ik ga er bijna aan onder, maar er is íets dat me gaande houdt. Ik weet niet wat het is. Hoe zou ik het ook moeten weten? Ik ben niet langer meester in mijn hoofd. Mijn gedachten zijn mijn eigen niet, en ik ben de controle over mijn daden compleet verloren. Een onzichtbare demon houdt me in zijn greep, en elke keer als ik over mijn schouder kijk in een poging hem te zien, ervaar ik een pijn die erger is dan de dood. Mijn meester heeft geen gezicht, maar hij heeft wel een lichaam. Een ijzeren lichaam.
 O god. Het is waar, is het niet? Dat wat ze zeggen? Ik heb duizenden, honderdduizenden zelfs, vermoord. Ik heb een storm opgeroepen en die laten afdalen over het bos. Ik heb een golf gemaakt en heb onschuldigen laten verdrinken in hun eigen bloed en tranen. Ik heb een flinke draai gegeven aan de Cirkelen van Tijd, en nu is er een afwijking in het Patroon. O god. Wat heb ik gedaan? Ik zie bloed, bloed overal om me heen. Ik word omringd door de mensen wiens levens ik heb genomen. Ik zie broeders elkaar de kelen doorsnijden om bezit van het weinige dat er nog over is. Ik zie huilende kinderen van de borst van hun moeder gerukt worden en branden in de vuren van de oorlog. Ik zie de eens glinsterende citadels van mijn ras instorten en veranderen in duizend ruïnes. Ik zie een eeuwenoude eik omver geblazen worden door de wind van verandering, een almachtige bries die ik heb losgelaten. Ik zie het nu. In mijn dwaasheid, in mijn grenzeloze hebzucht en mijn verlangen naar eeuwige glorie, heb ik krachten ontketend die nooit bevrijd hadden mogen worden. Ik heb gebeurtenissen in werking gezet die nooit hadden mogen komen te geschieden. Ik heb al het harde werk van mijn voorgangers in veertien korte jaren volledig ongedaan gemaakt. De wereld brandt, en dat is mijn schuld. Mijn schuld, en die van niemand anders. Het spijt me zo. Met heel mijn hart hoop ik dat je me ooit nog kan vergeven, maar ik ben bereid er vrede mee te maken als het niet zo kan zijn.
 Ik heb deze oorlog nooit gewild, weet je. Ik wilde enkel het beste voor mijn land, mijn volk, mijn broeders en zusters. Toen ik pas net op deze troon zat en het gevoel van een kroon op mijn hoofd me nog onbekend was, kenden mijn ambities geen grenzen. De macht en verantwoordelijkheid knepen zo hard dat het verlegen jongetje dat ik eens was uit elkaar spatte in een regen van bloed; uit de overblijfselen werd een zelfverzekerde koning gesmeed die grootse plannen had voor de toekomst. Ik was blind, toen. Ik had mijn blik enkel gericht op de glorie die zo gebruikelijk leek te zijn in mijn familie, en zo ontging de werkelijkheid mij volledig. Goden. Ik zou willen dat ik het eerder had gezien. Dan was ik onmiddellijk van mijn huidige pad gestapt, een pad dat onvermijdelijk leidde tot de ondergang en de verdoemenis waarin ik me thans bevind. Helaas. Het mocht niet zo zijn. Mijn lot staat al sinds het begin van de tijd geschreven in de eindeloos draaiende wielen van de Cirkelen, en wie ben ik om mijn eigen lot aan te passen? Nee. Ik wandelde vrolijk verder op de weg naar de ondergang, denkend dat de vervallen hutjes om me heen gulden paleizen waren. Ik was mezelf niet op de dag dat alles mis ging. Ik zweer het je. De Barros die die dag de grootste oorlog sinds de Eeuw der Tranen ontketende, was niet de Barros die er eens was. Zelfs in mijn blinde ambitie zou ik zo’n daad niet begaan kunnen zijn.
 Ach ja. Die dag ligt nu achter me. Ik kan er niets meer aan veranderen. De beslissing is gemaakt, met alle consequenties die het met zich meebracht. Ik heb de wereld veranderd in een afbrokkelende ruïne, een schaduw van alles dat ze eens was. Ik dacht dat ik mezelf en mijn broeders en zusters redde en hen op de weg naar verlossing stuurde, maar in werkelijkheid tekende ik hun doodvonnis. Nu pas is de volledige invloed van mijn beslissingen zichtbaar. De aarde brandt in vuren die ik heb ontstoken en heb aangewakkerd, terwijl ik gevangen zit op deze vervloekte troon, een zwakke schaduw van een gebroken man. Ik ben alleen met mijn gedachten. Wanneer ik uit het raam staar en de dood recht in de ogen kijk, probeer ik te vluchten naar de laatste plek die nog volledig mijn eigen is; maar zodra ik daar aankom, vind ik enkel het koude ijzer en een wind die me tot op het bot bevriest.
 Ja. Ik weet wat ik gedaan heb. Ik ben me bewust van de monsters die ik het vrijgelaten, monsters die nu het rottend karkas van achtergelaten dromen verscheuren. Elke dag hoop ik op verlossing. Er is nog steeds dat lichtpuntje in een eindeloze zee van duisternis. Maar het licht wordt steeds zwakker, en het donker nadert dichter en dichter. Ik ben tot een conclusie gekomen over dit alles. Ik weet nu wat ik moet doen. De wereld zal mij geen genade meer schenken, want ik heb haar vervloekt. Deze troon zal mij niet bevrijden, want hij is mijn meester en ik zijn gevangene. Zelfs al smijt ik de kroon van Pharzana op de grond, ik voel het gewicht nog altijd op mijn hoofd. Er is maar één manier. Ja. Maar één manier om mezelf te bevrijden uit de gevangenis die ik voor mezelf heb gemaakt. De enige die mij verlossing kan geven, ben ik zelf. Ik zal geen vrede hebben als ik dit doe, maar ik zal in ieder geval alleen zijn. Goden. Het is zo lang geleden dat het stil is geweest. Ik hoor voortdurend lawaai om me heen. De doodsschreeuwen van soldaten, het huilen van hun vrouwen, de wind die lacht om de pijn van de stervelingen. Geen lawaai meer. Ik wil stilte. Geen storm meer, geen bloed meer, geen stemmen meer. Enkel stilte. Dit is het einde. Ik ga-
 Wacht. Wie ben jij? Ga weg uit mijn troonzaal! Wat heb je-
MEESTER! HELP ME!  
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Deze vervloekte troon

di jun 13, 2017 7:01 pm

Het doet me een beetje denken aan een bepaald personage van de Game of Thrones. Over iemand waarbij de troon ook een soort gevangenis was, in elk geval het is zo te interpreteren. Verder mooi geschreven :)
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
nurias
Columnist
Beheer:
Berichten: 483
Lid geworden op: do nov 17, 2016 8:16 am

Re: Deze vervloekte troon

do jun 15, 2017 7:16 am

Mooi geschreven weer en hou van je verhalen en schrijfstijl

Terug naar “One-shots”