Tirannie

Het Podium voor de korte verhalen
Gebruikersavatar
JochemCommissaris
Ganzenveer
Beheer:
Berichten: 260
Lid geworden op: wo jan 04, 2017 2:08 pm

Tirannie

vr mar 31, 2017 5:50 am

Ze noemen me de Jager. Ik heb die naam verdiend. Ik heb talloze gevechten doorstaan en heb ze keer op keer als overwinnaar achter me gelaten. Ik heb ontelbare wezens, zowel schuldig als onschuldig aan hun zonden, vermoord om een plek in deze genadeloze wereld te veroveren. Ik heb meer gebloed dan wie dan ook om de aarde te beschermen tegen haar grootste vijand- zichzelf. Je vraagt je af waarom ik dit doe. Ik weet meer dan jullie. Ik heb gezien wat er zal gebeuren als de Wachters hun zin krijgen. Onderdrukking. Wanneer de schaduw over ons valt, zoal iedereen onder dezelfde mantel van de nacht geworpen worden. Aan het einde der tijden worden alle onderlinge verschillen irrelevant. De trotse beschavingen van vandaag zouden morgen slechts slaven zijn van ultieme eenheid. Dit zal er gebeuren als wij ooit stoppen met vechten. De Lichtbrengers hebben het gevaar al eeuwenlang afgeweerd. Wij weten wat niemand lijkt te weten: dat de Wachters de werkelijke vijand zijn. Zij willen niets liever dan ons in toom houden. Ze hebben ons opgesloten in een gevangenis waar enkel zij de sleutel van hebben. De aanwijzingen zijn onzichtbaar voor de meesten, maar wij zien ze overal om ons heen. Kijk naar wat er is gebeurd met de Aiyu. De Zhas’. De ñazhan. De Draken. Zelfs de Qazanezen zijn uitgestorven omdat hun manier van denken hun meesters niet aanstond. Een tweede Tetek kunnen we niet laten gebeuren. We kunnen ze niet met ons laten doen wat ze met alle beschavingen vóór ons hebben gedaan. Dat is waar wij voor vechten. Verlossing is mijn prooi. De wereld is mijn jachtgebied.
 In het begin was het moeilijk. Twijfel daar maar niet aan. Ik wist echt wel wat ik achterliet. Ik had een bestaan dat grensde aan een leven in het paradijs. Ik had alles wat ik wilde. Geld, familie, vrouwen, vrienden. Maar jíj, jij was het beste dat mijn leven ooit had. Ach, mijn kleine broertje. Als je toch eens wist hoeveel ik je mis. Het is een zware last op mijn schouders, weten dat ik je die dag achterliet en overdroeg aan de genade van een stad die geen genade kent. Jouw eeuwige kameraadschap was het felste licht in een zee die al gevuld was met blijdschap. Wat hebben we allemaal niet uitgespookt toen we jong waren? Rennen over de daken van het paleis, grapjes maken met de Roodmantels, in de problemen komen omdat we propjes naar de leraren gooiden en er maar niet mee wilden ophouden… Bij Glarric, ik heb je zelfs instructies gegeven de avond voordat je je eerste meisje zoende! Hoe ben ik ooit weg kunnen gaan? Ik heb alles waar ik van hield verlaten toen ik die nacht de duisternis in reed, mijn blik gericht op het oneindige. Mijn familie, mijn toekomst… Jou. Jij was het ergste, mijn broer. Ik wist dat ik nooit meer zou kunnen terugkeren naar mijn oude leven. Het was een onvermijdelijk offer dat ik moest maken, en ik had er allang vrede mee gevonden. Jouw vriendschap was het enige aspect van mijn vorige bestaan, dat inmiddels verder weg dan ooit leek, waarnaar ik heimwee had. Elke dag maakte ik me zorgen over je, en elke nacht droomde ik over de verschrikkelijke wereld waarin ik mijn kleine broertje had achtergelaten. De Lichtbrengers hielpen me met die problemen, maar de nachtmerries zijn nooit helemaal weggegaan. Maar maak je geen zorgen. Ik weet wat er op het spel staat. Ik weet wat mijn taak is. Ik weet wat er zal gebeuren als wij nu falen.
 Het is gebleken dat mijn beslissing om bij de orde te gaan geen slechte keuze is geweest, al was het wel een moeilijke. Ik doe hier waar ik altijd al naar verlangde: de mensheid beschermen. Iemand moet het doen. Iemand moet het vuile werk opknappen dat niemand anders doet. Het is de Nachtkoning die ons zal redden van de vloek die ons bij onze creatie is opgelegd. Ik weet dat dit vreemd klinkt. De meeste mensen zouden me zonder te twijfelen doden om wat ik nu zeg, en jij misschien ook wel. Maar alsjeblieft, geef me een kans. Hij is onze enige hoop op verlossing. Alleen hij is machtig genoeg om verschil te maken. Wij hebben de waarheid gezien, en de wereld straft ons daarvoor af. We zijn verbannen uit het licht en gevangen in de schaduwen. Ze dachten dat ze van ons af waren. Dachten dat ze ongestoord verder konden gaan met hun grenzeloze onderdrukking. maar als je lang genoeg in de duisternis rondloopt, word je vanzelf een schaduw. Dat heb ik wel geleerd. Wij gebruiken de krachten uit de Nevermere tegen de vijand. De duisternis is ons felste licht, zoals een zuster ooit zei. De nacht is onze helderste dag. Ze dachten dat ze ons verslagen hadden. In plaats daarvan gaven ze ons meer kracht dan iemand ooit had kunnen bedenken. We zijn niet goed, maar we zijn ook niet slechts. Wij leven simpelweg in de schaduwen, verborgen van de ogen van de wereld. Het is ons thuis. Onze koning mag dan wel gevangen zitten in een eeuwige gevangenis, en onze keizer mag dan wel een lang geleden gedode god zijn; maar wij zijn allemaal prinsen. We werken
samen om één collectief doel te bereiken: terugkeer. Het opnieuw openen van de poorten van de duisternis, en de terugkeer van de ware erfgenaam van deze wereld.
 Ons hele bestaan zijn wij onderdrukt. Jij zal het niet geloven, zal het misschien zelfs ontkennen, maar voor mij is het meer dan duidelijk. Vanaf onze creatie zijn we niets meer geweest dan slaven van de Wachters. Dienaren die denken dat ze hun eigen meesters zijn. Vanuit die mentaliteit hebben we altijd met elkaar gevochten. Broeders en zusters doden elkaar in een eindeloze cyclus van oorlog. In de ogen van de Wachters is al dat vechten irrelevant. Laat ze lekker elkaar het leven zuur maken, zolang ze maar niet in opstand komen tegen ons. Maar wij weten beter. Wij hebben gezien wat de mensheid kan doen, kan zíjn, als ze eenmaal verlost is van haar ketenen. Wij zijn de rechtmatige eigenaars van deze wereld. Als wij haar kunnen heroveren, zullen we een niveau van bestaan bereiken dat grenst aan goddelijkheid. Het enige wat we moeten doen, is flink aan de tralies rammelen en ze uiteindelijk breken. De Nachtkoning kan ons daarbij helpen. Enkel hij zal hulp aanbieden. Enkel hij zal ons bijstaan op het pad naar verlossing. Ik zou willen dat je dat kon zien, mijn broertje. Je blindheid is je vergeven, maar twijfel niet aan mijn intenties. Ik wil het beste voor de mensheid. Ik wil het beste voor jou. Mijn liefde voor je kent geen grenzen. Dat weet je.
 Je heb misschien behoefte aan wat meer praktische informatie over mijn ondernemingen vandaag de dag. Ja, ik vecht nog steeds. Ik leef enkel werkelijk wanneer ik een zwaard in de hand heb. Mijn magische vaardigheden worden elke dag sterker. Ik vecht in de duisternis, en de duisternis vecht aan mijn zijde. De Lichtbrengers hebben me opgedragen de Zaal te infiltreren en hun bewegingen in de gaten te houden. Ik heb een zetel naast de Guldene. Naast die sukkel van een Caradin, die zich erfgenaam van Aemon Valar durft te noemen. Ik praat zelfs bijna dagelijks met de Naamlozen, kun je het geloven? Ja, ze bestaan echt. En ze zijn duizend maal krachtiger dan in de sprookjes. Het is een grote eer met hen samen te werken en hen op hetzelfde moment compleet te verraden, maar het is ook een enorme verantwoordelijkheid. Zo veel hangt af van mijn slagen of falen. Eén misstap, en duizenden zullen hun levens verliezen. Een zware last. Ik ga er bijna aan onder, maar íets houdt me gaande. Ik weet niet zeker wat het is. Misschien is het mijn wil te overleven. Misschien is het de kennis dat er geen nieuwe dageraad zal zijn voor de mensheid als wij falen. Misschien is het omdat ik zo op deze wereld gesteld ben. Of misschien is het liefde.
 Liefde. Ja, ik ben ver gevallen. Ik lig op de bodem van een diepe, diepe afgrond, en ik dans naakt rond in de schaduwen om me heen. Mijn ziel is niet langer puur zoals hij eens was. De prijs van kennis als de mijne. Een prijs die ik bereid ben te betalen. Maar luister, mijn broer. Als je nog steeds van me houdt, zelfs na alles wat er gebeurd is, luister dan naar me. De liefde in mijn hart is groter dan ooit.Ik ben nooit vergeten waar ik voor vecht. Ik ben de redenen voor mijn daden nooit uit het oog verloren, zelfs al leken ze ver weg. Dat is wat jij ook moet doen. In tijden als deze moet je sterker zijn dan je omgeving. Zwakte zal spoedig niet meer getolereerd worden. Als de tijd komt, de tijd waar ik ons van probeer te behoeden, moet je sterk zijn. Je moet weten waar je voor vecht. Dat is het belangrijkste. Welk pad je ook kiest, blijf altijd trouw aan jezelf. En weet dat ik er altijd voor je zal zijn, wachtend in de schaduwen tot het moment dat de lichten uit gaan.
 Ik hou van je.     
Rivieren veranderen van richting door de generaties heen; uiteindelijk storten alle bruggen in.
Gebruikersavatar
CliveBarker
Vulpen
Beheer:
Berichten: 105
Lid geworden op: vr nov 25, 2016 9:42 pm

Re: Tirannie

za apr 01, 2017 7:49 pm

Mooi verhaal, smeekt om een langere versie. Goed geschreven.
Gebruikersavatar
Maaike
Beheer
Columnist
Contacteer:
Beheer:
Berichten: 715
Lid geworden op: wo nov 02, 2016 6:58 pm

Re: Tirannie

do apr 06, 2017 3:44 pm

Mooi geschreven weer.
Het ik-personage lucht duidelijk zijn hart en hij wil ook heel graag de goedkeuring van zijn broertje. Waarom zou hij anders zijn keuzes en daden zo ophemelen naar het broertje dat hij in diens ogen onterecht verlaten heeft?
It always seems impossible until it's done. Keep writing!
Gebruikersavatar
CliveBarker
Vulpen
Beheer:
Berichten: 105
Lid geworden op: vr nov 25, 2016 9:42 pm

Re: Tirannie

vr jun 23, 2017 5:08 am

Mooi, het lijkt wel of hij een brief aan zijn broer geschreven heeft, zo voelt het toch aan.

Terug naar “One-shots”