Man in mijn huis

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
Kattenmeisje3045
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 345
Lid geworden op: za nov 19, 2016 11:25 am

Man in mijn huis

di apr 18, 2017 8:23 pm

Niemand weet dit over mijn leven, niemand tot nu. Mijn naam is Samantha en ik ga je vertellen over hoe mijn nachtmerries begonnen.

Ik woonde aan het rand van een dorpje op een heuvel. Het huisje was niet veel twee verdieping, met vier kamers. Het huis was oud en kraakte als hel, met elk zuchtje wind dacht ik weer dat het zou gaan instortten. Dit gebeurde echter niet maar hoewel ik alleen in dat huis was gebeurde steeds weer rare dingen. Zoals dat elke ochtend mijn meubels en spullen niet op hun plek stonden. Ooit had ik mijn meubels en spullen gelaten zoals de ochtend, maar toen stond alles weer anders. Wat er aan de hand was ik had geen flauw idee en vragen aan de dorpelingen kon ik ook niet, want die meden me als de pest. Dit ging tien jaar lang, zo door.

De avond voor dat ik het huis voorgoed achter me liet, was er een eclips. Ik had in de krant gelezen dat deze eens in de tien a elf jaar plaats vond. Ik was erg gespannen, want vanuit mijn huis kon je het perfect zien. Voor die avond had ik allemaal lekkere dingen gehaald, bij de lokale supermarkt. Zodat ik die avond net als voor een goede film, er voor gaan zitten.

De avond trad in en ik maakte me klaar voor de eclips. Ik pofte de popcorn in een pannetje en legde de wijn koud. De chips deed ik in een klein bakje en ik zette een stoel dichtbij het raam. Ik ging op de stoel zitten met de pan popcorn opschoot en een glas wijn naast me op een bijzet tafeltje. Ik hoopte vurig dat ik dit keer wel wakker kon blijven. Om een of andere reden viel ik altijd in slaap, als de zon net onder was. De zon kroop naar beneden en ik zag dat de maan naar boven kruipen. Opeens leek het alsof ze niet meer bewogen. Met een open mond keek ik ernaar, ik kon mijn ogen er niet vanaf halen. Tot ik voetstappen achter me hoorde, ik draaide me snel om en keek recht in een paar git zwarte ogen. Ik drukte me dichter in mijn stoel, in de hoop dat eigenaar van de ogen me niet zou zien. Een hopeloze poging, natuurlijk zag hij, het was een man, me. Zijn verdorde lippen vormde een grimmige streep op zijn gezicht. ,, Wie ben jij?’’ zijn stem klonk als het kraken van een verroest scharnier.

,,Samantha en mag ik dezelfde vraag stellen?’’ ik kreeg echter geen antwoord. Hij kwam met grote stappen op me af. ,, Ik stel hier de vragen. Wat doe je in mijn huis?!’’ zijn asgrauwe hand greep naar mijn jasje. ,, Jou huis? Ik woon hier al tien jaar.’’ De man gromde. Hij liet me los en duwde me in de proces verder in mijn stoel. Hij stond nu recht voor me en ik moest mijn hoofd in mijn nek leggen om hem aan te kunnen kijken. Niet dat ik dat wilde want ik vond hem eng en intimiderend. Opeens zag ik wat glinsteren in het maanlicht. Mijn blik werd er door gevangen, het was een mes.

Niet zo maar een mes, een vleesmes. De punt van het mes stond op mij gericht. Ik hapte naar adem en keek met grote ogen naar het mes. Het mes kwam steeds dichter en dichterbij. Tranen sprongen in mijn ogen, zou dit het einde voor me betekenen. Snel keek ik om me heen en zag het glas waar het wijn in zat. Ik pakte het snel en ik gooide het inhoud naar de man. De een kreet van schrik en pijn slaakte. Ik sprong op en beukte de man weg. Ik rende door de kamer heen naar de gang waar de voordeur was. Ik rende er op af en draaide aan de klink, het wilde niet meegeven. Ik trok en duwde tegen de deur, maar die zat muurvast. Ik slaakte een kreet van frustratie, tot ik opeens een pok naar mijn oor hoorde. Ik keek opzij en zag mijn eigen reflectie in het mes. Ik draaide me om en daar stond de man. Hij had nu in zijn andere hand ook een mes vast. In een split seconde pakte ik het mes uit het hout en gooide dat naar hem toe. Ik raakte hem in de borst, ik voelde een trots opborrelen. Ook al was dat van korte duur. Want de man trok het mes uit zijn borst en keek ernaar. Ik keek er ook naar met grote ogen, er zat geen bloed aan.

Ik gaf me niet gewonnen, ik rende op de man af en beukte met mijn volle gewicht, hem omver. We lagen nu allebei op de grond. Ik krabbelde snel overeind en rende de trap, die zich in de gang bevond, omhoog. De deur naar de badkamer kon op slot en daar rende ik naar toe. Ik kwam in de badkamer aan en sloot de deur, maar toen ik het op slot wilde draaien. Bleek de knop te ontbreken, toen sloeg ik mezelf voor mijn hoofd. Ik heb die slot nooit nodig gehad, dus heb ik er nooit naar gekeken. Langzaam raakte ik in paniek, mijn adem ging sneller en mijn hart klopte in mijn keel. Snel keek ik om me heen, denkend aan een plek waar ik me kon me kon verbergen. Er kwam me niet te binnen schieten en het hielp ook niet mee dat ik langzaam mijn verstand verloor, door het paniek.

Opeens vloog de deur open en de man kwam naar binnen. Ik duwde mezelf tegen de wand waar de deur naar open sloeg. De man keek rond en zag me in de spiegel, hij liep er naar toe en sloeg met een mes ertegen. De spiegel spatte uiteen, maar niet voordat ik zag dat er geen spiegelbeeld van de man was. Ik slaakte een kreetje van schrik, ik sloeg mijn hand voor me mond. Maar het was te laat de man had me al gehoord. Hij draaide zich om en ik sprong de deur door. Ik sloeg hem dicht en hoorde een luide tok, aan de andere kant. Ik hoefde niet te raden wat dat was, want het kon niets anders te zijn da n een van de messen. Ik rende naar mijn slaapkamer en dook onder het bed, daar maakte ik me zo klein mogelijk.

Ik hoorde boze, stappende stappen dichterbij komen. Ik hield mijn hand voor mijn mond zodat, het geluid van mijn ademhaling te bepreken. Opeens werd het stil ik durfde me niet te bewegen, zelfs niet om te kijken waar hij was. Ik voelde opeens een hand om mijn voet en ik werd onder het bed van getrokken. Ik gilde het uit, van de schrik en pijn. Hij greep met een andere hand mijn blonde loken vast en trok me omhoog. Ik opende mijn mond om een teken te geven van de pijn, tranen in mijn ogen. Hij liet me op mijn knieën zitten en trok aan mijn haar zodat mijn hoofd naar achteren hing. Mijn keel was open en bloot, ik voelde een van de messen ertegen aan rusten. Het koude metaal prikte door mijn huid heen. Ik deed mijn ogen dicht wachtend op mijn einde.

Opeens hoorde ik een metalige kling op de grond. Ik voelde ook dat de druk op mijn haar verdween. Ik keek om me heen en zag dat de man was verdwenen. Voorzichtig stond ik op en pakte ik het mes, zo liep ik door het huis heen. Op zoek naar het gevaar. Ik hoorde dat mijn voordeur open sloeg en ik rende naar beneden. Ik gilde toen ik de priester zag en hij op zijn beurt gilde ook. Hij had schijnbaar verwacht dat hij een lijk moest opruimen. Ik viel huilend in zijn armen en hij troosten me. Hij zetten me in de stoel bij het raam.

Hij vertelde me de legende over dit huis. De man die ik zag was dus een Seriemoordenaar die elke eclips weer verscheen om toe te slaan. Ik hoorde dit met afschuw aan ,, waarom hebben jullie me niet gewaarschuwd?!’’ schreeuwde ik naar hem en hij liet zijn hoofd hangen ,, dat hebben we geprobeerd maar dat werkte niet.‘’ Ik keek om me heen en stond op. Ik liep naar de keuken en draaide daar alle gas kranen open. Met een enkele lucifer liep ik de keuken uit. ,, Maak dat u weg komt.’’ De priester rende het huis uit en ik pakte snel mijn spulletjes. Ik rende nu naar buiten, met niets meer dan een rugzak bij me. Ik stak het lucifertje aan en gooide dat door voordeur heen. Ik sloeg de deur dicht en rende zo snel ik kon weg. Ik bleef rennen zelfs toen ik de explosie hoorde.

Tot ik in het dorp was, waar de priester me een kamer aan bood. Daar bleef ik tot de dag van vandaag wonen. Bij de volgende eclips werd er niets vernomen van een man met een set messen. Hij kon niets meer doen, of dat dacht ik.
Zet je dromen op papier.

Terug naar “One-shots”